Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 09-253186-24 en 10-220197-25
Parketnummer vordering TUL: 10-236117-23
Datum uitspraak: 28 januari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsman mr. R.V. Paniagua, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 28 januari 2026.
2. Tenlastelegging
De verdachte staat terecht op de beschuldiging van drie strafbare feiten:
De precieze tekst van de beschuldiging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. A.H.A de Bruijne heeft gevorderd:
o meewerkt aan de begeleiding vanuit de jeugdreclassering;
o naar school gaat volgens het rooster;
o een positieve vrijetijdsbesteding heeft in de vorm van werk en/of sport;
o meewerkt aan behandeling bij De Waag of soortgelijke instelling;
o meewerkt aan begeleid wonen bij SeedZ Zorg of soortgelijke instelling;
4. Vrijspraak feit 2
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat feit 2 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.
5. Veroordeling voor feit 1 en 3
Bewijswaardering
De verdachte heeft feit 1 ontkend. De verdachte heeft verklaard dat hij wel aanwezig was toen de telefoon van het slachtoffer werd afgenomen, maar dat hij met de diefstal niets mee te maken had. De verdachte heeft de telefoon vervolgens wel te koop gezet op marktplaats.
De rechtbank vindt dat er voldoende bewijs is dat de verdachte een van de medeplegers is van de diefstal van de telefoon. De rechtbank concludeert dit op basis van de aangifte, de getuige die de verdachte op de beelden aanwijst als degene die de telefoon heeft weggenomen, de verklaring van de verdachte dat hij ter plaatse was ten tijde van de afgifte van de telefoon en het feit dat de verdachte de telefoon vlak na de diefstal te koop zet op Marktplaats. Deze bewijsmiddelen zijn opgenomen in bijlage II bij dit vonnis.
Feit 3 is door de verdachte bekend. Gelet hierop, en de bewijsmiddelen genoemd in bijlage III, zal dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewezenverklaring
De verdachte heeft de feiten 1 en 3 op die wijze begaan dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburgop/aan/nabij de openbare weg, te weten op/aan/nabij de Duindoorn en/of hetwinkelcentrum, The Mall of the Netherlands, tezamen en in vereniging met een ofmeer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1][slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (een Apple iPhone),in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derdetoebehoorde(n) door- in een overtal om die [slachtoffer 1] heen te gaan staan en/of
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij zijn mobiele telefoon moest resetten en moestgeven, want anders zou hij iets op die [slachtoffer 1] trekken, althans woorden van gelijkedreigende aard en/of strekking en/of
- een foto te maken van het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 1] en/of
- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat als die [slachtoffer 1] aangifte bij de politiezou doen, ze erachter zouden komen en hem iets aan zouden doen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
Feit 3
hij op of omstreeks 29 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III ond 1° van de Wet wapens en munitie,te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een (omgebouwd) alarmrevolver van het merk BBM, model Olympic 38, kaliber 22LR, en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4°, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten drie kogelpatronen van het kaliber 22LR, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
6. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Feit 3
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
7. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
8. Motivering straffen
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd samen met anderen schuldig gemaakt aan een beroving op straat. Hierbij is gedreigd met geweld en heeft het slachtoffer – zelf ook 15 jaar oud – zijn telefoon moeten afgeven. Door zijn handelen heeft de verdachte op de openbare weg een voor het slachtoffer zeer bedreigende situatie gecreëerd.
Het spreekt voor zich dat deze gebeurtenis beangstigend moet zijn geweest voor het nog jonge slachtoffer en ook impact zal hebben gehad bij de volgende keren dat hij naar het winkelcentrum ging of de plek passeerde waar het is gebeurd. De verdachte lijkt ten tijde van het feit alleen oog te hebben gehad voor zijn eigen voordeel – de telefoon werd vlak na de diefstal op Marktplaats gezet – en dat van zijn medeverdachten. Hij lijkt zich geen enkele rekenschap te hebben gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer.
Daarnaast heeft de verdachte, toen hij zeventien jaar was, een vuurwapen en munitie voorhanden gehad in zijn kamer en ook op straat. Ongecontroleerd vuurwapenbezit kan tot gevaarlijke en levensbedreigende situaties leiden. Bovendien kan het bezit en het gebruik van vuurwapens leiden tot gevoelens van angst en onrust in de maatschappij.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport opgemaakt over de verdachte, gedateerd 20 januari 2026.
Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.
Ten tijde van het tenlastegelegde liep de verdachte in een proeftijd.
In het leven van de verdachte zijn er meerdere beschermende factoren. Hij heeft een beter contact met ouders dan voorheen. Hij volgt een mbo-opleiding op niveau 1 en lijkt zich in voldoende mate in te zetten voor het behalen van een diploma. De verdachte houdt zich bezig met muziek in zijn vrije tijd en spendeert tijd in de studio. Hij zegt afstand te hebben genomen van zijn antisociale netwerk. De verdachte spreekt zijn tevredenheid uit over de begeleiding vanuit SeedZ Zorg. Hij heeft een positief toekomstbeeld. In tegenstelling tot de vorige jaren houdt hij zich beter aan de voorwaarden. Positief is ook dat hij na het delict van 29 juli 2025 niet is gerecidiveerd.
Daarnaast zijn er ook risicofactoren in het leven van de verdachte. Hij is al een aantal jaren in beeld bij justitie en de Raad. Hij staat sinds 2023 onder toezicht. Toen hij 14 jaar oud was, werd hij voor het eerst veroordeeld voor een straatroof. De verdachte heeft meerdere ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van een kind. Onder andere verblijf bij verschillende instellingen, conflicten thuis, problemen op school, waaronder ook een verwijdering van school in 2022, en geweld buitenshuis. De Raad is bezorgd over de veiligheid van de verdachte buitenshuis. In juni 2025 werd hij neergestoken. Ook blowt hij veel. Hij probeert zijn wietgebruik aan te passen en te doseren, maar wil niet stoppen. De combinatie van zijn schulden, wietgebruik en het gegeven dat hij bekend is met vermogensdelicten, vormt een grote risicofactor. Gezien de aard van het tenlastegelegde en zijn delictgeschiedenis is er ook een zorg dat de verdachte in staat en bereid is om geweld te gebruiken. Het is van belang dat de verdachte behandeling blijft volgen bij De Waag, waarbij er op termijn wellicht ruimte ontstaat voor het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen, dat hij zijn diploma haalt en uiteindelijk een startkwalificatie krijgt, dat zijn financiële situatie onder controle is en dat zijn schulden op termijn worden afbetaald. Ook is het wenselijk dat er vanuit SeedZ Zorg en de jeugdreclassering meer zicht is op zijn netwerk om ervoor te zorgen dat hij uit de problemen blijft.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. De Raad is van mening dat het pedagogisch gezien passend is als een onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest. Het is niet in het belang van de verdachte om weer vast te komen zitten, omdat zijn positieve ontwikkelingen in dat geval zullen stagneren en hij in aanraking zal komen met antisociale jongeren.
Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging adviseert de Raad om de proeftijd behorende bij de voorwaardelijke straf te verlengen. De Raad vindt het niet passend om deze straf om te zetten in een werkstraf om overvraging te voorkomen, en het is ook niet in het belang van de verdachte om de detentie ten uitvoer te leggen nu hij een positieve ontwikkeling laat zien op meerdere gebieden.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR) heeft ook een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 23 januari 2026.
Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.
Er worden zowel beschermende als risicofactoren gezien die de kans op recidive kunnen beïnvloeden. Het recidiverisico komt uit op midden. De verdachte gaat naar school en zijn gedrag is daar positief. Er was wat sprake van verzuim maar dit had voornamelijk te maken met de reisafstand en de files die daarbij komen kijken. Hij lijkt zijn MBO 1 diploma te gaan behalen. De verdachte had een bijbaantje, maar heeft ontslag genomen na een woordenwisseling.
De verdachte heeft één keer per week behandeling vanuit De Waag. De behandelaar komt dan langs bij Seedz Zorg. Afspraken zijn niet altijd doorgegaan omdat de verdachte ze soms vergeet.
Het contact tussen ouders en de verdachte blijft wisselend verlopen, maar is over het algemeen wel goed.
JBRR adviseert de verdachte een geheel voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen als stok achter de deur. Hierbij is het van belang dat hij naar school blijft gaan, een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft, blijft wonen bij Seedz Zorg en meewerkt aan de behandeling bij De Waag. De jeugdreclassering kan erop toezien of hij zich aan de voorwaarden houdt en kan bijsturen indien nodig. Een onvoorwaardelijke werkstraf is overwogen, maar de verdachte moet nog ongeveer 30 uur werkstraf uitvoeren die eerder opgelegd zijn.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.
Ondanks deze doelen van het strafrecht is vanwege de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte een jeugddetentie passend. Die jeugddetentie bestaat uit een onvoorwaardelijk deel en een voorwaardelijk deel. De rechtbank stelt het onvoorwaardelijke deel gelijk aan het voorarrest. Terug naar de gevangenis zal vermoedelijk de kans op herhaling eerder vergroten dan verlagen, de verdachte moet begeleiding krijgen buiten de gevangenis en hij moet zijn school afmaken. Aan het voorwaardelijk deel van deze straf worden bijzondere voorwaarden verbonden, om de verdachte aan te sporen mee te werken met de begeleiding, gedurende de proeftijd van twee jaar.
Het voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden weer strafbare feiten te plegen.
De rechtbank vindt het daarnaast belangrijk dat de verdachte– naast de tijd die hij al vast zat – nog wel een signaal krijgt dat dit gedrag niet wordt geaccepteerd. Daarom vindt de rechtbank een werkstraf van 30 uur passend.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.
9. Vordering tenuitvoerlegging
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 27 juni 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank (parketnummer 10-236117-23) is de verdachte ter zake van meerdere strafbare feiten, waaronder straatroven, veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 203 dagen, waarvan een gedeelte van 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 12 juli 2024.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de proeftijd van deze voorwaardelijke straf te verlengen met 2 jaren en de bijzondere voorwaarden te wijzigen overeenkomstig de nieuwe geadviseerde voorwaarden, maar met behoud van het reeds bestaande contactverbod.
Beoordeling
Feit 3 is na het wijzen van genoemd MK-vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Er worden redenen gezien die last niet te geven, maar in plaats daarvan de proeftijd te verlengen met één jaar, mede gelet op de reeds verstreken periode en de nieuwe proeftijd die bij het wijzen van het huidige vonnis zal gaan lopen. Daarnaast wijzigt de rechtbank de voorwaarden gekoppeld aan deze straf, zodat deze (bijna) gelijk zijn aan de nieuwe bijzondere voorwaarden die zullen worden opgelegd. De voorwaarden staan aan het slot van dit vonnis vermeldt.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.
11. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12. Beslissing
De rechtbank:
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 3, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 73 (drieënzeventig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat van deze jeugddetentie een deel, te weten 50 (vijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
wijzigt de voorwaarden verbonden aan de bij vonnis van 27 juni 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie, zodat zij gelijkluidend zijn aan de hiervoor onder m, n en o omschreven voorwaarden, met daaraan als extra voorwaarde toegevoegd:
dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers:
o [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 te [geboorteplaats 1] ;
o [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] );
o [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2007 te [geboorteplaats 1] ;
o [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2007 te [geboorteplaats 1] ;
verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 27 juni 2024 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie met één jaar.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Zuidwijk en T.S.S. Overes, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tekst van de tenlastelegging is neergelegd in twee dagvaardingen. De rechtbank heeft de feiten doorlopend genummerd. De feiten 1 en 2 komen uit de dagvaarding met parketnummer 09-253186-24, feit 3 komt uit de dagvaarding met parketnummer 10-220197-25.
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Feit 1 hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Leidschendam, gemeenteLeidschendam-Voorburgop/aan/nabij de openbare weg, te weten op/aan/nabij de Duindoorn en/of hetwinkelcentrum, The Mall of the Netherlands, tezamen en in vereniging met een ofmeer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1][slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (een Apple iPhone),in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derdetoebehoorde(n) door- in een overtal om die [slachtoffer 1] heen te gaan staan en/of- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij zijn mobiele telefoon moest resetten en moestgeven, want anders zou hij iets op die [slachtoffer 1] trekken, althans woorden van gelijkedreigende aard en/of strekking en/of- een foto te maken van het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 1] en/of- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat als die [slachtoffer 1] aangifte bij de politiezou doen, ze erachter zouden komen en hem iets aan zouden doen, althans woorden van gelijkedreigende aard en/of strekking;
Feit 2hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Leidschendam, gemeenteLeidschendam-Voorburgop/aan/nabij de openbare weg, te weten op/aan/nabij de Duindoorn en/of hetwinkelcentrum, The Mall of the Netherlandstezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoeringvan het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met hetoogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door gewelden/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van schoenen, in elk geval enig goed, dat/diegeheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n)- die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij gestoken zou worden en/of iets op hemgetrokken zou worden en/of- die [slachtoffer 1] bij zijn keel vast te grijpen en/of vast te pakken en/of- de schoenen van die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij zijn schoenen uit moest doen, althans woorden van gelijke dwingende aard en/of strekking en/of- een foto heeft gemaakt van het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 1] en/of- vervolgens heeft gezegd dat als die [slachtoffer 1] aangifte bij de politie zou doen,ze erachter zouden komen en hem iets aan zouden doen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
10-220197-25 (feit 3)
hij op of omstreeks 29 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III ond 1°van de Wet wapens en munitie,te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wetin de vorm van een (omgebouwd) alarmrevolver van het merk BBM, model Olympic 38, kaliber22LR, en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4°,gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie,te weten drie kogelpatronen van het kaliber 22LR,voorhanden heeft gehad.