Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 26 maart 2026
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoekster.
1. De procedure
Verzoekster heeft op 26 november 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:
- Eres NL XLI Coöperatief U.A., wiens vordering in behandeling is bij Bazuin & Partners (hierna: Eres NL);
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 12 februari 2026 zijn verschenen en gehoord:
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De schuldhulpverlener heeft, op verzoek van de rechtbank, op 6 maart 2026 aanvullende informatie aan de rechtbank toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoekster heeft bij brief van 28 mei 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 3,74% aan de preferente schuldeisers en 1,87% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Tijdens de zitting is gebleken dat er onduidelijkheden bestonden omtrent de omvang van de schuldenlast. Naar aanleiding daarvan heeft de schuldhulpverlener de schuldenlast opnieuw gecontroleerd en, voor zover nodig, gecorrigeerd. Dit heeft geleid tot een gewijzigde totale schuldenlast van € 65.275,83 en een aangepast aanbod aan de schuldeisers. Vervolgens zijn nieuwe betaalvoorstellen aan alle schuldeisers verzonden. Op basis van deze herberekening bedraagt het aanbod aan de concurrente schuldeisers 1,53% tegen finale kwijting. De preferente schuldeisers ontvangen een daarmee corresponderend hoger percentage, conform de geldende rangorde.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat alle schuldeisers met dit aangepaste aanbod hebben ingestemd, met uitzondering van Eres NL. Het onderhavige verzoek ziet op het alsnog afdwingen van instemming van Eres NL met het gewijzigde aanbod.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster heeft geen startkwalificatie tot de arbeidsmarkt waardoor schuldhulpverlening niet verwacht dat de afloscapaciteit binnen afzienbare tijd zal toenemen. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Eres NL stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 5.360,69 op verzoekster, welke 8,21% van de totale schuldenlast beloopt.
3. Het verweer
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Eres NL geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk of ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Eres NL bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Eres NL in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Eres NL een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 8,21%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk twaalf van de dertien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel goed en controleerbaar gedocumenteerd.
Het voorstel is het uiterste waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk. Verzoekster heeft geen startkwalificatie tot de arbeidsmarkt en ontvangt op meerdere leefgebieden ondersteuning en begeleiding. Voldoende aannemelijk is geworden dat zij in de komende jaren, ook wanneer zij wel werk vindt, geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan haar huidige inkomen.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de wettelijke schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Eres NL, die geweigerd heeft in te stemmen.
Het verzoek om Eres NL te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Eres NL zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- beveelt Eres NL om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Eres NL in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.