ECLI:NL:RBROT:2026:6357

ECLI:NL:RBROT:2026:6357

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 18-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer C/10/717431 / JE RK 26-629
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/717431 / JE RK 26-629

Datum uitspraak: 18 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. C.I. van Bijsterveld, kantoorhoudende in 's-Gravendeel.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 1 april 2026;

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder;

de advocaat van de vader;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Reclassering, hierna: de GI, [vertegenwoordiger 2] .

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitgenodigd voor een kindgesprek. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De Raad maakt zich grote zorgen over de instabiele opvoedsituatie waarin [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zitten. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden onvoldoende gehoord en gezien door hun ouders, omdat zij in beslag worden genomen door hun eigen problematiek. Daarnaast is het zorgelijk dat er sprake is van strijd tussen de ouders en het hen niet lukt om afspraken te maken over de kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn kwetsbare kinderen die gebaat zijn bij veel structuur. Er is al veel hulpverlening betrokken en ook in het verleden betrokken geweest. Het is zorgelijk dat de hulpverlenende instanties niet op één lijn zitten. Hierin is een rol weggelegd voor de GI om de regie te voeren. De Raad hoopt dat het de jeugdbeschermer lukt om een goede samenwerking met de ouders aan te gaan en samen met hen te onderzoeken wat de kinderen nodig hebben. Daarnaast moet worden gekeken naar de omgang tussen de moeder en de kinderen.

De GI maakt ter zitting kenbaar dat er als de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken direct een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is. Hoewel het fijn is dat beide ouders individuele hulpverlening hebben, is het in het belang van de kinderen dat er een samenwerking tussen de hulpverlenende instanties komt. De kinderen zijn op dit moment de dupe van het gebrek aan samenwerking.

De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij het eens is met het verzoek van de Raad. Het is niet handig dat er strijd is tussen ASVZ en DwarsDoen. De moeder heeft het gevoel dat zij er tussenin staat. De moeder heeft met veel verschillende hulpverlenende instanties te maken gehad, wat wantrouwen heeft veroorzaakt. De moeder vindt het daardoor fijn om eerst vertrouwen op te bouwen. De moeder vindt het niet fijn als er dingen over de kinderen worden besloten zonder haar. Zij blijft de moeder en wil graag worden meegenomen. De moeder wil graag meer omgang met de kinderen.

Namens de vader wordt ter zitting niet ingestemd met het verzoek van de Raad. In het raadsrapport staan feitelijke onjuistheden en oude informatie die niet meer relevant is. Er is al heel veel hulpverlening en begeleiding bij dit gezin betrokken. De vader krijgt hulpverlening vanuit DwarsDoen en Cavent, de moeder vanuit ASVZ. DwarsDoen en Cavent werken wel goed met elkaar samen en het is de bedoeling dat Cavent de taken van DwarsDoen gaat overnemen. De samenwerking tussen DwarsDoen en ASVZ verloopt niet goed. Onlangs heeft er echter een gesprek plaatsgevonden waarin de lucht is geklaard. De samenwerking lijkt nu de goede kant op te gaan. Met het uitspreken van een ondertoezichtstelling komt er weer een extra partij en de vader is bang dat dit belastend zal zijn. Yulius is betrokken voor [minderjarige 2] . Er wordt bij hem een psychodiagnostisch onderzoek afgenomen. Tot nu toe zijn er drie onderzoeken geweest en staan er nog vier gepland. Er wordt vermoed dat [minderjarige 2] ASS heeft. Op woensdag gaan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar de buitenschoolse opvang (hierna: BSO) en één keer per maand gaan zij naar het logeerhuis. Er wordt nu gezocht naar een weekendpleeggezin voor [minderjarige 1] om de vader af en toe te ontlasten en [minderjarige 1] een eigen plekje te geven. De moeder heeft hier geen toestemming voor gegeven waardoor dit stagneert. De hulpverlening van de vader verloopt goed. Hij accepteert de hulp en is leerblaar. De vader is van mening dat de omgang tussen de moeder en de kinderen op dit moment niet kan worden uitgebreid. De kinderen zijn bang voor de partner van de moeder en daarnaast is het voor de moeder soms lastig om overwicht te hebben ten aanzien van [minderjarige 2] .

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een grotere zorgvraag dan gemiddeld waardoor zij extra behoefte hebben aan rust, duidelijkheid en structuur. De ouders kampen echter zelf met persoonlijke problematiek. Hierdoor lukt het ouders niet altijd om voldoende fysiek en emotioneel beschikbaar te zijn voor de kinderen. De ouders zijn daarbij in juni 2024 gescheiden en er is nog steeds sprake van onderlinge strijd. De communicatie tussen de ouders verloopt moeizaam en zij wantrouwen elkaar. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader en hebben wekelijks één omgangsmoment met hun moeder. Moeder wil echter meer omgang. Verder is gebleken dat beide ouders op dit moment hulpverlening in het vrijwillige kader ontvangen, de moeder vanuit ASVZ en de vader vanuit DwarsDoen en Cavent. Dat is op zichzelf positief. De afgelopen periode lukte het ASVZ en DwarsDoen echter niet om de samenwerking met elkaar aan te gaan. Hierdoor is deze vorm van hulpverlening gestagneerd en ontbreekt regievoering.

Op basis van voorgaande vindt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van belang. Het is nodig dat er de komende periode een vaste jeugdbeschermer komt om de noodzakelijke regie te voeren en uit te zoeken welke hulpverlening passend is voor de kinderen. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 18 mei 2026 tot 18 mei 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.L. Bottse als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand