Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-211768-25
Datum uitspraak: 30 april 2026
Datum zitting: 16 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. J.P.D. Visser
Officier van justitie: mr. E.M. Loppé
Kern van het vonnis
Bewezen is dat de verdachte door zijn schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt als gevolg waarvan een slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen waardoor tijdelijke ziekte of verhindering van de normale bezigheden is ontstaan. De verdachte is met een veel te hoge snelheid rechtdoor over een rotonde gereden en vervolgens tegen de vangrail gebotst. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - door zijn schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt als gevolg waarvan het slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1. primair
hij, op of omstreeks 2 februari 2025 te Berkel en Rodenrijs, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat voertuig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N471 en/of Jacob Lennepweg, welk rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte toen daar,
- op die Jacob van Lennepweg in een korte periode (ongeveer 7 seconden) het door hem bestuurde voertuig heeft versneld, van ongeveer 100 km/u tot maximaal 152km/u en /of met zeer hoge snelheid, in ieder geval met een gelet op de omstandigheden (veel) te hoge snelheid, heeft gereden, althans met een snelheid heeft gereden die hoger was dan de maximum toegestane snelheid en/ of (vervolgens)
- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en/of mogelijke weggebruikers vóór hem en/of (vervolgens)
- met een zeer hoge snelheid heeft uitgeweken voor een weggebruiker voor hem en/of (vervolgens)
- het door hem bestuurde voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden en/of (vervolgens)
- bij naderen van een rotonde geen snelheid heeft geminderd en/ of heeft gereden met een, mede gelet met het naderen van de rotonde, (veel) te hoge snelheid en/ of (vervolgens),
- zonder te remmen rechtdoor de rotonde is gereden ten gevolge waarvan het voertuig met vier wielen van de grond kwam en/of (vervolgens) op/tegen de zuidelijk gelegen vangrail is gebotst
waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (te weten aangezichtsletsel / litteken aan het linkeroog en/of een of meerdere wervelbotbreuken / een of meerdere breuken in de onderrug/ letsel aan de rug en/of inzakking van een borstwervel) en /of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 2 februari 2025 te Berkel en Rodenrijs, althans in Nederland als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N471 en/of Jacob Lennepweg, althans op één van deze wegen, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en / of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd welk gedrag hierin heeft bestaan dat zij, verdachte, toen daar,
- op die Jacob van Lennepweg in een korte periode (ongeveer 7 seconden) het door hem bestuurde voertuig heeft versneld, van ongeveer 100 km/u tot maximaal 152 km/u en/of met zeer hoge snelheid, in ieder geval met een gelet op de omstandigheden (veel) te hoge snelheid, heeft gereden, althans met een snelheid heeft gereden die hoger was dan de maximum toegestane snelheid en/ of (vervolgens)
- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/ of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en/of mogelijke weggebruikers vóór hem en/of (vervolgens)
- met een zeer hoge snelheid heeft uitgeweken voor een weggebruiker voor hem en/of (vervolgens)
- het door hem bestuurde voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden en/of (vervolgens)
- bij naderen van een rotonde geen snelheid heeft geminderd en/ of heeft gereden met een, mede gelet met het naderen van de rotonde, (veel) te hoge snelheid en / of (vervolgens),
- zonder te remmen rechtdoor de rotonde is gereden ten gevolge waarvan het voertuig met vier wielen van de grond kwam en/of (vervolgens) op/tegen de zuidelijk gelegen vangrail is gebotst.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit in die zin dat sprake is van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit voor de volgende onderdelen van de beschuldiging: roekeloosheid, rijden met een snelheid van 152 km/u, niet remmen en zwaar lichamelijk letsel. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte door zijn schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt als gevolg waarvan het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen waardoor tijdelijke ziekte of verhindering van de normale bezigheden is ontstaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik was op 1 februari 2025 de bestuurder van een Mini met [slachtoffer] en [naam 1] als inzittenden in Berkel en Rodenrijs op de N471 Jacob van Lennepweg. Ik reed op de rechterbaan en ik zag in één keer een auto voor mij. Ik ben uitgeweken naar de linkerbaan, kwam een rotonde tegen en was te laat met remmen. Ik vloog over de rotonde heen en belandde in de vangrail.
2. Proces-verbaal van de politie, verkeersongevallenanalyse
Het ongeval vond plaats op 1 februari 2025 op het kruispunt, welke was ingericht als rotonde, van de voor het openbaar verkeer openstaande wegen de N471 Jacob van Lennepweg te Berkel en Rodenrijs. Op de N471 geldt een maximumsnelheid van 80 km/u. Het ongeval betrof een éénzijdige aanrijding met een personenauto, namelijk een Mini Cooper. De Mini heeft gereden op de N471 Jacob van Lennep weg. De Mini blijkt vanwege het ontbreken van bandsporen in de groenstrook van de verhoogde middenberm een korte vlucht te hebben gehad waarna het voertuig, gezien het sporenbeeld, tot stilstand is gekomen tegen de vangrail.
3. Proces-verbaal van de politie, bevindingen
Onderzoek Apple iPhone 16 Pro (SIN-nummer AANV3650NL)
Het onderzochte toestel is voorzien van een GPS-ontvanger. Ik zag dat er bij de locatiepunten kort voor het ongeval op 1 februari 2025 een door het toestel berekende snelheid was opgeslagen.
Tijdstip (uur)
Snelheid (km/u)
23:15:22
101,3
23:15:23
111,86
23:15:24
120,94
23:15:25
127,29
23:15:26
134,08
23:15:27
139,83
23:15:28
146,86
23:15:29
152,42
23:15:30
147,79
23:15:31
128,53
23:15:32
101,86
23:15:33
80,93
23:15:47
0
4. Proces-verbaal van de politie, bevindingen
De telefoon met SIN-nummer AANV3650NL is eigendom van [verdachte].
5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer]
Op 1 februari 2025 zat ik in de auto bij [verdachte] (de rechtbank begrijpt: de verdachte). [naam 1] zat ook in de auto. [verdachte] gaf gas en ging hard rijden. Wij schreeuwden tegen hem dat hij moest stoppen en normaal moest rijden. We waarschuwden hem dat er een rotonde aankwam en dat er op onze baan een auto stilstond. [naam 2] remde wel voor de rotonde waardoor [verdachte] kon uitwijken naar links en de auto voor hem kon ontwijken. Toen ik zag dat we de rotonde naderden wist ik al dat het fout zou gaan. Ik voelde op een gegeven moment dat we als het ware door de lucht zweefden. Toen kwamen we hard op de grond en hoorde ik een knal waarna we stil stonden. Ik voelde gelijk een hele erge rugpijn. Ik had geen gevoel meer in mijn benen. Ik had drie breuken in mijn onderrug en mijn linkeroog was heel dik en blauw. Ik heb daar nu nog een litteken. Verder had ik overal hele erge spierpijn en blauwe plekken. Ik moest negen weken rust houden.
6. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 1]
Op 1 februari 2025 reden we, met andere vrienden in een andere auto, naar huis. [verdachte] reed rechts en de andere vrienden gingen links naast ons rijden. [verdachte] verhoogde zijn snelheid. Wij waarschuwden hem nog omdat er bij de volgende rotonde een auto stond. Op een gegeven moment gaat de andere auto van zijn gas af en moest [verdachte] om de auto voor ons te ontwijken naar de linker rijbaan. Door de hoge snelheid kon [verdachte] de auto niet meer in bedwang houden. We kwamen met vier wielen van de grond af en kwamen terug op de grond om vervolgens tot stilstand te komen in de vangrail.
7. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 3]
Op 1 februari 2025 zat ik in de auto bij [naam 2]. Hij gaf net nog gas bij vlak voor de rotonde. We zagen dat hij het niet meer kon aan remmen. Op de rotonde zag ik de auto omhoog gaan, een beetje schuin in de lucht. Daarna ging hij recht de vangrail in.
8. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 4]
Op 1 februari 2025 zag ik een ongeval gebeuren op de N417 (de rechtbank begrijpt: N471) op de rotonde te Berkel Rodenrijs. De auto kwam mij met hoge snelheid tegemoet rijden op de rotonde. De auto reed voor hem gezien op de linker rijbaan. Ik zag dat auto rechtdoor over de rotonde vliegen en daarna in de vangrail terecht komen.
9. FARR letselverklaring
Er was een verwonding bij de linker wenkbrauw. Middels beeldvorming (CT-scan) werd een inzakking gezien van de 11e borstwervel.
10. FARR letselverklaring
Betrokkene is behandeld voor drie wervelbotbreuken van de dwarsuitsteeksels links van de onderrugwervels te weten L1, L2 en L3. Bij L1 is ook het rechter dwarsuitsteeksel gebroken. Wegens pijnklachten van de lage onderrug is er in oktober fysiotherapie voorgeschreven.
Bewijsmotivering
Niet ter discussie staat dat op de N471 een eenzijdig verkeersongeval heeft plaatsgevonden waarbij de verdachte als bestuurder van een personenauto rechtdoor de rotonde over is gereden en uiteindelijk na losgekomen te zijn van de grond aan de andere kant van de rotonde tegen de vangrail is gebotst. De verklaringen over de toedracht van het ongeval lopen echter uiteen. De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] verklaren dat er sprake was van een situatie waarbij de verdachte en getuige [getuige 3] elkaar uitdaagden in het rijgedrag. De verdachte ontkent dit stellig en ook de getuigen [getuige 3] en [getuige 4] verklaren dat zij elkaar niet uitdaagden. De rechtbank kan daarom niet exact vaststellen wat er precies is gebeurd voorafgaand aan het ongeval.
Op grond van de bewijsmiddelen kan wel vastgesteld worden dat de verdachte ten tijde van het verkeersongeval harder heeft gereden dan is toegestaan. De maximumsnelheid op de N471 is 80 km/u. Uit de telefoon van de verdachte volgt dat hij op het deel van de weg naar de rotonde toe zou hebben gereden met snelheden tot 152 km/u. Hoewel een telefoon geen wettelijk voorgeschreven snelheidsmeter is, geeft deze meting wel een indicatie dat er veel te hard is gereden. Dat beeld wordt ook bevestigd door de verschillende getuigen. Zij verklaren bovendien dat de verdachte kort voor het naderen van de rotonde nog gas bij heeft gegeven. Dit was, gelet op de verkeerssituatie, zeer onverantwoord. De verdachte was hierdoor niet meer in staat om de situatie te overzien en zijn snelheid daaraan aan te passen. Hij moest hierdoor uitwijken voor een stilstaande auto, is rechtdoor over de rotonde gereden, met het voertuig losgekomen van de grond en uiteindelijk tegen de vangrail gebotst. De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden. Het verkeersongeval is hierdoor veroorzaakt en is daarom aan de schuld van de verdachte te wijten.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de inzittende [slachtoffer] door het verkeersongeval letsel heeft opgelopen. Zij kon na het ongeval haar benen tijdelijk niet bewegen en heeft drie rugwervels gebroken. Het slachtoffer heeft hierdoor negen weken rust moeten houden. Vastgesteld kan worden dat dat door dit letsel tijdelijke ziekte en verhindering van de normale bezigheden is ontstaan. Nu geen sprake is geweest van medisch ingrijpen is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat op basis van de momenteel beschikbare informatie dit letsel juridisch niet gekwalificeerd kan worden als zwaar lichamelijk letsel.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1 primair
hij omstreeks 2 februari 2025 te Berkel en Rodenrijs, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat voertuig aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N471 Jacob van Lennepweg, welk rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte toen daar,
- op die Jacob van Lennepweg het door hem bestuurde voertuig heeft versneld en met zeer hoge snelheid, in ieder geval met een gelet op de omstandigheden veel te hoge snelheid, heeft gereden en (vervolgens)
- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse en (vervolgens)
- met een zeer hoge snelheid heeft uitgeweken voor een weggebruiker voor hem en (vervolgens)
- het door hem bestuurde voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden en (vervolgens)
- heeft gereden met een, mede gelet met het naderen van de rotonde, veel te hoge snelheid en (vervolgens),
- rechtdoor de rotonde over is gereden ten gevolge waarvan het voertuig met vier wielen van de grond kwam en (vervolgens) tegen de zuidelijk gelegen vangrail is gebotst
waardoor [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1 primair
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Strafbaarheid van het feit
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uur en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht te volstaan met een geldboete en in elk geval geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft met een te hoge snelheid over een rotonde heen gereden, is losgekomen van de grond en tegen de vangrail gebotst. Als gevolg hiervan heeft één van de inzittenden letsel opgelopen, waaronder meerdere gebroken rugwervels. Hierdoor heeft zij een tijd niet haar normale bezigheden kunnen verrichten. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring die zij heeft opgesteld volgt dat het ongeval een grote impact op haar leven heeft gehad.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 14 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 14 november 2025 staat het volgende. Het ongeval lijkt te zijn voortgekomen uit situatief ondoordacht gedrag, waarbij de verdachte in het moment onvoldoende oog had voor de verkeersrisico’s en de veiligheid van de inzittenden. De verdachte neemt de verantwoordelijkheid voor het ontstaan van het ongeval en geeft aan dat hij zijn gedrag in het verkeer heeft aangepast. Er zijn geen risico’s in de leefgebieden van de verdachte. Hij beschikt over stabiliteit. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag en er wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft zijn auto nodig om zijn werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Hij werkt op meerdere locaties als operationeel manager in het familiebedrijf.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van het strafbare feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Gezien de ernst van het feit zou in beginsel een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats zijn. De rechtbank zal daar echter van afzien, gelet op de onderbouwde persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder zijn werk. Daarom zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar opleggen met een proeftijd voor de duur van drie jaar. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank daarnaast een taakstraf voor de duur van 120 uur passend en geboden.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;
Ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 1 (één) jaar;
bepaalt dat de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat: de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H.C. van Vuren, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 30 april 2026.