ECLI:NL:RBROT:2026:5535

ECLI:NL:RBROT:2026:5535

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 10/219571-25, 09/005633-25, 15/184000-25, 10/070942-25, 10/287261-25, 09/116066-25 en 10/282304-25 (gevoegd ttz) en TUL: 09/294129-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugd MK. De verdachte heeft zich op veertien en vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een reeks delicten; oplichting, meerdere gekwalificeerde diefstalen, een poging tot gekwalificeerde diefstal, belediging en openlijke geweldpleging. Verweer noodweer/noodweerexces/putatief noodweer verworpen. Oplegging van jeugddetentie voor de duur van 154 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/219571-25, 09/005633-25, 15/184000-25, 10/070942-25, 10/287261-25, 09/116066-25 en 10/282304-25 (gevoegd ttz)

Parketnummer TUL: 09/294129-24

Datum uitspraak: 9 april 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum 1] 2009,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,

raadsman mr. A. Dogan, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 26 maart 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De dagvaarding met parketnummer 15/184000-25 is overeenkomstig de vordering van de officier van justitie op de terechtzitting gewijzigd. De tekst van deze gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, J.B. Uiterwijk, heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Parketnummers 09/005633-25 (feit 1 en 2) 15/184000-25, 10/070942-25, 10/287261-25 en 10/219571-25

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 en 2 onder parketnummer 09/005633-25 ten laste gelegde, het onder parketnummer 15/18400-25 ten laste gelegde, het onder 1, 2 primair en 3 onder parketnummer 10/070942-25 ten laste gelegde, het onder parketnummer 10/287261-25 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/219571-25 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Parketnummer 09/005633-25

Feit 3 (pinnen met gestolen pinpas)

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde. De verdachte is niet diegene die heeft gepind met de weggenomen pinpas. De verdachte kan hier ook niet in het kader van medeplegen verantwoordelijk voor worden gehouden.

Beoordeling

Op 27 september 2024 is de aangeefster telefonisch geïnformeerd dat er iemand van de bank of politie naar haar woning zou komen. Vervolgens is de verdachte degene geweest die zich onder valse voorwendselen, te weten als medewerker van de bank of politie, toegang heeft verschaft tot de woning en de pinpas met de bijbehorende pincode heeft meegenomen. De verdachte heeft verklaard dat na de diefstal iemand anders met de pinpas heeft gepind en

€ 1.000,- heeft opgenomen. Dit volgt ook uit het proces-verbaal van de beschrijving van de camerabeelden van de geldopname. De verdachte heeft verklaard dat hij zelf op een later moment heeft geprobeerd te pinnen met de gestolen pas.

Hoewel de verdachte het geldbedrag niet zelf met de pinpas heeft gepind, is de rechtbank van oordeel dat er wel degelijk sprake is van medeplegen, aangezien de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met valse sleutel door de pinpas te verkrijgen en deze af te geven aan een ander die daar vrijwel direct mee is gaan pinnen. De bedoeling van het verkrijgen van de pinpas was onmiskenbaar om daarmee geld te pinnen. Er is dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de persoon die daadwerkelijk met de pinpas heeft gepind. Gelet op het voorgaande kan de verdachte dan ook als medepleger van de diefstal met valse sleutel worden aangemerkt.

Conclusie

Het onder 3 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 09/116066-25 (bedreiging beveiliger Mediamarkt)

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van de ten laste gelegde bedreiging. De verdachte ontkent de bedreiging te hebben geuit en op basis van het dossier is er onvoldoende bewijs.

Beoordeling

De aangever heeft verklaard dat hij op 14 april 2025 is bedreigd door de verdachte en de medeverdachte. Hij had hen tijdens een eerder incident de winkel uitgezet. Aangever heeft verklaard dat hij de verdachten onder andere heeft horen zeggen dat zij hem in brand zouden steken, waarbij ook werd gezegd “half tien ben je klaar toch”. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van de getuige [naam getuige 1] , zijn collega, die de verdachten soortgelijke bewoordingen heeft horen gebruiken. Tegenover deze verklaringen staan de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte, die erkennen dat zij eerder een conflict met de beveiliger hebben gehad, maar ontkennen hem te hebben bedreigd toen zij hem weer tegenkwamen.

De rechtbank acht op basis van de aangifte en de getuigenverklaring wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte is geweest die de bedreiging heeft geuit. Beide verklaringen komen op wezenlijke punten met elkaar overeen, in het bijzonder ten aanzien van de strekking van de bedreiging. De rechtbank ziet gezien het voorgaande geen aanleiding om aan de inhoud van deze verklaringen te twijfelen.

Conclusie

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 10/282304-25 (openlijk geweld Dirk van de Broek)

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van het ten laste gelegde. Hoewel de verdachte de aangever heeft geschopt, is er geen sprake van gezamenlijk gepleegd geweld, zoals vereist voor openlijke geweldpleging. De verdachte handelde op zichzelf. Er was geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking of groepsintentie.

Beoordeling

Op 14 oktober 2025 heeft de aangever [slachtoffer 1] aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij op een bankje zat bij de ingang van de Dirk van den Broek toen er twee jongens naast hem gingen zetten en één van deze jongens aan hem vroeg of hij hem mocht slaan. Verder heeft de aangever verklaard dat hij vervolgens op is gestaan en toen werd getrapt door diezelfde jongen. Daarna is hij door de andere jongen met een vuist in zijn gezicht geslagen.

Deze verklaring van de aangever vindt steun in de overige bewijsmiddelen, waaronder het proces-verbaal van de camerabeelden en de verklaring van de getuige [naam getuige 2] .

Uit de beschrijving van de camerabeelden en de getuigenverklaring volgt dat de verdachte en de medeverdachte zich gezamenlijk richting de aangever hebben begeven en de confrontatie met hem zijn aangegaan. Vervolgens heeft de verdachte de aangever tegen het been geschopt. Kort daarna is te zien dat de medeverdachte achter de aangever aangaat en hem eveneens schopt. Daarna is opnieuw interactie zichtbaar tussen de verdachte en de aangever, waarbij de aangever wederom wordt geschopt. Dat de verdachte kort daarna probeert weg te rennen, vrijwel gelijktijdig met het moment waarop de medeverdachte de aangever een harde vuistslag geeft, maakt niet dat er geen sprake (meer) is van gezamenlijk handelen. De verdachte heeft dan immers al geweld tegen de aangever gebruikt en bevond zich steeds samen met de medeverdachte die eveneens geweld gebruikte tegen de aangever bij het incident.

De rechtbank stelt dan ook vast dat de verdachte een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld en dat sprake was van gezamenlijk optreden tegen de aangever. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is geweest van openlijke geweldpleging tegen de aangever.

Conclusie

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 onder parketnummer 09/005633-25, het onder parknummer 09/116066-25 en het onder parketnummer 10/282304-25 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 onder parketnummer 09/005633-25, het onder parketnummer 15/18400-25, het onder 1, 2 primair en 3 onder parketnummer 10/070942-25, het onder parketnummer 10/287261-25 en het onder parketnummer 10/219571-25 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 09/005633-25

1

hij, op of omstreeks 27 september 2024 te Wassenaar, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten:

- de afgifte van een of meerdere bankpassen en/of

- het ter beschikking stellen van een of meerdere pincodes gekoppeld aan voornoemde bankpassen, door:

- telefonisch contact op te nemen met die [slachtoffer 2] ,

- zich voor te doen als medewerker van een bank en/of de politie, althans als een ander,

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat er een geldbedrag van haar rekening is gehaald en dat er iemand langs zou komen om dit te onderzoeken,

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij haar pincode op een briefje moest schrijven,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 2] te begeven en/of zich aldaar voor te doen als medewerker van de bank en/of politie en/of

- (vervolgens) de bankpassen en/of pincodes van die [slachtoffer 2] mee te nemen;

2

hij, op of omstreeks 27 september 2024 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ketting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen ketting onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door zich onder valse voorwendselen - te weten door zich voor te doen als zogenaamde medewerker van een bank en/of de politie - in de woning van die [slachtoffer 2] te begeven en/of bevinden en/of (vervolgens) die ketting vanuit de woning van die [slachtoffer 2] mee te nemen;

3

hij, op of omstreeks 27 september 2024 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, € 1.000,-, althans een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een pinpas en de bijbehorende pincode in eigendom van die [slachtoffer 2] .

Parketnummer 15/184000-25

hij op of omstreeks 30 september 2024 te Heemskerk, en/of te Beverwijk, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met bij uit oplichting verkregen en/of weggenomen bankpas(sen), heeft/hebben getracht bij één of meer betaal- en/of geldautoma(a)t(en) één of meer geldbedrag(en) terwijl (telkens) de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10/070942-25

1

hij op of omstreeks 30 september 2024 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meerdere blikjes en/of flesjes frisdrank en/of drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf X] ., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2 primair

hij op of omstreeks 20 november 2024 te Rotterdam,

openlijk, te weten, aan de Spoorsingel en/of de Stationssingel en/of de Provenierstunnel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen

een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , door

- met zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s), hand richting die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] te wenken en/of vervolgens richting een muur te wijzen en/of daarbij (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ga tegen de muur staan!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of waarna die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] tegen een muur aan gingen staan en/of met hun gezicht naar/richting de muur moesten staan en/of daarbij hun handen omhoog moesten doen en/of daarbij dreigend de woorden toe te voegen: "Doe jullie handen omhoog!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- (vervolgens) die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] meermalen, in elk geval eenmaal, op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan,

- die [slachtoffer 5] van achteren bij de kraag van zijn jas beet te pakken en/of (met kracht) tegen de muur te duwen met zijn gezicht tegen/richting de muur,

- die [slachtoffer 5] in/op/tegen zijn rug te duwen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] op de grond is gevallen,

- vervolgens die [slachtoffer 5] bij de kraag van zijn jas op te pakken en/of tegen de muur te duwen met zijn gezicht tegen/richting de muur,

- die [slachtoffer 4] , wanneer hij wilde weglopen, te sommeren om weer terug tegen de muur te gaan staan, en/of

- dit voorval geheel of gedeeltelijk met een mobiele telefoon te filmen;

3

hij op of omstreeks 26 september 2024 te Rotterdam,

opzettelijk

[slachtoffer 6] ,

in haar tegenwoordigheid,

door feitelijkheden,

heeft beledigd,

door

- richting die [slachtoffer 6] een spugende beweging te maken, en/of

- die [slachtoffer 6] in/tegen het gezicht, althans het hoofd, en/of op/tegen de hals te spugen.

Parketnummer 10/287261-25

hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Rotterdam,

opzettelijk

[slachtoffer 7] ,

in zijn tegenwoordigheid,

door feitelijkheden,

heeft beledigd,

door die [slachtoffer 7] meermalen, althans eenmaal, in /op het gezicht en/of het lichaam te spugen.

Parketnummer 09/116066-25

hij op of omstreeks 14 april 2025 te 's-Gravenhage,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 8] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 8] dreigend de woorden toe te voegen "Weet jij hoe benzine ruikt wollah ik steek je vanavond in brand, half 10 ben je klaar toch, dan ga je zien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Parketnummer 10/219571-25

hij op of omstreeks 21 juli 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

in een woning, gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

- naar voornoemde woning is/zijn gegaan met een koevoet en/of handschoenen,

- het raam van voornoemde woning kapot gemaakt en/of (in)geslagen heeft/hebben en/of

- (vervolgens) voornoemde woning binnen is/zijn gegaan en/of zoekend heeft/hebben rondgekeken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10/282304-25

hij op 14 oktober 2025 te Rotterdam

in de Dirk van den Broek, gevestigd aan de [adres 3] , althans op of aan de [adres 3] , in elk geval openlijk

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen

een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door

- meermalen tegen het been en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en

- een of meer vuistlagen in het gezicht van die [slachtoffer 1] te geven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 09/005633-25

1. medeplegen van oplichting;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Parketnummer 15/184000-25

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Parketnummer 10/070942-25

Parketnummer 10/287261-25

eenvoudige belediging.

Parketnummer 09/116066-25

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling

Parketnummer 10/219571-25

poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van deze feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

Parketnummer 10/282304-25

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid ten aanzien van parketnummer 10/282304-25

Standpunt verdediging

De verdachte komt een geslaagd beroep op noodweer toe en moet daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Er was sprake van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. De verdachte werd geconfronteerd met een dreigende situatie omdat de aangever op hem af kwam lopen. De verdachte heeft de aangever vervolgens een trap gegeven om afstand tussen hem en de aangever te creëren. Gelet op de noodweersituatie was dat gerechtvaardigd, aldus de raadsman.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat een beroep op noodweer kan slagen indien aannemelijk is geworden dat het handelen van de verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van verdachtes (of eens anders) lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo’n aanranding.

De rechtbank stelt op basis van de verklaring van de aangever, de beschrijving van de camerabeelden en de verklaring van de getuige [naam getuige 2] vast dat de verdachte zelf degene is geweest die de confrontatie met de aangever heeft opgezocht en dat er geen sprake is van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. Dat sprake was van een noodweersituatie is dan ook niet aannemelijk geworden. Daarom slaagt het beroep op noodweer niet.

Conclusie

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Parketnummer 10/282304-25

Standpunt verdediging

Subsidiair heeft de verdediging een beroep gedaan op noodweerexces en putatief noodweer. Voor zover verdachte te ver is gegaan in de noodzakelijke verdediging, kan hem dit niet worden verweten. Er was bij de verdachte sprake van een hevige gemoedsbeweging. Anders was sprake van een verontschuldigbare dwaling aan de kant van de verdachte waarbij hij redelijkerwijs mocht menen dat hij zich moest verdedigen.

Beoordeling

Nu geen sprake was van een noodweersituatie, slaagt een beroep op noodweerexces evenmin. Van putatief noodweer is sprake wanneer men verschoonbaar dwaalt over het bestaan van een noodweersituatie. Op grond van de door de rechtbank vastgestelde gang van zaken heeft bij de verdachte echter niet in redelijkheid de veronderstelling kunnen bestaan dat hij zich op de wijze zoals hij dat gedaan heeft moest verdedigen tegen een aanval. Hiervoor zijn geen aanknopingspunten te vinden in het betoog van de verdediging of in het dossier. De rechtbank verwerpt dan ook het beroep op putatief noodweer.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op veertien en vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een reeks delicten.

De verdachte heeft zich op 27 september 2024 schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting en het medeplegen van twee diefstallen met een valse sleutel. Door middel van een babbeltruc bij een slachtoffer op leeftijd, heeft de verdachte samen met anderen een pinpas met bijbehorende pincode, een ketting en een geldbedrag bemachtigd. Verdachte is degene geweest die naar de woning van het slachtoffer toe is gegaan en de pinpas en de ketting heeft meegenomen. Ook op 30 september 2024 heeft de verdachte geprobeerd met verschillende pinpassen van een ander slachtoffer van een babbeltruc geld op te nemen. Met zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens, van wie zij vaak afhankelijk zijn, in ernstige mate geschaad. Dat juist oudere mensen tot slachtoffer zijn gemaakt, vindt de rechtbank extra kwalijk, omdat deze mensen doorgaans kwetsbaarder en afhankelijker zijn van anderen. De verdachte heeft met zijn handelen enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.

Op 30 september 2024 heeft de verdachte zich ook nog schuldig gemaakt aan een diefstal in vereniging door middel van verbreking. De verdachte heeft samen met wat vrienden een koelkast opengebroken en meerdere flesjes frisdrank meegenomen. Daarnaast heeft hij zich op 21 juli 2025 schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak. Dit zijn vervelende en overlast gevende feiten. Diefstal en inbraak leiden tot veel schade voor de benadeelden en tot overlast voor de maatschappij.

Tevens heeft de verdachte zich op 26 september 2024 en 13 oktober 2024 schuldig gemaakt aan eenvoudige belediging. De verdachte heeft een medewerker van een bioscoop en een buschauffeur, terwijl zij aan het werk waren, in hun gezicht gespuugd. Hiermee heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers.

Daarnaast heeft de verdachte zich op 20 november 2024 schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen twee jongentjes van twaalf jaar oud die nietsvermoedend samen over straat liepen. Het geweld bestond uit het beetpakken en slaan van de slachtoffers en hen tegen de muur duwen. De verdachte heeft met zijn gewelddadig handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de jonge slachtoffers. Feiten als de onderhavige dragen bovendien bij aan in de maatschappij heersende gevoelens van angst en onveiligheid, in het bijzonder bij hen die daarvan slachtoffer zijn. Dit volgt ook uit hun aangiftes. Slachtoffers van dergelijke feiten ervaren daarvan vaak, naast fysiek ongemak en schade, langdurig de nadelige psychische gevolgen.

Ook heeft de verdachte zich op 14 april 2025 schuldig gemaakt aan bedreiging van een beveiliger van de Mediamarkt. Hiermee heeft hij het slachtoffer angst aangejaagd.

Tot slot heeft de verdachte zich op 14 oktober 2025 schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Zonder duidelijke aanleiding heeft hij het slachtoffer in de Dirk van de Broek geschopt en geslagen en bleek bij een controle van het slachtoffer bij de huisarts dat zijn neus was gebroken. De rechtbank merkt hierbij op, weliswaar de ernst van het feit in het oog houdende, dat de verdachte niet degene is geweest die het slachtoffer met een vuist in zijn gezicht heeft geslagen. De ervaring leert dat de slachtoffers van openlijke geweldpleging nog lange tijd de nadelige gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Dat dat ook hier het geval is, blijkt uit de schriftelijke verklaring die door het slachtoffer is ingebracht ter onderbouwing van de door hem ingediende vordering tot schadevergoeding.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

Uit de justitiële documentatie van 5 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De verdachte is op 2 december 2024 namelijk veroordeeld voor diefstal met geweld en hij liep voor dit feit ook nog in een proeftijd van een voorwaardelijk strafdeel.

Rapportages

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 februari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De voornaamste risicofactoren die de kans op herhaling van delictgedrag kunnen vergroten, liggen binnen de domeinen geestelijke gezondheid en vaardigheden. Zijn sociaal-emotionele kwetsbaarheid en impulsbeheersing maken het noodzakelijk dat de verdachte intensieve begeleiding ontvangt om negatieve invloeden vanuit zijn omgeving tegen te gaan. De zorgen om de verdachte zijn groot. Hij vertoont veel externaliserend gedrag waaronder delicten en overlast op straat. Er zijn ook aanzienlijke zorgen over zijn psychische welbevinden. Het algemeen recidive risico scoort hoog en het totaal dynamisch risico profiel is laag. Sinds de laatste aanhouding van de verdachte van november 2025 is er een ommezwaai zichtbaar. De verdachte heeft aangegeven te willen veranderen en heeft afstand genomen van zijn zorgelijke vriendenkring. Hij heeft momenteel een gestructureerde dagbesteding en volgt school. Het is van belang dat de verdachte onder toezicht en begeleiding blijft, zodat deze positieve veranderingen kunnen worden voortgezet. Het toezicht moet gericht zijn op de oorzaken en onderliggende problematiek. Een gedragsinterventie is overwogen, maar momenteel niet passend omdat de verdachte behandeling zal ontvangen bij de Waag. De Raad adviseert om de verdachte een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen, met bijzondere voorwaarden gericht op zijn rehabilitatie en ondersteuning. Dit sluit ook aan bij het inhoudelijk advies van het NIFP. De verdachte heeft behoefte aan een gestructureerd dagprogramma met duidelijke afspraken. Dit kan worden gerealiseerd door middel van intensieve begeleiding vanuit de jeugdreclassering. Een onvoorwaardelijke werkstraf zou niet de nodige ruimte bieden voor begeleiding en behandeling die de verdachte nodig heeft om zijn gedrag te verbeteren. Door de huidige positieve ontwikkelingen voort te zetten, is de kans het grootst om herhaling van delictgedrag te voorkomen.

Psycholoog [persoon B] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt in de zaken met parketnummers 10/219571-25 en 10/282304-25, gedateerd 3 december 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Bij de verdachte is een ongespecificeerde trauma- of stressorgerelateerde stoornis vastgesteld. Op functieniveau worden vooral forensisch relevante functieproblemen gezien in een beperkte impulscontrole en hyperactiviteit. Deze functies zijn vanuit de traumagerelateerde stoornis verstoord. Gelet op het langer bestaande patroon (aanvang oktober 2023) van deze gedragingen en symptomen kan worden gesteld dat deze ook aanwezig waren ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van het onder parketnummer 10/219571-21 ten laste gelegde (poging woninginbraak) worden weinig aanknopingspunten gezien voor een verband tussen de stoornissen of de daarmee samenhangende functieproblemen en het ten laste gelegde. In de aanloop naar het ten laste gelegde worden meerdere keuzes- en overwegingsmomenten onderscheiden, waardoor slechts gesteld kan worden dat verdachte mogelijkerwijs niet goed heeft nagedacht over zijn handelen. Tegelijkertijd lijkt hij wel bewust te zijn geweest van zijn handelen. Derhalve adviseert de psycholoog dit feit volledig aan de verdachte toe te rekenen. Voor het onder 10/282304-25 ten laste gelegde (openlijk geweld in Dirk van de Broek) is dit anders. Hoewel de verdachte een andere lezing heeft dan het ten laste gelegde, kan meer in algemene zin worden gesteld dat bij dit feit de beschreven impulsiviteit en hyperactiviteit het handelen van de verdachte in deze confrontatie meer hebben gestuurd en hij minder keuzevrij was. Omdat de verdachte wel melding heeft gemaakt van overwegingen die bij hem speelde ten tijde van het delict, adviseert de psycholoog om dit feit in licht verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

Het risico op herhaling van strafbare gedragingen is voornamelijk gelegen in de beschreven problemen in de functies van de impulscontrole en de hyperactiviteit. Deze combinatie zorgt voor ontremming en leidt gemakkelijk tot conflicten en aanvaringen en daarmee ook tot delictgedrag. Zonder ingrijpen wordt het risico op recidive als matig tot hoog gezien, omdat de verdachte bij een bewezenverklaring van onderhavige feiten is gerecidiveerd binnen een lopende proeftijd met toezicht en begeleiding. Door behandeling kan het risico op recidive worden ingeperkt. Daarnaast heeft de verdachte stringente begeleiding en coaching nodig in het dagelijks leven. Behandeling van de traumagerelateerde stoornis is noodzakelijk. Naast deze individuele behandeling dient de verdachte binnen een strak kader te worden begeleid waarbij voor hem en alle betrokken partijen de afspraken duidelijk zijn, teneinde hem een gestructureerd dagprogramma te bieden en tot leren en ontwikkelen te komen. Het is bij de psycholoog bekend dat door de jeugdreclasseringsmedewerker een steunsysteem rond de verdachte is opgezet en vanuit het onderhavige onderzoek kan dit initiatief worden ondersteund.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De conclusies van de psycholoog worden gedragen door zijn bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van een psychische stoornis die ook aanwezig was ten tijde van het onder parketnummer 10/282304-25 ten laste gelegde feit acht de rechtbank de verdachte voor dit feit licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Gezien de ernst en veelheid van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 94 dagen. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis is niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte, en daarmee ook niet in dat van de samenleving. De rechtbank beperkt de duur van het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie daarom tot 94 dagen. Aan het voorwaardelijke deel van de jeugddetentie verbindt de rechtbank bijzondere voorwaarden, overeenkomstig het advies van de Raad. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De officier van justitie heeft verzocht een contactverbod met een medeverdachte van de verdachte, Wassim Dahghmoumi, op te leggen als bijzondere voorwaarde. De verdachte heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij hier geen bezwaar tegen heeft en dat dit contactverbod hem ook kan helpen. Om die reden zal ook een contactverbod met voornoemd persoon als bijzondere voorwaarde worden opgelegd.

Gelet op de ernst en hoeveelheid van de strafbare feiten legt de rechtbank naast een deels voorwaardelijke jeugddetentie ook een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, op aan de verdachte. Deze werkstraf is erop gericht om de verdachte de gevolgen van zijn daden onder ogen te laten zien.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van meer personen. Gelet op de ernst van de feiten en de inhoud van de rapportages van de psycholoog en van de Raad, waaruit naar voren komt dat er sprake is van een hoog recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Alles afwegend acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 154 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden bijzondere voorwaarden, welk dadelijk uitvoerbaar zijn, en een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [slachtoffer 7] , ter zake van het onder parketnummer 10/287261-25 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 335,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [slachtoffer 1] , ter zake van het onder parketnummer 10/282304-25 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 20,95 aan materiële schade en een bedrag van 1.450,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht beide vorderingen toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hij heeft verzocht de vordering van [slachtoffer 1] hoofdelijk toe te wijzen.

Standpunt verdediging

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 7] heeft de verdediging geen opmerkingen gemaakt. De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.

Beoordeling

Vordering [slachtoffer 7]

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit onder parketnummer 10/287261-25. De verdachte heeft gespuugd in het gezicht en richting het lichaam van de benadeelde partij. Naast aantasting in zijn persoonlijke hygiëne is de benadeelde partij daardoor in zijn eer of goede naam aangetast, zoals bedoel in artikel 6:106 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW). De vordering, die niet is weersproken, leent zich voor toewijzing tot het gevorderde bedrag van € 335,-.

De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Vordering [slachtoffer 1]

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding voor de neusspoeling van € 20,95 is voldoende onderbouwd en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechts immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen. Het gevorderde bedrag is voor het overige niet door de verdachte weersproken en zal in zijn geheel, voor een bedrag van € 1.450,-, worden toegewezen.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 oktober 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 7] een schadevergoeding betalen van

€ 335,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 1] een schadevergoeding betalen van € 1.470,95, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9. Vordering tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 2 december 2024 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, veroordeeld tot taakstaf bestaande uit een werkstraf van 50 uren, waarvan een gedeelte groot 25 uren met aftrek voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 17 december 2024.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht, conform het advies van de Raad, de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

Beoordeling

Een deel van de hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, meermaals niet nageleefd. De rechtbank ziet, ondanks het advies van de Raad, geen reden om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen. De verdachte was een gewaarschuwd mens en heeft na het starten van zijn proeftijd nog drie strafbare feiten gepleegd. Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 266, 285, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 15/18400-25, de onder 1, 2 primair en 3 onder parketnummer 10/070942-25, de onder parketnummer 10/287261-25,de onder parketnummer 10/219571-25, de onder 1, 2 en 3 onder parketnummer 09/005633-25, de onder parketnummer 10/282304-25 en de onder parketnummer 09/1160066-25 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 154 dagen (honderdvierenvijftig dagen);

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig dagen), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering Rotterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], te betalen een bedrag van € 335,- (zegge: driehonderdvijfendertig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 7] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 7] te betalen € 335,- (hoofdsom, zegge: driehonderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 1.470,95 (zegge: duizend vierhonderdzeventig euro en vijfennegentig cent), bestaande uit € 20,95 aan materiële schade en € 1.450,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1.470,95 (hoofdsom, zegge: duizend vierhonderdzeventig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 23 uren (na aftrek), subsidiair 11 dagen vervangende jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van 2 december 2024 in de zaak met parketnummer 09/294129-24.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. W.M. Stolk en R.T.K. Davidse, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 april 2026.

De jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging en tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Parketnummer 09/005633-25

1

hij, op of omstreeks 27 september 2024 te Wassenaar, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten:

- de afgifte van een of meerdere bankpassen en/of

- het ter beschikking stellen van een of meerdere pincodes gekoppeld aan voornoemde bankpassen, door:

- telefonisch contact op te nemen met die [slachtoffer 2] ,

- zich voor te doen als medewerker van een bank en/of de politie, althans als een ander,

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat er een geldbedrag van haar rekening is gehaald en dat er iemand langs zou komen om dit te onderzoeken,

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij haar pincode op een briefje moest schrijven,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 2] te begeven en/of zich aldaar voor te doen als medewerker van de bank en/of politie en/of

- ( vervolgens) de bankpassen en/of pincodes van die [slachtoffer 2] mee te nemen;

2

hij, op of omstreeks 27 september 2024 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ketting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen ketting onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door zich onder valse voorwendselen - te weten door zich voor te doen als zogenaamde medewerker van een bank en/of de politie - in de woning van die [slachtoffer 2] te begeven en/of bevinden en/of (vervolgens) die ketting vanuit de woning van die [slachtoffer 2] mee te nemen;

3

hij, op of omstreeks 27 september 2024 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, € 1.000,-, althans een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een pinpas en de bijbehorende pincode in eigendom van die [slachtoffer 2] .

Parketnummer 15/184000-25

hij op of omstreeks 30 september 2024 te Heemskerk, en/of te Beverwijk, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met bij uit oplichting verkregen en/of weggenomen bankpas(sen), heeft/hebben getracht bij één of meer betaal- en/of geldautoma(a)t(en) één of meer geldbedrag(en) terwijl (telkens) de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10/070942-25

1

hij op of omstreeks 30 september 2024 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meerdere blikjes en/of flesjes frisdrank en/of drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf X] ., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2

hij op of omstreeks 20 november 2024 te Rotterdam,

openlijk, te weten, aan de Spoorsingel en/of de Stationssingel en/of de Provenierstunnel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen

een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , door

- met zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s), hand richting die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] te wenken en/of vervolgens richting een muur te wijzen en/of daarbij (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ga tegen de muur staan!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of waarna die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] tegen een muur aan gingen staan en/of met hun gezicht naar/richting de muur moesten staan en/of daarbij hun handen omhoog moesten doen en/of daarbij dreigend de woorden toe te voegen: "Doe jullie handen omhoog!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] meermalen, in elk geval eenmaal, op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan,

- die [slachtoffer 5] van achteren bij de kraag van zijn jas beet te pakken en/of (met kracht) tegen de muur te duwen met zijn gezicht tegen/richting de muur,

- die [slachtoffer 5] in/op/tegen zijn rug te duwen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] op de grond is gevallen,

- vervolgens die [slachtoffer 5] bij de kraag van zijn jas op te pakken en/of tegen de muur te duwen met zijn gezicht tegen/richting de muur,

- die [slachtoffer 4] , wanneer hij wilde weglopen, te sommeren om weer terug tegen de muur te gaan staan, en/of

- dit voorval geheel of gedeeltelijk met een mobiele telefoon te filmen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 november 2024 te Rotterdam,

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft mishandeld door

- met zijn, verdachtes, hand richting die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] te wenken en/of vervolgens richting een muur te wijzen en/of daarbij (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ga tegen de muur staan!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of waarna die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] tegen een muur aan gingen staan en/of met hun gezicht naar/richting de muur moesten staan en/of daarbij hun handen omhoog moesten doen en/of daarbij (dreigend) de woorden toe te voegen: "Doe jullie handen omhoog!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] meermalen, in elk geval eenmaal, op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan,

- die [slachtoffer 5] van achteren bij de kraag van zijn jas beet te pakken en/of (met kracht) tegen de muur te duwen met zijn gezicht tegen/richting de muur,

- die [slachtoffer 5] in/op/tegen zijn rug te duwen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] op de grond is gevallen,

- vervolgens die [slachtoffer 5] bij de kraag van zijn jas op te pakken en/of tegen de muur te duwen met zijn gezicht tegen/richting de muur,

- die [slachtoffer 4] , wanneer hij wilde weglopen, te sommeren om weer terug tegen de muur te gaan staan, en/of

- dit voorval geheel of gedeeltelijk met een mobiele telefoon te filmen;

3

hij op of omstreeks 26 september 2024 te Rotterdam,

opzettelijk

[slachtoffer 6] ,

in haar tegenwoordigheid,

door feitelijkheden,

heeft beledigd,

door

- richting die [slachtoffer 6] een spugende beweging te maken, en/of

- die [slachtoffer 6] in/tegen het gezicht, althans het hoofd, en/of op/tegen de hals te spugen.

Parketnummer 10/287261-25

hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Rotterdam,

opzettelijk

[slachtoffer 7] ,

in zijn tegenwoordigheid,

door feitelijkheden,

heeft beledigd,

door die [slachtoffer 7] meermalen, althans eenmaal, in /op het gezicht en/of het lichaam te spugen.

Parketnummer 09/116066-25

hij op of omstreeks 14 april 2025 te 's-Gravenhage,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 8] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 8] dreigend de woorden toe te voegen "Weet jij hoe benzine ruikt,

wollah ik steek je vanavond in brand, half 10 ben je klaar toch, dan ga je zien",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Parketnummer 10/219571-25

hij op of omstreeks 21 juli 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

in een woning, gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

- naar voornoemde woning is/zijn gegaan met een koevoet en/of handschoenen,

- het raam van voornoemde woning kapot gemaakt en/of (in)geslagen heeft/hebben en/of

- ( vervolgens) voornoemde woning binnen is/zijn gegaan en/of zoekend heeft/hebben rondgekeken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10/282304-25

hij op 14 oktober 2025 te Rotterdam

in de Dirk van den Broek, gevestigd aan de [adres 3] , althans op of aan de [adres 3] , in elk geval openlijk

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen

een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door

- meermalen tegen het been en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en

- een of meer vuistlagen in het gezicht van die [slachtoffer 1] te geven.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand