ECLI:NL:RBROT:2026:5770

ECLI:NL:RBROT:2026:5770

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 20-05-2026
Zaaknummer 11720209 CV EXPL 25-12574
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Loonvordering ex-werknemer ziekenhuis afgewezen. Ziekenhuis heeft deel van loon over laatste maanden dienstverband verrekend met tegenvordering. Schade bestaat uit waarde van goederen die door werknemer zijn verduisterd, privégebruik van bedrijfsauto, een verkeersboete, de kosten van een frietkar die op een privégelegenheid van werknemer is geweest en kosten van onderzoeksbureau dat verduistering heeft onderzocht. Tegenvordering ziekenhuis tot betaling van niet-verrekend deel van de schade (tot € 25.000,-) toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11720209 CV EXPL 25-12574

datum uitspraak: 8 mei 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[ex-werknemer] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. D.M. Koot-Timmers,

tegen

Stichting Maasstad Ziekenhuis,

vestigingsplaats: Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. D.J. Kolk.

De partijen worden hierna ‘ [ex-werknemer] ’ en ‘MSZ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 23 april 2025, met bijlagen;

het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;

de spreekaantekeningen van MSZ;

de op de zitting door MSZ overgelegde facturen van Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V.

Op 2 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [ex-werknemer] aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens MSZ waren aanwezig mevrouw [jurist] (jurist) en de heer [hoofd Technische Dienst] (hoofd Technische Dienst), bijgestaan door de gemachtigde.

2. De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

[ex-werknemer] is in dienst geweest van MSZ als Vakman Techniek N4. MSZ heeft [ex-werknemer] op 10 mei 2024 op staande voet ontslagen in verband met een verdenking van het (mede)plegen van diefstal en/of verduistering. Partijen hebben daarna overleg met elkaar gevoerd, waarna het gegeven ontslag op staande voet door MSZ is ingetrokken en de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd per 1 oktober 2024. Partijen hebben hun afspraken neergelegd in een vaststellingsovereenkomst. Daarin is onder meer opgenomen dat MSZ het loon van [ex-werknemer] zal doorbetalen tot 1 oktober 2024.

MSZ heeft nog betalingen aan [ex-werknemer] gedaan, maar heeft niet zijn volledige nettosalaris uitbetaald tot 1 oktober 2024. Zij heeft daarmee – volgens haar eigen opgave – in totaal € 13.458,01 netto verrekend. [ex-werknemer] eist in deze procedure betaling van het volgens hem te weinig uitbetaalde salaris van € 15.574,11 bruto. Dit is het volledige brutoloon over de maanden juli, augustus en september 2024. Over dit bedrag wil hij de wettelijke verhoging van 50% ontvangen, wettelijke rente en ook maakt hij aanspraak op buitengerechtelijke kosten. Naast deze geldbedragen eist [ex-werknemer] dat MSZ een aantal zaken aan hem (terug)geeft die zijn eigendom zijn, maar zich nog bij MSZ bevinden. Het gaat om originele diploma’s, een koelkast, een stoomcabine, een rvs-tafel en een fiets.

Volgens MSZ hoeft zij niets meer aan [ex-werknemer] te betalen. Zij stelt zich op het standpunt dat vast staat dat [ex-werknemer] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld (bestaande uit diefstal of verduistering en het ongeoorloofd privé gebruiken van de dienstauto) en dat zij daardoor schade heeft geleden. In het kader van deze procedure maakt MSZ aanspraak op een schadebedrag van € 25.000,-. Dit bedrag heeft MSZ deels al verrekend met het salaris vanaf de maand mei 2024 en de eindafrekening van [ex-werknemer] . Voor zover de schade nog niet verrekend is en/of de schade niet verrekend had mogen worden, eist MSZ in reconventie om [ex-werknemer] te veroordelen om de schade tot een bedrag van € 25.000,- aan haar te betalen.

Het oordeel in het kort

De kantonrechter wijst de vorderingen van [ex-werknemer] af en veroordeelt hem in reconventie om € 11.541,99 aan MSZ te betalen. MSZ heeft voldoende gesteld en onderbouwd om aan te nemen dat [ex-werknemer] onrechtmatig heeft gehandeld, waardoor MSZ ten minste € 25.000,- schade heeft geleden. Zij mocht haar schade verrekenen met het salaris van [ex-werknemer] op de manier waarop zij dat heeft gedaan. Na verrekening blijft nog een bedrag van € 11.541,99 over dat [ex-werknemer] aan MSZ moet betalen.

[ex-werknemer] heeft onrechtmatig gehandeld

De kantonrechter oordeelt dat [ex-werknemer] onrechtmatig heeft gehandeld jegens MSZ en wel om meerdere redenen.

Ten eerste staat vast dat [ex-werknemer] in de nacht van 1 mei 2024 goederen heeft meegenomen uit MSZ. Dit is vastgelegd op camerabeelden, die door MSZ zijn overgelegd in deze procedure. De kantonrechter oordeelt dat op basis van deze beelden, die ook zijn beoordeeld door Hoffman Bedrijfsrecherche, in combinatie met de stellingen van MSZ, ervan moet worden uitgegaan dat [ex-werknemer] twee (nieuwe) mengkranen, een glijstang en een bouwlamp, die aan MSZ toebehoorden, heeft meegenomen. [ex-werknemer] heeft niet betwist dat hij deze goederen heeft meegenomen, maar volgens hem ging het om oude kranen en een glijstang die geen waarde meer hadden en heeft hij de bouwlamp alleen geleend. Voor het meenemen hiervan zou hij toestemming hebben. [ex-werknemer] heeft in dat kader verklaard dat het gebruikelijk was om een ‘afschrijvingsbrief’ te tekenen waarna oude goederen mochten worden meegenomen.

MSZ heeft – in de persoon van de heer [hoofd Technische Dienst] , de leidinggevende van [ex-werknemer] – betwist dat het ging om afgeschreven goederen en dat het meenemen daarvan geoorloofd was.

De kantonrechter stelt vast dat niet gebleken is dat [ex-werknemer] beschikt over een afschrijvingsbrief voor de bewuste goederen. Hij heeft ook niets laten zien waaruit blijkt dat hij de geleende bouwlamp heeft teruggebracht. Daarnaast vindt de kantonrechter relevant dat uit de camerabeelden blijkt dat de kranen en glijstang in (nieuwe) verpakkingen zaten. De verklaring van [ex-werknemer] dat hij de oude kranen en glijstang in geopende dozen van nieuwe materialen heeft gedaan om ze zo mee te nemen, vindt de kantonrechter niet geloofwaardig. Tot slot heeft [ex-werknemer] nagelaten om zijn toelichting dat het om oude goederen ging verder te onderbouwen, bijvoorbeeld door te laten zien waar hij deze dan voor gebruikt heeft. Dit alles maakt dat de kantonrechter het verweer van [ex-werknemer] passeert en oordeelt dat sprake is (geweest) van verduistering. Dit is onrechtmatig.

Vervolgens oordeelt de kantonrechter dat ook vast staat dat [ex-werknemer] goederen heeft besteld op naam en voor rekening van MSZ, terwijl die niet voor MSZ zijn gebruikt. Het gaat om bestellingen bij Technische Unie en bij [naam B.V.] . Volgens [ex-werknemer] ging het onder meer om goederen die hij had besteld in verband met gepland groot onderhoud bij MSZ. Tegenover Hoffmann Bedrijfsrecherche heeft hij verklaard dat het om verkeerd bestelde materialen ging die teruggestuurd zouden zijn. Ook heeft hij verklaard dat er ongebruikelijke bestellingen waren en dat hij daarvoor toestemming had van de Afdeling Inkoop van MSZ. MSZ heeft echter betwist dat deze specifieke goederen in gebruik zijn genomen op de locaties die [ex-werknemer] heeft genoemd en zij heeft de goederen ook niet elders in het ziekenhuis aangetroffen. Over retouren is in de administratie niets terug te vinden en ook van toestemming van de Afdeling Inkoop is niet gebleken.

De kantonrechter oordeelt dat van een medewerker als [ex-werknemer] mag worden verwacht dat hij bestellingen, retourzendingen en/of toestemmingen voor bestellingen zodanig documenteert dat goederen niet in het luchtledige verdwijnen, zeker als het gaat om bestellingen die een behoorlijke waarde vertegenwoordigen. Door dat niet te doen, heeft hij onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig gehandeld.

MSZ heeft er bovendien op gewezen dat de goederen voorkomen op een ‘koperskeuzelijst’ die [ex-werknemer] heeft opgesteld. Die lijst is opgesteld voor een bouwproject op Curaçao dat volgens Hoffmann Bedrijfsrecherche door [ex-werknemer] en zijn echtgenote wordt ontwikkeld. [ex-werknemer] heeft hierover slechts in het algemeen verklaard dat op een door hem gekocht perceel niet wordt gebouwd en dat hij de desbetreffende items slechts als voorbeeld had opgezocht op de website van Technische Unie. De kantonrechter is van oordeel dat [ex-werknemer] op dit punt meer openheid had moeten geven om het vermoeden te ontzenuwen dat hij de verdwenen goederen voor zichzelf heeft gebruikt. Hij had bijvoorbeeld kunnen aantonen dat ofwel dit project niet is uitgevoerd, ofwel met andere materialen, of met dezelfde materialen maar dat hij deze via eigen bestellingen heeft ingekocht. Dat heeft hij allemaal niet gedaan.

Het derde verwijt dat MSZ [ex-werknemer] maakt is dat hij de dienstauto tijdens werktijd voor privédoeleinden heeft gebruikt. [ex-werknemer] heeft hierover alleen in het algemeen verklaard dat hij weleens iets ging ophalen bij Troostwijk, een veilinghuis, als daar iets gekocht was dat hij zelf of een collega nodig had. Zonder toelichting, die [ex-werknemer] niet heeft gegeven, valt niet in te zien dat sprake is geweest van gerechtvaardigde dienstreizen. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat [ex-werknemer] de dienstauto voor de door MSZ genoemde ritten voor privédoeleinden gebruikt heeft. Dat privégebruik is in strijd met het Beleid Wagenparkbeheer van MSZ en daarmee onrechtmatig.

Tot slot is komen vast te staan dat [ex-werknemer] [naam 2] Frietkar bij hem thuis heeft laten komen, terwijl hij de kosten daarvoor bij MSZ in rekening heeft gebracht. De uitleg die [ex-werknemer] hieraan heeft gegeven, leidt niet tot de conclusie dat [ex-werknemer] hierover met MSZ had afgesproken dat hij die kosten bij MSZ in rekening mocht brengen of dat hij deze met door hem gedane uitgaven ten behoeve van MSZ mocht verrekenen. [ex-werknemers] uitleg dat hij de frietkar ten behoeve van het MSZ tweemaal had gereserveerd, maar dat hij deze bij hem thuis heeft laten komen omdat het er niet van kwam om de frietkar een tweede keer bij MSZ te laten komen, overtuigt niet. Immers, niet is komen vast te staan dat [ex-werknemer] toestemming had van MSZ om de frietkar op haar kosten bij hem thuis in te zetten voor een privéfeestje. Als [ex-werknemer] met zijn verklaring dat hij de drankjes voor zijn rekening heeft genomen heeft bedoeld te stellen dat er iets verrekend zou worden, is deze stelling onvoldoende duidelijk.

[ex-werknemer] moet de schade aan MSZ vergoeden

MSZ heeft door het onrechtmatig handelen van [ex-werknemer] schade geleden. Uit de aard van de schade volgt dat die rechtstreeks voortvloeit uit dit onrechtmatig handelen. Hieronder licht de kantonrechter toe welke bedragen [ex-werknemer] aan MSZ moet betalen.

De kantonrechter gaat er, zoals uit de overwegingen hiervoor volgt, vanuit dat de goederen die [ex-werknemer] in de nacht van 1 mei 2024 heeft weggenomen bij MSZ nieuw waren. [ex-werknemer] heeft de hoogte van de door MSZ genoemde nieuwwaardes niet betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de volgende schadeposten:

twee mengkranen van € 234,15 per stuk;

een glijstangcombinatie van € 67,34; en

een bouwlamp van € 173,64.

Dit levert een totaalbedrag op van € 709,28.

De kantonrechter kan de waarde van eventuele andere goederen die [ex-werknemer] heeft verduisterd niet vaststellen. Die waarde is voor de toewijsbaarheid van de vordering van MSZ ook niet relevant, nu het bedrag van € 709,28 vermeerderd met de schadeposten die hieronder nog worden besproken, al ruim boven het door MSZ geëiste schadebedrag van € 25.000,- uit komt.

[ex-werknemer] heeft ook de waarde van de goederen die hij heeft besteld (al dan niet voor het project op Curaçao) en die niet in het ziekenhuis zijn aangetroffen ook niet weersproken. Het gaat om de volgende schadebedragen die MSZ op [ex-werknemer] mag verhalen:

vijf showerpipes van in totaal € 2.944,25;

30 Philips spots van in totaal € 1.200,30;

een close-in boiler van € 289,25;

vier airco’s van in totaal € 14.661,76;

een stofzuiger van € 2.219,82.

Dit levert een totaalbedrag op van € 21.315,38.

MSZ heeft de reiskosten voor de privéritten van [ex-werknemer] berekend tegen een vergoeding van € 0,23 per kilometer. [ex-werknemer] heeft dit bedrag niet betwist. Ook heeft hij de lengte van de ritten, zoals door MSZ berekend, niet betwist. De kantonrechter gaat voor de gereden kilometers daarom uit van een schadebedrag van (2.722,8 km × € 0,23 =) € 626,24.

Daarnaast kan MSZ ook aanspraak maken op terugbetaling van het loon over de reistijd, die [ex-werknemer] ten onrechte als werktijd heeft aangemerkt. [ex-werknemer] heeft ook deze berekening niet betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van een schadebedrag van (19 uur en 4 minuten × € 33,95 bruto uurloon =) € 646,41 bruto.

De verkeersboete die [ex-werknemer] tijdens het gebruik van de dienstauto heeft veroorzaakt, komt ook voor zijn rekening. Niet vanwege onrechtmatig handelen, maar op basis van het geldende Beleid Wagenparkbeheer. Ook dit bedrag van € 321,- is dus als schade toewijsbaar.

De kosten voor de inzet van [naam 2] Frietkar bedragen € 375,-. [ex-werknemer] heeft de hoogte van dit bedrag niet weersproken en het bedrag is als schade toewijsbaar.

Tot slot heeft MSZ kosten gemaakt ter vaststelling van de aansprakelijkheid van [ex-werknemer] en van haar schade. Zij heeft naar aanleiding van het incident in de nacht van 1 mei 2024 Hoffmann Bedrijfsrecherche ingeschakeld. De redelijke kosten van de inzet van Hoffmann mogen, op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW, door MSZ bij [ex-werknemer] in rekening worden gebracht. [ex-werknemer] heeft de facturen van Hoffmann tijdens de zitting ingezien en daarop gereageerd. Hij heeft erop gewezen dat een deel van het onderzoek van Hoffmann gericht was op de rol van [naam B.V.] , een bedrijf van zijn echtgenote, zijn broer en de heer [naam 1] , met wie [ex-werknemer] een woning in mede-eigendom heeft. Volgens [ex-werknemer] mogen de kosten die betrekking hebben op dat deel van het onderzoek niet bij hem in rekening worden gebracht. De kantonrechter volgt [ex-werknemer] in zijn standpunt dat niet alle kosten van Hoffmann Bedrijfsrecherche op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW bij hem in rekening mogen worden gebracht. Gelet op de omvang van het onderzoek, dat is gestart met de verduistering op 1 mei 2024, waarover [ex-werknemer] en zijn echtgenote langdurig zijn bevraagd en de werkcomputer van [ex-werknemer] volledig is doorzocht, moet ervan uit worden gegaan dat ten minste 50% van de kosten van de eerste factuur (declaratienummer [declaratienummer] , datum 7 juni 2024, over de periode van 29 mei tot en met 5 juni 2024, totaalbedrag € 13.378,20) direct voortvloeit uit zijn onrechtmatig handelen. De kantonrechter acht daarom € 6.689,10 als schadepost jegens [ex-werknemer] toewijsbaar.

De hiervoor genoemde schadeposten komen neer op een totaalbedrag van € 30.036,- netto en € 646,41 bruto. De door MSZ gevraagde verklaring voor recht dat zij door toedoen van [ex-werknemer] schade heeft geleden voor een totaalbedrag van € 25.000,-, wordt dan ook toegewezen.

MSZ mocht de schade verrekenen met het loon van [ex-werknemer]

Omdat MSZ schade heeft geleden die [ex-werknemer] aan haar moet vergoeden, mocht zij die schade met het salaris van [ex-werknemer] verrekenen. MSZ heeft erop gewezen dat zij vanaf de maand mei 2024 (de maand waarin [ex-werknemer] aanvankelijk op staande voet was ontslagen vanwege het incident van 1 mei 2024) – achteraf – het minimumloon aan [ex-werknemer] heeft betaald. [ex-werknemer] heeft erkend dat hij betalingen van MSZ heeft ontvangen en dat MSZ dus niet zijn volledige salaris heeft verrekend met de schade. MSZ heeft bij haar antwoord een overzicht overgelegd waaruit volgt welk nettoloon zij in de periode van mei tot en met september 2024 zonder verrekening aan [ex-werknemer] had moeten uitbetalen en welke bedragen zij daadwerkelijk heeft uitbetaald. [ex-werknemer] heeft de juistheid van dit overzicht niet weersproken. De kantonrechter gaat dan ook van de daarop genoemde bedragen uit, zodat vast staat dat MSZ een bedrag van € 13.458,01 met het nettoloon van [ex-werknemer] heeft verrekend. Dit is minder dan het bedrag dat [ex-werknemer] aan haar moet betalen en daarom houdt de verrekening stand. [ex-werknemer] heeft daarom geen aanspraak meer op betaling van enig bedrag aan achterstallig salaris. Zijn loonvordering wordt daarom afgewezen.

Omdat [ex-werknemer] geen aanspraak heeft op betaling van loon, worden ook de gevorderde wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

[ex-werknemer] moet nog € 11.541,99 aan MSZ betalen

MSZ heeft in deze procedure aanspraak gemaakt op een schadevergoeding van € 25.000,-, waarbij – zo heeft zij toegelicht – haar vordering zo moet worden begrepen dat voor zover de kantonrechter oordeelt dat de verrekening met het salaris mocht plaatsvinden, het verrekende bedrag hierop in mindering moet worden gebracht. Omdat MSZ € 13.458,01 netto heeft verrekend (en dat mocht), wordt een bedrag van € 11.541,99 toegewezen dat [ex-werknemer] nog aan MSZ moet betalen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 9 oktober 2025, omdat dat het moment is waarop MSZ haar tegenvordering heeft ingesteld. Voor toewijzing met ingang van de dag waarop [ex-werknemer] heeft gedagvaard ziet de kantonrechter geen grondslag.

MSZ hoeft geen diploma’s en spullen af te geven

[ex-werknemer] heeft in conventie ook gevorderd dat MSZ wordt veroordeeld een aantal goederen aan hem te verzenden of te laten ophalen. Het gaat om originele diploma’s, een koelkast, een stoomcabine, een rvs-tafel en een fiets. MSZ heeft betwist dat zich nog eigendommen van [ex-werknemer] in of bij het ziekenhuis bevinden. [ex-werknemer] heeft zijn stelling dat deze goederen zich nog bij MSZ bevinden niet genoeg onderbouwd. Hij heeft alleen een bon overgelegd van een koelkast, maar daaruit blijkt niet dat die bij MSZ is bezorgd en daar staat. Zeker nu het gaat om een bijzondere situatie, waarin [ex-werknemer] bepaalde goederen jarenlang bij MSZ zou hebben ‘gestald’, had hij beter moeten uitleggen waarom die goederen daar nog zijn en waar dan precies. Nu hij dat niet heeft gedaan, kan de kantonrechter er niet vanuit gaan dat zich op specifieke plaatsen eigendommen van [ex-werknemer] bevinden die MSZ onder zich houdt. Daarom kunnen deze vorderingen niet worden toegewezen.

De kantonrechter gaat er wel vanuit dat MSZ, zoals op de zitting toegezegd, nog eens zal nagaan of er nog diploma’s van [ex-werknemer] liggen op de plaatsen die hij (pas) op de zitting heeft genoemd als bewaarplaats, namelijk in een kleine stelling met ladeblok in de werkplaats, in een ladeblok in de kantine naast de nooddeur, in een dameskleedruimte op de eerste verdieping in gebouw A en in een ladeblok in de Johnson Controls hal. Ruimte voor een veroordeling van MSZ om dit te doen ziet de kantonrechter echter niet binnen het door [ex-werknemer] geformuleerde petitum.

[ex-werknemer] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [ex-werknemer] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [ex-werknemer] in conventie aan MSZ moet betalen op € 1.154,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 577,-). In reconventie worden deze kosten aan de kant van MSZ begroot op € 577,- aan salaris voor de gemachtigde (1/2 × 2 punten × € 577,-). Voor kosten die MSZ na deze uitspraak maakt moet [ex-werknemer] een bedrag betalen van € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.875,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat MSZ dat eist en [ex-werknemer] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vorderingen af;‘

In reconventie:

verklaart voor recht dat MSZ door toedoen van [ex-werknemer] schade heeft geleden voor een totaalbedrag van € 25.000,-;

veroordeelt [ex-werknemer] om aan MSZ te betalen € 11.541,99, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 9 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

in conventie en in reconventie:

veroordeelt [ex-werknemer] in de proceskosten, die aan de kant van MSZ worden begroot op € 1.875,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.

51909

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand