Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/707062 / FA RK 25-7144
Beschikking van 16 februari 2026 betreffende onderhoudsbijdrage en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dan wel de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht
in de zaak van:
[naam vrouw] , hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. L. de Brito te Rotterdam,
t e g e n
[naam man] , hierna: de man,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in het binnen- of buitenland,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 18 september 2025.
Binnen de door de rechtbank gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ten aanzien van de verzochte onderhoudsbijdrage ingediend.
2. De beoordeling
De onderhoudsbijdrage
Het verzoek kan als onweersproken en niet onrechtmatig of ongegrond worden toegewezen.
Op deze alimentatie is van rechtswege de wettelijke indexering van toepassing.
De regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Het verzoek wordt aangehouden tot de nader te bepalen mondelinge behandeling op de wijze als hierna onder de beslissing is weergegeven.
Proceskosten
Omdat ten aanzien van de regeling van de zorgregeling dan wel omgangsregeling nog geen eindbeslissing wordt gegeven, wordt nu ook nog geen beslissing genomen over de proceskosten.
3. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 januari 2025, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ,
voor de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling zal voldoen € 133,- per maand;
wijzigt het bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 8 maart 2021 opgenomen ouderschapsplan van 29 oktober 2020 in die zin, dat de daarbij tussen partijen overeengekomen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige:
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ,
met ingang van 1 januari 2025 wordt bepaald op € 133,- per maand;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
bepaalt dat de behandeling van de zaak ten aanzien van de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht wordt aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling;
bepaalt dat partijen, hun advocaten en de raad voor de kinderbescherming tegen de nog nader te bepalen mondelinge behandeling zullen worden opgeroepen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Langeler, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. L.C.M. van Gils, griffier, op 16 februari 2026.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.