ECLI:NL:RBROT:2026:5998

ECLI:NL:RBROT:2026:5998

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer ROT 25/7203 en ROT 26/1394
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Verzet
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Gegrond verzet en opnieuw vereenvoudigde afdoening plus vereenvoudigde afdoening van een herhaald beroep wegens niet tijdig beslissen. Het eerste beroep wegens niet tijdig beslissen is prematuur, omdat er na de ingebrekestelling niet 14 dagen is gewacht. Het tweede beroep wegens niet tijdig beslissen is niet prematuur en niet onredelijk laat ingesteld. Het Uwv moet alsnog beslissen op het herzieningsverzoek.

Uitspraak

[persoon A] ( [persoon A] ), uit [plaats] ,

en uitspraak in de zaken tussen

[persoon A]

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Inleiding

1. Deze uitspraak ziet in de eerste plaats op het verzet van [persoon A] tegen de uitspraak van de rechtbank van 13 november 2025 (de uitspraak) in de zaak ROT 25/7203 waarin de rechtbank het beroep van [persoon A] niet-ontvankelijk heeft verklaard. Omdat de rechtbank het verzet gegrond verklaart, ligt het beroep in de zaak ROT 25/7203 opnieuw voor.

2. De zaken ROT 25/7203 en ROT 26/1394 betreffen respectievelijk een beroep en een herhaald beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een door [persoon A] ingediend verzoek aan het Uwv om een besluit van 19 november 2008 inzake een aan [persoon A] per 12 september 2008 toegekende loongerelateerde WIA-uitkering te herzien in het voordeel van [persoon A] .

3. De rechtbank ziet aanleiding beide beroepen vereenvoudigd, dus zonder zitting, af te doen. Zij komt tot de slotsom dat het eerste beroep prematuur is ingesteld en om die reden niet-ontvankelijk is. Het tweede beroep wegens niet tijdig beslissen slaagt wel en is daarom gegrond. Tot welke gevolgen dit leidt, wordt in de uitspraak uiteengezet,

4. [persoon A] heeft in verzet niet verzocht om op een zitting te worden gehoord, terwijl hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld. Omdat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaken de rechtbank na afdoening van het verzet direct op de voet van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in beide zaken alsnog uitspraak doet.

Beoordeling door de rechtbank van het verzet

5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [persoon A] in verzuim is geweest om tijdig het griffierecht te voldoen.

6. [persoon A] heeft in verzet aangevoerd dat hij de aangetekende nota voor het voldoen van griffierecht niet heeft ontvangen en dat het e-mailbericht van PostNL dat hij de brief kan afhalen op een afhaallocatie destijds niet heeft opgemerkt omdat dit bericht is beland in zijn map met spam. Zodra hij een nieuw bericht van PostNL ontving dat de brief was teruggezonden, heeft [persoon A] contact gezocht met het Dienstencentrum Rechtspraak en het griffierecht alsnog voldaan. [persoon A] heeft uitdraaien van zijn berichtenbox bijgevoegd.

7. Naar het oordeel van de rechtbank had, indien [persoon A] zijn standpunt op een zitting naar voren kunnen brengen, de rechtbank in de uitspraak tot een ander oordeel kunnen komen over de vraag of [persoon A] in verzuim was. Gelet hierop is het verzet gegrond. Dat betekent dat die uitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.

Beoordeling door de rechtbank van het beroep in de zaak ROT 25/7203

8. De rechtbank is van oordeel dat het beroep wegens niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het prematuur is. De rechtbank overweegt in dit verband ambtshalve het volgende.

9. [persoon A] heeft met een bezwaarformulier op 14 mei 2025 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 november 2008. Het Uwv heeft op het bezwaar beslist op 15 oktober 2025 door dit, bij gebrek aan een recente beslissing over het WIA-dagloon, niet-ontvankelijk te verklaren.

10. [persoon A] heeft in een eerder bericht aan het Uwv van 12 mei 2025 echter ook verzocht om de WIA-uitkering vanaf 2008 opnieuw te berekenen en nadien heeft hij op 16 en 23 mei 2025 bovendien uitdrukkelijk verzocht om met toepassing van artikel 4:6 van de Awb terug te komen van de eerdere dagloonvaststelling. Gelet hierop was het Uwv gehouden om een besluit te nemen over het verzoek om het besluit van 19 november 2008 te herzien. Omdat het Uwv niet binnen acht weken heeft beslist op dit verzoek, is het te laat met beslissen.

11. Gelet op artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit. Uit artikel 6:12, tweede lid, volgt dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is. Gelet hierop dient er minimaal een periode van 14 dagen te zitten tussen ingebrekestelling en het instellen van beroep. Voor beide tijdstippen wordt aangeknoopt bij de ontvangst ervan (bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2014:3999).

12. [persoon A] heeft beroep wegens niet tijdig beslissen ingesteld met een op 17 september 2025 gedagtekende brief, die de rechtbank op 18 september 2025 heeft ontvangen. Gelet hierop diende het Uwv uiterlijk op 3 september 2025 een ingebrekestelling ontvangen te hebben. [persoon A] stelt in zijn beroepschrift dat hij het Uwv op 2 september 2025 per aangetekende brief in gebreke gesteld om tijdig te beslissen op zijn herzieningsverzoek. De ingebrekestelling is echter gedateerd op 3 september 2025. Omdat een aangetekende verzending bij het Uwv niet eerder dan de dag na de aanbieding van de brief aan PostNL bij het Uwv zal zijn bezorgd, zal – uitgaande van een juiste dagtekening van de ingebrekestelling – het Uwv de ingebrekestelling niet voor 4 september 2025 hebben ontvangen. Hieruit volgt dat het beroep minimaal één dag te vroeg is ingesteld. Daarom is dit beroep niet-ontvankelijk.

Beoordeling door de rechtbank van het beroep in de zaak ROT 26/1394

13. Het voorgaande laat onverlet dat het Uwv niet tijdig heeft beslist. Uit de stukken – waaronder die inzake een klachtprocedure bij de nationale ombudsman – leidt de rechtbank af dat het Uwv nog steeds in gebreke is om op het herzieningsverzoek te beslissen. Eiser kon dus opnieuw een beroep wegens niet tijdig beslissen instellen en ditmaal met inachtneming van de hiervoor genoemde viertiendagen-termijn te rekenen vanaf de eerdere ingebrekestelling van begin september 2025 (vgl. ECLI:NL:CBB:2015:190, punten 3.3.1 en 3.4.1).

14. Uit het eerste lid van artikel 6:12 van de Awb volgt dat indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit het niet aan een termijn is gebonden. Uit het vierde lid volgt dat het beroep niet-ontvankelijk is indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

15. De rechtbank oordeelt ambtshalve dat het tweede beroep van 11 februari 2026 niet onredelijk laat is ingesteld, nu dit is ingesteld binnen een jaar na afloop van de beslistermijn (vgl. ECLI:NL:HR:2025:711, 3.3.2 en ECLI:NL:RVS:2018:1025, punt 6.1 in samenhang met ECLI:NL:RVS:2015:308, punt 2.4). Daar komt bij dat het Uwv naar aanleiding van de klachtprocedure heeft aangegeven nog met het onderzoek bezig te zijn, zodat [persoon A] er niet op bedacht hoefde te zijn dat besluitvorming na de wettelijke beslistermijn verder zou uitblijven (vgl. ECLI:NL:CRVB:2025:1224, punt 3.4.1).

16. Het tweede beroep wegens niet tijdig beslissen is dus gegrond. De rechtbank zal daarom het Uwv een nadere beslistermijn geven om alsnog een besluit op het herzieningsverzoek te nemen en bekend te maken en bepalen dat het Uwv na afloop van die termijn een dwangsom zal verbeuren.

Conclusie en gevolgen

17. Het verzet is gegrond. De uitspraak is daardoor komen te vervallen. Het eerste beroep wegens niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, omdat het prematuur is. Het tweede beroep wegens niet tijdig beslissen is gegrond. De rechtbank biedt het Uwv een nadere termijn van twee weken om alsnog een besluit te nemen op de herzieningsaanvraag, dit onder verbeurte van een dwangsom zoals hieronder in het dictum wordt bepaald.

18. Omdat het tweede beroep gegrond is moet het Uwv het griffierecht in de zaak ROT 26/1394 aan [persoon A] vergoeden. [persoon A] heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het verzet gegrond;

- verklaart het beroep in de zaak ROT 25/7203 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep in de zaak ROT 26/1394 gegrond;

- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt het Uwv op binnen twee weken vanaf de dag na de verzending van deze uitspraak te beslissen;

- bepaalt dat het Uwv bij overschrijding van deze termijn een dwangsom verbeurt van € 100 per dag tot een maximum van € 15.000;

- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 53 aan [persoon A] moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Stijnen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist op het verzet geen hoger beroep of verzet open.

Tegen de uitspraak staat voor zover daarin op de beroepen is beslist verzet bij de rechtbank open. Het verzetschrift dient te worden ingediend binnen zes weken te rekenen vanaf de dag na de verzending van de uitspraak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.M. Goossens

Griffier

  • mr. R. Stijnen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand