ECLI:NL:RBROT:2026:6424

ECLI:NL:RBROT:2026:6424

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 10-403070-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee berovingen op straat en een poging daartoe. Daarnaast heeft de verdachte samen met een ander een scooter gestolen. Het verweer van de verdediging dat er daarbij geen sprake was van een voltooide diefstal, verwerpt de rechtbank. De verdachten hebben het stuurslot van de scooter kapot gemaakt en de scooter vervolgens verplaatst. Dat maakt dat er sprake is van een voltooide diefstal door middel van verbreking. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis is niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. Wel bestaan er grote zorgen over de verdachte. Daarom legt de rechtbank een deels voorwaardelijke jeugddetentie op (onvoorwaardelijke deel is de duur van het voorarrest) met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10-403070-24

Datum uitspraak: 28 januari 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2012,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

raadsvrouw mr. W. de Deugd, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 28 januari 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De rechtbank merkt hierbij enkel op dat er ten aanzien van feit 1 en 2 sprake is van een voltooide straatroof, omdat de verdachte en zijn medeverdachten de telefoons in handen hebben gehad.

Bewijswaardering feit 4

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 4 primair ten laste gelegde, omdat er sprake was van een poging en geen voltooide diefstal. De scooter was namelijk nog niet weggenomen.

Beoordeling

De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de verdachte en zijn medeverdachte een scooter wilden stelen om naar huis te kunnen rijden. De verdachten hebben het stuurslot van de scooter kapotgemaakt. Hierna hebben de verdachten de scooter weggenomen door hem te verplaatsen. Dat maakt dat er sprake is van een voltooide diefstal door middel van verbreking.

Conclusie

Het onder 4 primair ten laste gelegde is bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 primair ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1

hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door

- voor die [slachtoffer 1] op het fietspad te gaan staan en/of de weg voor die [slachtoffer 1] te versperren en/of het stuur van de fiets van die [slachtoffer 1] vast te pakken,

- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Geef je kanker telefoon", althans woorden van gelijke aard of strekking,

- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om de code van zijn telefoon te geven,

- die [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht te slaan,

- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om zijn telefoon te ontgrendelen en/of zijn ontgrendelde

telefoon te overhandigen,

- in de jaszakken van en/of broekzakken van die [slachtoffer 1] te zoeken,

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Vertel tegen niemand wat er is gebeurd en als ik iets van scotoe hoor dan slaan we jou in elkaar", althans woorden van gelijkende dreigende aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden zijn naam te noemen;

2

hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- voor de fiets van die [slachtoffer 2] te gaan staan,

- om die [slachtoffer 2] heen te gaan staan,

- die [slachtoffer 2] te filmen,

- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Als je iets door verteld dan steken we je neer en zweren we dat we je opzoeken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

- in de rugzak van die [slachtoffer 2] te zoeken en/of een telefoon uit de rugzak van die [slachtoffer 2] te

pakken,

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (met een telefoon) op het hoofd te slaan en/of

- die [slachtoffer 2] te dwingen/gebieden zijn naam en/of adres te noemen;

3hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van schoenen en/of een telefoon en/of een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(n),- het stuur van de fatbike van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt,- die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd: "Trek je schoenen uit geef je telefoon en je jas" en/of "Begin met je kanker zakken leeg te maken", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of- die [slachtoffer 3] een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp en/of puntig voorwerp, heeft getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4 primair

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Alblasserdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een snorfiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen snorfiets onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 2: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 3: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 4: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee berovingen op straat en een poging daartoe. De slachtoffers betroffen steeds leeftijdsgenoten van de verdachte. Deze drie strafbare feiten zijn op dezelfde dag, binnen een uur tijd, gepleegd. Het eerste slachtoffer is door de verdachte en zijn medeverdachten tegengehouden toen hij op een

fietspad fietste. Daarbij is het slachtoffer in zijn gezicht geslagen en is er gedreigd met

geweld. Van het slachtoffer is een telefoon afgepakt, die vervolgens is teruggeven omdat

deze volgens de verdachte en zijn medeverdachten niet bruikbaar was. Een half uur later vond een soortgelijke beroving plaats bij het tweede slachtoffer. Ook hem is de weg versperd. Zijn telefoon is weggenomen en vervolgens weer teruggeven, omdat deze niet van het merk was dat de verdachten wilden hebben. Ook dit slachtoffer is tegen zijn hoofd geslagen en opnieuw is gedreigd met meer geweld. Nog een half uur later is het derde slachtoffer aangesproken. De verdachte en zijn medeverdachten hebben geprobeerd om zijn

schoenen, telefoon en jas af te nemen. Dat het bij een poging is gebleven, is te danken aan

een omstander die het slachtoffer te hulp is geschoten.

De verdachten gingen op een zogenoemde rooftocht omdat zij telefoons en een jas wilden hebben. Zij hebben er bewust voor gekozen om naar Hendrik-Ido-Ambacht te gaan, omdat daar weinig politie zou zijn. Dat er sprake was van een vooropgezet plan, weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee. Met zijn handelen heeft de verdachte de slachtoffers angst aangejaagd en geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen gedurende langere tijd psychische gevolgen van de gebeurtenis ondervinden. Dergelijk intimiderend en gewelddadig gedrag versterkt bovendien de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Daarnaast heeft de verdachte samen met een ander een scooter gestolen. Hiermee heeft verdachte overlast veroorzaakt en inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. Kennelijk heeft verdachte niet stil gestaan bij de vervelende gevolgen hiervan, maar alleen oog gehad voor zijn eigen behoeften.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (verder: JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 januari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. De verdachte loopt in een schorsing. Eerder is een jongerencoach en psychologische hulp ingezet voor de verdachte, maar deze hulp is niet van de grond gekomen omdat hij hier niet gemotiveerd voor was. Het wijkteam is betrokken geweest vanaf begin 2025 en MST (De Viersprong) is ingezet van augustus tot december 2025. In het eindverslag van MST wordt aangegeven dat moeder enerzijds affectief is, passend bij de leeftijd en behoefte van de verdachte, maar anderzijds te veel zelfstandigheid van hem vraagt (mede door haar werk). Daarnaast lijkt moeder het lastig te vinden om consequenties te stellen wat betreft het naleven van afspraken. Dit leidt onder andere tot schoolverzuim bij de verdachte. De Viersprong heeft geadviseerd om het gezin blijvend te ondersteunen, zodat op tijd gesignaleerd kan worden of extra hulp ingezet dient te worden. Daarnaast wordt geadviseerd om opnieuw een jongerencoach aan te vragen voor de verdachte.

De JBBR adviseert om een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen. In dat kader kan de noodzakelijke hulp ingezet worden en kan toegewerkt worden naar het volgen van dagbesteding bij Urban Skillsz en passend onderwijs. Een contactverbod met medeverdachten kan ervoor zorgen dat de verdachte niet opnieuw negatief wordt beïnvloed. De JBBR kan erop toezien of hij zich aan de bijzondere voorwaarden houdt en bijsturen indien nodig.

Zij adviseren daarom de volgende bijzondere voorwaarden:

- houden aan aanwijzingen jeugdreclassering;

- naar school/Urban Skillsz gaan, ook als dat inhoudt vervoer per taxi;

- meewerken aan hulpverlening die JBBR nodig acht, zoals jongerencoach;

- contactverbod met mededaders en slachtoffers.

De Raad voor de Kinderbescherming (verder: RvdK) heeft ook een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 januari 2026. Zij sluit zich aan bij het strafadvies van de JBBR.

Een deels voorwaardelijke werkstraf is gepast, zodat de verdachte leert dat zijn gedrag consequenties heeft. De RvdK heeft een leerstraf overwogen, echter niet passend gevonden, daar er al meerdere vormen van hulpverlening zijn ingezet en de verdachte momenteel een traject volgt bij Urban Skillsz.

Gezien de jonge leeftijd van de verdachte vindt de RvdK een voorwaardelijke jeugddetentie niet gepast.

Ter zitting heeft de jeugdreclasseerder [persoon A] , het advies toegelicht. Daaruit blijkt dat de verdachte nog altijd niet naar een middelbare school gaat. Het vinden van een geschikte school verloopt moeizaam mede doordat de verdachte veel onderwijs heeft gemist. Hij komt regelmatig niet opdagen bij Urban Skillsz. De verdachte is vaak ziek of wil niet in de taxi stappen die hem naar Urban Skillsz brengt. Als de verdachte eenmaal aanwezig is, gaat het wel heel goed. Het is nog erg zoeken naar de beste hulp voor de verdachte en zijn moeder. De jeugdreclasseerder denkt dat de verdachte veel potentie heeft, maar begeleiding en ondersteuning van de jeugdreclassering is zeker nodig om te voorkomen dat de verdachte opnieuw betrokken raakt bij het plegen van strafbare feiten.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank zal gelet op de adviezen van de hiervoor genoemde instellingen een deels voorwaardelijke jeugddetentie opleggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het aantal dagen dat de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 28 dagen. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis is niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. Wel bestaan er grote zorgen over de verdachte. Daarom zal de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden verbinden die door de jeugdreclassering worden geadviseerd om de verdachte te helpen in zijn ontwikkeling. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Anders dan is geadviseerd en door de officier van justitie gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding een contactverbod met de slachtoffers op te leggen. Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte de slachtoffers, die hij niet kent en die ook niet bij hem in de buurt wonen, na het plegen van de strafbare feiten, heeft benaderd of zich belastend tegenover hen heeft gedragen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft meegedeeld dat de ouders van de verdachte die ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit de leeftijd van veertien jaar nog niet had bereikt, tot een schadevergoeding kunnen worden veroordeeld en dat het bedrag van €500,- aan immateriële schadevergoeding passend is.

Standpunt verdediging

Het schadeverzoek is onvoldoende onderbouwd en moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Subsidiair moet het bedrag gematigd worden. Een medeverdachte van hetzelfde feit is hoofdelijk veroordeeld tot het vergoeden van immateriële schade ter hoogte van €300,-.

Beoordeling

Aan de benadeelde partij is door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade toegebracht. De benadeelde partij heeft ter onderbouwing van de vordering gesteld dat hij last heeft gehad van angsten en een gevoel van onveiligheid op straat. Dat resulteerde in slapeloze nachten en stemmingswisselingen. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en de ernst van de normschending, te weten diefstal met geweld op straat door meerdere personen bij een jong slachtoffer, en de gevolgen daarvan zoals door de benadeelde partij omschreven, mee dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De rechtbank zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten op € 300,00, gelet op de ernst van de aantasting en rekening houdend met de vergoedingen die door rechters in soortgelijke zaken worden toegekend. Voor het overige deel wordt de vordering afgewezen.

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 19 december 2024.

Omdat de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De ouder(s) van de verdachte moet(en) de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 300,-. Omdat de wet niet de mogelijkheid biedt een schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten laste van ouder(s) van een minderjarige, die ten tijde van het tenlastegelegde feit jonger was dan 14 jaar, zal de schadevergoedingsmaatregel niet worden opgelegd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, en 4 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 68 (achtenzestig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 40 (veertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zal meewerken aan begeleiding door de jeugdreclassering;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1] (geboren [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats 2] ) en [medeverdachte 2] (geboren [geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats 2] );

- gedurende de proeftijd naar school/Urban Skillsz zal gaan, ook als dat inhoudt vervoer per taxi;

- gedurende de proeftijd mee zal werken aan hulpverlening die de JBBR nodig acht, zoals een jongerencoach;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de ouder(s) van de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 300 (zegge: driehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de ouders de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zullen zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de ouder(s) verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. S. Zuidwijk en T.S.S. Overes, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2026.

De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door- voor die [slachtoffer 1] op het fietspad te gaan staan en/of de weg voor die [slachtoffer 1] te versperren en/of het stuur van de fiets van die [slachtoffer 1] vast te pakken,- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Geef je kanker telefoon", althans woorden van gelijke aard of strekking,- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om de code van zijn telefoon te geven,- die [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht te slaan,- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om zijn telefoon te ontgrendelen en/of zijn ontgrendelde telefoon te overhandigen,- in de jaszakken van en/of broekzakken van die [slachtoffer 1] te zoeken,- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Vertel tegen niemand wat er is gebeurd en als ik iets van scotoe hoor dan slaan we jou in elkaar", althans woorden van gelijkende dreigende aard of strekking en/of- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden zijn naam te noemen;

2hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- voor de fiets van die [slachtoffer 2] te gaan staan,- om die [slachtoffer 2] heen te gaan staan,- die [slachtoffer 2] te filmen,- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Als je iets door verteld dan steken we je neer en zweren we dat we je opzoeken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,- in de rugzak van die [slachtoffer 2] te zoeken en/of een telefoon uit de rugzak van die [slachtoffer 2] tepakken,- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (met een telefoon) op het hoofd te slaan en/of- die [slachtoffer 2] te dwingen/gebieden zijn naam en/of adres te noemen;

3hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van schoenen en/of een telefoon en/of een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(n),- het stuur van de fatbike van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt,- die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd: "Trek je schoenen uit geef je telefoon en je jas" en/of "Begin met je kanker zakken leeg te maken", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of- die [slachtoffer 3] een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp en/of puntig voorwerp, heeft getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Alblasserdamtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een snorfiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen snorfiets onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Alblasserdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een snorfiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen snorfiets onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,- zich bij de snorfiets heeft begeven,- het stuurslot van de snorfiets heeft geforceerd,- de voorkap van de snorfiets heeft geopend en/of- de snorfiets heeft verplaatst,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand