Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-140870-24
Datum uitspraak: 13 april 2026
Datum zitting: 30 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ([geboorteland])
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. Z. el Wali
Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. T.J.J. Gallee
Kern van het vonnis
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting. De aangeefster heeft herhaaldelijk en duidelijk op verschillende manieren kenbaar gemaakt dat zij geen seks wilde met de verdachte. Desondanks heeft de verdachte zijn wil doorgezet en is hij op gewelddadige wijze haar lichaam binnengedrongen met zijn tong en penis. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van verkrachting.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
hij op of omstreeks 24 november 2023 te Rotterdam door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten- door met onderstaande handelingen door te gaan nadat [aangeefster] meermalen heeft gezegd dat zij dit niet wilde, zij hem heeft weggeduwd en/of heeft geprobeerd weg te schoppen,- door de telefoon van die [aangeefster] weg te leggen,- door die [aangeefster] in de arm en/of in de zij te knijpen,- door de broek van die [aangeefster] uit te trekken en/of de string van die [aangeefster] kapot te trekken- door die [aangeefster] met kracht aan te raken, tegen een kastje te gooien, tegen het aanrecht en/of op het bed te duwen en/of door die [aangeefster] vast te houden,- door het been van die [aangeefster] omhoog te duwen en/of- door met zijn volle gewicht op het been en/of lichaam van die [aangeefster] te leunen[aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], te weten- door die [aangeefster] te (tong)zoenen,- door de vulva, althans het lichaam van die [aangeefster] te likken en/of- zijn penis in de vagina van die [aangeefster] te brengen en/of te bewegen.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik was in de nacht van 24 november 2023 in mijn woning. Ik was op enig moment alleen met [aangeefster] . Ik maak gebruik van het snapchataccount [accountnaam].
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangeefster]
Op 24 november 2026 was ik in de woning aan de [adres]. Ik was daar met [verdachte], [naam 1], [naam 2] en nog een jongen. De andere jongens gingen wat te eten halen en ik bleef alleen achter met [verdachte]. Wij zaten samen op de bank. Hij probeerde mij te zoenen. Ik zei dat ik dat niet wilde en duwde hem weg. Hij probeerde mijn kleren van mij af te trekken en te scheuren. Ik duwde hem weg en zei dat hij mij niet mocht aanraken en dat ik het niet wilde. Ik zei dingen als: ‘[verdachte] ik wil dit niet’, ‘[verdachte] laat mij los’ en ‘[verdachte] je doet mij pijn’. Hij zei: ‘Waarom wel met mijn vriend en niet met mij?’ Hij zoende mij met zijn tong in mijn mond en hij ging met zijn hoofd tussen mijn benen en probeerde te likken. Mijn broek, een bikershort, en string waren kapot. Ik kon hem wegschoppen. Ik kreeg een gooi tegen een kastje aan, heel mijn bil was blauw. Hij duwde mij tegen het aanrecht aan. Ik duwde hem weg. Hij trok mijn bikershort weer naar beneden. Hij probeerde mij te likken. Ik duwde hem steeds weg en probeerde hem te schoppen. Ik kon weglopen. Hij liep achter mij aan en duwde mij op het bed. Ik lag op mijn zij/rug. Hij probeerde mij weer te likken. Dat lukte hem. Ik zei: ‘[verdachte] doe dit niet’, ‘[verdachte] ik wil dit niet’, ‘[verdachte] ik wil dat je stopt’ en ‘[verdachte] raak mij niet aan’. Hij duwde mijn ene been omhoog. Met mijn andere been duwde ik hem weg. Hij maakte zijn broek los en deed hem naar beneden. Hij deed mijn rechterbeen omhoog naar mijn nek. Met zijn knie drukte hij op mijn andere been. Hij deed zijn penis in mijn vagina. Toen schreeuwde ik. Ik zei: ‘[verdachte] ik wil dit niet’. Ik bewoog spastisch zodat hij eruit ging. Dat lukte ook, maar dan duwde hij hem er toch weer in. Het stopte toen de bel ging en de andere jongens terugkwamen. Ik ben toen het huis uitgerend. Ik heb tegen de andere jongens verteld wat er gebeurd was. Ik heb tegen hen gezegd dat [verdachte] dingen had gedaan die ik niet wilde. Ik vertelde een korte samenvatting. Ik vertelde dat hij seks met mij wilde en dat ik dat niet wilde. Maar dat hij dat toch met mij had gedaan. Ik was aan het huilen. De volgende dag appte [verdachte] mij via Snapchat. Hij zei toen ‘Sorry’.
3. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring A. Haddad
Het klopt dat ik op 23 november 2023 samen met [naam 1], [verdachte] en [aangeefster] in de woning van [verdachte] was. We gingen weg om eten te halen. We kwamen terug en het meisje was aan het huilen. Ze was bij de voordeur van het gebouw. Ze zei dat iemand haar aangevallen heeft. U vraagt mij wie dat heeft gedaan volgens [aangeefster]. [verdachte].
4. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring [naam 3]
Het klopt dat ik op 24 november 2023 in de woning van [verdachte] was met [aangeefster], [verdachte], [naam 2] en Bezad. Ik ben met [naam 2] en Bezad eten gaan halen. Toen we thuiskwamen was [aangeefster] beneden aan het huilen. Ze zei: ‘hij probeerde mij te neuken en ik wilde niet’.
5. Proces-verbaal van politie
Ik bekeek de telefoon van [aangeefster] Nyomi [aangeefster]. Ik zag een chat tussen [aangeefster] en het account ‘[accountnaam]’.
From: Timestamp: Body:
[accountnaam] 24-11-2023 14:43:18 Hey
[accountnaam] 24-11-2023 14:43:28 Met [verdachte]
[accountnaam] 24-11-2023 14:43:51 Sorry voor gisteravond
(…)
[accountnaam] 24-11-2023 14:51:41 Wat wel jij
[aangeefster] 24-11-2023 14:53:51 Aangifte doen
(…)
[aangeefster] 24-11-2023 14:54:30 Verkrachting
(…)
[accountnaam] 24-11-2023 14:55:58 Maar ik gezegd sorry dan klaar
6. Proces-verbaal van politie
Tijdens het forensisch medisch onderzoek van [slachtoffer] op 24 november 2023 zagen wij diverse huidverkleuringen. Voor duiding van de verwondingen verwijs ik naar de deskundigheid van de forensisch arts. Tijdens het onderzoek zijn diverse bemonsteringen van het lichaam van het slachtoffer veiliggesteld middels een daarvoor bestemde zedenbemonsteringset, voorzien van SIN ZAAE4213NL.
7. Deskundigenverslag
DNA-mengprofiel ZAAE4213#01 (buitenzijde mond nat) is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer], [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer] en twee willekeurige onbekende personen.
DNA-mengprofiel ZAAE4213#07 (binnenste schaamlippen nat) is ongeveer 4 miljoen keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer], [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer] en twee willekeurige onbekende personen.
8. Forensisch medische letselrapportage betreffende [slachtoffer]
Letselbeschrijving bij forensisch medisch onderzoek.
linkerschouder vaag begrensde roodbruine verkleuring van ongeveer 1,5 cm in doorsnede;
links in de hals een vaag begrensde banvormige roodbruine huidverkleuring van 0,5 bij 2 cm;
rechterschouder achterzijde twee vaag begrensde roodbruine verkleuringen van 0,5 tot 1 cm in doorsnede;
rechterschouder voorzijde een roodbruine streepvormige huidverkleuring van 4 cm;
dwars op de rechter bovenarm een bandvormige, vaag begrensde, roodbruine huidverkleuring van ongeveer 2 bij 1 cm;
buitenzijde bovenarm een vaag begrensde roodbruine huidverkleuring van ongeveer 1 cm doorsnede;
rechterborst: roodbruine huidverkleuring van 3 bij 0,5 cm doorsnede;
linkerborst: 3 roodbruine huidverkleuringen van 0,5 tot 1 cm in doorsnede;
linker bil grillige gevormde en wisselend verkleurde rood-paars-blauwe huid over een gebied van 8 bij 8 cm, doorlopend tot in de bilspleet naar de rechter bil.
Afwijkingen passen bij bloeduitstortingen.
Bewijsmotivering
Niet ter discussie staat dat de verdachte en de aangeefster in de nacht van 24 november 2023 samen in de woning van de verdachte waren. De verklaringen over wat daar vervolgens precies is gebeurd, staan echter tegenover elkaar. De aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar tegen haar wil heeft gezoend, gelikt en gepenetreerd. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat het juist de aangeefster was die tegen zijn wil seks met hem wilde hebben. Zij zou hem hebben gezoend, zijn hand hebben gepakt en daarmee over haar vagina hebben gewreven.
De rechtbank ziet zich gelet op het standpunt van de verdediging voor de vraag gesteld of de verklaring van de aangeefster voldoende betrouwbaar is en of deze voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. De verklaring van de aangeefster komt op de rechtbank authentiek en betrouwbaar over. Zij heeft gelijk op de dag van het incident een verklaring bij de politie afgelegd en ook haar latere verklaringen zijn (steeds) op hoofdlijnen consistent en gedetailleerd. De rechtbank acht deze verklaring daarom betrouwbaar en ziet geen aanleiding om deze niet voor het bewijs te gebruiken. Andere bewijsmiddelen ondersteunen de verklaring van de aangeefster bovendien in voldoende mate. Twee zogenaamde disclosure getuigen hebben de aangeefster kort na het incident voor de voordeur van de verdachte aangetroffen en waargenomen dat zij aan het huilen was. Daarnaast heeft de verdachte de volgende dag zelf contact opgenomen met de aangeefster en heeft hij sorry tegen haar gezegd. Voorts is er bij de aangeefster letsel waargenomen en zijn er, zowel bij haar mond als haar binnenste schaamlippen, DNA-sporen van de verdachte aangetroffen.
De verklaring van de verdachte ter zitting dat de aangeefster juist tegen zijn wil seksuele handelingen heeft geïnitieerd en dat zij hem zou hebben gedwongen haar te vingeren, acht de rechtbank gelet op het voorgaande niet aannemelijk. Daarbij wordt nog overwogen dat de verdachte steeds wisselende verklaringen heeft afgelegd. In eerste instantie heeft de verdachte verklaard dat hij de aangeefster helemaal niet heeft aangeraakt. Na confrontatie met het DNA-onderzoek heeft hij bij de rechter-commissaris verklaard dat er vrijwillig seksuele handelingen hebben plaatsgevonden en dat zijn sperma mogelijk op het lichaam van de aangeefster terecht is gekomen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 24 november 2023 te Rotterdam door geweld of een andere feitelijkheid, te weten- door met onderstaande handelingen door te gaan nadat [slachtoffer] meermalen heeft gezegd dat zij dit niet wilde, zij hem heeft weggeduwd en heeft geprobeerd weg te schoppen,- door de broek van die [slachtoffer] uit te trekken en de string van die [slachtoffer] kapot te trekken,- door die [slachtoffer] tegen een kastje te gooien, tegen het aanrecht en op het bed te duwen,- door het been van die [slachtoffer] omhoog te duwen en- door met zijn volle gewicht op het been van die [slachtoffer] te leunen[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten- door die [slachtoffer] te (tong)zoenen,- door de vulva, althans het lichaam van die [slachtoffer] te likken en- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen en te bewegen.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
verkrachting
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van voorarrest, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht te volstaan met de oplegging van een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, met daaraan gekoppeld de bovengenoemde bijzondere voorwaarden.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. De aangeefster heeft herhaaldelijk en duidelijk op verschillende manieren kenbaar gemaakt dat zij geen seks met de verdachte wilde. Desondanks heeft hij zijn wil doorgezet en is hij op gewelddadige wijze haar lichaam binnengedrongen met zijn tong en penis. De verdachte heeft zich hierbij laten leiden door zijn eigen lusten en hij heeft de wil van de aangeefster daaraan volstrekt ondergeschikt gemaakt. Hiermee heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en seksuele integriteit en misbruik gemaakt van haar kwetsbaarheid. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten vaak langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 24 maart 2026 staat het volgende. De verdachte pretendeert dat hij helemaal niet bezig is met seks en dat dit geen rol speelt in zijn leven. De reclassering kan echter niet uitsluiten dat de verdachte sociaal wenselijke antwoorden geeft op vragen met betrekking tot zijn seksualiteit. Indien de verkrachting bewezen wordt heeft de verdachte seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoond zonder daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Het leefgebied seksualiteit vormt dan een mogelijke risicofactor. Met betrekking tot de andere leefgebieden zijn er geen zorgen. De verdachte kent stabiliteit en werkt hard aan zijn toekomst. Het risico op seksuele recidive wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling gericht op seksueel overschrijdend gedrag.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de oriëntatiepunten van de afdelingen strafrecht van de rechtbanken en gerechtshoven (LOVS). Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank houdt in strafverminderende zin rekening met het tijdsverloop in deze zaak. Daarom wordt een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf wordt 10 maanden voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank ziet in het dossier en met het tijdsverloop tot nu toe, geen reden voor het opleggen van een langere proeftijd dan gebruikelijk.
De gevangenisstraf zal ten uitvoer worden gelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5. Voorlopige hechtenis
De rechtbank is van oordeel dat er gelet op het tijdsverloop geen sprake meer is van een ernstig geschokte rechtsorde. De grond van de voorlopige hechtenis komt daarom te vervallen en de voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
6. Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor het feit € 10.500 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
Primair moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair kan slechts een gedeelte van de vordering worden toegewezen, gelet op de summiere onderbouwing.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat de benadeelde partij door het handelen van de verdachte kampt met psychische klachten.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 7500. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank heeft als vertrekpunt genomen de ‘Rotterdamse Schaal’(categorie 15.1 onder c met een bandbreedte van € 2.500 tot € 7.500), een ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel en andere persoonsaantastingen. Mede gelet op de kwetsbaarheid van de benadeelde partij ziet de rechtbank aanleiding om uit te gaan van de bovengrens van deze categorie. De rechtbank ziet daarin, anders dan de benadeelde partij, echter geen aanleiding om het bedrag nog verder te verhogen. De vordering wordt tot een bedrag van € 7.500 toegewezen. De rechtbank wijst het resterende deel van de vordering af.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 24 november 2023.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij grotendeels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de Staat moet betalen en de Staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
8. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat 10 (tien) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen vijf werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Marconistraat 2, 3029 AK Rotterdam;
2. de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 24 november 2023 tot de dag van volledige betaling.
wijst het resterende deel van de vordering af;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de Staat € 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 24 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 62 (tweeënzestig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft vergoed.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.S. Flikweert, voorzitter,
en mrs. L. Stevens en F. van Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 april 2026.
Mr. Van Laanen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.