ECLI:NL:RBROT:2026:5965

ECLI:NL:RBROT:2026:5965

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer 10-196001-20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. Overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank legt een taakstraf van 120 uur op, te vervangen door 60 dagen hechtenis.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-196001-20

Datum uitspraak: 28 april 2026

Datum zitting: 28 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. K.Y. Ramdhan

Officier van justitie: mr. N. Aandewiel

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. De redelijke termijn is fors overschreden. De rechtbank legt een taakstraf van 120 uur op, te vervangen door 60 dagen hechtenis.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich – samengevat – samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

op of omstreeks 5 februari 2020 te Rotterdam, openlijk, te weten op/aan de Brielselaan, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door telkens één of meerdere malen en/of met kracht

- voornoemde [slachtoffer] in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- voornoemde [slachtoffer] op de grond te gooien en/of te duwen en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te stampen terwijl die [slachtoffer] op de grond lag.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich, voor zover de verdachte betrokken is geweest bij de geweldpleging, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon, in vereniging gepleegd.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangever [slachtoffer]

3. Proces-verbaal van de politie

4. Schriftelijk stuk, FARR medische informatie

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij, op 5 februari 2020 te Rotterdam, openlijk, te weten op de Brielselaan,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door (meerdere malen)

- voornoemde [slachtoffer] tegen het gezicht en het hoofd en het lichaam te slaan en/of te stompen en

- voornoemde [slachtoffer] op de grond te gooien en

- vervolgens voornoemde [slachtoffer] tegen het gezicht en het hoofd en het lichaam te slaan en/of te stompen en te schoppen en/of te stampen terwijl die [slachtoffer] op de grond lag.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uur.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen. De verdediging verzoekt rekening te houden met de context van het incident omdat het slachtoffer een zeer negatieve invloed zou hebben gehad op een familielid van de verdachte, de forse overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Het slachtoffer werd vanuit het niets aangevallen door drie mannen, te weten de ex-partner, de zoon en de neef (zijnde de verdachte) van zijn vriendin. Hij werd daarbij geslagen, op de grond gegooid en geschopt. Het slachtoffer heeft als gevolg hiervan onder meer een gebroken neus, meerdere botbreuken van beide jukbeenderen en gebroken botten van de oogkasbodem opgelopen. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit voor het slachtoffer een zeer beangstigende ervaring moet zijn geweest. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten niet alleen fysieke en emotionele schade bij het slachtoffer, maar dragen zij ook bij aan gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte is mantelzorger van zijn vrouw. Hij heeft diabetes, is werkloos en ontvangt een uitkering.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 3 juni 2022, omdat de verdachte toen een brief met de aankondiging van de dagvaarding en het concept van de beschuldiging van het OM heeft ontvangen. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna vier jaar verstreken.

Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte van de straf rekening gehouden met deze schending van artikel 6 EVRM.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit en het forse letsel dat het slachtoffer als gevolg daarvan heeft opgelopen, zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel zonder meer aan de orde zijn. in dit geval is echter sprake van een dusdanig oud feit en een forse overschrijding van de redelijke termijn dat de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer passend vindt. Gelet hierop en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend.De rechtbank ziet in de door de verdediging voorgehouden context van het incident geen aanleiding om daarmee in het voordeel van de verdachte rekening te houden bij de op te leggen straf Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 120 uur opgelegd.

De rechtbank wijkt daarmee af van de eis van de officier van justitie. De rechtbank is echter van oordeel dat de verdachte, net als zijn medeverdachten, een behoorlijk aandeel in het plegen van het strafbare feit heeft gehad.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. van den Heuvel, voorzitter,

en mrs. E. IJspeerd en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.F. Meekhof, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 april 2026.

Mr. N.R. Rietveld is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. van den Heuvel

Griffier

  • mr. E.F. Meekhof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand