ECLI:NL:RBROT:2026:5696

ECLI:NL:RBROT:2026:5696

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer ROT 25/9949
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Pw. Afwijzing verzoek tot herziening van het besluit waarin de aanvraag van betrokkene om bijzondere bijstand is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard, het college

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/9949

en

(gemachtigde: M.J. de Jonge).

Procesverloop

Eiser heeft op 30 juli 2025 het college verzocht om het besluit van 29 april 2025, waarin eisers aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een zitbank werd afgewezen, te herzien (het herzieningsverzoek).

Met een besluit van 30 september 2025 (het primaire besluit) heeft het college het herzieningsverzoek afgewezen.

Met een besluit van 24 november 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

Op 29 april 2025 heeft eiser een (digitale) aanvraag om bijzondere bijstand voor inrichtingskosten op grond van de Participatiewet (Pw) ingediend voor de aanschaf van een nieuwe bank. In de toelichting staat vermeld dat “(van de) 3- en 2-zitsbank (de) zitting is gescheurd en volledig doorgezakt”.

Met het besluit van 29 april 2025 heeft het college de aanvraag afgewezen, omdat de gevraagde kosten behoren tot de algemene bestaanskosten en niet zijn ontstaan uit bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld als gevolg van een verhuizing).

Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar ingesteld.

Met het besluit van 24 juli 2025 heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Op 30 juli 2025 heeft eiser een verzoek tot herziening van het besluit van 29 april 2025 ingediend. Eiser meent dat zijn persoonlijke situatie onvoldoende is beoordeeld, zijn werkelijke spaarruimte niet realistisch is beoordeeld en de menselijke maat niet is toegepast.

Eiser betoogt dat zijn structurele reiskosten naar het ziekenhuis ten onrechte buiten beschouwing zijn gelaten. Tot slot voert eiser aan dat de hoorplicht bij de afhandeling van zijn bezwaarschrift tegen het besluit van 29 april 2025 is geschonden.

Met het besluit van 30 september 2025 (het primaire besluit) heeft het college eisers herzieningsverzoek afgewezen.

Met het besluit van 24 november 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat eiser niet heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die niet bestonden of bekend waren bij de aanvraag van 29 april 2025. Aan eiser is voor de beoordeling van zijn herzieningsverzoek nog aanvullende informatie opgevraagd, zoals bankafschriften en een schuldenoverzicht. Dit heeft eiser niet meer ingediend, omdat hij meende dat hij bij de aanvraag voldoende informatie had verstrekt.

Volgens het college is niet gebleken dat eiser in de afgelopen twee jaren en op dit moment geen reserveringsruimte heeft (gehad). Evenmin is gebleken dat voor eiser geen enkele andere mogelijkheid is voor de aanschaf/vervanging van een bankstel.Het college heeft vastgesteld dat uit dossieronderzoek is gebleken dat eiser in 2024 en in 2025 de volledige norm heeft ontvangen en dat aan eiser in 2025 ook de Individuele Inkomens Toeslag en de vakantietoeslag is uitbetaald. Eiser beschikte daarmee over alle middelen waarop hij aanspraak had. Een bankstel is een zogenaamd duurzaam gebruiksgoed. Aanschaf en/of vervanging dient uit de norm te worden voldaan, hetzij door vooraf te reserveren of achteraf te betalen.

Het hebben of aflossen op schulden is geen omstandigheid die aanleiding geeft bijzondere bijstand om niet voor een bankstel toe te kennen. Evenmin geven de door eiser gestelde reiskosten naar het ziekenhuis aanleiding voor toekenning voor bijzondere bijstand om niet voor een bankstel. Voor zover van belang: in speciale situaties kan vervoer naar of van een ziekenhuis, zorgverlener of instelling onder voorwaarden worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Dit basispakket is hetzelfde voor iedereen die in Nederland woont of werkt.

Een beoordeling van eisers spaarruimte is niet aan de orde is, omdat elke uitkerings-gerechtigde geacht wordt met de, door de rijksoverheid, vastgestelde bedragen in zijn levensonderhoud te voorzien.

Het standpunt van eiser

3. Eiser heeft in beroep - kort samengevat - aangevoerd dat het college de beslistermijn op het herzieningsverzoek van 30 juli 2025 heeft overschreden en verzoekt daarom een dwangsom toe te kennen. Eiser betoogt dat het college wettelijke en procedurele fouten heeft gemaakt. Eiser betoogt dat het besluit ondeugdelijk tot stand is gekomen, omdat gebruik is gemaakt van een onjuiste financiële beoordeling. Tot slot verzoekt eiser een schadevergoeding en een proceskostenvergoeding,

Het oordeel van de rechtbank

Eisers beroepsgrond dat het college een dwangsombesluit had moeten nemen. slaagt niet. Op 20 september 2025 heeft eiser het college in gebreke gesteld naar aanleiding van zijn herzieningsverzoek van 30 juli 2025. Nu het primaire besluit van 30 september 2025 binnen 14 dagen na eisers ingebrekestelling is genomen, is een dwangsomvergoeding niet aan de orde.

Voor zover het college eisers herzieningsverzoek heeft opgevat als een (nieuwe) aanvraag, geldt het volgende. Op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht geldt dan een beslistermijn van maximaal acht weken. Dit betekent dat het college uiterlijk op 24 september 2025 een besluit op de (nieuwe) aanvraag diende te nemen.Op 20 september 2025 was de beslistermijn nog niet verstreken. Uit het voorgaande volgt dat de ingebrekestelling prematuur was. Het college heeft dus geen dwangsom verbeurd.

Het betoog van eiser dat het college wettelijke en procedurele fouten heeft gemaakt heeft hij niet genoegzaam onderbouwd.

Het college heeft zowel het primaire besluit als het bestreden besluit met de vereiste motivering en zorgvuldigheid genomen. Het college heeft de door eiser bij zijn herzieningsverzoek en in bezwaar aangedragen feiten en omstandigheden in aanmerking genomen en vervolgens de bij het (bestreden) besluit betrokken belangen afgewogen. Van schending van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel dan wel één of meerdere andere beginselen van behoorlijk bestuur is geen sprake.

Van schending van de hoorplicht is ook geen sprake. Een bezwaarde moet in de

gelegenheid worden gesteld te worden gehoord als deze aangeeft daarvan gebruik te willen maken. Bij de ontvangstbevestiging van een bezwaarschrift wordt een antwoordformulier meegestuurd. Met dat formulier kan worden aangegeven of iemand gebruik wil maken van de mogelijkheid te worden gehoord. In de afgeronde bezwaarprocedure en in deze procedure heeft het college eiser het formulier toegestuurd, en is dit door eiser ontvangen.

In de afgeronde procedure heeft eiser niet aangegeven dat hij gehoord wilde worden. In het onderhavige bezwaar heeft hij aangegeven dat hij niet gehoord wilde worden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt dus geen gelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Nu het beroep ongegrond is, bestaat er geen aanleiding het college te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser. Het daartoe strekkende verzoek wijst de rechtbank dan ook af

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand