RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaken tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 24/4638, ROT 24/7206 en ROT 25/3433
en
(gemachtigden: [persoon A] en [persoon B] ).
Procesverloop
1. Met de besluiten van 21 maart 2024, 4 mei 2024 en 15 januari 2025 heeft de heffingsambtenaar drie naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting opgelegd.
Met de uitspraken op bezwaar van 23 april 2024 (ROT 24/4638), 24 juni 2024 (ROT 24/7206) en 13 maart 2025 (ROT 25/3433) heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiseres tegen de besluiten van 21 maart 2024, 4 mei 2024 en 15 januari 2025 ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroepen ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 16 december 2025 op zitting gevoegd behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van de heffingsambtenaar.
Feiten
2. Op 16 maart 2024 en 29 april 2024 heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat een auto met kenteken [kentekennummer] geparkeerd stond aan de Vuurplaat en op 11 januari 2025 aan de Groenendaal in Rotterdam zonder dat parkeerbelasting was voldaan.
Overwegingen
Heeft de heffingsambtenaar de algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden?
Heeft de heffingsambtenaar de hoorplicht geschonden?
3. Eiseres voert aan dat zij ten onrechte in bezwaar niet is gehoord, terwijl daartoe volgens haar wel aanleiding bestond. Eiseres betoogt dat zij namelijk om foto’s heeft verzocht en dat de heffingsambtenaar die ten onrechte niet in bezwaar heeft verstrekt. Ter onderbouwing heeft eiseres een e-mail overgelegd waaruit blijkt dat zij op 19 april 2024 om foto’s heeft verzocht.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar de hoorplicht niet geschonden. Eiseres heeft op 19 april 2024 per e-mail verzocht om de foto’s van de scanauto met betrekking tot de naheffingsaanslag van 21 maart 2024 met vorderingsnummer [nummer] . Een verzoek om stukken moet worden opgevat als een verzoek om te worden gehoord. De heffingsambtenaar had op dat moment echter al de uitspraak op bezwaar met datum 23 april 2024 aan eiseres verzonden. Eiseres heeft deze gang van zaken bevestigd. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de heffingsambtenaar uitspraken op bezwaar dateert op een datum enkele weken in de toekomst. De bezwaarprocedure eindigt met de uitspraak op bezwaar. Eiseres heeft dus niet tijdens de bezwaarprocedure verzocht om stukken, zodat de heffingsambtenaar de hoorplicht niet heeft geschonden.
Heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen terecht aan eiseres opgelegd?
5. Eiseres stelt dat zij haar auto op de in de naheffingsaanslagen genoemde data en tijdstippen niet heeft geparkeerd. Volgens haar maakt iemand anders gebruik van haar kenteken. Zij heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie en ter onderbouwing een proces-verbaal van die aangifte overgelegd.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen terecht opgelegd. De auto van eiseres is een zwarte Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] . Op de foto’s die de scanauto’s hebben gemaakt van de parkeeracties is een zwarte Volkswagen Polo te zien met kenteken [kentekennummer] . Bij alle drie de parkeeracties lijkt sprake van dezelfde auto. Daarmee is aannemelijk dat het de auto van eiseres betreft. Dat eiseres in 2021 aangifte heeft gedaan van kentekendiefstal, is onvoldoende om te twijfelen aan de conclusie dat de auto van eiseres was betrokken bij de parkeeracties in 2024 en 2025.
7. Eiseres heeft in een schriftelijke reactie op het verweerschrift een beroep gedaan op schending van alle algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze reactie bevat verwijzingen naar niet-bestaande jurisprudentie en onnavolgbare juridische conclusies. Op de zitting kon eiseres haar betoog niet toelichten. De rechtbank vermoedt daarom dat de reactie is opgesteld door kunstmatige intelligentie. Voor zover eiseres heeft bedoeld te betogen dat zij erop mocht vertrouwen dat de naheffingsaanslagen zouden worden vernietigd, geldt dat een eerdere vernietiging uit coulance niet betekent dat de heffingsambtenaar verplicht is ook andere naheffingsaanslagen te vernietigen. Verder was de heffingsambtenaar niet verplicht eiseres te informeren over manieren waarop zij eventueel misbruik van haar kenteken zou kunnen tegengaan. De rechtbank volstaat verder met de conclusie dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat sprake is van een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Conclusie en gevolgen
8. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen in stand blijven. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr.J.I. Kamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026.
de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.