RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit Vlaardingen, eiser
de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/7242
(gemachtigde: mr. dr. ir. G.A.[naam]. Maduro),
en
(gemachtigde: mr. P. Stahl-de Bruin).
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB de aanvraag van eiser om dubbele kinderbijslag terecht heeft afgewezen. Eiser heeft dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.
Met het besluit van 11 maart 2025 heeft de SVB de aanvraag van eiser om dubbele kinderbijslag afgewezen.
Met het besluit van 20 augustus 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is de SVB bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de SVB.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser heeft op 23 december 2024 dubbele kinderbijslag aangevraagd voor de periode vanaf het vierde kwartaal van 2024 voor zijn dochter [naam], geboren op [geboortedatum] 2013. [naam] heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
4. De SVB heeft aan de afwijzing van de aanvraag met het besluit van 11 maart 2025 een advies van het Centrum Indicatiestelling zorg (CIZ) ten grondslag gelegd. Het CIZ-advies levert voor [naam] niet genoeg punten op, namelijk nul punten.
5. Met het bestreden besluit heeft de SVB het besluit van 11 maart 2025 gehandhaafd. De SVB heeft zich hierbij gebaseerd op het advies van het CIZ van 18 augustus 2025. Het CIZ heeft in dit advies twee punten toegekend: een punt voor lichaamshygiëne en een punt voor alleen thuis zijn, voor de overige onderdelen worden geen punten toegekend. Hiermee haalt [naam] niet de drie punten die vereist zijn voor het toekennen van dubbele kinderbijslag.
Wettelijk kader
Een verzekerde heeft voor een kind tussen de drie en achttien jaar dat tot zijn huishouden behoort, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag als het kind is aangewezen op een bepaalde mate van intensieve zorg.
Van intensieve zorg is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders ‘in ernstige mate’ wordt verzwaard.
De SVB wint een op medische gegevens gebaseerd advies in bij het CIZ om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft. De beoordeling van het CIZ geschiedt aan de hand van de onderdelen lichaamshygiëne, zindelijkheid, eten en drinken, mobiliteit, medische verzorging, gedrag, communicatie, alleen thuis zijn, begeleiding buitenshuis, en bezighouden/handreikingen. Het CIZ kent op een onderdeel een punt toe als geoordeeld wordt dat er op dat onderdeel sprake is van een zware zorgbehoefte. Een kind in de leeftijd van tien tot en met zeventien jaar behoeft intensieve zorg als het CIZ minimaal drie punten toekent.
De SVB kan vaststellen dat sprake is van intensieve zorg als het advies van het CIZ positief luidt. Bij het bepalen of per onderdeel al dan niet een punt moet worden toegekend, wordt door de SVB het Beoordelingskader Besluit uitvoering kinderbijslag 2018 (het Beoordelingskader) gehanteerd. In het Beoordelingskader wordt een nadere uitwerking gegeven aan de in de Regeling genoemde onderdelen, waarbij per onderdeel voorbeelden worden gegeven van situaties waarvoor wel of juist geen punt wordt toegekend. De lijst met voorbeelden die zijn genoemd in het blok ‘geen score’ is niet uitputtend.
Standpunt van eiser
7. Eiser betoogt dat [naam] vanaf het vierde kwartaal van 2024 voldoet aan de voorwaarden voor dubbele kinderbijslag. Aan haar zijn slechts twee punten toegekend en eiser stelt dat voor meer onderdelen een punt had moeten worden toegekend. Eiser voert daartoe het volgende aan. Wat betreft het onderdeel eten en drinken is continu toezicht en aansporing nodig. Zonder dat eiser [naam] aanspoort, blijft zij zonder eten en drinken aan tafel zitten. Het CIZ is hier ten onrechte niet op ingegaan. Wat betreft het onderdeel communicatie is sprake van een onvermogen tot spreken. [naam] kan zich moeilijk uitdrukken in taal en maakt gebruik van handen en voeten om zich verstaanbaar te maken. Wat betreft het onderdeel begeleiding buitenshuis kan [naam] niet of nauwelijks communiceren met anderen en raakt zij zonder begeleiding gedesoriënteerd. Wat betreft het onderdeel bezighouden en handreikingen heeft [naam] gedurende de gehele dag invulling nodig en is permanente één-op-één begeleiding vereist. Het ontbreken daarvan leidt tot extra spanningen bij haar. Gelet op het voorgaande betoogt eiser dat het advies van het CIZ onzorgvuldig tot stand is gekomen dan wel onjuist of onvolledig is, en dat het bestreden besluit daarom niet in stand kan blijven.
Oordeel van de rechtbank
8. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) kan het Beoordelingskader, een vaste gedragslijn, als uitgangspunt worden genomen bij de beoordeling van het recht op dubbele kinderbijslag.
9. De SVB heeft het bestreden besluit gebaseerd op het advies van het CIZ van 18 augustus 2025. In dat advies is per onderdeel inzichtelijk gemotiveerd of [naam] al dan niet in aanmerking komt voor een score op dat onderdeel. Uit het advies blijkt tevens dat het CIZ onderzoek heeft verricht, bestaande uit dossieronderzoek en telefonisch onderzoek bij eiser en een schoolmaatschappelijk werker.
10. Ten aanzien van de juistheid en de volledigheid van het advies, overweegt de rechtbank wat betreft de door eiser bestreden vier onderdelen als volgt.
Eten en drinken
11. Volgens het Beoordelingkader wordt voor het onderdeel eten en drinken onder andere een score toegekend als er een noodzaak is tot continue aansporing tijdens een maaltijd in verband met een medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet. Er wordt geen score toegekend als iemand zelf kan eten en drinken maar daarbij af en toe aansporing nodig heeft. Hoewel [naam] aansporing nodig heeft tijdens het eten en drinken, blijkt uit de stukken en met name het advies van CIZ niet dat er sprake is van continue aansporing tijdens de maaltijd. Daarbij heeft de medisch adviseur naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat [naam] zelf kan eten en drinken. Het knoeien, het niet gestructureerd kunnen opruimen en af en toe aansturing nodig hebben is, gelet op het Beoordelingskader, onvoldoende om tot een score te kunnen komen op dit onderdeel. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser ter zitting heeft verklaard dat hij [naam] aan tafel moet aansporen om te gaan eten en dat zij dan gaat eten, maar stopt als hij naar de keuken loopt. Ook dit wijst niet op een noodzaak om haar meer dan af en toe aan te sporen.
Communicatie
12. Naar het oordeel van de rechtbank wordt voor het onderdeel communicatie terecht geen punt toegekend. Volgens het beoordelingskader wordt een punt toegekend indien sprake is van een onvermogen tot spreken, spraak die door niemand of alleen door naaste verzorgers wordt begrepen, communicatie die uitsluitend plaatsvindt door middel van gebaren en losse woorden, het vrijwel niet reageren op aanwijzingen en vragen als gevolg van een aandoening, of het niet of vrijwel niet begrijpen van anderen. Geen punt wordt toegekend indien het kind zelf contact maakt en door derden wordt verstaan en begrepen.
Het CIZ heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd dat hoewel [naam] aanzienlijke communicatieproblemen heeft, geen van de situaties zich voordoet waarbij een punt wordt toegekend. Blijkens het advies van het CIZ is op het vragenformulier ingevuld: “niet iedereen begrijpt wat mijn kind zegt”, wat iets anders is dan dat niemand behalve een naaste haar begrijpt. Telefonisch heeft eiser verklaard dat mensen [naam] soms niet begrijpen en dat [naam] het lastig vindt om gesprekjes aan te gaan terwijl ze dit wel graag wil. Blijkens informatie van de school is de algehele verstaanbaarheid van [naam] voldoende.
begeleiding buitenshuis
13. Volgens het Beoordelingskader wordt een punt toegekend indien het kind als gevolg van een ziekte of stoornis niet alleen naar buiten kan, slechts in de eigen afgesloten tuin kan spelen, of slechts buiten kan spelen omdat de woonomgeving en sociale situatie er zich toe leent en er toezicht vanuit huis mogelijk is of het kind in het directe en voortdurende zicht is. Geen punt wordt toegekend indien het kind slechts in de directe woonomgeving of op een afgesproken plaats buiten kan spelen met controle op bepaalde momenten.
Het CIZ heeft op basis van de beschikbare gegevens geconcludeerd dat [naam] weliswaar nabijheid nodig heeft, maar dat er geen sprake is van een noodzaak tot permanent toezicht van een volwassene. Zij kan in de directe woonomgeving met bekende kinderen buiten spelen, terwijl vanuit huis toezicht mogelijk is. Dit valt naar het oordeel van de rechtbank binnen de situaties waarbij geen punt wordt toegekend. Blijkens het CIZ-advies heeft eiser bij het telefonisch onderzoek verklaard: “[naam]. gaat wel naar buiten, maar niet alleen. Soms gaat ze met de kleinkinderen van vader naar buiten. Ze gaat nooit ver, 100 meter van het huis is een speeltuintje waar ze dan gaat spelen met de andere kinderen. Nooit alleen, dat durft ze niet.” Op de telefonische hoorzitting heeft hij verklaard: “Vader woont op de eerste verdieping in een flat. Hij geeft aan dat [naam]. nooit alleen buiten komt. Als ze buiten is voor het huis en er gebeurt iets roept ze niet, ze komt niet naar vader. Ze gaat wel soms met de kleinkinderen van vader even samen naar buiten direct voor het huis. Vader kan dan vanuit het raam kijken vanuit de flat.” Uit geen van beide verklaringen volgt dat er meer dan “op bepaalde momenten” controle nodig is.
Eisers verklaring ter zitting dat hij niet door een raam – dat vanuit zijn woning geen zicht geeft op het speeltuintje – maar vanaf de galerij de hele tijd staat te kijken als [naam] buiten aan het spelen is, is strijdig met de genoemde twee eerdere verklaringen en doet daarom aan die eerdere verklaringen niet af. Eisers betoog ter zitting dat hij beperkt Nederlands spreekt waardoor de eerder verklaringen misschien verkeerd zijn begrepen, kan hem niet baten, nu hij in de bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gehad telefonisch correcties op het conceptadvies van het CIZ door te geven en hij die gelegenheid ook heeft benut, maar niet op het onderhavige punt. De rechtbank ziet al met al geen aanleiding te twijfelen aan de zorgvuldigheid of volledigheid van het advies. Het CIZ heeft het standpunt van vader en de schoolmaatschappelijk werker over de beperkingen van [naam] betrokken bij de beoordeling en deze afdoende gemotiveerd.
Bezighouden/handreikingen
14. Naar het oordeel van de rechtbank wordt ook voor het onderdeel bezighouden en handreikingen terecht geen punt toegekend. Volgens het Beoordelingskader wordt een punt toegekend indien als gevolg van een ziekte of stoornis een noodzaak bestaat tot het aanbieden van een volledige, complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en activering, het kind zich geheel niet alleen kan vermaken, alle activiteiten binnenshuis georganiseerd en begeleid moeten worden, of sprake is van volledige aanpassing en sterke inperking van de levensstijl. Geen punt wordt toegekend indien sprake is van een noodzaak tot extra structuur of begeleiding, maar het kind zich ook enige tijd alleen kan vermaken of geconcentreerd ergens mee bezig kan zijn.
Het CIZ heeft op basis van de beschikbare gegevens geconcludeerd dat [naam] weliswaar meer structuur en nabijheid nodig heeft vanwege haar TOS en haar gezinsgeschiedenis, maar dat geen sprake is van een noodzaak tot permanente één-op-één begeleiding als gevolg van een ziekte of stoornis. Uit de stukken blijkt dat [naam] zich enige tijd alleen kan vermaken, onder meer met haar telefoon, knutselen en haar konijn, en dat zij zich op school ook even alleen kan bezighouden. Dat zij door de dag heen structuur en ondersteuning nodig heeft, is onvoldoende voor een punt in dit onderdeel, nu het Beoordelingskader dit uitdrukkelijk als een situatie zonder score aanmerkt.
15. Gelet op het voorgaande heeft de SVB het advies van het CIZ van 18 augustus 2025, aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Uit dit advies blijkt dat op basis van de beschikbare informatie onvoldoende punten worden behaald om dubbele kinderbijslag te verstrekken. De SVB heeft de aanvraag van eisers om dubbele kinderbijslag daarom terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Huisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.