ECLI:NL:RBROT:2026:5462

ECLI:NL:RBROT:2026:5462

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer 10-028368-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

vrijspraak voor het voorbereiden van strafbare feiten met betrekking tot harddrugs. Veroordeling voor het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 9 kilo MDMA en het in voorraad hebben van ongeveer 30 kilo ketamine. Gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-028368-26

Datum uitspraak: 23 april 2026

Datum zitting: 9 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres: [adres], [postcode] [plaatsnaam],

gedetineerd in [detentieadres].

Advocaat van de verdachte: mr. K.C. van de Wijngaart

Officier van justitie: mr. M. van Drunen

Kern van het vonnis

Bewezen is dat de verdachte opzettelijk ongeveer 9 kilo MDMA aanwezig heeft gehad en ongeveer 30 kilo ketamine in voorraad heeft gehad. De verdachte wordt vrijgesproken van het voorbereiden van strafbare feiten met betrekking tot harddrugs. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van voorarrest.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich – samengevat – schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van ongeveer 9.200 gram MDMA en ongeveer 440 gram cocaïne, het voorbereiden van strafbare feiten met betrekking tot harddrugs en het in voorraad hebben van 30,5 kilo ketamine.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

feit 1 op of omstreeks 26 januari 2026 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 9.200 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende, MDMA en/of- ongeveer 444 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne,zijnde MDMA en/of cocaïne, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2 op of omstreeks 26 januari 2026 te Rotterdam om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of- het opzettelijk vervaardigen van MDMA/cocaïne, in elk geval (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door- de woning gelegen aan de [adres] te gebruiken en/of- een vacumeermachine en/of diverse zakken ten behoeve van het verpakken van verdovende middelen voorhanden te hebben en/of- een hoeveelheid polystereen en/of procaïne en/of lactose en/of cathinone en/of andere chemicaliën/grondstoffen voorhanden te hebben;

feit 3 op of omstreeks 26 januari 2026 te Rotterdam opzettelijk zonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een (grote hoeveelheid van een) werkzame stof, te weten 30,5 kilogram ketamine, althans 30,5 kilogram van een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft gehad.

2. Beoordeling van de beschuldigingen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten onder 1, 2 en 3. Voor feit 1 heeft zij partiële vrijspraak gevorderd voor het voorhanden hebben van cocaïne. Voor feit 2 heeft zij partiële vrijspraak gevorderd voor het gedachtestreepje ‘de woning gelegen aan de [adres] te gebruiken’ en voor alle chemicaliën genoemd onder het laatste gedachtestreepje, met uitzondering van de procaïne.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft voor feit 1 partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van de tenlastegelegde cocaïne. De verdediging heeft ook vrijspraak bepleit voor de feiten 2 en 3. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2 (voorbereidingshandelingen)

De beschuldiging onder feit 2 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feiten 1 en 3

Bewezen is dat de verdachte:

feit 1 op 26 januari 2026 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad- 9.114 gram van een materiaal bevattende MDMA,zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 3 op 26 januari 2026 te Rotterdam opzettelijk zonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een grote hoeveelheid van een werkzame stof, te weten 29.969 gram ketamine, in voorraad heeft gehad.

Feit 1: voorhanden hebben van MDMA

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. De rechtbank vindt net als de officier van justitie en de verdediging dat het voorhanden hebben van cocaïne niet bewezen kan worden verklaard. De verdachte wordt van dat onderdeel vrijgesproken.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

4. Schriftelijk stuk

5. Schriftelijk stuk

Feit 3: in voorraad hebben van ketamine

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Ik heb de ketamine op 26 januari 2026 in mijn bezit gehad. Ik ben mij ervan bewust dat ik het niet mag hebben.

2. Proces-verbaal van de politie

Op 26 januari 2026 werd de woning van [verdachte] aan de [adres] doorzocht. In de woonkamer stonden twee bigshoppers met diverse zakken met vermoedelijk ketamine. Deze goederen zijn in beslag genomen onder goednummer 2955543.

3. Proces-verbaal van de politie

Goednummer 295543 werd voorzien van SIN-monsters. Het nettogewicht betrof in totaal 29.969 gram. In de tabel zijn de resultaten weergegeven.

4. Deskundigenverslag

De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in onderstaande tabel:

5. Deskundigenverslag

De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in onderstaande tabel:

6. Schriftelijk stuk

De aangetroffen producten 1 t/m 6 (AATG7273NL, AATG7274NL, AATG7275NL, AATG7276NL, AATG7277NL, AATG7278NL) zijn substanties die geen farmaceutische vorm hebben. De producten 1 t/m 6 voldoen aan de omschrijving van het begrip werkzame stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder x.1, van de Geneesmiddelenwet.

7. Schriftelijk stuk

Aan verdachte is geen registratie verleend als bedoeld in artikel 38, eerste lid,

van de Geneesmiddelenwet. Hiermee beschikt verdachte niet over enige bevoegdheid tot het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten met een werkzame stof als bedoeld in de

Geneesmiddelenwet.

Bewijsmotivering feit 3

De verdediging heeft bepleit dat het feit niet gekwalificeerd kan worden, omdat er geen sprake is van het ‘in voorraad hebben’ van de ketamine. Het in voorraad hebben moet worden uitgelegd als het hebben van een voorraad in het kader van het drijven van een groothandel in werkzame stoffen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt. Volgens de bepaling van artikel 38 van de Geneesmiddelenwet is het verboden om ‘zonder registratie werkzame stoffen te bereiden, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren, uit te voeren of anderszins binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen, dan wel in werkzame stoffen een groothandel te drijven’. Door de woorden dan wel in die omschrijving ziet de rechtbank de bestanddelen ‘in voorraad te hebben’ en ‘in werkzame stoffen een groothandel te drijven’ als afzonderlijke strafbare gedragingen. De bepaling van artikel 38 van de Geneesmiddelenwet richt zich dus niet enkel tot fabrikanten of groothandelaren, maar tot iedereen – dus ook de verdachte – die zonder registratie werkzame stoffen ‘in voorraad heeft’.

Aan de verdachte is geen registratie verleend als bedoeld in art. 38 lid 1 Geneesmiddelenwet. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het zonder registratie in voorraad hebben van ketamine.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 3: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf tussen de twee en drie jaar, waarvan een deel voorwaardelijk, op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van ongeveer 9 kilo MDMA en het in voorraad hebben van ongeveer 30 kilo ketamine, zonder over de vereiste registratie hiervoor te beschikken. Deze grote hoeveelheden had hij in zijn woning liggen. De door de verdachte gepleegde feiten zijn ernstig. Hoewel ketamine vanwege de geneeskundige toepassing onder de Geneesmiddelenwet valt, is het een verslavende stof die ook als partydrug wordt gebruikt. Het is daarmee, net als harddrugs, schadelijk voor de volksgezondheid. Het is daarnaast algemeen bekend dat de handel in harddrugs gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit, waaronder geweld en ondermijning van de bovenwereld. De verdachte heeft een bijdrage geleverd aan dit illegale circuit.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 7 april 2026 staat dat de verdachte niet met de reclassering in gesprek wilde over de verdenkingen. Het is daarom lastig om een adequate inschatting te maken van het recidiverisico. De verdachte heeft in praktische zin zijn leven op orde en als er problemen spelen, weet hij die zelf op te lossen. Steunende factoren worden gezien in de relatie met zijn vriendin en zijn familie. Er wordt geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen, zonder interventies of toezicht.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten voor het bezit van harddrugs, waarbij voor 9 kilo een gevangenisstraf van ongeveer 26 maanden passend zou zijn. Daar komt de ketamine dan nog bij. Hoewel dit middel weliswaar wordt gebruikt als partydrug, valt het niet onder de Opiumwet. De rechtbank zoekt ten aanzien daarvan dus geen aansluiting bij de hiervoor genoemde oriëntatiepunten.

Alles afwegend wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 32 maanden met aftrek van voorarrest opgelegd. Voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer en dat het inbeslaggenomen geld (€ 3.700,00) wordt verbeurd verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om het geldbedrag terug te geven aan de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat de in beslag genomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag (€ 3.700,00)

aan de verdachte.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op:

de artikelen 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, artikel 38 van de Geneesmiddelenwet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 32 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart voor de feiten de verdovende middelen zoals vermeld op de beslaglijst (voorwerpen 2 tot en met 12) onttrokken aan het verkeer;

- beveelt de teruggave van € 3.700,00 aan de verdachte (voorwerp 1 op de beslaglijst).

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. IJspeerd, voorzitter,

en mrs. A.S. Flikweert en E. van Vliet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 april 2026.

Mrs. E. van Vliet en V.J.H. Mooren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand