ECLI:NL:RBROT:2026:5534

ECLI:NL:RBROT:2026:5534

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 10/054182-25 en 10/293690-25 (gevoegd ttz)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugd MK. Vrijspraak van een diefstal met geweld van een fatbike en veroordeling voor een straatroof en een poging tot straatroof. Oplegging van een werkstraf.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/054182-25 en 10/293690-25 (gevoegd ttz)

Datum uitspraak: 9 april 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

raadsman mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 26 maart 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. J. Lindhout, heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Parketnummer 10/293690-25 (diefstal met geweld fatbike 21 juli 2025)

Vrijspraak

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich op 21 juli 2025 schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met geweld van een fatbike. Aan de hand van de camerabeelden is vast te stellen dat de verdachte ten tijde van de diefstal in de buurt van de diefstal aanwezig is geweest en hij wordt kort na de diefstal aangetroffen in de buurt van de gestolen fatbike.

Beoordeling

Op 21 juli 2025 wordt er bij de politie melding gemaakt van een diefstal van een fatbike. De aangever heeft verklaard dat hij is achtervolgd door vier personen op meerdere fatbikes, nadat hij langs de supermarkt Plus op de Bredenoord in Rotterdam was gereden. Eén van die jongens die aangever had achtervolgd, heeft hem van zijn fatbike afgetrapt. Daarna is de fatbike van de aangever meegenomen. De fatbike van de aangever, die was voorzien van een trackingssysteem, is door de politie aangetroffen in een steegje in Rotterdam. Daarbij stonden acht personen, onder wie de verdachte, die op een gegeven moment voor de politie is weggerend.

Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verdachte is weliswaar te zien op de camerabeelden in de buurt van de locatie waar de diefstal kort daarna heeft plaatsgevonden, en is later ook aangetroffen in de nabijheid van de weggenomen fatbike, maar dit is onvoldoende om te concluderen dat de verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de diefstal.

Hoewel de aanwezigheid van verdachte rondom het moment van de diefstal en het kort daarna aantreffen van de fatbike in zijn buurt de nodige vragen oproept, kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld of de verdachte een rol heeft gehad bij de diefstal en wat zijn exacte rol dan zou zijn geweest.

Gelet op het voorgaande wordt de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Parketnummer 10/054182-25 (poging) straatroof 18 februari 2025

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van beide ten laste gelegde feiten bepleit. Daartoe is aangevoerd dat, hoewel de verdachte aanwezig was bij de berovingen, hij geen bijdrage heeft geleverd aan de uitvoering van de feiten zodat van medeplegen geen sprake is. Het enkel aanwezig zijn, is onvoldoende om de verdachte als medepleger aan te merken.

In geval de rechtbank voornemens is de aangiftes voor het bewijs te gebruiken, verzoekt de verdediging om de aangevers alsnog als getuigen te horen. Zij zijn de enige die over de aanwezigheid van messen hebben verklaard en de vraag of er messen zijn gebruikt is van belang voor een eventuele bewezenverklaring.

Beoordeling

Op 18 februari 2025 heeft zich in Rotterdam een beroving van een telefoon en een poging tot beroving voorgedaan van twee aangevers. De aangevers liepen samen op de Meyenhage in Rotterdam en zagen toen bij een bakkerij drie jongens staan. De aangevers liepen vervolgens verder richting de Asterlo, waar zij van achteren zijn aangevallen. Beide aangevers herkenden de jongens die hen aanvielen als de jongens die zij zojuist bij de bakkerij hadden gezien. Aangever [slachtoffer 1] werd door een van hen van achteren vastgepakt. Direct hierna werd zijn telefoon uit zijn handen getrokken en werd hij door deze jongen met een vuurwapen bedreigd. [slachtoffer 1] verklaart dat hij door een van de andere jongens met een mes werd bedreigd. Aangever [slachtoffer 2] werd eveneens van achteren vastgegrepen, waarbij één van de daders met een mes dreigde en eiste dat hij zijn spullen zou afgeven. Aangever [slachtoffer 2] beschreef ook een jongen met een vuurwapen en een derde jongen met een mes. Aangever [slachtoffer 2] werd nog kort achtervolgd door twee van hen en heeft daarna gezien dat deze personen richting het metrostation Slinge renden.

De verdachte heeft verklaard dat hij één van de personen was die aanwezig was bij de beroving en poging tot afpersing, maar dat hij geen wapens heeft gezien en dat hij er alleen bij heeft gestaan. De verdachte heeft verder verklaard dat hij samen met een medeverdachte naar station Slinge is gerend, waar hij uiteindelijk werd aangehouden.

Uit camerabeelden blijkt dat de verdachten met zijn drieën op de aangevers afrennen. Daarnaast verklaren de aangevers dat er drie personen betrokken waren bij de geweldshandelingen. Op de vluchtroute van de verdachte en de medeverdachte waarmee hij wegrende is de telefoon van de aangever [slachtoffer 1] aangetroffen. Verder is bij die medeverdachte tijdens de fouillering een voorwerp aangetroffen dat leek op een vuurwapen, namelijk een balletjespistool. Dit voorwerp komt overeen met de verklaringen van de aangevers, die hebben aangegeven dat er tijdens de beroving een vuurwapen is gebruikt. Dat de verdachte niets met de beroving te maken zou hebben gehad, zoals hij ter zitting heeft verklaard, acht de rechtbank tegen deze achtergrond ongeloofwaardig.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachten gezamenlijk hebben gehandeld bij de ten laste gelegde feiten en dat de verdachte daaraan ook een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. De verklaringen van de aangevers, de bevindingen op de plaats delict, het aantreffen van de telefoon van aangever [slachtoffer 1] op de vluchtroute van verdachte en het balletjespistool bij de medeverdachte, ondersteunen de conclusie dat alle drie de personen, waaronder dus de verdachte, een actieve rol hebben gespeeld in de gepleegde feiten. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten.

Voorwaardelijk verzoek

Zoals hierboven is overwogen komt de rechtbank niet tot vrijspraak. De verdediging heeft voor dit geval verzocht om de aangevers als getuigen te horen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. Daartoe overweegt zij als volgt.

Vooropgesteld wordt dat het verzoek om de getuigen te horen op een zeer laat tijdstip is ingediend, te weten na afloop van de inhoudelijke behandeling op de terechtzitting. Het verzoek moet daarom worden beoordeeld aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. De rechtbank stelt verder vast dat de verdediging al bij e-mails van 4 juni 2025 en 19 juni 2025 door het kabinet van de rechter-commissaris in de gelegenheid is gesteld om eventuele onderzoekswensen kenbaar te maken. De toenmalige raadsvrouw van de verdachte heeft daarop bij e-mail van 2 juli 2025 te kennen gegeven geen onderzoekswensen te hebben. Weliswaar betreft dit niet de huidige raadsman van de verdachte, maar de huidige raadsman heeft de zaak al in september 2025 overgenomen. Tegen deze achtergrond mocht wel worden verwacht dat het verzoek deugdelijk wordt onderbouwd en kon dus niet worden volstaan met de thans gegeven zeer summiere onderbouwing bij het voorwaardelijke getuigenverzoek. Dit geldt temeer nu het hier een strafzaak tegen een minderjarige betreft, waarbij voortvarendheid van groot belang is.

Hoewel beide aangevers een belastende verklaring hebben afgelegd, is de bewezenverklaring niet in beslissende mate gebaseerd op deze verklaringen. De verklaringen worden immers op de belastende onderdelen voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals de camerabeelden, het bij de medeverdachte aangetroffen nepvuurwapen en de in de buurt van de verdachte aangetroffen gestolen telefoon. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat over het geheel sprake is van een eerlijk proces en is er geen noodzaak gebleken om de aangevers te horen. Het verzoek tot het horen van voornoemde getuigen wordt daarom afgewezen.

Conclusie

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/054182-25

onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Parketnummer 10/054182-25

1

hij, op of omstreeks 18 februari 2025 te Rotterdam,

op de openbare weg, te weten de Asterlo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een of meerdere goederen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)

- die [slachtoffer 2] van achteren heeft aangevallen en/of met een arm rond de borst en/of hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) heeft geprobeerd die [slachtoffer 2] naar de grond te brengen,

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en/of op de vriend van die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of op/tegen de nek van die [slachtoffer 2] heeft gezet en/of heeft gehouden,

- (daarbij) (dreigend) de woorden heeft toegevoegd dat [slachtoffer 2] zijn spullen moest afgeven en als [slachtoffer 2] dat niet zou doen hij/zij, verdachte(n), het wapen zou(den) gebruiken,

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer 2] en/of zijn vriend heeft getoond en/of heeft gericht (gehouden),

- achter die [slachtoffer 2] aan is gerend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij, op of omstreeks 18 februari 2025 te Rotterdam,

op de openbare weg, te weten de Asterlo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een telefoon en/of pet in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan

[slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 1] van achteren te benaderen en zijn, verdachtes, hand op het gezicht van die [slachtoffer 1] te plaatsen,

- uit de handen van die [slachtoffer 1] de telefoon te pakken/grijpen,

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de nek van die [slachtoffer 1] te zetten en te houden,

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen/in de zij van die [slachtoffer 1] te zetten, te drukken en te houden,

- ( daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen dat die [slachtoffer 1] zijn zakken leeg moest maken en de code van zijn telefoon moest afgeven,

- achter de vriend van die [slachtoffer 1] aan te rennen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

de eendaadse samenloop van

1. poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

2. diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het plegen van een straatroof. De verdachte is samen met twee andere personen de slachtoffers gevolgd en zij hebben onder bedreiging van een op een vuurwapen lijkend voorwerp de telefoon van één van de slachtoffers meegenomen en van het andere slachtoffer geprobeerd spullen te bemachtigen. Met zijn handelen heeft de verdachte de slachtoffers angst aangejaagd en geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen. Dergelijk intimiderend en gewelddadig gedrag verstrekt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

Uit de justitiële documentatie van 5 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportage Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 20 maart 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte is opgegroeid in een hecht gezin met erg betrokken ouders. Het gezin is vanuit Rotterdam speciaal naar Oosterhout verhuisd ter voorkoming van moeilijkheden voor de verdachte in Rotterdam. Desondanks is het incident gebeurd toen de verdachte een eerste keer zelfstandig naar Rotterdam mocht reizen.

De verdachte heeft zichzelf na het incident herpakt en is het afgelopen schooljaar gestart op de Bouwschool Rotterdam en dat gaat goed. De voorlopige hechtenis van de verdachte is in februari 2025 geschorst en er gelden nog steeds een aantal schorsende voorwaarden, waardoor de verdachte extern begrensd wordt. De jeugdreclassering is tevreden over hoe het met de verdachte gaat, hoe hij zich ontwikkelt en hoe hij zich heeft ingezet voor de begeleiding. Wel worden er nog wat zorgen gezien op het moment dat de schorsende voorwaarden vervallen en hoe hij dan met de nieuwe vrijheden om zal gaan. Ook wat betreft zijn vrijetijdsinvulling en sociale contacten zijn er nog wat losse eindjes. Er zijn volgens de jeugdreclassering nog wel een aantal begeleidingsdoelen. Het algemeen recidive risico komt uit op hoog, terwijl het dynamisch risico profiel uitkomt op heel laag. De Raad ziet geen meerwaarde in het uitvoeren van een gedragsinterventie, omdat er geen sprake lijkt te zijn van forse vaardigheidstekorten. Het uitvoeren van een werkstraf zal de verdachte doen beseffen dat dergelijk gedrag niet wordt geaccepteerd. Gezien de ernst van de feiten is een voorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats en een duidelijke stok achter de deur. Omdat het belangrijk is dat verdachte goed zijn best blijft doen op school en omdat een zinnige dagbesteding ook een recidiveverlagende factor is, is het advies om naast Jeugdreclasseringsbegeleiding, ook het inzetten voor passende dagbesteding als bijzondere voorwaarde op te leggen.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie, gelet op het feit dat de verdachte first offender is en gelet op het advies van de Raad waaruit volgt dat een jeugddetentie niet in het belang is van de ontwikkeling van de verdachte. In plaats daarvan wordt een taakstraf in de vorm van een werkstraf opgelegd en een voorwaardelijke jeugddetentie. Omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, legt zij een lagere straf op dan de officier van justitie heeft geëist. Aan de voorwaardelijke jeugddetentie verbindt de rechtbank bijzondere voorwaarden, overeenkomstig het advies van de Raad. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De officier van justitie heeft verzocht een contactverbod met de medeverdachten als bijzondere voorwaarde op te leggen. Hiertoe ziet de rechtbank geen aanleiding, omdat de verdachte al enige tijd heeft laten zien uit de problemen te kunnen blijven.

Alles afwegend acht de rechtbank een werkstraf van 60 uren met aftrek van voorarrest, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, en een jeugddetentie voor de duur van één maand, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden bijzondere voorwaarden, passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/293690-25 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10/054182-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 54 (vierenvijftig) uren te verrichten werkstraf resteren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 27 (zevenentwintig) dagen;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 1 (één maand);

bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugd/reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde Jeugdbescherming Brabant, afdeling Jeugdreclassering te Tilburg tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.M. Stolk, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. S. Riege en R.T.K. Davidse, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 april 2026.

De jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/054182-25

1

hij, op of omstreeks 18 februari 2025 te Rotterdam,

op de openbare weg, te weten de Asterlo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een of meerdere goederen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)

- die [slachtoffer 2] van achteren heeft aangevallen en/of met een arm rond de borst en/of hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) heeft geprobeerd die [slachtoffer 2] naar de grond te brengen,

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en/of op de vriend van die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of op/tegen de nek van die [slachtoffer 2] heeft gezet en/of heeft gehouden,

- ( daarbij) (dreigend) de woorden heeft toegevoegd dat [slachtoffer 2] zijn spullen moest afgeven en als [slachtoffer 2] dat niet zou doen hij/zij, verdachte(n), het wapen zou(den) gebruiken,

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer 2] en/of zijn vriend heeft getoond en/of heeft gericht (gehouden),

- achter die [slachtoffer 2] aan is gerend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij, op of omstreeks 18 februari 2025 te Rotterdam,

op de openbare weg, te weten de Asterlo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een telefoon en/of pet in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan

[slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 1] van achteren te benaderen en zijn, verdachtes, hand op het gezicht van die [slachtoffer 1] te plaatsen,

- uit de handen van die [slachtoffer 1] de telefoon te pakken/grijpen,

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de nek van die [slachtoffer 1] te zetten en te houden,

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen/in de zij van die [slachtoffer 1] te zetten, te drukken en te houden,

- ( daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen dat die [slachtoffer 1] zijn zakken leeg moest maken en de code van zijn telefoon moest afgeven,

- achter de vriend van die [slachtoffer 1] aan te rennen.

Parketnummer 10/293690-25

hij op 21 juli 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een fatbike

in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] ,

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- zich (dreigend) aan die [slachtoffer 3] op te dringen en/of

- die [slachtoffer 3] te omsingelen en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] te trappen en/of duwen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand