RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaken tussen
[naam eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
[naam eiser] , uit [plaats 2] , eiser
de burgemeester van Rotterdam, verweerder in alle beroepen, de burgemeester
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 25/3653 en ROT 25/3576
(gemachtigde: [persoon A] ),
(gemachtigde: mr. M.B. de Jong),
gezamenlijk hierna te noemen ‘eisers’
en
(gemachtigden: mr. S.B.H. Fijneman, [persoon B] en mr. M. Rolle).
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de verlening van een exploitatievergunning voor een horeca-inrichting aan [bedrijf X] . ( [bedrijf X] ). Eisers zijn het niet eens met de vergunningverlening. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de toekenning van de exploitatievergunning.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen van eisers gegrond zijn. Eisers krijgen dus gelijk. Overeenkomstig de wensen van partijen bepaalt de rechtbank dat de vergunde openingstijden worden aangepast naar de tijden die behoren bij dag horeca, te weten van 07.00 uur tot 23.00 uur. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De burgemeester heeft bij het primaire besluit van 21 augustus 2024 een exploitatievergunning verleend. Met het bestreden besluit van 18 maart 2025 op het bezwaar van eisers is de burgemeester bij de verlening van de exploitatievergunning gebleven.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De burgemeester heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen gezamenlijk op 15 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigden van eisers en de gemachtigden van de burgemeester.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting aangehouden om de burgemeester in de gelegenheid te stellen eventuele mogelijkheden ten aanzien van de openingstijden van de horeca-inrichting verder te onderzoeken.
Bij brief van 12 januari 2026 heeft de burgemeester in beide beroepszaken aangegeven de zaak te hebben bezien en akkoord te zijn met een aanpassing van de vergunde openingstijden van avond- naar dag horeca.
Eiser heeft bij brief van 22 januari laten weten zich volledig te kunnen vinden in het voorstel van de burgemeester.
Eiseres heeft bij brief van 27 januari 2026 laten weten zich te kunnen vinden in de voorgestelde aanpassing van de vergunde openingstijden. Eiseres heeft de rechtbank daarbij ook verzocht om te bepalen dat het afkoelhalfuurtje binnen in de kantine (gesloten deuren) plaatsvindt.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek in beide zaken gesloten.
Totstandkoming van het bestreden besluit
Bij het primaire besluit van 21 augustus 2024 heeft de burgemeester een vergunning verleend voor het exploiteren van de horeca-inrichting [bedrijf X] aan de [adres] in Rotterdam. De vergunning ziet op de volgende activiteiten:
- het verstrekken van alcoholhoudende dranken;
avondhoreca: openingstijden binnen van 07:00 uur tot 01:00 uur op zondag tot en met donderdag en op vrijdag en zaterdag van 07:00 uur tot 03:00 uur (activiteit 5.);
openingstijden terras 07:00 uur tot 01:00 uur op zondag tot en met donderdag en op vrijdag en zaterdag van 07:00 uur tot 02:00 uur (activiteit 8.).
De burgemeester heeft de inrichting binnen exploitatiecategorie 2 (regulier) geplaatst.
Ook heeft de burgemeester in de exploitatievergunning vermeld dat de horeca-activiteiten gelet op de bestemming ondersteunend dienen te zijn aan de sportactiviteiten van het complex en dat het op grond van artikel 2:34c, eerste lid, sub b, van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 212 (APV) niet is toegestaan om sterk alcoholhoudende dranken te verstrekken, omdat de inrichting zich in de hoofdzaak richt tot sport.
Naar aanleiding van de bezwaren van eisers heeft de Algemene Bezwaarschriftencommissie (de commissie) de burgemeester op 18 december 2024 geadviseerd de bezwaren gegrond te verklaren en de exploitatievergunning te herzien. De commissie heeft overwogen dat de toegestane openingstijden voor binnen en voor het terras niet passen bij het karakter van ondersteunende horeca aan de sportvereniging, omdat de tijden te veel uit elkaar lopen. De commissie heeft verder overwogen dat de burgemeester meer gewicht had mogen toekennen aan het overlastverleden, omdat volgens de horecanota over een periode van vijf jaren moet worden teruggekeken en alleen in het laatste jaar een positieve ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Volgens de commissie kijkt de burgemeester in beginsel alleen naar objectieve gegevens om een oordeel te vormen over het overlast, maar omdat eisers hebben toegelicht waarom het aantal meldingen niet representatief is voor de overlast heeft de commissie geadviseerd om het overlastverleden van voor 2024 zwaarder mee te laten wegen door hier meer onderzoek naar te doen en eventueel aanvullende voorschriften aan de vergunning te verbinden om die overlast te beperken. Een voorschrift kan zijn een verbod op aanvragen van incidentele ontheffingen gedurende een bepaalde periode.
In afwijking van het advies van de commissie heeft de burgemeester met het bestreden besluit de vergunningverlening gehandhaafd. Wat betreft de openingstijden is de burgemeester afgeweken van het advies van de commissie. De burgemeester heeft overwogen dat de openingstijden niet te ruim zijn vergund, omdat de vraag of horeca wel of niet ondersteunend is aan de bestemming een planologisch karakter heeft. De burgemeester heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit dat de openingstijden van de horeca-inrichting ruimer zijn dan de openingstijden van de tennisvereniging zelf, niet per definitie maakt dat geen sprake is van ondersteunende horeca vanuit planologisch oogpunt. De burgemeester is bij het standpunt gebleven dat het overlastverleden van voor 2024 niet opweegt tegen de positieve ontwikkeling in het jaar 2024, in welk jaar maar één overlastmelding is geregistreerd. Daarbij heeft de burgemeester betrokken dat eisers hun stellingen over het overlast niet hebben onderbouwd met stukken. Om deze reden blijft de burgemeester het uitgangspunt van high trust high penalty hanteren.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eisers hebben – kort samengevat – aangevoerd dat sprake is van zelfstandige horeca en dat dit in strijd is met het geldende omgevingsplan. De exploitatievergunning had om die reden geweigerd moeten worden. Bovendien is door de burgemeester onvoldoende rekening gehouden met de overlast die buurtbewoners ondervinden van de horeca-inrichting.
Tijdens de behandeling van de zaken ter zitting is gebleken dat eisers met name een probleem hebben met de late openingstijden van de horeca-inrichting op het sportpark. Eisers zijn op zichzelf niet tegen de exploitatie van een horeca-inrichting Zij ervaren echter tot in de late uren overlast, voornamelijk na 23:00 uur. Na 23:00 uur kan overlast niet meer bij de gemeente gemeld worden, dan moeten buurtbewoners de politie inschakelen. Volgens eisers gebeurt dit ook wel, maar niet meer zo veel als in het verleden. Veel buurtbewoners zijn meldingsmoe en een aantal buren zijn ook al verhuisd vanwege de overlast. Eisers hebben aangegeven het liefst te zien dat de openingstijden van de horeca-inrichting gekoppeld worden aan de sportactiviteiten. In dat geval hoeft de exploitatievergunning niet geweigerd te worden.
Na afloop van de zitting heeft de burgemeester bij brief van 12 januari 2026 medegedeeld akkoord te zijn met aanpassing van de vergunde openingstijden van de horeca-inrichting van avond- naar daghoreca. Dat wil zeggen dat de vergunde openingstijden worden aangepast naar de tijden van 07:00 tot 23:00 uur. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van het zogenaamde ‘afkoeluurtje’, aldus de burgemeester. Eisers hebben, bij afzonderlijke brieven, aangegeven zich in deze aanpassing te kunnen vinden. Eiser heeft daarbij specifiek opgemerkt dat met deze wijziging het door hem beoogde resultaat wordt bereikt. Dit alles is in overeenstemming met wat door eisers ter zitting is opgemerkt. De rechtbank stelt dan ook vast dat de burgemeester is tegemoetgekomen aan de wensen van eisers.
Omdat alle partijen zich kunnen vinden in de aanpassing van de openingstijden zal de rechtbank overeenkomstig beslissen. Gelet op wat tijdens de zitting is besproken met partijen en de na de zitting uitgewisselde standpunten zal de rechtbank de overige beroepsgronden van eisers niet meer beoordelen. De rechtbank wijst tot slot het verzoek van eiseres om te bepalen dat het afkoelhalfuurtje binnen in de kantine zou moeten plaatsvinden af, omdat het niet aan de rechtbank is om hierover te oordelen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal overeenkomstig de wens van partijen zelf in de zaak voorzien en bepalen dat de openingstijden van zowel de horecavoorziening als het bijbehorende terras worden gewijzigd naar de openingstijden behorend bij daghoreca. Dat wil zeggen dat de openingstijden worden gewijzigd naar de tijden van 07:00 tot 23:00 uur. Voor het overige blijft de exploitatievergunning in stand.
7. Omdat het beroep grond is, moet de burgemeester het griffierecht aan eisers vergoeden. De burgemeester moet ook de proceskosten van eisers vergoeden. De rechtbank stelt de proceskosten in elke zaak afzonderlijk voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,00 in beroep en een wegingsfactor 1). In bezwaar hadden eisers nog geen rechtsbijstand.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.