ECLI:NL:RBROT:2026:6373

ECLI:NL:RBROT:2026:6373

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 10-190864-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewezen is dat de verdachte samen met een ander een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. Hij wordt veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 164 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Ook wordt aan de verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-190864-25

Datum uitspraak: 22 mei 2026

Datum zitting: 11 mei 2026

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. P.C.E. van den Hoek

Officier van justitie: mr. T. van den Bergh

Kern van het vonnis

Bewezen is dat de verdachte samen met een ander een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. Hij wordt veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 164 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Ook wordt aan de verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – met een ander dan wel alleen op 21 juni 2025 een pistool met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad.

De volledige tenlastelegging houdt in dat

hij op of omstreeks 21 juni 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Colt, model Government Competition, kaliber .45 auto, en/of

- munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten zeven kogelpatronen, kaliber .45 ACPO, voorhanden heeft gehad.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte samen met een ander op 21 juni 2025 in Rotterdam een pistool met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Op 21 juni 2025 was ik de hele avond bij Café [naam horecagelegenheid] in Rotterdam. Ik heb het tasje van mijn vriend [medeverdachte] opgeraapt, meegenomen en daarna in mijn kelder gelegd.

2. Proces-verbaal van de politie

Camerabeelden Team Technisch Toezicht (B3039 Aleidisstraat Rotterdam) van 21 juni 2025. Omstreeks 00:34:07 is te zien dat [medeverdachte] aan komt rennen. Te zien is dat [medeverdachte] tussen twee geparkeerde voertuigen stopt en kort bukt. Omstreeks 00:43:28 uur is te zien dat [verdachte] de Witte van Haemstedestraat oploopt en dat hij tussen twee geparkeerde voertuigen stopt. Te zien is dat [verdachte] tussen deze twee geparkeerde voertuigen bukt en opstaat. Te zien is dat dit de twee geparkeerde voertuigen zijn waar [medeverdachte] eerder op de avond ook even stilstond en bukte. Te zien is dat [verdachte] een voorwerp in zijn hand heeft en ernaar kijkt.

3. Proces-verbaal rechter-commissaris, verklaring [medeverdachte]

[verdachte] is een goede vriend. Ik heb het tasje uit de buddyseat van de scooter gehaald. Ik heb vrij snel nadat ik het tasje had gepakt, het tasje aan [verdachte] gegeven. U zegt mij dat ik heb verklaard dat ik heb geschoten. Ja. Ik zag meneer [verdachte] hier staan en hij had mijn tasje. Toen heb ik het tasje vanaf zijn nek gepakt en ben ik naar binnen gedaan waarna er geschoten is.

4. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagname

Plaats: [adres 2] , [postcode 2] Rotterdam (kelderbox)

Datum: 23 juni 2025

Beslagene: [verdachte]

Woonplaats: [adres 2] , [postcode 2] Rotterdam

Inbeslaggenomen voorwerpen:

Goednummer: [nummer proces-verbaal 1]

Object: Vuurwapen (pistool) met patroonmagazijn

Spoor identificatienr.: AASL9573NL

Goednummer: [nummer proces-verbaal 2]

Object: Munitie (Kogelpatroon)

Aantal/eenheid: 7 stuks

Spoor identificatienr.: AASL9574NL

5. Proces-verbaal van de politie

Goednummer: [nummer proces-verbaal 1]Object: Vuurwapen (Pistool) met patroonmagazijn

Het inbeslaggenomen voorwerp is een pistool met patroonmagazijn van het merk Colt, model Government Competition in het kaliber .45 auto. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.

Goednummer: [nummer proces-verbaal 2]

Object: Munitie (Kogelpatroon)

Aantal/eenheid: 7 stuks

Bijzonderheden: Uit patroonmagazijn

De inbeslaggenomen voorwerpen betreffen 7 kogelpatronen, merk GFL, van het kaliber .45 acp. Deze kogelpatronen zijn munitie in de zin van artikel 1, onder 4º gelet po artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

Bewijsmotivering

Uit de bewijsmiddelen en wat aan de orde is gekomen op zitting blijkt dat de verdachte op 21 juni 2025 in Rotterdam samen met de medeverdachte de wetenschap van en feitelijke beschikking over een vuurwapen heeft gehad. Het vuurwapen zat in een tasje dat hij op die avond enige tijd om zijn nek hield. Het tasje met het vuurwapen is daarna weer in het bezit gekomen van zijn vriend en medeverdachte [medeverdachte] . Door die medeverdachte is met het vuurwapen enkele seconden later geschoten in een café. De medeverdachte heeft daarna het vuurwapen in het tasje tussen twee auto’s gelegd. De verdachte heeft het tasje daar minder dan tien minuten later opgehaald, meegenomen en in zijn kelder(box) gelegd.

De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij niet wist dat in dit tasje van de medeverdachte een vuurwapen zat. Hij dacht dat er geld of een telefoon in zat. De rechtbank acht deze verklaring op basis van het voorgaande ongeloofwaardig. De verdachte heeft het tasje eerder die avond van de medeverdachte in handen gekregen. Hierdoor heeft de verdachte onder meer het gewicht van het tasje kunnen voelen en kunnen begrijpen dat de inhoud van het tasje niet slechts geld of een telefoon bevatte. Daarnaast is – enkele seconden nadat het tasje door de medeverdachte is teruggepakt – met het vuurwapen in het café door de medeverdachte geschoten. De verdachte heeft hierdoor in ieder geval willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit tasje een vuurwapen met munitie bevatte. Dat de verdachte die kans bewust heeft aanvaard, leidt de rechtbank af uit de omstandigheid dat de verdachte ondanks het voorgaande kort nadat er geschoten is het tasje heeft opgehaald en heeft verborgen in zijn kelder. De rechtbank gebruikt het proces-verbaal met de verklaring van de verdachte niet voor het bewijs, op het eerst op zitting gevoerde verweer van de advocaat hierover wordt daarom niet verder ingegaan.

De rechtbank oordeelt dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zowel het vuurwapen als de bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 21 juni 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander,

- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Colt, model Government Competition, kaliber .45 auto, en

- munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten zeven kogelpatronen, kaliber .45 ACPO, voorhanden heeft gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van het voorarrest. Van deze gevangenisstraf moeten twee maanden voorwaardelijk worden opgelegd met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Slechts voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, stelt de verdediging zich op het standpunt dat volstaan moet worden met een voorwaardelijke straf en eventueel een taakstraf en/of een boete.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig feit. Hij heeft in het openbaar een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Bovendien heeft de verdachte het vuurwapen – dat kort daarvoor door de medeverdachte in een café is gebruikt – willen verbergen. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt, zoals in dit geval ook is gebleken, tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Door het vuurwapen te willen verbergen, draagt de verdachte hieraan indirect bij.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering van 21 april 2026

Uit het rapport van de Reclassering Nederland blijkt dat de verdachte stabiliteit heeft op de meeste leefgebieden. Zo heeft de verdachte een eigen woning en werkt hij fulltime in de haven als voorman. Wel ziet de reclassering risico’s in het sociaal netwerk van de verdachte in combinatie met zijn psychosociaal functioneren en zijn middelengebruik. Het recidiverisico wordt ingeschat op laag-gemiddeld. Door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de verdachte zijn baan en woning verliezen. Geadviseerd wordt om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Daarom wordt een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. Van deze gevangenisstraf worden 164 dagen voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zodat de verdachte – gelet op zijn persoonlijke omstandigheden (voornamelijk zijn werk en woning) niet terug hoeft naar de gevangenis. De rechtbank acht de hoogte van deze voorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak passend gelet op de rol die de verdachte heeft gehad bij het strafbare feit. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Het opleggen van bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd door de reclassering acht de rechtbank niet noodzakelijk, omdat het recidiverisico naar het oordeel van de rechtbank voldoende wordt ondervangen met de voorwaardelijke straf.

Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf, acht de rechtbank, gelet op de ernst van het feit, ook het opleggen van een taakstraf van 240 uur passend en geboden.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen vuurwapen wordt onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft hierover geen standpunt ingenomen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank beslist dat het inbeslaggenomen vuurwapen en de munitie worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 9, 14a, 14b,14c, 22c, 22d, 36b, 36d, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 164 (honderdvierenzestig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

In beslag genomen voorwerpen

verklaart onttrokken aan het verkeer het vuurwapen ( [goednummer 1] ) inclusief de zeven kogelpatronen ( [goednummer 2] );

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.M. van Beckhoven, voorzitter,

en mrs. H.C. van Vuren en E.M. Moison, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.M. van Beckhoven

Griffier

  • mr. E.S. Brouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand