ECLI:NL:RBROT:2026:6428

ECLI:NL:RBROT:2026:6428

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 83.284436.20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en afleveren en voorhanden hebben van valse geschriften. Gevangenisstraf 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Beroepsverbod voor de duur van 5 jaren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 83.284436.20

Datum uitspraak: 14 april 2026

Datum zitting: 31 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1949 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [plaatsnaam] .

Advocaat van de verdachte: mr. S. Kegreisz.

Officier van justitie: mr. H.C. Vermaseren.

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van een totaal bedrag van € 1.527.255 , valsheid in geschrift en afleveren en voorhanden hebben van valse geschriften. De rechtbank legt hiervoor een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank legt als bijkomende straf een beroepsverbod op voor de duur van 5 jaar.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat -

geldbedragen heeft witgewassen en hiervan een gewoonte heeft gemaakt (feit 1), de administratie van zijn stichtingen valselijk heeft opgemaakt door daarin valse facturen op te nemen (feit 2) en dat hij valse facturen voorhanden heeft gehad en heeft afgeleverd door deze naar anderen op te sturen (feit 3).

De volledige tenlastelegging luidt:

1.

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 10 november 2020 te Rotterdam althans in Nederland, Victoria, Mahe althans in Seychellen, Kingstown althans Saint Vincent, Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander (en), althans alleen, a) van een of meer voorwerpen, te weten (een) geldbedrag(en) van totaal 1.532.220 euro, althans (telkens) een of meer (groot/grote) geldbedrag(en) en/of een of meer goederen, althans een of meer voorwerpen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en)dat bovenomschreven voorwerp (en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk — afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en/ofb) (telkens) een óf meer voorwerpen, te weten (een) geldbedrag(en) van totaal 1.532.220 euro, althans een (grote) geldbedrag(en) en/of een of meer goederen, althans een of meer voorwerpen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en), te weten vorengenoemd(e)goed(eren) en/of geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader (s) wist(en) dat bovenomschreven goed(eren) en/of geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk — afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven, terwijl hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

2.hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2018 te Rotterdam althans in Nederland, Victoria, Mahe althans in Seychellen, tezamen en in vereniging met (een) ander (en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, de (bedrijfs)administratie(s) van Stichting Maatwerkopleidingen, Stichting Smart Business, Stichting MBO Nederland en Stichting Vak & Werkschool, zijnde die (bedrijfs)administratie(s) een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeftopgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, immers heeft/hebben hij en/of haar mededader(s) een of meerdere valsegeschrift(en), te weten:- Een factuur van Stichting MBO Nederland aan Didacta Magna d.d. 14 februari 2016, totaal € 1.200 (DOC-083);- Een factuur van Stichting A.I.V.B. (handelsnaam van Stichting Smart Business) aan STE Management B.V. d.d, 21 juni 2016, totaal € 1.393 (DOC-093);- Een factuur van Stichting MBO-Nederland aan Enigma B V. d.d. 13 november 2017, totaal € 31.525 (DOC-017);- Een factuur van Stichting MBO Nederland aan [bedrijf] d.d. 3 april 2017 totaal € 1.250 (DOC-085);- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Net Techniek B.V. d.d, 24 februari 2018, totaal € 6.480 (DOC-078);- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Lentiz Onderwijs Groep d.d. 17 juni 2018, totaal € 2.400 (DOC-080, p.1);althans een of meerdere valse geschrift(en),- (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit té dienen -, verwerkt en/of doen verwerken en/of opgenomen en/of doen opnemen in die (bedrijfs)administratie (s), bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (tellkens) hierin dat —zakelijk weergegeven — toen en daar op die factu(u)r(en) (telkens) in strijd met de waarheid prestaties en/of leveringen in rekening zijn gebracht die in werkelijkheid niet of niet in zijn geheel zijn geleverd / hebben plaatsgevonden, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

3. hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2018 te Rotterdam althans in Nederland, Victoria, Mahe althans in Seychellen, tezamen en in vereniging met (een) ander (en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of heeft doen maken van eèn valse of vervalste (verkoop)facturen, te weten:- Een factuur van Stichting MBO Nederland aan Didacta Magna d.d. 14 februari 2016, totaal € 1.200 (DOC-083);- Een factuur van Stichting A.I.V.B. (handelsnaam van Stichting Smart Business) aan STE Management B.V. d.d. 21 juni 2016, totaal € 1.393 (DOG 093);;- Een factuur van Stichting MBO-Nederland aan Enigma B.V. d.d. 13 november 2017, totaal € 31.525 (DOC-017);- Een factuur van Stichting MBO Nederland aan [bedrijf] d.d. 3 april 2017 totaal € 1.250 (DOC-085);- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Net Techniek B.V. d.d. 24 februari 2018, totaal € 6.480 (DOC-078);- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Lentiz Onderwijs Groep d.d. 17 juni 2018, totaal € 2.400 (DOC-080, p. 1);- (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(n) het/die echt en onvervalst, althans die valse of vervalste (verkoop)facturen (telkens) opzettelijk heeft afgeleverd of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist (en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor zodanig gebruik, bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin dat in strijd met de waarheid —zakelijk weergegeven - prestaties en/of leveringenin rekening zijn gebracht die in werkelijkheid niet of niet in zijn geheel zijn geleverd / hebben plaatsgevonden,enbestaande dat gebruikmaken of gebruik doen maken, althans dat afleveren of doen afleveren (telkens) hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mede dader (s) deze geschriften ten name van Stichting Maatwerk Opleidingen, Stichting Smart Business, Stichting MBO Nederland en Stichting Vak & Werkschool heeft/hebben verzonden, althans doen toekomen aan Net Techniek B.V. en/of STE Management B.V. en/of Lentiz Cursus & Consult B.V. en/of Didacta Magna en/of Enigma Nederland B.V. en/of [bedrijf] ;Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift, valse geschriften voorhanden heeft gehad en heeft laten afleveren en van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

De stichtingen Maatwerk Opleidingen, Smart Business, MBO-Nederland en Vak & Werkschool waren van mij tot de overdracht aan Stichting De AREnd. Daarna was ik nog wel gemachtigd door Stichting De AREnd. De administratie van de stichtingen is op een usb-stick naar de Seychellen verzonden. De facturen maakte ik thuis in Rotterdam. Dat deed ik in opdracht van de medeverdachten. Zij gaven aan wat er op de facturen moest komen te staan. Als ik de factuur had gemaakt, sloeg ik die op de usb-stick op. De inkomsten bestonden voornamelijk uit de provisie die ik kreeg voor de facturen van Stichting MBO-Nederland, Stichting Maatwerkopleidingen en Stichting Vak & Werkschool. De bedragen nam ik contant op. De digitale facturen zaten in de administratie van de stichtingen.

2. Proces-verbaal van de Fiod, verklaring verdachte

Ik heb GOR International Limited opgericht. Er is nooit een andere eigenaar geweest dan ik of een andere entiteit.

3. Proces-verbaal van de Fiod, verklaring verdachteDe facturen aan Lentiz, Didactica Magna en [bedrijf] zijn 100% vals. [naam 1] deed altijd het woord namens [bedrijf] . Dat zei [naam 1] er bij en dat het specifiek bij vermeldt dat het voor [bedrijf] was en anders zei hij dat het voor hem ging of voor Lentiz. En via de e-mail kreeg ik dat dan door van [naam 1] . De uitbetaling deed ik altijd aan [naam 1] en die betaalde het deel van [bedrijf] weer door aan hem, [bedrijf] . Ik heb de valse facturen opgemaakt. 90% ging cash terug naar de medeverdachten. Ik heb 10% gekregen voor die facturen. Stedehouder (Net Techniek B.V.) deed het in een envelop en deed die envelop meestal bij mij in de brievenbus thuis, die opdrachtbonnen. Van die opdrachtbonnen maakte ik dan de valse facturen. Ik gaf de valse facturen later weer aan hem terug.

4. Proces-verbaal van de Fiod, verklaring verdachte

[naam 2] mailde mij de inhoud van de factuur met wat erop moest komen te staan en welke datum, ook de werkzaamheden en voor wie het was. Ik maakte dan de factuur aan de hand van wat was onderhandeld met [naam 2] en met de omschrijvingen die hij mij opgaf. Ik mailde dan de factuur aan hem.

5. Proces-verbaal van de Fiod, verklaring verdachte

Wat op de opdrachtbonnen van Net Techniek B.V. stond was verzonnen.

6. Proces-verbaal van de Fiod, verklaring [naam 2]

Verduijn beschikte over contanten. Hij stuurde de factuur naar mijn zakelijke mailadres. Die gaf ik aan de administratie en zei waarop deze geboekt moesten worden. Enige dagen later kreeg ik contanten. Hij [de rechtbank begrijpt: de verdachte] heeft nooit daadwerkelijk diensten voor Enigma verricht.

7. Het proces-verbaal van de Fiod Uit de analyse van de bankrekeningen van de stichtingen en derdenonderzoeken is naar voren gekomen dat door diverse bedrijven in totaal voor € 2.635.024 naar de bankrekeningen van de stichtingen van de verdachte wordt overgemaakt, van de bankrekeningen van de stichtingen € 1.001.850,- contant wordt opgenomen, van de bankrekeningen van de stichtingen in totaal € 931.006 overgemaakt wordt naar GOR International Ltd. en door GOR International Ltd. € 264.790 aan commissiegelden wordt overgeboekt op de rekeningen van bedoelde stichtingen. Daarnaast wordt een deel van de betaalde bedragen aan de ondernemers in privé ‘teruggegeven’ in de vorm van auto’s, contant geld en vakanties. Ten slotte wordt er geld overgeboekt van de bankrekening van GOR International Ltd. naar de verdachte en zijn partner, € 1.600 per maand. Ook vinden er overboekingen plaats naar FTS Ltd. Deze Ltd. is aandeelhouder van GOR International Ltd. en behoort ook toe aan de verdachte.

8. Proces-verbaal van de FiodPer stichting is een analyse gemaakt van de betalingen die zij hebben ontvangen van de ‘verdachten’ [de rechtbank begrijpt: de medeverdachten] Samengevat komen hieruit de volgende betalingen per medeverdachte naar voren:

Op de bankrekeningen van Stichting MBO-Nederland, Stichting Vak & Werkschool, en Stichting Maatwerk Opleidingen zijn geen bedrijfskosten, inkoopkosten en/of personeelskosten opgenomen. Ten aanzien van Stichting Smart Business zijn er geen personeelskosten zichtbaar. Bijgeschreven bedragen worden voornamelijk contant opgenomen, overgeschreven naar eigen stichtingen of naar eigen buitenlandse bankrekeningen. De volgende contante opnamen hebben plaatsgevonden tijdens de periode waarin de valse facturen zijn opgemaakt:

9. Het proces-verbaal van de Fiod

Op de bankrekeningen van de verdachte hebben in de periode 28 januari 2015 tot en met 26 november 2019 bijschrijvingen plaatsgevonden van GOR International Ltd. Er hebben in de periode 5 januari 2015 tot en met 7 februari 2020 contante opnamen plaatsgevonden op de bankrekening van GOR International Ltd. Er hebben Maestro betalingen plaatsgevonden op de bankrekening van GOR International Ltd. in de periode van 2 februari 2015 tot en met 20 januari 2020. Er hebben contante opnamen plaatsgevonden op de bankrekening van F.T.S. Ltd. in de periode 23 januari 2015 tot en met 3 augustus 2018 en in de periode van 17 februari 2015 tot en met 6 januari 2020 hebben er Maestro betalingen plaatsgevonden op de bankrekening van F.T.S. Ltd. De verdachte is de enige gemachtigde tot de bankrekening van F.T.S. en de verdachte is samen met zijn dochter gemachtigd tot de bankrekening van GOR International Ltd.

10. Een geschriftIk bezocht Net Techniek B.V. Deze onderneming kwam voor op de bankrekening van de Stichting Vak- en Werkschool. Met betrekking tot de afspraken van Net Techniek B.V. met de Stichting Vak & School Werk inzake de betreffende opdrachten en de berekening van het bedrag van de facturen, gaf de heer Stedehouder aan dat er in het geheel niets op papier staat. Uiteindelijk werd dus niets aangeleverd waaruit blijkt dat de betreffende opdrachten feitelijk zijn gegeven en uitgevoerd.

11. Een geschrift

Ik bezocht STE Management B.V. Deze onderneming kwam voor op de bankrekening

van de Stichting Vak- en Werkschool. Ik kreeg de inkoopfacturen over de jaren 2015-2018 ter inzage. De heer Stedehouder kon niet toelichten welke werkzaamheden er verricht waren en welke personen dit hebben gedaan.

12. Een geschrift

Ik bezocht Lentiz Cursus & Consult B.V. Deze onderneming kwam voor op de

bankrekening van de Stichting MBO-Nederland. We hebben het facturenoverzicht bekeken van de inkooprekeningen van de Stichting MBO Nederland en de Stichting Vak & Werk School. Er zijn geen dossiers aanwezig van cursussen met verkoopfacturen, inkoopfacturen en aanwezigheidslijsten.

13. Een geschrift

Ik bezocht Enigma Nederland B.V. Deze onderneming kwam voor op de bankrekening

van de Stichting Smart Business (handelsnaam A.I.V.B.) en van de Stichting MBO-Nederland. Er was geen aanwezigheidslijst opgemaakt en er waren geen bescheiden meer van deze cursus voorhanden. Op de facturen van de stichtingen stond geen paraaf van de inkoper. Uit e-mails aan Stichting Smart Business stond alleen wat de omschrijving van de werkzaamheden was en het bedrag. Voor de rest was er niets van die opdrachten (zoals adres, welke personen, datum en dergelijke). [naam 2] heeft in 2017 en 2018 een Porsche 911 turbo uit 1982 gekocht die is betaald door GOR International Ltd. De auto is echter op naam gesteld van [naam 2] .

14. Een geschrift

Ik bezocht [bedrijf] en sprak met [naam 3] .

[bedrijf] had geen enkele email, offerte of anderszins bewijs van werkzaamheden en contacten aangaande de inkoopfacturen van stichtingen. Er is geen enkel contact met de stichtingen en/of de verdachte geweest. Er is geen enkele aanwijzing dat deze werkzaamheden feitelijk hebben plaatsgevonden.

15. Een geschrift

16. Een geschrift

17. Een geschrift

18. Een geschrift

19. Een geschrift

Bewijsmotivering

Valsheid in geschrift (feiten 2 en 3)

De factuur van Stichting A.I.V.B. (handelsnaam van Stichting Smart Business) aan STE Management B.V. gedateerd 21 juni 2016 is niet vals opgemaakt omdat er kosten worden doorbelast die door Stichting A.I.V.B. zijn betaald.

De verdachte heeft valse facturen opgenomen in de administraties van de respectievelijke stichtingen. Hierdoor heeft hij deze administraties valselijk opgemaakt. Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte bij het opnemen van die facturen in de bedrijfsadministratie van de stichtingen heeft samengewerkt met een of meer anderen, zodat hij van het medeplegen daarvan zal worden vrijgesproken.

Het tenlastegelegde onder 2 en 3 is wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het medeplegen en met uitzondering van de hiervoor genoemde factuur.

Witwassen (feit 1)

Op grond van de stukken in het dossier, de verklaring van de verdachte op de zitting en hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte geldbedragen met een criminele herkomst heeft verworven en voorhanden heeft gehad. De bedrijven die de facturen betaald hebben zijn opgelicht, omdat zij betaald hebben voor diensten die niet zijn geleverd. Door op grond van de valse facturen deze bedragen te ontvangen heeft de verdachte verborgen en verhuld wie de rechthebbenden waren. Hij heeft geldbedragen omgezet door deze contant te maken en goederen aan te schaffen die voor zijn medeverdachten waren bestemd en heeft van dat geld gebruik gemaakt door het uit te geven. Er is sprake van gewoontewitwassen gelet op het zeer grote aantal valse facturen en de lange periode die bewezen kan worden verklaard. Nu het idee van de valse facturen in samenspraak met de medeverdachten tot stand is gekomen en zij eraan meewerkten door de gegevens te verschaffen die op de facturen moesten komen en er vervolgens ook voor hebben gezorgd dat de ondernemingen de facturen hebben betaald, is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het verbergen en verhullen van de rechthebbende waren op die geldbedragen.

Het tenlastegelegde onder 1 is wettig en overtuigend bewezen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

hij

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2018 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen a) van voorwerpen, te weten geldbedragen van totaal 1.527.255 euro, heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbenden op genoemde voorwerpen waren, terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk — afkomstig waren uit enig misdrijf, en b) telkens voorwerpen, te weten geldbedragen van totaal 1.527.255 euro, heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet, althans van vorengenoemdegeldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen onmiddellijk of middellijk — afkomstig waren uit enige misdrijven, terwijl hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

2.hij

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2018 te Rotterdam de administraties van Stichting MBO Nederland en Stichting Vak & Werkschool, zijnde die administraties een samenstel van geschriften, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, heeft vervalst immers heeft hij valse geschriften, te weten:- Een factuur van Stichting MBO Nederland aan Didactica Magna d.d. 14 februari 2016, totaal € 1.200;- Een factuur van Stichting MBO-Nederland aan Enigma B V. d.d. 13 november 2017, totaal € 31.525;- Een factuur van Stichting MBO Nederland aan [bedrijf] d.d. 3 april 2017 totaal € 1.250;- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Net Techniek B.V. d.d. 24 februari 2018, totaal € 6.480;- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Lentiz Onderwijs Groep d.d. 17 juni 2018, totaal € 2.400;

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, verwerkt en opgenomen in die administraties, bestaande die valsheden telkens hierin dat —zakelijk weergegeven — toen en daar op die facturen in strijd met de waarheid prestaties en/of leveringen in rekening zijn gebracht die in werkelijkheid niet zijn geleverd / hebben plaatsgevonden, zulks telkens met het oogmerk om dat samenstel van geschriften als echt en onvervalst te gebruiken ;

3. hij

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2018 te Rotterdam meermalen, telkens - Een factuur van Stichting MBO Nederland aan Didactica Magna d.d. 14 februari 2016, totaal € 1.200;- Een factuur van Stichting MBO-Nederland aan Enigma B.V. d.d. 13 november 2017, totaal € 31.525;- Een factuur van Stichting MBO Nederland aan [bedrijf] d.d. 3 april 2017 totaal € 1.250;- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Net Techniek B.V. d.d. 24 februari 2018, totaal € 6.480;- Een factuur van Stichting Vak & Werkschool aan Lentiz Onderwijs Groep d.d. 17 juni 2018, totaal € 2.400;- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware het echt en onvervalst, die valse of vervalste (verkoop)facturen opzettelijk heeft afgeleverd of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze geschriften bestemd waren voor zodanig gebruik, bestaande die valsheden hierin dat in strijd met de waarheid —zakelijk weergegeven - prestaties en/of leveringen in rekening zijn gebracht die in werkelijkheid niet zijn geleverd / hebben plaatsgevonden, en bestaande dat afleveren hierin dat hij, verdachte, deze geschriften ten name van Stichting Maatwerk Opleidingen, Stichting MBO Nederland en Stichting Vak & Werkschool heeft doen toekomen aan Net Techniek B.V. en/of Lentiz Cursus & Consult B.V. en/of Didactica Magna en/of Enigma Nederland B.V. en/of [bedrijf] .

2. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

van het (mede)plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 2

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3

opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

3. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek, met een proeftijd van 3 jaar, alsmede tot een geldboete van € 10.000. Als bijkomende straf moet het de verdachte worden verboden om als bestuurder, gevolmachtigde of anderszins werkzaam te zijn voor stichtingen en andere rechtspersonen, met uitzondering van Stichting Fin-Inc.

Standpunt van de verdediging

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, dient te worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis. Subsidiair is aangevoerd dat kan worden volstaan met oplegging van een (geheel of gedeeltelijk) voorwaardelijke (taak)straf.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft gedurende een lange periode voor bekenden op naam van zijn stichtingen valse facturen opgemaakt die zij door de bedrijven waar zij werkten lieten uitbetalen. Het geld dat de verdachte zo in handen kreeg, nam hij contant op. Hierbij maakte hij gebruik van andere rechtspersonen waar hij de volledige zeggenschap over had. Vervolgens gaf hij die bekenden 90% van het door hem ontvangen geld. Op die manier is er een bedrag van ruim 1,5 miljoen door zijn handen gegaan wat is witgewassen. De door de verdachte vals opgemaakte facturen heeft hij opgenomen in de administratie van zijn stichtingen.

De verdachte heeft met zijn handelen het vertrouwen beschaamd dat burgers, bedrijven en de overheid in het maatschappelijk en economisch verkeer moeten kunnen stellen in de juistheid van documenten in het algemeen en in de juistheid van administraties in het bijzonder. De verdachte heeft voorts met zijn handelen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van criminaliteit door gelden wit te wassen en hiervoor zijn stichtingen te gebruiken als witwasvehikel. Bovendien heeft de onttrekking van gelden aan de bedrijven die de valse facturen hebben betaald er waarschijnlijk toe geleid dat door die bedrijven minder belasting is betaald. De verdachte heeft hiervoor geen oog gehad. Hij was kennelijk slechts uit op zijn eigen financiële gewin. Op de zitting heeft hij geen enkel inzicht getoond in het kwalijke van zijn handelen.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf het uitgangspunt. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn met vier jaar. De verdachte is blijkens zijn strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 10 februari 2026 eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit, echter de datum van de veroordeling ligt in een ver verleden, zodat dit niet tot een hogere straf leidt. De rechtbank zal alles afwegend een gevangenisstraf van 18 maanden opleggen, conform de eis van de officier van justitie. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijk strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank zal afzien van het opleggen van een geldboete omdat dit, gelet op de strafdoelen en de op te leggen gevangenisstraf, geen meerwaarde meer heeft.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte het onvoorwaardelijk deel van zijn straf heeft uitgezeten.

4. Bijkomende straf

De rechtbank ziet aanleiding om een beroepsverbod aan de verdachte op te leggen voor de duur van vijf jaren, in die zin dat de verdachte het beroep van bestuurder en/of gevolmachtigde van rechtspersonen of andere entiteiten niet mag uitoefenen. Gelet op de ernst van de feiten, de rol die de verdachte daarbij heeft gespeeld en het ontbreken van enig inzicht bij de verdachte, vindt de rechtbank het risico groot dat hij, nadat hij uit detentie komt, opnieuw vergelijkbare constructies optuigt of daaraan een bijdrage levert. Om dit te voorkomen wordt een beroepsverbod opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding de Stichting Fin-Inc van dit verbod uit te zonderen.

5. In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank beslist tot de teruggave aan de verdachte van de volgende in beslag genomen voorwerpen:

6. Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van de verdachte is op 24 december 2020 geschorst tot aan de einduitspraak in eerste aanleg. De rechtbank zal het geschorste bevel gevangenhouding opheffen, zoals verzocht door de verdediging. De gronden die tot het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte hebben geleid zijn niet meer (in voldoende mate) aanwezig.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 28, 31, 57, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van achttien (18) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk deel gevangenisstraf

bepaalt dat zes (6) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op drie jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

legt als bijkomende straf op aan de verdachte:

ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder en/of gevolmachtigde van rechtspersonen of andere entiteiten voor de duur van vijf jaar;

In beslag genomen voorwerpen

beveelt de teruggave van de volgende voorwerpen aan de verdachte:

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. van den Heuvel, voorzitter,

en mrs. D.C.J. Peeck en J.C. Tijink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. van den Heuvel

Griffier

  • mr. H.P. Eekhout

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand