ECLI:NL:RBROT:2026:5838

ECLI:NL:RBROT:2026:5838

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer C/10/716438 / JE RK 26-487
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Minderjarige woont acht jaar bij pleegouders, waar zijn perspectief ligt. Alle betrokkenen onderschrijven dit. Er dient een vaste jeugdbeschermer te zijn voor de minderjarige en de (pleeg)ouders.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/716438 / JE RK 26-487

Datum uitspraak: 6 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader] ,

hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 maart 2026, ontvangen op 13 maart 2026;

de toetsing van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna de Raad, van 23 april 2026, door de GI overhandigd ter zitting.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder;

de pleegouders;

- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. Hij heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat hij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij de pleegouders, een perspectief biedend pleeggezin.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 mei 2026. Bij die beschikking heeft de kinderrechter ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 19 mei 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen tot zijn meerderjarigheid. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Ter zitting heeft de GI desgevraagd bevestigd dat in het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing een vergissing is gemaakt. Het was niet de bedoeling een verlenging tot meerderjarigheid te verzoeken, maar een verlenging voor de duur van een jaar. De kinderrechter leest het verzoek daarom dat wordt verzocht om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek.

4. Het standpunt van de moeder

De moeder stemt in met het verzoek. Zij onderschrijft dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij bij de pleegouders verblijft. Ook kan de moeder zich vinden in het perspectief van [minderjarige] bij de pleegouders. Dit neemt niet weg dat de moeder deze situatie als moeilijk blijft ervaren.

5. Het standpunt van de pleegouders

De pleegouders stemmen in met het verzoek. [minderjarige] verblijft inmiddels al acht jaar in het gezin en hij maakt daarvan volledig deel uit. De pleegouders zijn beschikbaar om [minderjarige] zo lang als nodig verzorging en opvoeding te bieden.

6. De beoordeling

Ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Deze bedreiging is gelegen in de kindeigen problematiek van [minderjarige] . Daarnaast is sprake van een achterstand in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. Het is de bedoeling dat [minderjarige] zal doorstromen naar een reguliere school. Dit is een grote stap en het is van belang dat [minderjarige] daarbij ondersteuning krijgt. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. [minderjarige] heeft nog geen passende hulpverlening, terwijl dit wel noodzakelijk is. Eerdere hulpverleningstrajecten zijn gestagneerd vanwege een gebrek aan motivatie bij [minderjarige] . De kinderrechter acht het daarom van belang dat een jeugdbeschermer betrokken blijft om onder meer de komende periode te onderzoeken welke hulpverlening het beste bij [minderjarige] past en waarvoor hij open staat.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

Machtiging tot uithuisplaatsing

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. [minderjarige] woont al geruime tijd bij de pleegouders. Alle betrokkenen, waaronder [minderjarige] , wensen dat [minderjarige] bij hen blijft wonen. Bij beschikking van 6 mei 2025 heeft de kinderrechter bekrachtigd dat het perspectief van [minderjarige] bij de pleegouders ligt. Voor de ontwikkeling van [minderjarige] is het heel belangrijk dat hij in het dagelijks leven voldoende duidelijkheid, structuur, regelmaat en een veilige basis krijgt. De pleegouders bieden hem dat al jaren. [minderjarige] zit nu goed in zijn vel en doet HAVO. De moeder en de pleegouders zijn trots op hem.

In zijn toetsing van 23 april 2026 concludeert de Raad dat een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing de maatregelen zijn die het meest bijdragen aan het welzijn van [minderjarige] . De uitvoering van de zorg en de samenwerking tussen de diverse leefwerelden van [minderjarige] is kwetsbaar.

De kinderrechter is op grond van vorenstaande van oordeel dat het verblijf van [minderjarige] bij de pleegouders dient te worden voortgezet en verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de verzochte duur van een jaar.

[minderjarige] is nu pas 13 jaar oud. Gezien het feit dat zijn perspectief bij de pleegouders ligt, betekent dit dat zolang de ondertoezichtstelling loopt, ieder jaar opnieuw aan de rechtbank moet worden gevraagd om verlenging van de maatregel. Daarbij worden alle betrokkenen uitgenodigd voor een zitting. Hoewel aanwezigheid op de zitting niet verplicht is, kan het voor [minderjarige] en de belanghebbenden belastend zijn. Het is passend dat de GI de komende periode onderzoekt en bespreekt met alle betrokkenen wat voor [minderjarige] de meest passende oplossing is, zodat hij zo min mogelijk wordt belast. Voor een goede samenwerking en de noodzakelijke vertrouwensband is het van belang dat er een vaste jeugdbeschermer is voor [minderjarige] en de (pleeg)ouders.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 mei 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 19 mei 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 19 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.S.E. Pronk als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand