ECLI:NL:RBROT:2026:5547

ECLI:NL:RBROT:2026:5547

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer C/10/702495 / FA RK 25-5024
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wijziging omgangsregeling tussen minderjarige die in pleeggezin woont en een ouder. Omgang blijft begeleid, maar wel uitgebreid. Aantal uur op jaarbasis bepaald. Geadviseerd per halfjaar bezoeken te plannen met ingebouwd evaluatiemoment.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/702495 / FA RK 25-5024

Beschikking van 23 april 2026 over de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht

in de zaak van:

[naam moeder] , hierna: de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. J-M.F. Honders te Rotterdam,

t e g e n

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna: de GI.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[pleegouder 1] en [pleegouder 2], hierna: de pleegouders,

wonende te [woonplaats 2] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 27 juni 2025;

de berichten met bijlagen van de moeder van 1 september 2025 en 18 maart 2026.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 april 2026. Daarbij zijn verschenen:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

de GI, vertegenwoordigd door [persoon A] ;

de pleegouders;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon B] .

De minderjarige is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. De minderjarige heeft hier gebruik van gemaakt.

2. De vaststaande feiten

De moeder is ouder van de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] .

De moeder is eveneens ouder van de jongmeerderjarige:

[jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats 2] .

Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 12 november 2020 is onder meer het gezamenlijk gezag over de minderjarige beëindigd en is de GI benoemd tot voogd over de minderjarige.

Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 23 mei 2023 is een regeling van de uitoefening van het omgangsrecht (hierna: omgangsregeling) vastgesteld inhoudende dat de omgang tussen de moeder en de minderjarige eenmaal in de drie weken gedurende anderhalf uur zal plaatsvinden op een openbare plek. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat er naast de reguliere omgangsregeling ook omgang zal plaatsvinden op de verjaardag van de minderjarige. Dat omgangsmoment zal plaatsvinden bij het pleeggezin voor de duur van een uur. Op de verjaardag van de moeder zal de minderjarige als extra omgangsmoment contact met de moeder hebben voor de duur van anderhalf uur.

Bij beschikking van het hof Den Haag van 20 december 2023 is de reguliere omgangsregeling vernietigd en is een omgangsregeling vastgesteld, inhoudende dat de moeder en de minderjarige eenmaal in de drie weken gedurende twee uur omgang met elkaar hebben, op een openbare plek met begeleiding van de opvoedondersteuner en waarbij de jeugdbeschermer en de opvoedondersteuner een locatie zullen bepalen. Deze omgangsregeling zal zes keer plaatsvinden. Als deze zes omgangsmomenten volgens de GI goed zijn verlopen, hebben de moeder en de minderjarige eenmaal in de drie weken gedurende twee en een half uur omgang met elkaar op een openbare plek met begeleiding van de opvoedondersteuner en waarbij de jeugdbeschermer en de opvoedondersteuner een locatie zullen bepalen. Daarbij is bepaald dat de GI de regie heeft over een eventuele verdere uitbreiding in duur en/of frequentie van de omgang tussen de moeder en de minderjarige.

3. De beoordeling

Omgangsregeling

De moeder verzoekt wijziging van de beschikking van het hof Den Haag van 20 december 2023 ten aanzien van de omgangsregeling in die zin dat primair nu een omgangsregeling wordt vastgesteld inhoudende dat:

de moeder eens per twee weken fysiek contact heeft met de minderjarige gedurende drie uur, met een vaste begeleider (bij voorkeur [persoon C] of [persoon D] );

de mogelijkheid tot uitbreiding naar een dagdeel of een activiteit zonder begeleiding (zoals een bioscoopbezoek) bij positieve evaluatie en, in het verlengde daarvan, toe te werken naar een logeermoment bij de moeder, al dan niet op de groep van [voornaam minderjarige] , mits passend in het kader van de begeleiding;

locatie bij voorkeur thuis bij de moeder of op een geschikte locatie in overleg, mede in het kader van een mogelijk bezoek aan de school, voetbalveld of begraafplaats van moeders moeder;

telefonisch of digitaal contact (videobellen) één keer per week op een vast moment;

de moeder in staat stellen belangrijke gebeurtenissen (zoals diplomazwemmen) bij te wonen, mits in overleg;

een afspraak te bepalen over omgang bij weersomstandigheden (zoals code rood), bijvoorbeeld vervangend contact binnen zeven dagen;

de moeder toe te staan om bij feestdagen en verjaardagen (Moederdag, verjaardagen [voornaam minderjarige] en de moeder) fysiek contact te hebben met de minderjarige;

te bepalen dat er binnen vier weken een evaluatie plaatsvindt over uitbreiding, met alle betrokkenen;

de GI te bevelen om binnen vier weken uitvoering te geven aan het reeds toegezegde half uur extra bezoek en hier schriftelijk op te rapporteren;

de GI te bevelen een afspraak met school en de leerkracht van de minderjarige te faciliteren waarbij de moeder aanwezig kan zijn;

de GI te verplichten tot periodieke informatieverstrekking aan de moeder over [voornaam jongmeerderjarige] , en een begeleid gesprek tussen de moeder en [voornaam jongmeerderjarige] te organiseren;

Subsidiair verzoekt de moeder een bijzondere curator te benoemen die het perspectief van de minderjarige zelfstandig kan wegen en adviseren over de omgang. Meer subsidiair verzoekt de moeder een andere in goede justitie passende voorziening ter bevordering van betekenisvol contact tussen de moeder en de minderjarige.

Tijdens de mondelinge behandeling bepleit de GI afwijzing van de verzoeken van de vrouw, behalve wat betreft het verzoek van de vrouw om een afspraak met de school en de leerkracht van de minderjarige te faciliteren. De GI heeft verklaard dat een uitbreiding van de omgangsregeling, zowel voor wat betreft de frequentie als de duur van de omgang, niet haalbaar is. In de winter is twee uur omgang op een openbare locatie te lang. Daarbij benadrukt de GI het belang van begeleide omgang.

De rechtbank kan op verzoek van de ouders of van een van hen op grond van artikel 1:377a lid 2 BW in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over de omgang of een door ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden na de beschikking van het hof Den Haag van 20 december 2023 zijn gewijzigd, in die zin dat de omgangsmomenten goed verlopen en de moeder het nodige heeft gedaan. Zo heeft de moeder zich ingezet voor trajecten (zoals gezinstherapie) en heeft zij een training doorlopen om te leren haar emoties meer te beheersen.

De rechtbank overweegt als volgt. De huidige omgangsregeling van eenmaal in de drie weken gedurende twee uur verloopt over het algemeen goed, maar er zijn ook signalen dat de minderjarige spanning ervaart voorafgaand aan de contactmomenten. De rechtbank maakt uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken op dat er geen duidelijke oorzaak is waarom de minderjarige spanning ervaart. Wel is duidelijk dat de minderjarige in zijn leven al veel heeft meegemaakt wat het belang dat de omgang op een rustige en verantwoorde wijze plaatsvindt, groter maakt. Daarom is een uitbreiding van de frequentie, zoals door de moeder is verzocht, op dit moment niet in het belang van de minderjarige.

Het belang van de minderjarige is voor de rechtbank het allerbelangrijkst. Moeder doet heel goed haar best en ook staat vast dat de minderjarige geniet van het contact met zijn moeder maar als een uitbreiding van de frequentie waarschijnlijk leidt tot meer spanning en onrust is dat niet goed voor de minderjarige.

Tegelijkertijd ziet de rechtbank wel ruimte voor een uitbreiding van de duur van de contactmomenten. De rechtbank acht het in het belang van de minderjarige om de duur van de omgang uit te breiden naar gemiddeld drie uur per contactmoment. De rechtbank acht het daarnaast wenselijk dat de omgang flexibel kan worden ingevuld, afhankelijk van de situatie en de gekozen activiteit. Zo is er waarschijnlijk in de zomer behoefte aan langere contactmomenten dan in de winter. Dit betekent dat kan worden afgeweken van de standaardduur van 3 uur mits het totaal aantal uren op jaarbasis gelijk blijft. De rechtbank verbindt aan de omgangsregeling 55 uur per jaar. Hierbij is uitgegaan van 17 contactmomenten per jaar plus bezoeken op de verjaardag van de minderjarige en de moeder. Binnen dit kader kan de nadere invulling plaatsvinden.

De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om toe te werken naar onbegeleide omgang of logeermomenten, zoals door de moeder is verzocht. De rechtbank acht het van belang dat tijdens de omgangsmomenten zicht wordt gehouden op het contact tussen de moeder en de minderjarige. De aanwezigheid van begeleiding maakt het mogelijk om het contact te monitoren, maar ook om bij te sturen of in te spelen bij onvoorziene situaties, zoals bij de val tijdens het skaten eind vorig jaar. Voor wat betreft de logeermomenten betrekt de rechtbank de mening van de minderjarige. Zoals de rechtbank ook op de mondelinge behandeling heeft besproken heeft de minderjarige in het gesprek met de kinderrechter nadrukkelijk gezegd dat hij dat niet wil.

De rechtbank ziet geen bezwaren om de omgang te laten plaatsvinden bij de moeder thuis, mede gelet op het feit dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de moeder op korte termijn in de beschermde woonomgeving waar zij verblijft, zal beschikken over een eigen afsluitbare woonruimte (studio) met een eigen voordeur waar derden geen toegang tot hebben. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat een activiteit bij de moeder thuis, zoals een spelletje doen of een film kijken, minder kosten met zich meebrengt.

Ten aanzien van het telefonisch of digitaal contact (videobellen) overweegt de rechtbank dat gebleken is dat op dit moment sprake is van telefonisch contact van eenmaal in de twee weken. De rechtbank acht deze frequentie passend en ziet geen aanleiding om deze te wijzigen.

De rechtbank acht het in beginsel wenselijk dat de moeder betrokken kan zijn bij voor de minderjarige belangrijke gebeurtenissen. Deze contactmomenten dienen echter begeleid te zijn, passen daarom binnen de reguliere omgangsregeling en vallen derhalve binnen de vastgestelde 55 uur per jaar.

De rechtbank ziet geen noodzaak om een afzonderlijke regeling te treffen voor situaties waarbij omgang door bijvoorbeeld weersomstandigheden geen doorgang kan vinden. Gelet op de flexibiliteit van de reguliere omgangsregeling kunnen deze situaties in onderling overleg worden opgelost, waarbij gemiste uren op een later moment worden ingehaald.

De rechtbank ziet eveneens geen aanleiding om een regeling te treffen om de moeder toe te staan bij feestdagen en verjaardagen fysiek contact te hebben met de minderjarige. Voor wat betreft de verjaardag van de minderjarige en de verjaardag van de moeder is reeds beslist in de beschikking van deze rechtbank van 23 mei 2023.

Ten aanzien van een evaluatie acht de rechtbank het van belang dat de omgangsregeling wordt geëvalueerd. De rechtbank zal bepalen dat ten minste eenmaal per jaar een evaluatie plaatsvindt. De rechtbank adviseert de GI in overleg met alle betrokkenen per 6 maanden een schema te maken waarin de data, de activiteiten en de duur van de activiteiten wordt afgesproken. Zo beschikt iedereen ruim van te voren over de informatie en kan ook meteen een evaluatie plaatsvinden.

Ten aanzien van het verzoek van de moeder om de GI te bevelen een afspraak met de school en de leerkracht van [voornaam minderjarige] te faciliteren waarbij de moeder aanwezig kan zijn, overweegt de rechtbank dat de GI tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze afspraak kan worden geregeld. De rechtbank gaat er vanuit dat de GI hieraan uitvoering zal geven omdat daartegen geen bezwaar bestaat.

De rechtbank overweegt dat het verzoek van de vrouw, om de GI te verplichten tot periodieke informatieverstrekking aan de vrouw over [voornaam jongmeerderjarige] , onvoldoende is onderbouwd. Bovendien is gebleken dat [voornaam jongmeerderjarige] inmiddels de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, zodat hij meerderjarig is en buiten de reikwijdte van deze procedure valt. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.

De kinderrechter zal de minderjarige een brief sturen, waarin een en ander als volgt aan hem wordt uitgelegd:

Beste [voornaam minderjarige] ,

We spraken elkaar een aantal weken geleden op de rechtbank, omdat jouw moeder mij heeft gevraagd een beslissing te nemen over uitbreiding van de omgang tussen jou en je moeder. We hebben afgesproken dat ik je een brief zou sturen.

Op 9 april 2026 heb ik gesproken met de William Schrikker Stichting, je moeder, je pleegouders en de raad voor de kinderbescherming. Inmiddels heb ik een beslissing genomen over de omgang tussen jou en je moeder. Ik heb beslist dat het aantal omgangsmomenten zal blijven zoals dat nu is, dus je blijft je moeder één keer in de drie weken zien. Wel duurt het contact voortaan langer, namelijk drie uur in plaats van twee uur. Soms kan het iets langer of korter zijn, afhankelijk van de activiteit die jullie gaan doen. Het contact kan voortaan ook bij je moeder thuis plaatsvinden, of op een andere afgesproken plek.

De omgang blijft begeleid. Dat is belangrijk zodat alles goed en rustig verloopt. Je blijft ook eens in de twee weken bellen met je moeder. De afspraken over jouw verjaardag en de verjaardag van je moeder blijven zoals ze al waren.

Je hebt tijdens het gesprek met mij duidelijk gezegd dat je nu niet wilt logeren bij je moeder. Ik vind je mening belangrijk en daarom heb ik besloten dat er op dit moment geen logeermomenten komen. Later kan er opnieuw naar gekeken worden als jij daar anders over denkt.

Over een tijd wordt gekeken hoe het gaat en of er misschien iets kan worden aangepast.

Ik wens je het allerbeste!

Met vriendelijke groet,

de kinderrechter

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de bij beschikking van het hof Den Haag van 20 december 2023 vastgestelde regeling van de uitoefening van het omgangsrecht in die zin dat nu een omgangsregeling wordt vastgesteld inhoudende:

de minderjarige heeft eenmaal in de drie weken gedurende drie uur begeleide omgang met de moeder;

binnen de omgangsregeling is flexibiliteit mogelijk, in die zin dat de duur per keer in overleg kan variëren, met dien verstande dat het totaal aan omgang 55 uur per jaar bedraagt;

de omgang kan plaatsvinden bij de moeder thuis dan wel op een andere in onderling overleg te bepalen geschikte openbare locatie;

de minderjarige heeft eens per twee weken telefonisch of digitaal contact (videobellen) met de moeder;

de moeder wordt in staat gesteld belangrijke gebeurtenissen van de minderjarige bij te wonen, voor zover deze passen binnen de 55 uur per jaar;

de omgangsregeling wordt ten minste eenmaal per jaar geëvalueerd;

de GI zal een afspraak met de school en de leerkracht van de minderjarige faciliteren waarbij de moeder aanwezig kan zijn;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. L. Timmermans, griffier, op 23 april 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L. Timmermans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand