ECLI:NL:RBROT:2026:6305

ECLI:NL:RBROT:2026:6305

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 71.119539.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wijziging tenlastelegging als onderdeel van procesafspraken. Veroordeling voor de voorbereiding en bevordering van cocaïnehandel, gewoontewitwassen van grote geldbedragen en het voorhanden hebben van drugs. De rechtbank volgt de procesafspraken en legt een gevangenisstraf op van 730 dagen, waarvan 626 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, en een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast wordt een taakstraf opgelegd van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis. De verdachte doet afstand van een bedrag van € 27.500,- dat hij heeft betaald als zekerheidsstelling bij teruggave van een in beslag genomen voertuig. In lijn met de gemaakte procesafspraken verrekent de rechtbank de door de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis betaalde borgsom van € 25.000,- als zekerheid voor de nakoming van de door de rechtbank aan de schorsing verbonden voorwaarden met de op te leggen geldboete en stelt deze vast op een bedrag van in totaal € 40.000,- (€ 15.000,- + € 25.000,-).

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 71.119539.23

Datum uitspraak: 22 mei 2026

Datum zitting: 11 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. N.W.A. Dekens.

Officier van justitie: mr. G.H. Rip.

1. Tenlastelegging

Vordering wijziging tenlastelegging

Als onderdeel van de hierna te bespreken procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, heeft de officier van justitie ter zitting een wijziging van de tenlastelegging gevorderd. Hij heeft daarbij toegelicht dat de bevindingen bij het verdere opsporingsonderzoek sinds de vorige zitting ruim twee jaar geleden, een ander licht werpen op de rol van de verdachte bij de hem ten laste gelegde drugsgerelateerde feiten. Om die reden wordt gevorderd om de feiten 1 (invoer van 100 kilo cocaïne) en 2 (handel van in totaal 44 kilo cocaïne) als zelfstandig onderdeel van de tenlastelegging te laten vervallen en te integreren in de onder 3 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen van een feit in de zin van artikel 10, vijfde lid, van de Opiumwet. Daarnaast wordt in matigende zin een wijziging gevorderd van de onder 4 genoemde bedragen bij het ten laste gelegde gewoontewitwassen.

Met de toelichting van de officier van justitie concludeert de rechtbank dat de verzochte wijziging voldoet aan de eisen van artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering en dat deze, op basis van de inhoud van het strafdossier, ook voldoende recht doet aan de ernst van de zaak en de in dat kader tegen de verdachte eerder aangenomen ernstige bezwaren. De rechtbank heeft de vordering tot wijziging van de tenlastelegging daarom ter zitting toegewezen.

Gewijzigde tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van 3 strafbare feiten. Samengevat wordt hem ten laste gelegd dat hij samen met anderen de handel in cocaïne heeft voorbereid en bevorderd (feit 1), dat hij samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van grote geldbedragen (feit 2) en dat hij op lijst I voorkomende drugs voorhanden heeft gehad (feit 3).

De volledige gewijzigde tenlastelegging staat in bijlage 1.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1, 2 en 3.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De bewijsmiddelen worden hieronder opgesomd en zullen in de gevallen waarin de wet dat vereist worden uitgeschreven in een op te maken aanvulling op dit vonnis.

1. Het proces-verbaal van bevindingen

2. Proces-verbaal van politie (ZD Teflon)

3. Proces-verbaal van politie (ZD Lade)

4. Proces-verbaal van politie

5. Proces-verbaal van politie

6. Proces-verbaal van politie

Bewezen is dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 31 maart 2021 in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het

- opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen,

- opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten cocaïne,

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door meermalen, middels encrypted communicatie met derden:

- te communiceren over de beschikbaarheid van (blokken) cocaïne en

- te communiceren over de te hanteren verkoopprijs van (blokken) cocaïne en

- foto’s te sturen/delen van blokken cocaïne en

- te communiceren over hoeveelheden, wijze van vervoer, wijze van plaatsing in een container, de aankomst en het lossen, logistieke en/of administratieve afhandeling van containers met daarin (blokken) cocaïne en

- te communiceren over verdeling van hoeveelheden cocaïne en/of

geld en de te verrichten werkzaamheden en

- te communiceren over het uithalen van (blokken) cocaïne uit

containers en

- te communiceren over het opzetten van stash-houses met daarbij

gewapende beveiliging

en

- door een of meerdere betalingen te (laten) verrichten ten behoeve

van de aankoop van (blokken) cocaïne en/of het transport van deze

(blokken) cocaïne;

2.

hij in de periode van 2 september 2020 tot en met 7 maart

2021 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

(van) contante geldbedragen, te weten:

- op 2 september 2020: 200.000 euro en/of

- op 30 december 2020 : 166.400 euro en/of

- op 6 januari 2021: 50.000 euro en/of

- op 20 februari 2021: 136.000 euro en/of

- op 1 maart 2021: 52.500 euro en/of

- op 2 maart 2021: 50.000 euro en/of

- op 7 maart 2021: 85.000 euro

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die

voorwerp(en) was/waren en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en)

voorhanden had(den) en/of

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft

omgezet en/of gebruik daarvan heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die

geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf

en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op 10 oktober 2023 te Eindhoven,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 11,79 gram amfetamine en 50,6 gram GHB/4-hydroxyboterzuur, zijnde amfetamine en/of GHB/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door

- een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

- voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

Feit 2

van het medeplegen van witwassen een gewoonte maken;

Feit 3opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Procesafspraken

Zoals benoemd zijn in de onderhavige strafzaak procesafspraken gemaakt tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming hiervan en is hieraan ook niet gebonden. Tijdens de zitting zijn de gemaakte afspraken met de verdachte en zijn raadsvrouw besproken. Op vragen van de rechtbank heeft de verdachte geantwoord dat hij de gemaakte procesafspraken begrijpt, dat hij het inhoudelijk eens is met die afspraken en dat hij graag op deze wijze de strafzaak achter zich wil laten.

Mede op grond van de bespreking van de procesafspraken ter zitting, is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen van de gemaakte afspraken, gekomen is tot de ondubbelzinnige beslissing om akkoord te gaan met het afdoeningsvoorstel. Ook overigens is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een eerlijk proces en wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt.

Eis van de officier van justitie

In lijn met de gemaakte procesafspraken heeft de officier van justitie ter zitting gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren (730 dagen), met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren; het onvoorwaardelijk strafdeel dient hierbij gelijkgesteld te worden aan de duur van het voorarrest;

- een taakstraf van 240 uur, bij niet voldoen te vervangen door 120 dagen hechtenis;

- een geldboete ter hoogte van € 15.000,-, bij onvolledige of niet tijdige betaling te vervangen door 100 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft opgemerkt dat voorts is afgesproken dat de verdachte afstand zal doen van de door hem bij het beslag betaalde zekerheidsstelling voor een bedrag van € 27.500,- en van de borgsom ter hoogte van € 25.000,- die hij heeft betaald bij de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij de eis van de officier van justitie en heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich samen met anderen gedurende een periode van ongeveer acht maanden schuldig gemaakt aan voorbereidings- en bevorderingshandelingen voor de invoer van cocaïne. Hij is daarmee een onmisbare schakel geweest in de internationale drugshandel. Dit is een ernstig strafbare feit. Harddrugs vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de handel daarin gaat vaak gepaard met andere vormen van ernstige (gewelds)criminaliteit. Hiermee wordt ernstige schade toegebracht aan de veiligheid van de maatschappij en het gevoel van veiligheid van burgers. Ook heeft de verdachte in zijn auto amfetamine en GHB aanwezig gehad.

Naast de drugsgerelateerde feiten heeft de verdachte forse geldbedragen, waarvan hij wist dat die van misdrijf afkomstig waren, opgenomen, voorhanden gehad en overgedragen. Hij heeft daarbij van het witwassen een gewoonte gemaakt en is pas gestopt door interventie van de opsporingsdiensten. Door zijn handelen heeft de verdachte opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie en de belastingdienst onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst verschaft. Dit vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het reguliere handels- en betalingsverkeer wordt hierdoor ondermijnd. Verder wordt door witwassen het plegen van criminele activiteiten vergemakkelijkt, bevorderd en in stand gehouden.

De bewezenverklaarde gedragingen zijn ernstige strafbare feiten.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Dit feit heeft echter al lang geleden plaatsgevonden en leidt niet tot een hogere straf.

Strafoplegging

Bij de ernst van de feiten past een straf. Bij de bepaling van de aard en omvang van de op te leggen straffen heeft de rechtbank gekeken naar sancties die in min of meer vergelijkbare zaken eerder zijn opgelegd en naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. In het bijzonder heeft de rechtbank hierbij acht geslagen op de omstandigheid dat er inmiddels vele jaren zijn verstreken sinds de periode waarin de feiten zijn gepleegd, op het feit dat er tegen de verdachte geen nieuwe verdenkingen zijn gerezen van strafbare feiten en dat hij zijn leven inmiddels goed op orde lijkt te hebben.

De in de procesafspraken overeengekomen straffen doen naar het oordeel van de rechtbank, alles in aanmerking nemend, in voldoende mate recht aan de ernst van de feiten en aan de belangen van de maatschappij bij een voortvarende afronding van deze strafzaak. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 730 dagen, waarvan 626 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Dit betekent dat het onvoorwaardelijk strafdeel gelijk is aan de duur van het voorarrest en dat een nieuwe detentie op dit moment niet passend wordt geacht. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten zal plegen. Daarnaast wordt een taakstraf opgelegd van 240 uur.

Ten aanzien van de door partijen gemaakte financiële afspraken merkt de rechtbank het volgende op. In het kader van het beslag op een voertuig is bij teruggave door de verdachte een zekerheidsstelling betaald voor een bedrag van € 27.500,-. Nu de verdachte in het kader van de procesafspraken afstand doet van dit geldbedrag en de rechtbank de strekking van deze afspraken zal volgen, zal zij ten aanzien van dit geldbedrag geen verdere beslissingen nemen.

Bij de schorsing van zijn voorlopige hechtenis is door de verdachte voorts een borgsom betaald van € 25.000,-, als zekerheid voor de nakoming van de door de rechtbank aan de schorsing verbonden voorwaarden. Omdat de verdachte de schorsingsvoorwaarden goed heeft nageleefd, dient dit bedrag in beginsel te worden teruggegeven aan degene die deze zekerheid heeft gesteld. In lijn met de gemaakte procesafspraken zal de rechtbank deze borgsom echter verrekenen met de op te leggen geldboete, die daarmee wordt vastgesteld op een bedrag van in totaal € 40.000,- (€ 15.000,- + € 25.000,-).

5. In beslag genomen voorwerpen

In het kader van de procesafspraken zijn partijen overeengekomen dat, buiten de hiervoor genoemde zekerheidsstelling, alle onder hem in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte zullen worden teruggegeven. De rechtbank zal daarom ten aanzien van het beslag geen verdere beslissingen nemen.

6. Voorlopige hechtenis

De verdachte heeft voor de onderhavige zaak in voorlopige hechtenis gezeten van 10 oktober 2023 tot 16 februari 2024, het moment dat de voorlopige hechtenis van de verdachte is geschorst. Aan de verdachte is tussentijds een (geboorte)verlof verleend voor een periode van 26 dagen. In totaal heeft de verdachte 104 dagen in voorlopige hechtenis verbleven.

Gelet op de op te leggen straffen, zal het geschorste bevel voorlopige hechtenis worden opgeheven.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 47, 57, 63 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 730 (zevenhonderddertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 626 (zeshonderdzesentwintig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de

reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

Geldboete

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 40.000,- (zegge: veertigduizend euro);

beveelt dat, voor het geval de geldboete (na verrekening met de door de verdachte betaalde borgsom van € 25.000,-) niet wordt betaald en geen verhaal mogelijk is, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

Voorlopige hechtenis

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,

en mrs. J.F. Koekebakker en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.

De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage 1 – volledige gewijzigde tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2020 tot en met 31 maart 2021 te Rotterdam en/of Eindhoven, althans in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het telkens,

- opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne,

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door meermalen, middels encrypted communicatie met derden:

- te communiceren over de beschikbaarheid van (blokken) cocaïne en/of

- te communiceren over de te hanteren verkoopprijs van (blokken) cocaïne en/of

- foto’s te sturen/delen van blokken cocaïne en/of - te communiceren over hoeveelheden, wijze van vervoer, wijze van plaatsing in een container, de aankomst en het lossen, logistieke en/of administratieve afhandeling van containers met daarin (blokken) cocaïne en/of

- te communiceren over verdeling van hoeveelheden cocaïne en/of

geld en de te verrichten werkzaamheden en/of

- te communiceren over het uithalen van (blokken) cocaïne uit

containers en/of

- te communiceren over het opzetten van stash-houses met daarbij

gewapende beveiliging

en/of

- door een of meerdere betalingen te (laten) verrichten ten behoeve

van de aankoop van (blokken) cocaïne en/of het transport van deze

(blokken) cocaïne;

(ZD Teflon, zaken 1 t/m 6 en 8)

2.

hij in of omstreeks de periode van 2 september 2020 tot en met 7 maart

2021 te Eindhoven en/of ‘s-Gravenhage, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(van) één of meerdere grote contante geldbedragen, althans een

geldbedrag, te weten:

- op 2 september 2020: 200.000 euro en/of

- op 30 december 2020 : 166.400 euro en/of

- op 6 januari 2021: 50.000 euro en/of

- op 20 februari 2021: 136.000 euro en/of

- op 1 maart 2021: 52.500 euro en/of

- op 2 maart 2021: 50.000 euro en/of

- op 7 maart 2021: 85.000 euro of 94.700 euro

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die

voorwerp(en) was/waren en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en)

voorhanden had(den) en/of

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft

omgezet en/of gebruik daarvan heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die

geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf

en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

(ZD Teflon, zaak 7, geldoverdrachten)

3.

hij op of omstreeks 10 oktober 2023 te Eindhoven, althans in Nederland,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 11,79 gram amfetamine en/of 50,6 gram GHB/4-hydroxyboterzuur, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of GHB/4-hydroxyboterzuur, zijnde amfetamine en/of GHB/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(ZD Lade)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand