ECLI:NL:RBROT:2026:6409

ECLI:NL:RBROT:2026:6409

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 10-323664-25 en 10-291895-23 en 22-003883-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wettig en overtuigend bewezen dat hij samen met een ander bijna 46 kilogram cocaïne heeft ingevoerd en dat hij daarnaast onbevoegd verbleven op het haventerrein. Vrijspraak van bezit van bijna 800 kilogram cocaïne. Strafoplegging: gevangenisstraf 18 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk proeftijd 2 jaren + bijzondere voorwaarden. De in beslag genomen telefoon, handschoen, kabel en het gereedschap zijn verbeurd verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-323664-25 (feiten 1 en 2) en 10-291895-23 (feit 3)

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 22-003883-23

Datum uitspraak: 11 maart 2026

Datum zitting: 11 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats 1], ingeschreven op het adres

[adres 1], [postcode] [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. M.P. Friperson

Officier van justitie: mr. M.L.M. Kuijper

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met een ander bijna 46 kilogram cocaïne heeft ingevoerd (feit 1). Daarnaast heeft hij onbevoegd verbleven op het haventerrein (feit 2). Tot slot beschuldigt de officier van justitie de verdachte ervan dat hij samen met anderen bijna 800 kilogram cocaïne aanwezig heeft gehad (feit 3).

De volledige tenlastelegging houdt in dat

1.

hij op of omstreeks 28 november 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 45,8 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair

hij op of omstreeks 28 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

2.

hij op of omstreeks 28 november 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en overslag van goederen, te weten het terrein van Global Air Compass Marine Logistics, gelegen aan de [adres 2].

3.

hij op of omstreeks 4 november 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 771,86 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1 en 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Van feit 3 heeft de verdediging vrijspraak bepleit.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

Feiten 1 primair en 3 waarvan de verdachte wordt beschuldigd zijn niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1. subsidiair

hij op 28 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten

2.

hij op of omstreeks 28 november 2025 te Rotterdam, tezamen met een ander, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het terrein van Global Air Compass Marine Logistics, gelegen aan de [adres 2].

Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1 en 2 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie

5. Schriftelijk stuk

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1 subsidiair

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door, zich of een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

feit 2

het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsrapport en de dadelijke uitvoerbaarheid hiervan.

Standpunt van de verdediging

Bij een veroordeling is een straf met een groot voorwaardelijk deel passend en een taakstraf voor de maximale duur.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

In de haven van Rotterdam, waar de verdachte zonder toestemming verbleef, heeft hij zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de invoer van harddrugs.

De rol van de verdachte bij de invoer is die van zogenaamde uithaler. Aan de ene kant is dat een belangrijke rol in het plegen van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit die de invoer van cocaïne is. De uithalersactiviteiten zijn immers van essentieel belang om het cocaïnetransport goed te laten verlopen en daarmee zijn uithalers een onmisbare schakel in de internationale transportketen van cocaïne. Dat deze rol belangrijk is blijkt ook wel uit de bedragen die verdiend kunnen worden met het uithalen.

Aan de andere kant is de rol van uithaler in het geheel beperkt. Het werk van de uithaler is niet meer en niet minder dan de cocaïne voor de eigenaren van die cocaïne uit de haven krijgen. Dat kan een grote of zoals in dit geval een relatief kleine partij blijken te zijn, voor de aard van de werkzaamheden maakt dat op zich geen groot verschil. Het is een bijzonder risicovolle klus waar andere betrokkenen in de keten hun handen niet graag aan vuilmaken.

Het ronselen van uithalers lijkt een eenvoudige taak. Uithalers zijn namelijk gemakkelijk inwisselbaar en bij ontdekking eenvoudig te vervangen. Dat komt over het algemeen omdat veel mensen de verlokkingen van het snelle geld niet kunnen weerstaan en de risico’s op de koop toe nemen.

Het uithalen is onderdeel van een breder maatschappelijk probleem: de georganiseerde criminaliteit is een val waarin vele mensen trappen dan wel ongewild in terechtkomen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

- Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van de Reclassering Nederland van 25 februari 2026 staat het volgende. Bij de verdachte ziet de reclassering een delictpatroon. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Omdat hij geen inkomen heeft hij financiële problemen; hij leent geld en het ene gat moet hij met het andere dichten. Na detentie kan hij bij zijn vriendin verblijven. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij reclassering, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, ambulante begeleiding, contactverbod, locatieverbod (met elektronisch toezicht) en inzage in zijn financiën.

De verdachte heeft op de zitting over zijn rol verklaard. Mede hierdoor heeft de verdachte laten zien dat hij besef heeft van zijn foute handelen. De verdachte wil zich nu focussen op een positieve toekomst. Ter zitting heeft hij aangegeven dat hij er voor zijn kinderen wil zijn.

Straf

De rechtbank legt alles afwegende een gevangenisstraf met een totaalduur van 18 maanden op. Daarvan wordt 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. De totaalduur van de straf doet recht aan het element van leedtoevoeging dat gelet op de ernst van de feiten niet kan en mag ontbreken in de straf. Die totaalduur komt ook tegemoet aan de strafdoelen van preventie. De verdachte moet goed begrijpen dat bij herhaling in de toekomst het vergeldingsdeel in de straf steeds groter zal zijn en dat daarnaast een voorwaardelijke straf van 12 maanden boven zijn hoofd hangt. Voor anderen moet ook duidelijk zijn dat dit niet de weg is naar het grote geld en dat hoge straffen volgen als zij ook in de fout gaan.

Dat een groot deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk is, biedt de verdachte de kans om het anders te gaan doen. Daarbij wordt hij geholpen door de algemene en bijzondere voorwaarde. De algemene voorwaarde waarschuwt hem. Als hij weer in de fout gaat en strafbare feiten pleegt, kan het voorwaardelijke deel van 12 maanden gevangenisstraf alsnog worden tenuitvoergelegd. Dat kan bij herhaalde invoer en bij wederrechtelijk verblijf in de haven zoals nu bewezenverklaard, maar ook bij ieder ander strafbaar feit. De bijzondere voorwaarden moeten de verdachte ook helpen om het niet zover te laten komen. Houdt hij zich niet aan deze bijzondere voorwaarden, dan kan ook de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf volgen. Door de elektronische monitoring is de verdachte voor anderen minder aantrekkelijk om ingezet te worden bij delictgedragingen, zoals het uithalen van verdovende middelen. Voor het opleggen van de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden is geen wettelijke grondslag; de rechtbank legt dit niet op.

In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen worden verbeurd verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor feit 1 worden de in beslag genomen telefoon, handschoen, kabel en het gereedschap verbeurd verklaard. De strafbare feiten zijn met betrekking tot deze voorwerpen gepleegd.

Deze voorwerpen behoren aan de verdachte toe en hij was bekend met het gebruik in verband met de strafbare feiten.

5. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 400,- en rijontzegging voor de duur van 6 maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Oordeel van de rechtbank

De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

Desondanks ziet rechtbank, zoals ook gevorderd door de officier van justitie, van de tenuitvoerlegging af omdat die in combinatie met de opgelegde straf geen aanvullend strafdoel zou dienen. De vordering wordt dus afgewezen.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 138aa van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10a van de Opiumwet.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 subsidiair en 2, zoals in hoofdstuk 2.3.3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 12 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd voor feit 1

1

1. STK Niet te definiëren goederen

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875367, Zwart,

merk: TKSTAR)

2

1. STK Niet te definiëren goederen

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875432, Zwart,

merk: TKSTAR)

3

1. STK Telefoonautomaat

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875433, Wit,

merk: Apple)

4

1. STK Gereedschap

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875437,

Oranje/zwart)

5

1. STK Niet te definiëren goederen

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875438, Wit)

6

1. PR Handschoen

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875439,

Stanley)

7

2 STK Moer

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875440)

8

1. SET Gereedschap

9

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875441)

1. STK Kabel

(Omschrijving:

PL1700-RTZA025092_875442, Apple)

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 22-003883-23)

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het arrest van het Gerechtshof te Den Haag van 20 maart 2025 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. D.M. Douwes en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 11 maart 2026.

Mrs. Douwes en Langeveld zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand