Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/11857
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
(gemachtigde: mr. D.J. van der Bij).
1. Deze uitspraak gaat over een boete van € 2.500,- die verweerder met een besluit van 19 juli 2024 aan eiseres heeft opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met deze boete. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de boete ten onrechte heeft opgelegd. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 14 november 2024 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder het boetebesluit gehandhaafd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [maat A] en [maat B] (maten van eiseres) en de gemachtigde van verweerder, vergezeld door mr. F. Peters van Neijenhof.
Totstandkoming van het bestreden besluit
Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 27 juni 2024 is opgemaakt door twee toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De toezichthouders schrijven in het rapport dat zij naar aanleiding van een melding van een toezichthoudend dierenarts over twee runderen die op 3 oktober 2023 dood waren aangevoerd bij een slachthuis, een inspectie hebben uitgevoerd. Beide runderen waren “in nood gedood” op een verzamelplaats en stonden in de periode daarvoor geregistreerd op de twee UBN’s (Uniek Bedrijfsnummer) van eiseres. Verder staat in het rapport dat een van de toezichthouders in het systeem Medirund een overzicht heeft opgevraagd van de door de dierenarts aan eiseres geleverde antibiotica. Bij het rapport is een overzicht gevoegd van antimicrobiële diergeneesmiddelen die in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 mei 2024 zijn geleverd. De toezichthouders schrijven vervolgens in het rapport dat zij op 16 mei 2024 de bedrijfslocatie van eiseres hebben bezocht en daar [maat A] spraken aan wie zij meedeelden dat zij een inspectie wilden uitvoeren op het gebied van diergeneesmiddelen. Volgens de toezichthouders zagen zij bij deze inspectie dat eiseres aangebroken verpakkingen van diergeneesmiddelen op voorraad had, namelijk een verpakking met elf van de in een volle verpakking aanwezige twaalf stuks nageboortecapsules (REG NL 8260) en een verpakking met acht van de in een volle verpakking aanwezige tien stuks van het diergeneesmiddel Auriplak (REG NL 9330). Vervolgens hebben de toezichthouders om inzage in de diergeneesmiddelenadministratie van eiseres gevraagd. De maat van eiseres toonde de toezichthouders daarop een map met daarin bezoekrapporten van de dierenarts en logboekformulieren waarop de leveringen van diergeneesmiddelen stonden. Volgens de toezichthouders deelde [maat A] desgevraagd mee dat hij geen administratie kon overleggen waarin hij de door hemzelf toegepaste diergeneesmiddelen bijhield. In het rapport staat dat de toezichthouders op de logboekformulieren zagen dat op 5 september 2023 twee verpakkingen Opticlox Eye Ointment 5 gram (REG NL 3432) en op 4 oktober 2023 twee flesjes Ampicilline 20% pro inj. 100 ml (REG NL 8480) waren geleverd aan eiseres. Tijdens de inspectie van de voorraad diergeneesmiddelen hebben de toezichthouders deze twee middelen niet aangetroffen en in het rapport beschrijven zij dat zij uit de aanwezige documenten ook niet konden opmaken bij welke dieren deze twee diergeneesmiddelen waren toegepast. Ook was de toezichthouders niet duidelijk aan welke dieren de nageboortecapsule was toegediend die miste uit de verpakking aangetroffen nageboortecapsules en bij welke dieren de Auriplak waren bevestigd die misten uit de aangetroffen aangebroken verpakking Auriplak. De toezichthouder stellen in het rapport vast dat de door eiseres gebruikte diergeneesmiddelen, zijnde twee verpakkingen Opticlox Eye Ointment, twee verpakkingen Ampicilline, twee stuks Auriplak en één nageboortecapsule, niet waren bijgehouden in een administratie (register). Vervolgens hebben de toezichthouders [maat A] gehoord die daarop heeft verklaard: “Ik heb samen met mijn vrouw een maatschap. Ik houd steeds minder runderen, er is toch niks aan te verdienen. Ik ben verantwoordelijk voor het toedienen van de diergeneesmiddelen. Ik ben ook zelf verantwoordelijk voor het opschrijven van die toedieningen. Ik wist niet dat het verplicht was om op te schrijven welke diergeneesmiddelen ik toepas. Vroeger toen ik mijn koeien molk toen hield ik het wel bij. Ongeveer 4 jaar geleden ben ik gestopt met melken. Ik gebruik niet heel veel diergeneesmiddelen bij mijn runderen. De dierenarts heeft nooit iets gezegd dat ik het bij moest houden. De ampicilline daarvan heb ik het laatste gisteren aan die ene koe gegeven die een dikke poot heeft. Nuflor is voor de longen. Die koe die de nageboortecapsule gehad heeft zal wel verkocht zijn. De guste koe die nog op stal staat daarvoor heb ik de Avuloxil gebruikt.”
Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “De houders van voedselproducerende dieren houden geen (volledige) registers bij van de geneesmiddelen die zij gebruiken.”
Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 2.20, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, en met artikel 1.14 van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren, en artikel 108, eerste en tweede lid, van Verordening 2019/6.
Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 2.500,-.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiseres voert aan dat zij in de periode dat zij melkkoeien had, een registratie bijhield van de toegediende medicijnen. Die gegevens zaten in het logboek van de melktank die bij verkoop van de melktank is overgedragen. Het is eiseres niet gelukt om dit logboek alsnog te verkrijgen. Wel beschikte eiseres over de logboeken van de dierenarts en die zijn in orde bevonden. De maten van eiseres zijn inmiddels op leeftijd en houden nog een beperkt aantal runderen voor de slacht. Eiseres dacht dat zij voor dit “hobbyvee” geen medicijnenregistratie hoefde bij te houden. Zij had dit zo begrepen van haar dierenarts en Kiwa. Eiseres is Kiwa-gecertificeerd en bij controles in 2023 en 2024 is vastgesteld dat zij voldoet aan de voorschriften en voorwaarden voor IKB Rund. Eiseres verwijst daarbij naar overgelegde rapportages van Kiwa van 28 juli 2023 en 11 juli 2024. Bovendien kon [maat A] tijdens de inspectie ter plekke aangeven aan welke koe welke medicijnen zijn toegediend en wanneer. Deze kennis zat in het hoofd van [maat A]. Eiseres heeft dan ook nooit een koe die nog in de wachttijd van medicatie zat, weggedaan voor de slacht. Eiseres is er erg van geschrokken dat zij blijkbaar in overtreding is geweest. Zij weet sinds de inspectie dat zij ook voor haar hobbyvee een registratie moet bijhouden en doet dit sindsdien ook. Dit is na de inspectie ook geconstateerd door Kiwa. Eiseres vindt de boete niet in verhouding staan tot de omissie die zij heeft begaan. Daarbij heeft de boete volgens eiseres extra nadelige gevolgen, omdat vanwege deze boete een deel van de hectaretoeslag, die eiseres op grond van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid zou toekomen, wordt ingehouden (€ 5.000,- van in totaal € 12.000,-).
Verweerder verwijt eiseres overtreding van artikel 108, eerste en tweede lid, van Verordening 2019/6 waarin staat dat de eigenaars of houders van voedselproducerende dieren registers moeten bijhouden van de geneesmiddelen die zij gebruiken met daarin onder meer de datum van toediening, de hoeveelheid van welk diergeneesmiddel en de identificatie van het behandelde dier. Onder voedselproducerende dieren vallen niet alleen melkkoeien maar ook vleeskoeien. Ten tijde van de inspectie hield eiseres koeien die bestemd waren voor de slacht en zij betwist niet dat zij toen geen register van toegediende medicatie bijhield. Verweerder heeft dan ook terecht vastgesteld dat eiseres deze overtreding heeft begaan.
Op grond van artikel 8.7 van de Wet dieren was verweerder bevoegd om eiseres voor deze overtreding een boete op te leggen. Verweerder heeft van deze bevoegdheid gebruikgemaakt en eiseres een boete opgelegd van € 2.500,-. Dit is het standaardbedrag dat voor deze overtreding is vastgelegd in de Bijlage bij de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren. De rechtbank is echter van oordeel dat verweerder in dit geval van het opleggen van een boete had behoren af te zien. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.
Zoals verweerder heeft toegelicht, kan het niet bijhouden van een registratie van diergeneesmiddelengebruik bij voedselproducerende dieren gevolgen hebben voor de diergezondheid, de volksgezondheid en de voedselveiligheid. Zo kan zonder die registratie door verweerder niet worden gecontroleerd of een dier dat voor de slacht wordt aangeboden, nog in de wachttijd van een diergeneesmiddel zit. Op zichzelf kan het opleggen van een boete een geschikt middel zijn om het doel van de bescherming van de voedselveiligheid, de diergezondheid en de volksgezondheid te bereiken. Dit betekent echter nog niet dat het opleggen van een boete in dit geval ook noodzakelijk was. Eiseres heeft toegelicht – en verweerder heeft niet betwist – dat zij lange tijd een melkveebedrijf heeft gehad, dat zij hiermee enige jaren geleden is gestopt, dat zij destijds altijd een registratie van toegediende medicatie heeft bijgehouden en dat zij in dit verband nooit een sanctie van de NVWA opgelegd heeft gekregen. Eiseres heeft verklaard dat zij, op basis van informatie van de dierenarts en Kiwa, in de veronderstelling was dat een registratie van het medicijngebruik voor de geringe hoeveelheid slachtvee dat zij sindsdien nog hield, niet nodig was. Pas bij de inspectie van de NVWA heeft eiseres begrepen dat ook voor de slachtkoeien die zij nog hield, een – schriftelijke – registratie van de toegepaste diergeneesmiddelen verplicht is. Het is de verantwoordelijkheid van eiseres om op de hoogte te zijn van de geldende regelgeving, maar de rechtbank heeft, gelet op het voorgaande, geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres bewust nalatig is geweest. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat zij is geschrokken door het feit dat zij blijkbaar in overtreding is geweest en dat zij sinds de inspectie op 16 mei 2024 onmiddellijk een correcte registratie van het medicijngebruik is gaan bijhouden. Dit laatste wordt bevestigd in de Kiwa-rapportage van 10 juli 2024, waarin staat: “Veehouder houdt correcte registratie van diergeneesmiddelengebruik bij”. De rechtbank kan, gelet op het samenstel van de genoemde feiten en omstandigheden, niet tot de conclusie komen dat het opleggen van een boete passend en geboden is. Verweerder had naar het oordeel van de rechtbank in dit concrete geval dienen af te zien van boeteoplegging.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is gegrond omdat verweerder ten onrechte de boete heeft opgelegd. De rechtbank zal het bestreden besluit daarom vernietigen. De rechtbank zal het primaire besluit herroepen. Dit betekent dat de boete vervalt.
6. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. van der Duijn Schouten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
BIJLAGE: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Verordening 2019/6
Artikel 4, aanhef en onder 38
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
„voedselproducerende dieren” : voedselproducerende dieren als gedefinieerd in artikel 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 470/2009;
Artikel 108, eerste, tweede en vijfde lid
5. De gegevens in die registers worden overeenkomstig artikel 123 gedurende minstens vijf jaar ter beschikking gehouden voor inspectie door de bevoegde autoriteiten.
Verordening 470/2009
Artikel 2, aanhef en onder b
Naast de definities in artikel 1 van Richtlijn 2001/82/EG, artikel 2 van Verordening (EG) nr. 882/2004 en de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002 gelden voor de toepassing van deze verordening de volgende definities:
b) „voedselproducerende dieren”: dieren die specifiek met het oog op de productie van levensmiddelen worden gefokt, gehouden, geslacht of verzameld.
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:4, tweede lid
De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Wet dieren
Artikel 6.2, eerste lid
Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen en EU-besluiten betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.
Artikel 8.7
Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren
Artikel 1.14, aanhef en onder al
Als voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn aangewezen:
al. van verordening (EU) nr. 2019/6:
- artikel 108, eerste, tweede en vijfde lid
Artikel 2.2, eerste en onder c en derde lid
1. De hoogte van de bestuurlijke boete die Onze Minister aan een overtreder voor een overtreding kan opleggen wordt overeenkomstig de volgende boetecategorieën vastgesteld:
c. categorie 3: € 2.500
3. Bij ministeriële regeling worden de bepalingen waarvoor in geval van overtreding een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, ingedeeld overeenkomstig de daarbij aangewezen boetecategorie.
Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren
Artikel 1.2
De hoogte van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig de bedragen die horen bij de boetecategorieën die in de bijlage bij deze regeling voor desbetreffende overtredingen zijn vastgelegd.
Bijlage als bedoeld in artikel 1.2 van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren
Verordening (EU) nr. 2019/6 Categorie
Artikel 108, eerste, tweede en vijfde lid 3