RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12062614 CV EXPL 26-2143
datum uitspraak: 8 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Riverty GmbH,
vestigingsplaats: Verl (Duitsland),
eiseres,
gemachtigde: YARDS Deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Riverty’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
2. De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
[gedaagde] heeft volgens Riverty op 13 december 2022 een bestelling gedaan in de webwinkel [naam].com. Zij heeft gekozen voor achteraf betalen via Riverty.
[gedaagde] heeft het aankoopbedrag van € 97,72 niet betaald. Zij zegt dat ze zich geen bestelling uit 2022 kan herinneren en vraagt zich af of de vordering niet verjaard is. Ze is bereid om het aankoopbedrag alsnog te betalen als zij dat inderdaad verschuldigd is, maar vindt de kosten onduidelijk.
De kantonrechter wijst een deel van de eis toe en een deel af. Een deel van de eis wordt afgewezen omdat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst te weinig of onjuiste informatie heeft gekregen. De kantonrechter heeft hiernaar gekeken omdat het gaat om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Hierna wordt de beslissing uitgelegd.
[gedaagde] moet het aankoopbedrag in beginsel nog betalen
Riverty heeft een document genaamd “betaaloverzicht” overgelegd waarin staat dat op naam van [gedaagde] , met vermelding van haar adres, op 13 december 2022 een bestelling is gedaan bij [naam].com. Ook staat op dit document wat er is besteld. [gedaagde] heeft de juistheid van dit document niet (voldoende concreet) betwist. Daarom gaat de kantonrechter er van uit dat [gedaagde] de betreffende bestelling inderdaad heeft geplaatst. [gedaagde] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij deze bestelling al heeft betaald (zoals bijvoorbeeld een overschrijvingsbewijs). Dat brengt mee dat [gedaagde] het aankoopbedrag in beginsel nog moet betalen.
[gedaagde] vraagt zich af of de vordering van Riverty niet verjaard is. Dat is niet het geval. In artikel 7:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart door verloop van twee jaren. Die termijn gaat lopen vanaf de factuurdatum. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser (Riverty) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming (betaling) voorbehoudt. Dit staat in artikel 3:317 lid 1 BW. Op het hiervoor genoemde betaaloverzicht staat dat [gedaagde] uiterlijk op 27 december 2022 had moeten betalen. Riverty heeft laten zien dat zij in 2023 verschillende betalingsherinneringen aan [gedaagde] heeft gestuurd, in elk geval op 28 februari 2023. Vervolgens is op 3 januari 2025 weer een bericht aan [gedaagde] gestuurd waarin Riverty aanspraak heeft gemaakt op betaling. Hier zit minder dan twee jaar tussen, zodat de verjaring is gestuit. Dat [gedaagde] het bericht van de gemachtigde van Riverty niet vertrouwde, heeft geen gevolgen voor de stuiting.
Ambtshalve toetsing informatieverplichtingen
Een deel van de eis wordt afgewezen omdat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst te weinig of onjuiste informatie heeft gekregen. De kantonrechter moet bij een overeenkomst die op afstand wordt gesloten tussen een handelaar en een consument ambtshalve toetsen of de consument bepaalde informatie heeft gekregen en of dat op een voldoende duidelijke en begrijpelijke manier is gedaan. Die informatie moet worden gegeven voordat de overeenkomst wordt gesloten, dus tijdens het bestelproces. Daarnaast moet dezelfde informatie uiterlijk bij levering op een duurzame gegevensdrager (zoals in een e-mail of een brief) worden verstrekt. Als te weinig of onjuiste informatie is verstrekt, moet de kantonrechter de betalingsverplichting van de consument verminderen. Alleen schendingen van de zogenaamde essentiële informatieplichten die voldoende ernstig zijn, leiden tot een vermindering. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad.
De kantonrechter stelt vast dat artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk niet dat vóór het plaatsen van de bestelling is vermeld binnen welke termijn [gedaagde] via Riverty moest betalen.
De kantonrechter oordeelt ook dat artikel 6:230m lid 1 onder c in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW is geschonden. Riverty heeft namelijk niet aangetoond dat aan [gedaagde] op een duurzame gegevensdrager de contactgegevens van [naam].com zijn verstrekt. Ten minste moeten een e-mailadres, een telefoonnummer of het adres van een vestiging van de handelaar worden genoemd. Op het overgelegde betaalvoerzicht staan alleen contactgegevens van Riverty.
Vervolgens is artikel 6:230m lid 1 onder g in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW geschonden. Riverty heeft namelijk niet aangetoond dat aan [gedaagde] op een duurzame gegevensdrager alle informatie is verstrekt over de wijze van levering. Er had voldoende informatie moeten staan over de verwachte leveringsdatum, bijvoorbeeld door middel van een verzendbevestiging eventueel met een track-and-trace-code.
Tot slot is artikel 6:230m lid 1 onder h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW geschonden. Riverty heeft namelijk niet aangetoond dat op een duurzame gegevensdrager voldoende informatie is verstrekt over het herroepingsrecht. Om aan deze verplichting te voldoen had er ten minste moeten staan dat [gedaagde] het recht had om de overeenkomst te herroepen, binnen welke termijn die herroeping moest gebeuren en op welke wijze. Daarnaast moet het modelformulier worden bijgevoegd, eventueel in de vorm van een hyperlink die direct naar het formulier verwijst.
Bij het vaststellen van de vermindering van de betalingsverplichting van [gedaagde] heeft de kantonrechter de sanctierichtlijn toegepast die door de rechtbanken is opgesteld. Daarbij tellen schendingen van de verplichtingen om informatie te verstrekken op een duurzame gegevensdrager samen als één schending. Dit betekent dat Riverty in totaal niet meer dan drie informatieverplichtingen heeft geschonden. Op basis daarvan wordt de betalingsverplichting van [gedaagde] verminderd met 20%.
De overeenkomst bevat geen oneerlijke bepalingen
De kantonrechter heeft ook beoordeeld of een deel van de vordering moet worden afgewezen omdat de overeenkomst oneerlijke bepalingen heeft. Zulke bepalingen heeft de kantonrechter niet gevonden. Daarbij heeft de kantonrechter alleen die bepalingen bekeken die voor deze zaak van belang zijn.
[gedaagde] moet de incassokosten en de rente betalen
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Datzelfde geldt voor de rente (artikel 6:119 BW). De vervallen rente is aangepast aan de verschuldigde hoofdsom.
De uitkomst
De uitkomst is dat de kantonrechter € 132,07 toewijst. Dit bedrag bestaat uit € 78,18 aan hoofdsom, € 40,- aan buitengerechtelijke kosten en € 13,89 aan vervallen rente tot 27 oktober 2025.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Riverty moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 367,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Riverty dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Riverty te betalen € 132,07 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 78,18 vanaf 27 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Riverty worden begroot op € 367,28;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
51909