ECLI:NL:RBROT:2026:6065

ECLI:NL:RBROT:2026:6065

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer C/10/708482 FA RK 25-7868
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Berekening van de verdeling van de niet toereikende draagkracht van de vader over zijn 3 kinderen uit twee relaties. Daarbij wordt ook rekening wordt gehouden met de draagkracht van de beide betrokken moeders en de (verschillende) behoefte van de kinderen in de beide gezinnen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Familierecht

Zaaknummer: C/10/708482 FA RK 25-7868

Kinderalimentatie

Beschikking van 6 mei 2026

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende in [plaats],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.J.H.M. Hopmans,

e n

[verweerder],

wonende in [plaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M. Heere-Helmink.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift van de moeder met bijlagen 1 tot en met 8, ingediend op 15 oktober 2025;

het bericht van de moeder van 29 oktober 2025, met als bijlage de akte van geboorte;

het verweerschrift van de vader met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken);

het verweerschrift van de moeder op de zelfstandige verzoeken van de vader, met bijlage 9;

het bericht van de vader van 3 april 2026, met ongenummerde bijlagen;

het bericht van de moeder van 7 april 2026, met bijlagen 10 tot en met 12, en

het bericht van de moeder van 13 april 2026, met bijlage 13.

Het verzoek en verweer zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 15 april 2026. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en

de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

De rechtbank heeft aan [minderjarige 1], de dochter van partijen, gevraagd wat zij van het verzoek vindt. [minderjarige 1] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.

2. Waar gaat het over?

Wat staat vast?

De vader en de moeder zijn de ouders van:

- [minderjarige 1], geboren op [datum].

[minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.

Partijen zijn in hun ouderschapsplan, ondertekend op 28 september 2017, overeengekomen dat de vader met ingang van 1 juli 2017 een bijdrage van € 189 per maand aan de moeder moet betalen, rekening houdend met 35% zorgkorting. Omdat de vader de voetbalcontributie voor [minderjarige 1] rechtstreeks betaalt, bedraagt de bijdrage die de vader feitelijk aan de moeder betaalt € 150 per maand.

De vader is, met mevrouw [partner] ook de ouder van:

[minderjarige 2], geboren op [datum];

[minderjarige 3], geboren op [datum].

Wat ligt voor?

Partijen hebben ter zitting hun verzoeken die betrekking hebben op de periode voor 1 april 2026 ingetrokken omdat zij hebben afgesproken dat zij over die periode niets meer van elkaar te vorderen hebben en de rechtbank beide verzocht een nieuwe bijdrage vast te stellen in de kosten en opvoeding van [minderjarige 1], ingaande 1 april 2026.

3. De beoordeling

conclusie

De rechtbank zal beslissen dat de vader vanaf 1 april 2026 een kinderalimentatie van € 187 per maand aan de moeder moet betalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. Daarbij gaat zij in op de standpunten van partijen, voor zover die voor de beoordeling van belang zijn. De berekeningen die de rechtbank heeft gemaakt, zijn als bijlagen aan deze beschikking toegevoegd. Bij de berekeningen rondt de rechtbank af op hele euro’s.

reden voor de wijziging

De rechtbank kan de alimentatie opnieuw berekenen als de omstandigheden zijn gewijzigd. Partijen zijn het er over eens dat er meerdere omstandigheden zijn gewijzigd en deze wijzigingen zijn ook rechtens relevant.

ingangsdatum

De rechtbank zal, zoals door beide partijen verzocht, de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] opnieuw berekenen vanaf 1 april 2026.

behoefte [minderjarige 1]

Partijen zijn het er over eens dat de behoefte van [minderjarige 1] in 2026 € 593 per maand bedraagt.

behoefte [minderjarige 2] en [minderjarige 3]

De vader is (samen met zijn partner) ook onderhoudsplichtig voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3]. Zijn onderhoudsplicht voor hen is van gelijke rang met die voor [minderjarige 1]. Bij een dergelijke samenloop van onderhoudsverplichtingen moet de rechtbank beoordelen in hoeverre de vader in staat is om aan al zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen. Daarvoor is van belang om te weten of de behoefte van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] duidelijk verschilt van die van [minderjarige 1] en welk aandeel de vader daarin moet leveren. Bij de bepaling van dat aandeel houdt de rechtbank er ook rekening mee welk aandeel de partner van de vader, mevrouw [partner], naar rato van haar draagkracht in de kosten van de kinderen van haar en de vader kan dragen. Daarom zal de rechtbank hierna de behoefte van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] beoordelen en ook de draagkracht van mevrouw [partner].

Partijen zijn het er over eens dat de behoefte van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in 2025 € 670 per kind per maand bedraagt. Na indexering bedraagt deze behoefte in 2026 € 701 per kind per maand. De behoefte komt daarmee duidelijk hoger uit dan die van [minderjarige 1].

draagkracht ouders

Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van de kinderen voorzien.

Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld. Bij die methode kijkt de rechtbank naar wat er van het inkomen van een ouder overblijft nadat de noodzakelijke lasten zijn betaald. Aan de inkomstenkant rekent de rechtbank met het netto besteedbaar maandinkomen (NBI) van een ouder. Aan de uitgavenkant rekent zij met een woonbudget van 30% van het NBI en een forfaitair bedrag voor vaste lasten. Dat forfaitaire bedrag is gebaseerd op de bijstandsnorm. Daarnaast kan de rechtbank ook rekening houden met eventuele overige lasten. Die lasten moeten dan niet verwijtbaar en niet vermijdbaar zijn. Alle uitgaven vormen met elkaar het ‘draagkrachtloos inkomen’. Het NBI verminderd met het draagkrachtloos inkomen leidt tot de ‘draagkrachtruimte’. Van de draagkrachtruimte is (in beginsel) 70% beschikbaar voor de kinderen. In dit geval ziet die berekening er als volgt uit: 70% [NBI – (NBI X 0,3 + 1365)].

draagkracht vader

Voor het bepalen van de draagkracht van de vader rekent de rechtbank op basis van de overlegde jaaropgaaf 2025 met een loon voor loonheffing van € 59.118. Het NBI is dan € 3.638 per maand.

Volgens de hiervoor vermelde methode heeft de vader een draagkracht van € 827 per maand.

draagkracht moeder

Voor het bepalen van de draagkracht rekent de rechtbank op basis van de overlegde salarisspecificatie december 2025 met een jaarinkomen 2025 van € 25.603 bruto.

Ook rekent de rechtbank met een kindgebonden budget van € 6.960 per jaar. Het NBI is dan € 2.646 per maand.

Volgens de hiervoor vermelde methode heeft de moeder een draagkracht van € 341 per maand.

De rechtbank gaat bij de berekening van de draagkracht van de moeder dus niet mee met het ter zitting naar voren gebrachte standpunt van de vader dat aan de zijde van de moeder van een hogere verdiencapaciteit moet worden uitgegaan, omdat hij ook fulltime werkt en er geen redenen zijn waarom de moeder niet fulltime zou kunnen werken. Dit verweer is pas op de zitting voor het eerst naar voren gebracht, terwijl al eerder bekend was dat de moeder niet fulltime maar 66.66% werkte. De moeder heeft begin april haar loonstroken overgelegd waaruit dat bleek en de vader heeft desondanks daarna, zonder enig voorbehoud, zelf gerekend met het daarbij horende inkomen van de vrouw. Daarmee is dit verweer -zoals ook door de advocaat van de moeder ter zitting is aangegeven- tardief.

draagkracht van mevrouw [partner]

Voor het bepalen van de draagkracht van mevrouw [partner] rekent de rechtbank op basis van de overlegde jaaropgaaf 2025 met een loon voor loonheffing van € 39.991. Het NBI is dan € 3.062 per maand.

Volgens de hiervoor vermelde methode heeft mevrouw [partner] een draagkracht van € 545 per maand.

verdeling kosten

Zoals hiervoor onder 3.5 is overwogen, is aan de kant van de vader sprake van een samenloop van onderhoudsverplichtingen. De rechtbank beoordeelt in een dergelijke situatie of de vader in staat is aan al zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen. Om dat te kunnen beoordelen moet de rechtbank ook rekening houden met de bijdragen die de andere onderhoudsplichtigen kunnen leveren.

Om de bijdrage te berekenen, zal de rechtbank de berekeningen als volgt uitvoeren:

eerst berekent de rechtbank het aandeel van de vader in de onderlinge verhouding met de moeder in de kosten van hun kind. Daarna berekent de rechtbank het aandeel van de vader in de onderlinge verhouding met zijn nieuwe partner in de kosten van hun kinderen.

zoals hierna zal blijken, heeft de vader onvoldoende draagkracht om al die berekende aandelen volledig te betalen. Hij kan dus niet volledig aan al zijn onderhoudsverplichtingen voldoen, zodat de rechtbank het voor onderhoud beschikbare bedrag (zijn draagkracht) moet verdelen over al zijn kinderen.

verdeling kosten van [minderjarige 2] en [minderjarige 3]

De vader heeft een draagkracht van € 827,- per maand en de partner van de vader heeft een draagkracht van € 545,- per maand. Samen hebben zij een draagkracht van € 1.372,- per maand. De kosten van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn € 701 per kind,- per maand. Dit betekent dat de vader van de behoefte van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor zijn rekening dient te nemen:

= € 422,50 per kind per maand,

verdeling kosten van [minderjarige 1]

De vader heeft een draagkracht van € 827,- per maand en de moeder van € 341,- per maand. Dit betekent dat de vader van de behoefte van [minderjarige 1] (€ 593 per maand) voor zijn rekening dient te nemen:

= € 420,- per maand,

conclusie

Gelet op het voorgaande bedraagt het aandeel van de vader, rekening houdend met de draagkracht van de andere ouders voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] € 422,50,- per kind per maand en voor [minderjarige 1] € 420,- per maand. Samen is dat € 1.265,- per maand. De vader heeft echter maar een draagkracht van € 827,- per maand. Dat is onvoldoende om volledig aan zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen, zodat de volledige draagkracht van de vader over de drie kinderen moet worden verdeeld.

Nu de berekende aandelen van de vader voor [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nagenoeg gelijk zijn, zal de rechtbank de beschikbare draagkracht voor zijn kinderen gelijkelijk over hen verdelen. Dat betekent voor de onderhavige zaak dat de bijdrage van de vader voor [minderjarige 1], afgerond € 276 per maand bedraagt.

zorgkorting

De vader maakt op de dagen dat [minderjarige 1] bij hem verblijft kosten voor eten en drinken, energielasten en dergelijke: de verblijfskosten. Daarmee voldoet de vader – deels – aan zijn onderhoudsverplichting. Voor zover daartegenover een besparing in die kosten van de moeder staat, verlaagt de rechtbank in beginsel de bijdrage van de vader met een percentage van de behoefte van de kinderen: de ‘zorgkorting’.

Partijen verschillen van mening over de hoogte van de zorgkorting. [minderjarige 1] verblijft naar het oordeel van de rechtbank gemiddeld 1 dag per week bij de vader. Zij blijft op dit moment weliswaar niet bij haar vader slapen, maar zij gaat regelmatig bij hem langs. Daarbij past een zorgkorting van 15% van de behoefte, dus € 89,- per maand. Omdat de vader en de moeder samen voldoende draagkracht hebben om in de volledige behoefte van [minderjarige 1] te voldoen, strekt deze zorgkorting in mindering op het berekende aandeel van de vader in de kosten van [minderjarige 1] van € 276 per maand. Er blijft dan een bedrag van (276 -/- 89 =) € 187 per maand over dat de vader aan kinderalimentatie moet betalen.

uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank verklaart de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de kinderalimentatie betaald moet worden, ook al wordt er hoger beroep ingesteld.

proceskosten

De vader en de moeder moeten allebei hun eigen proceskosten betalen, omdat zij elkaars ex-partners zijn.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie, zoals die was vastgelegd in het ouderschapsplan van 28 september 2017, en bepaalt dat deze kinderalimentatie vanaf 1 april 2026 € 187 per maand bedraagt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de vader en de moeder allebei hun eigen proceskosten moeten betalen;

wijst de verzoeken voor het overige af.

Dit is de beslissing van rechter mr. A.W. Beversluis, tot stand gekomen in samenwerking met mr. Y. Oosting, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof in Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Bijlagen:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Y. Oosting

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand