ECLI:NL:RBROT:2026:6223

ECLI:NL:RBROT:2026:6223

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer ROT 24/9954
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag voor de toeslagjaren 2007 en 2008 en het vastgestelde compensatiebedrag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie voor de jaren 2007 en 2008 terecht heeft afgewezen en de hoogte van het compensatiebedrag juist heeft vastgesteld. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen

Dienst Toeslagen

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/9954

[eiseres] , uit Ridderkerk, eiseres

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),

en

(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2]).

1. Deze uitspraak gaat over de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag voor de toeslagjaren 2007 en 2008 en het vastgestelde compensatiebedrag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie voor de jaren 2007 en 2008 terecht heeft afgewezen en de hoogte van het compensatiebedrag juist heeft vastgesteld. Het beroep is ongegrond.

Procesverloop

2. Met het besluit van 3 juni 2021 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie voor de toeslagjaren op grond van de Wht afgewezen.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het besluit van 3 juni 2021.

Met het besluit van 28 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 3 juni 2021 gegrond verklaard. Het beroep heeft van rechtswege betrekking op het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst.

De Dienst Toeslagen heeft nadere stukken ingediend. Geen van de partijen heeft, nadat zij zijn gewezen op het recht op een nadere zitting te worden gehoord, verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wht. Met het besluit van 3 juni 2021 heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat er geen fouten zijn gemaakt bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag in de toeslagjaren 2007, 2008 en 2009. Met het bestreden besluit heeft de Dienst Toeslagen eiseres compensatie toegekend van € 12.192,- omdat er sprake is geweest van hardheid van het stelsel bij de uitvoering van kinderopvangtoeslag in 2009. In 2009 is een bedrag van € 4.235,76 aan kinderopvangtoeslag te veel uitbetaald aan een kinderopvanginstelling en dit bedrag is teruggevorderd bij eiseres.

4. Eiseres heeft geen beroepsgrond gericht tegen het feit dat de Dienst Toeslagen in aan afzonderlijk besluit van 31 oktober 2024 heeft beslist over het recht op compensatie voor de toeslagjaren 2005, 2006 en 2010 tot en met 2019. Deze toeslagjaren laat de rechtbank daarom buiten beschouwing.

Heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag om compensatie voor de jaren 2007 en 2008 terecht afgewezen?

5. Eiseres betoogt dat zij ook voor de jaren 2007 en 2008 recht heeft op compensatie. Ten aanzien van 2007 voert zij aan dat de kinderopvangtoeslag te laag is vastgesteld, waardoor zij schade heeft geleden. Ten aanzien van 2008 voert zij aan dat kinderopvangtoeslag is uitbetaald aan de kinderopvanginstelling maar bij haar is teruggevorderd, en dat de verlaging meer dan € 1.500,- bedraagt zodat zij recht heeft op compensatie wegens te harde toepassing van het wettelijk systeem.

De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van haar bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen of een te harde toepassing van het wettelijke systeem van de kinderopvangtoeslag. Een aanvrager van een kinderopvangtoeslag komt niet in aanmerking voor compensatie van schade met betrekking tot een berekeningsjaar waarover minder dan € 1.500 aan kinderopvangtoeslag is teruggevorderd of het recht op kinderopvangtoeslag met minder dan € 1.500 is verlaagd.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie voor de jaren 2007 en 2008 terecht afgewezen. De rechtbank licht dit hierna toe.

Ten aanzien van het toeslagjaar 2007 is de kinderopvangtoeslag aanvankelijk als voorschot vastgesteld op € 7.692,-, vervolgens verhoogd naar € 11.052,- en uiteindelijk definitief vastgesteld op € 10.945,- op basis van de door eiseres toegestuurde jaaropgave en een hoger toetsingsinkomen. Het verschil van € 107,- is teruggevorderd. Dit betreft reguliere wijzigingen van het recht op kinderopvangtoeslag en het is daarom niet aannemelijk dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld. Voor compensatie wegens te harde toepassing van het wettelijk systeem bestaat evenmin aanleiding, nu de terugvordering ruim onder de drempel van € 1.500,- blijft. Het betoog dat eiseres destijds mogelijk recht had op € 183,82 meer kinderopvangtoeslag, leidt niet tot een ander oordeel. De herstelregelingen in de Wht zijn niet bedoeld om eventuele administratieve fouten bij de besluitvorming over het recht op kinderopvangtoeslag in het verleden te herstellen.

Ook voor het jaar 2008 heeft de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie toegekend. De kinderopvangtoeslag is in dat jaar aanvankelijk vastgesteld op € 7.683,-, verhoogd naar € 13.445,- en vervolgens verlaagd naar € 11.436,-. Deze verlaging vond plaats op basis van de ingediende jaaropgave en het definitief vastgestelde toetsingsinkomen. Dit betreft reguliere wijzigingen van het recht op kinderopvangtoeslag en het is daarom niet aannemelijk dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld. Anders dan eiseres betoogt, betekent een verlaging van het recht op kinderopvangtoeslag met meer dan € 1.500,- niet dat automatisch recht bestaat op compensatie. Ook het feit dat de toeslag is betaald aan de kinderopvanginstelling, maar is teruggevorderd van eiseres, is in dit geval onvoldoende voor de conclusie dat sprake is van een te harde toepassing van het wettelijke systeem, omdat de terugvordering mede is gebaseerd op een gewijzigd toetsingsinkomen en niet alleen op een gewijzigd aantal opvanguren.

Heeft eiseres recht op compensatie omdat artikel 19 van de Awir zou zijn geschonden?

6. Eiseres betoogt dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld door het recht op kinderopvangtoeslag te herzien buiten de in artikel 19 van de Awir gestelde termijn. De Dienst Toeslagen was niet bevoegd dat te doen, omdat de in artikel 19 van de Awir gestelde termijn een vervaltermijn is. Eiseres wijst daarbij op een conclusie van staatsraad advocaat-generaal Keus. Uit openbare documenten blijkt dat de Dienst Toeslagen destijds bewust in strijd heeft gehandeld met artikel 19 van de Awir.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen recht op compensatie in het geval artikel 19 van de Awir zou zijn geschonden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft naar aanleiding van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Keus geoordeeld dat de in artikel 19 van de Awir gestelde termijn geen fatale termijn is, zodat de Dienst Toeslagen ook na het verstrijken van die termijn bevoegd blijft een voorschot op een toeslag te herzien of een toeslag definitief vast te stellen. De Afdeling heeft bovendien geoordeeld dat het enkele feit dat de in artikel 19 van de Awir gestelde termijn is geschonden, niet betekent dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld in de zin van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. Eiseres heeft onvoldoende duidelijk gemaakt uit welke openbare documenten zou blijken dat de Dienst Toeslagen destijds bewust in strijd heeft gehandeld met artikel 19 van de Awir. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de Dienst Toeslagen de hoogte van de immateriële schadevergoeding juist vastgesteld?

7. Eiseres betoogt dat onduidelijk is hoe de immateriële schadevergoeding is vastgesteld en dat de immateriële schadevergoeding die de Dienst Toeslagen heeft toegekend te laag is. De daadwerkelijke immateriële schade is hoger. De Dienst Toeslagen had daarom moeten afwijken van het in de wet genoemde forfaitaire bedrag.

Het bedrag van de immateriële schadevergoeding is, ongeacht het aantal berekeningsjaren waarop de compensatie betrekking heeft, gelijk aan € 500 voor ieder half jaar dat is verstreken tussen de dagtekening van een eerste beschikking als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, van de Wht en de dagtekening van de eerste beschikking tot toekenning van compensatie, waarbij een deel van een half jaar naar boven wordt afgerond op een half jaar, met dien verstande dat het bedrag niet hoger is dan de som van de bedragen die overeenkomstig het eerste lid voor de berekeningsjaren zijn vastgesteld, zonder de verminderingen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de hoogte van de immateriële schadevergoeding juist vastgesteld. Op grond van de laatste zinsnede van artikel 2.3, derde lid, van de Wht, bedraagt de immateriële schadevergoeding maximaal het bedrag dat niet is toegekend of is teruggevorderd. Eiseres heeft niet betwist dat in het toeslagjaar 2009 € 4.235,76 is teruggevorderd. Dat betekent dat de Dienst Toeslagen de immateriële schadevergoeding terecht op dat bedrag heeft vastgesteld.

Het betoog van eiseres dat de daadwerkelijke immateriële schade hoger is en de Dienst Toeslagen had moeten afwijken van het wettelijk vastgestelde bedrag, strekt ertoe dat de rechtbank de hoogte van de toegekende immateriële schadevergoeding toetst aan het evenredigheidsbeginsel. In artikel 120 van de Grondwet is opgenomen dat de rechter niet treedt in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen. De Wht is een wet in formele zin. Artikel 2.3, vierde lid, waarin is opgenomen dat voor immateriële schade een bedrag van € 500,- per half jaar wordt toegekend, valt dus onder het toetsingsverbod. Er is ook geen sprake van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever, waardoor toepassing van de wettelijke bepaling in strijd zou zijn met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht. De wetgever heeft onderkend dat gedupeerden ook meer of andere immateriële schade kunnen hebben geleden en voor het verkrijgen van compensatie daarvoor is ook nadrukkelijk een weg opengesteld, namelijk via een aanvraag om aanvullende compensatie voor de werkelijke schade. Omdat de wetgever een gemotiveerde keuze heeft gemaakt om in het kader van de integrale beoordeling forfaitair een het bedrag van € 500,- per half jaar toe te kennen, heeft de bestuursrechter geen ruimte om de hoogte van dit bedrag te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. De beroepsgrond slaagt niet.

Is het beroep tegen het niet tijdig beslissen ontvankelijk?

8. Het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar, is niet-ontvankelijk. De Dienst Toeslagen heeft met het bestreden besluit alsnog op het bezwaar beslist, waardoor eiseres in zoverre geen procesbelang meer heeft. Dit laat onverlet dat eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Het besluit is weliswaar genomen op 28 augustus 2024, maar pas op 5 november 2024 aan eiseres bekendgemaakt, nadat zij beroep tegen het niet tijdig beslissen had ingesteld. De Dienst Toeslagen moet daarom de proceskosten van eiseres in verband met het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het griffierecht vergoeden.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep, voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen op de bezwaren tegen het besluit van 5 november 2021, is niet-ontvankelijk. Voor het overige is het beroep ongegrond.

10. De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen in de proceskosten die eiseres heeft gemaakt in verband met het beroep tegen het niet tijdig beslissen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5). De zaak, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, is van licht gewicht, omdat het een eenvoudige zaak is. De Dienst Toeslagen moet ook het betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Huisman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.P. Ferwerda

Griffier

  • mr. A.J. Huisman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand