ECLI:NL:RBROT:2026:5537

ECLI:NL:RBROT:2026:5537

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 10-064451-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling omdat zij het slachtoffer op 3 maart 2023 in Schiedam meermaals heeft gestoken met een mes. Ze wordt veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur en de vordering benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-064451-23

Datum uitspraak: 24 maart 2026

Datum zitting: 10 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. H. Yilmaz

Officier van justitie: mr. R.J.E. Planken

Benadeelde partij: [slachtoffer]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. R.L.I. Janssen

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling omdat zij het slachtoffer op 3 maart 2023 in Schiedam meermaals heeft gestoken met een mes. Ze wordt veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur en de vordering benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er primair van dat zij – samengevat – op 3 maart 2023 in Schiedam heeft geprobeerd [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem meermaals te steken met een mes. Subsidiair wordt zij ervan beschuldigd dat zij op die dag [slachtoffer] heeft bedreigd en/of mishandeld met een mes.

De volledige tenlastelegging houdt in dat

primair

zij op of omstreeks 3 maart 2023 te Schiedam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen heeft gemaakt naar zijn bovenlichaam en/of naar/in zijn arm en/of naar/in zijn been, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

zij op of omstreeks 3 maart 2023 te Schiedam, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen naar het bovenlichaam en/of naar/in de arm en/of naar/in het been van die [slachtoffer] te maken en/of zij op of omstreeks 3 maart 2023 te Schiedam [slachtoffer] heeft mishandeld door een of meerdere keren met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in zijn arm en/of zijn been te steken en/of te snijden.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag en wordt veroordeeld voor de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de primair tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak poging tot doodslag

De beschuldiging van poging tot doodslag is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte zich op 3 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door [slachtoffer] meermaals te steken in zijn arm en bovenbenen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Op 3 maart 2023 had ik afgesproken met mijn ex-partner bij het metrostation in Schiedam. Ik heb een mes meegenomen. Ik heb het mes uit mijn broekzak gepakt. Ik heb zijn arm geraakt.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte

Op het moment dat hij op mij af kwam lopen ging ik naar voren met mijn arm waardoor ik zijn arm raakte. Ik trok opnieuw het mes en heb zijn been geraakt.

3. Proces-verbaal van de politie, aangifte

Ik liep naar haar toe. Toen trok zij ineens een mes en begon ze te zwaaien met het mes in haar handen. Zij raakte mij toen in mijn linkerarm. [voornaam verdachte] rende achter mij aan en toen stak zij mij aan de zijkant van mijn rechterbeen. Ik heb ook een wond op mijn linkerbeen.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige]Ik zag dat een meisje iets in haar hand had. Het leek op een mes. Ik zag dat het meisje steekbewegingen maakte richting die jongen. Ik zag dat het meisje die jongen stak.

5. FARR letselverklaring [slachtoffer] 31 mei 2023

Informatie ontvangen van spoedeisende hulparts van Sint Franciscus Gasthuis over bezoek op spoedeisende hulp op 3 maart 2023 en polikliniek chirurgie op 13 maart 2023. Er werd geconstateerd:

Op de linker bovenarm, net boven de elleboog, een verwonding van +/- 2cm in lengte en +/- 4cm diepte tot in het onderhuidse bindweefsel in de richting van de elleboogsplooi, met wijkende wondranden.

Op het linker bovenbeen, net onder de heupkop, een verwonding van +/- 1cm in lengte met iets wijkende wondranden.

Op het rechter bovenbeen, net boven de knie aan de rechter zijde, een verwonding van +/- 4cm in lengte en qua diepte tot in het onderhuidse bindweefsel, met wijkende wondranden.

Bewijsmotivering

De rechtbank acht op grond van de voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte [slachtoffer] meermaals heeft gestoken met het mes. De verklaring van de aangever wordt op dit punt ondersteund door de verklaring van de getuige [naam getuige] en het geconstateerde letsel. De verklaring van de verdachte dat zij het mes slechts voor zich heeft gehouden ter bescherming en dat zij [slachtoffer] per ongeluk in zijn arm heeft geraakt doordat hij haar alsnog aanviel, acht de rechtbank gelet op de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden.

Het handelen van de verdachte kan volgens de rechtbank worden aangemerkt als een poging tot zware mishandeling. Uit de FARR-verklaring blijkt dat er letsel is aan de linker bovenarm en beide bovenbenen. De kans dat bij het steken op deze plekken zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan is naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk geweest. Het is een feit van algemene bekendheid dat het steken in de arm en de bovenbenen met een mes kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel. Op die plekken kunnen immers pezen en spieren geraakt worden met als gevolg blijvend functieverlies. De verdachte heeft door haar handelen deze kans op zwaar lichamelijk letsel aanvaard. De verdachte heeft dus voorwaardelijk opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Anders dan de verdediging heeft bepleit, acht de rechtbank de tenlastegelegde poging tot zware mishandeling dan ook bewezen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

primair

zij op 3 maart 2023 te Schiedam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in zijn arm en in zijn been, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Poging tot zware mishandeling.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Beroep op rechtvaardigingsgrond

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat haar een beroep op noodweer(exces) toekomt. De verdachte had het mes meegenomen uit bescherming tegen [slachtoffer] . Hij viel haar aan en zij heeft hem vervolgens als bescherming geraakt. Deze situatie leverde een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding op en zij mocht zich hiertegen beschermen op de wijze zoals zij dit heeft gedaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt dat geen sprake is van noodweer dan wel noodweerexces en dat de verdachte en het feit strafbaar zijn.

Oordeel van de rechtbank

Voor een geslaagd beroep op noodweer(exces) moet vast komen te staan dat er sprake is geweest van een noodweersituatie: een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de verdachte. Hiervan is ook sprake indien er een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo’n aanranding bestaat.

De rechtbank is op grond van het dossier en wat is besproken op de zitting van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte zich tegen enige aanval van [slachtoffer] heeft hoeven te verdedigen. Van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de verdachte is daarom geen sprake en aan de verdachte komt dus geen beroep toe op noodweer(exces).

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de periode dat de verdachte in voorarrest heeft gezeten.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt primair om toepassing van artikel 9a Wetboek van Sr en subsidiair om oplegging van een straf die gelijk is aan het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Ze heeft het slachtoffer lichamelijk letsel toegebracht door hem driemaal met een mes te steken in zijn linker bovenarm en beide bovenbenen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 30 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport

In het rapport van de Reclassering Nederland (hierna: reclassering) van 16 januari 2024 staat kort samengevat dat de verdachte een goed maatschappelijk bestaan heeft waarin, op deze zaak na, geen problemen worden ervaren. Het risico op recidive wordt daarom ingeschat als laag. In een voortgangsverslag van 9 december 2025 rapporteert de reclassering dat de verdachte de bijzondere voorwaarden die zijn opgelegd bij de schorsing van de voorlopige hechtenis op 7 maart 2023 goed nakomt.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 4 maart 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van meer dan drie jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.

Oplegging straf

Straf

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf in beginsel passend. De rechtbank vindt in deze zaak echter, gelet op de tijd die inmiddels is verstreken waarin de verdachte niet opnieuw meer in aanraking is gekomen met justitie en gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn, een taakstraf passend. Daarbij betrekt de rechtbank dat de zich goed houdt aan de in het kader van het geschorste bevel voorlopige hechtenis opgelegde bijzondere voorwaarden. Alles overwegende wordt aan de verdachte een taakstraf van 200 uur opgelegd.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [slachtoffer]

heeft als benadeelde partij als vergoeding voor materiële schade € 938,60 gevorderd, bestaande uit eigen risico zorgverzekering 2023 (€ 385,-), beschadigde kleding (€ 220,-), niet-vergoede (medische) kosten (€ 48,60), kosten reiniging auto (€ 190,-) en kosten ter vaststelling van de medische schade (€ 95,-). Ook heeft hij € 4.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd. De vorderingen (in totaal € 5.438,60) dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij komt voor toewijzing in aanmerking, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit dan wel moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Subsidiair moet de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade en de beschadigde kleding niet-ontvankelijk worden verklaard omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vorderingen voor eigen risico zorgverzekering 2023 (€ 385,-), niet-vergoede (medische) kosten (€ 48,60), kosten reiniging auto (€ 190,-) en kosten ter vaststelling van de medische schade (€ 95,-). worden toegewezen, omdat deze voldoende zijn onderbouwd en de verdediging de vordering niet heeft weersproken. De vordering voor de beschadigde kleding wordt ook toegewezen, in die zin dat de rechtbank de schade schat op een bedrag van € 150,-. Dit betekent dat aan de benadeelde partij een bedrag van € 868,60 voor materiële schade wordt toegewezen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen aan zijn arm en beide bovenbenen.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit). Daarbij is ook gekeken naar de Rotterdamse Schaal. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 3 maart 2023.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 23 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 45, en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 192 (honderdtweeënnegentig) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 96 (zesennegentig) dagen;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 2.368,60 (tweeduizend driehonderdachtenzestig euro en zestig cent), bestaande uit € 868,60 (achthonderdachtenzestig euro en 60 cent) als vergoeding van materiële schade en € 1.500,- (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 3 maart 2023 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan de staat € 2.368.60 (tweeduizend driehonderdachtenzestig euro en zestig cent) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 3 maart 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 23 (drieëntwintig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F. Wegman, voorzitter,

en mrs. J.A. Van de Klashorst en E.M. Moison, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F. Wegman

Griffier

  • mr. M.M. Voorwinden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand