Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-289488-25
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Datum zitting: 28 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.N. Weski
Officier van justitie: mr. N.A. van Manen
Kern van het vonnis
De verdachte heeft kinderporno en dierenporno in zijn bezit gehad en zich tot de kinderporno de toegang verschaft. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 181 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – kinderporno en dierenporno in zijn bezit heeft gehad en zich de toegang tot de kinderporno heeft verschaft.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:
1
in of omstreeks 8 juni 2021 tot en met 4 december 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 8 juni 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van
Strafrecht) een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 4 december 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten een (grote) hoeveelheid afbeeldingen waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de/een penis, vinger/hand, voorwerp en/of mond/tong, en/of een ander persoon anaal wordt gepenetreerd met een voorwerp door die persoon, en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand, door die persoon
(afbeeldingen 4, 6, 8, 15, 17, 20, 22, 27, 32 en 35 in toonmap)
en/of het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een vinger/hand en/of voorwerp wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel en/of de borsten van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, billen en/of de borsten en/of ander lichaamsdeel met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
(afbeeldingen 01, 02, 03, 04, 05, 06, 08, 18, 29, 30 en 34 in de toonmap)
en/of het geslachtsdeel van een dier in de mond wordt genomen, wordt gelikt en/of wordt aangeraakt door die persoon
(afbeeldingen 18 en 19 in de toonmap)
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 02, 03, 07, 09, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 21, 23, 24, 25, 31 en 33 in de toonmap) en/of dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (waarbij op het gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
(afbeeldingen 08, 20, 26 en 28 in de toonmap);
2
in of omstreeks 8 juni 2021 tot en met 4 december 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 8 juni 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 254a Wetboek van Strafrecht) meerdere afbeeldingen, bevattende afbeeldingen – van een seksuele handeling waarbij (telkens) een mens en een dier (schijnbaar) is/zijn betrokken in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 4 december 2024, artikel 254c Wetboek van
Strafrecht) visuele weergaven van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, in bezit heeft gehad, te weten
- het door een vrouw laten aanraken van een het geslachtsdeel van een dier (te weten een hond en/of paard),
- het door een dier (te weten een hond en/of paard en/of varken) oraal laten penetreren van een vrouw, en/of
- het door een dier (te weten een hond en/of paard en/of varken) vaginaal of anaal laten penetreren van een vrouw.
2. Geldigheid van de dagvaarding (feit 2)
Partiële nietigheid dagvaarding
De officier van justitie beschuldigt de verdachte onder feit 2 onder meer van het volgende:
“in of omstreeks 8 juni 2021 tot en met 4 december 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 8 juni 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 254a Wetboek van Strafrecht) meerdere afbeeldingen, bevattende afbeeldingen – van een seksuele handeling waarbij (telkens) een mens en een dier (schijnbaar) is/zijn betrokken in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft”
De rechtbank stelt vast dat de tekst van dit deel van de beschuldiging niet overeenkomt met artikel 254a (oud) van het Wetboek van Strafrecht. Zo gaat het in de beschuldiging onder meer over het verschaffen van toegang en staat er “van een seksuele handeling”, terwijl dit niet voorkomt in het wetsartikel. Dat maakt dat de beschuldiging niet voldoende duidelijk is, waardoor het voor de rechtbank niet mogelijk is om over dit deel van de beschuldiging te oordelen. Dit deel van de tenlastelegging van feit 2 zal daarom nietig worden verklaard. Voor het overige is de dagvaarding geldig.
3. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer ten aanzien van het bewijs gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte in de tenlastegelegde periode kinderpornografisch materiaal en dierenpornografisch materiaal in zijn bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij in de periode van 8 juni 2021 tot en met 4 december 2024 te Rotterdam, meermalen,
(in de periode van 8 juni 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van
Strafrecht) afbeeldingen en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 4 december 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten een (grote) hoeveelheid afbeeldingen waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de/een penis, vinger/hand, voorwerp en/of mond/tong, en/of een ander persoon anaal wordt gepenetreerd met een voorwerp door die persoon, en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand, door die persoon
(afbeeldingen 4, 6, 8, 15, 17, 20, 22, 27, 32 en 35 in toonmap)
en/of het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een vinger/hand en/of voorwerp wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel en/of de borsten van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, billen en/of de borsten en/of ander lichaamsdeel met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
(afbeeldingen 01, 02, 03, 04, 05, 06, 08, 18, 29, 30 en 34 in de toonmap)
en/of het geslachtsdeel van een dier in de mond wordt genomen, wordt gelikt en/of wordt aangeraakt door die persoon
(afbeeldingen 18 en 19 in de toonmap)
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 02, 03, 07, 09, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 21, 23, 24, 25, 31 en 33 in de toonmap) en/of dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (waarbij op het gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
(afbeeldingen 08, 20, 26 en 28 in de toonmap);
Feit 2
hij ,
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 4 december 2024, artikel 254c Wetboek van
Strafrecht visuele weergaven van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, in bezit heeft gehad, te weten
- het door een vrouw laten aanraken van een het geslachtsdeel van een dier (te weten een hond en/of paard),
- het door een dier (te weten een hond en/of paard en/of varken) oraal laten penetreren van een vrouw, en
- het door een dier (te weten een hond en/of paard en/of varken) vaginaal of anaal laten penetreren van een vrouw.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
(in de periode van 8 juni 2021 tot en met 30 juni 2024: artikel 240b Wetboek van
Strafrecht)
een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 4 december 2024: artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd;
Feit 2
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 4 december 2024: artikel 254c Wetboek van
Strafrecht)
een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, of tweemaal de maximale taakstraf. De verdediging voert daartoe aan dat het aangetroffen materiaal een beperkt aantal video’s bevat en dat het veelal ging om series afbeeldingen en het dus niet om allemaal verschillende slachtoffers gaat. Ook was een groot aantal weergaven niet direct beschikbaar, omdat ze inmiddels waren verwijderd.
De verdediging verzoek daarnaast rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, het resocialisatietraject waarin de verdachte zich bevindt en het reclasseringsrapport waarin geadviseerd wordt om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen omdat dit negatieve consequenties zou hebben voor het behoud van het werk dat de verdachte nu heeft.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno en dierenporno. Op de onder hem in beslag genomen gegevensdragers is een groot aantal afbeeldingen en zijn meerdere video’s aangetroffen waarop seksuele handelingen te zien zijn met minderjarige kinderen. Het bezit van kinderporno is verwerpelijk omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Het misbruik heeft zeer nadelige gevolgen voor deze kinderen en zij worden op ernstige wijze geschaad in hun verdere ontwikkeling. Door kinderporno te verzamelen, houdt de verdachte de vraag naar kinderporno en daarmee het misbruik van kinderen in stand. Dit geldt eveneens voor het bezit van dierenporno. Het vervaardigen wordt bevorderd zolang de vraag blijft bestaan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Wel blijkt dat de verdachte na de pleegperiode van de beschuldiging is veroordeeld voor een ander strafbaar feit. Dat betekent dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing is.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 24 april 2026 staat het volgende.
Uit de gestandaardiseerde risicotaxatie komt een laag aantal risicofactoren die kunnen leiden tot (seksueel) crimineel gedrag. De reclassering ziet enige risicofactoren in het ontbreken van een steunend sociaal netwerk dat op de hoogte is van het delictgedrag en dat risicovol gedrag kan ontmoedigen. Daarnaast ziet de reclassering een risico in de vergaande en overschrijdende seksuele (online) gedragingen bij de verdachte. Zij achten het daarbij zorgelijk dat het grensoverschrijdende gedrag van de verdachte langere tijd heeft plaatsgevonden en er dus geen sprake is van een eenmalige impulsdoorbraak. Het lijkt erop dat de verdachte bepaalde behoeften niet heeft kunnen begrenzen. In hoeverre er onderliggende seksuele deviante voorkeuren spelen en of er sprake was van een bepaalde verslaving of drang in het zoeken naar porno, is de reclassering niet helemaal duidelijk geworden.
De verdachte verblijft momenteel in de gevangenisafdeling Beperkte Beveiligde Afdeling (hierna: BBA). Een gevangenisstraf zal nadelige consequenties hebben voor het behouden van het werk dat de verdachte gevonden heeft in de BBA. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij zien geen noodzaak voor interventies of toezicht. Ondanks dat er zorgen bestaan over het grenzeloze en deviante (online) gedrag van de verdachte, komt uit de gestandaardiseerde risicotaxatie een laag aantal risicofactoren naar voren. De reclassering acht de verdachte in staat om zelfstandig zijn gedrag te veranderen en eventueel hulp te zoeken indien dit noodzakelijk is.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte is in maart 2025 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden. Hij bevindt zich bij zijn detentie in de BBA in het re-integratietraject. Binnen dit traject heeft de verdachte een baan gevonden als projectmanager bij een retail keten.
Oplegging straf
Straf
Bij de ernst van de strafbare feiten past in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Daarnaast houdt de rechtbank sterk rekening met de eerdere veroordeling in maart 2025 voor andersoortige feiten, waarvoor de verdachte toen onder meer een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden opgelegd heeft gekregen. De feiten in de huidige zaak hadden formeel gezien meegenomen kunnen worden bij deze eerdere strafzaak. Dan had de verdachte voor alle feiten één (gevangenis)straf opgelegd gekregen, waarna hij zijn leven opnieuw had kunnen opbouwen. Dat dit destijds niet is gebeurd, mag in dit geval niet ten nadele van de verdachte komen, die zich momenteel in detentie in de BBA bevindt. Binnen de BBA heeft hij een baan gevonden en bevindt hij zich juist in het re-integratietraject. Bij een veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de re-integratie van de verdachte worden beëindigd en zal de verdachte zijn baan verliezen. Dit is zeer onwenselijk. Verder houdt de rechtbank rekening met het taakstrafverbod. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat de bewezenverklaarde periode bij feit 2 aanzienlijk korter is dan de tenlastegelegde periode.
Dit alles maakt dat aan de verdachte een gevangenisstraf zal worden opgelegd voor de duur van 181 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk. Het is de rechtbank bekend dat een enkele dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf doorgaans niet ten uitvoer wordt gelegd. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank acht dit van belang gelet op het reclasseringsrapport, waarin naar voren komt dat het de reclassering niet helemaal duidelijk is geworden in hoeverre er onderliggende seksuele deviante voorkeuren spelen of in hoeverre er sprake is van een verslaving of drang.
Gelet op de ernst van dit strafbare feit, artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is voor dit feit een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63, 240b (oud), 252 en 254c van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft feit 2, eerste deel (ten aanzien van artikel 254a (oud) Wetboek van Strafrecht);
verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte ten aanzien van feit 1 tot een gevangenisstraf van 181 dagen;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een deel, te weten 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
Taakstraf
veroordeelt de verdachte ten aanzien van feit 2 tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H. van den Heuvel, voorzitter,
en mrs. E. IJspeerd en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.F. Meekhof, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 mei 2026.
Mr. N.R. Rietveld is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.