ECLI:NL:RBROT:2026:6445

ECLI:NL:RBROT:2026:6445

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 10-392707-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Zeden, cybercrime. Veroordeling voor grootschalige, internationale sextortion (afdreiging, dwang, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gekwalificeerde opzetverkrachting) en kinderporno tot een gevangenisstraf van 7 jaar en tbs met verpleging van overheidswege. Daarbij ook een maatregel 38z.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-392707-24

Datum uitspraak: 3 juni 2026

Datum zitting: 8 april 2026, 3 juni 2026 (sluiten onderzoek en uitspraak)

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres: [adres], [postcode] [plaatsnaam],

gedetineerd in [detentieadres].

Advocaat van de verdachte: mr. A.E.S. Heijnen.

Officieren van justitie: mr. R.P.L. van Loon, mr. E.M. Blanken.

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5],

[benadeelde partij 6], [benadeelde partij 7].

Advocaat van de [benadeelde partij 6]: mr. I.K. Oosterveen.

Leeswijzer

De officieren van justitie beschuldigen de verdachte ervan dat hij – samengevat – twintig bij naam genoemde meisjes heeft gedwongen tot de afgifte van afbeeldingen van seksuele aard (feit 1, afdreiging) en diezelfde meisjes heeft gedwongen iets te doen door te dreigen met het openbaren van naaktafbeeldingen (feit 2, dwang). Daarnaast wordt de verdachte ten aanzien van tien slachtoffers beschuldigd van feitelijke aanranding van de eerbaarheid (feit 3) en ten aanzien van vier slachtoffers van gekwalificeerde opzetverkrachting (feit 4). Hiernaast wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij over een langere periode beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik (“kinderporno” of “kinderpornografische afbeeldingen”) – onder andere – heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad, en daar een gewoonte van heeft gemaakt (feit 5).

Onder 6 hebben de officieren van justitie een ad informandum strafbaar feit gevoegd, waarin de verdachte ervan wordt beschuldigd dat hij van zevenendertig minderjarigen kinderpornografische afbeeldingen – onder andere – heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1.

De dagvaarding is – met uitzondering van één zinsnede in feit 1 – geldig. Deze beslissing wordt in hoofdstuk 2 uitgelegd. De officieren van justitie mogen de verdachte niet vervolgen ten aanzien van twee slachtoffers die in feit 1 zijn genoemd. Deze beslissing wordt in hoofdstuk 3 uitgelegd.

De beschuldiging is voor een deel niet bewezen, voor het overige wel. De bewezenverklaring en de bespreking van de bewijsverweren en de argumenten die tot partiële vrijspraak hebben geleid staan in hoofdstuk 4. Een overzicht van de bewijsmiddelen staat in bijlage 2. De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Waarom dit zo is, wordt uitgelegd in hoofdstuk 5.

De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 7 jaar en de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Hiernaast legt de rechtbank ook de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd waarom deze straf en maatregelen worden opgelegd.

Zeven benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend. Vier van die vorderingen worden (deels) toegewezen en ten aanzien van één slachtoffer wordt alleen de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. In hoofdstuk 7 wordt deze beslissing uitgelegd.

In hoofdstuk 8 staat beschreven op welke wetsartikelen de straf van de verdachte is gebaseerd en in hoofdstuk 9 staan alle beslissingen.

1. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in bijlage 1.

2. Geldigheid van de dagvaarding

Standpunt van de verdediging

De dagvaarding dient ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde nietig te worden verklaard. De dagvaarding is op dat punt onvoldoende feitelijk, omdat alleen de dwanghandeling (het dreigen met het openbaren van naaktafbeeldingen) – en niet het doel of gevolg daarvan – nader is omschreven in de tenlastelegging. Uit de tenlastelegging blijkt immers niet wat de slachtoffers hebben moeten doen, niet moesten doen of moesten dulden.

Standpunt van de officieren van justitie

Het is niet de bedoeling geweest om alle handelingen die de slachtoffers bij zichzelf hebben moeten verrichten ten laste te leggen. De beschuldiging ziet er ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde alleen op dat de slachtoffers werden gedwongen om naaktafbeeldingen met de verdachte te delen. De tenlastelegging is voldoende duidelijk en het verweer dient te worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient te beoordelen of de tenlastelegging voldoet aan de eisen die in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) worden gesteld. Een tenlastelegging moet voldoende feitelijk en duidelijk zijn, zodat de verdachte weet waartegen hij of zij zich heeft te verdedigen. Of aan die eisen is voldaan, hangt af van de bewoordingen van de tenlastelegging, het onderliggende dossier en in voorkomende gevallen ook wat ter terechtzitting is besproken.

In het onderhavige geval hebben de officieren van justitie in de tenlastelegging niet omschreven wat het gevolg van de dwang is geweest. Het was vollediger geweest als dat wel was omschreven. Echter, uit het dossier blijkt duidelijk dat de verdachte het verwijt wordt gemaakt dat hij steeds heeft gedreigd om naaktafbeeldingen te openbaren met het doel nieuwe naaktafbeeldingen te verkrijgen. Dit is ook wat hij zelf zegt dat zijn doel was en wat hij ook op deze wijze zou hebben gedaan. Ter zitting hebben de officieren van justitie ook uitgesproken dat de verdenking met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde alleen ziet op het verkrijgen van naaktbeelden. Overigens is in de namens de verdediging overgelegde pleitnota opgenomen dat een groot deel van de slachtoffers werd gedwongen tot afgifte van afbeeldingen van seksuele aard. Daaruit blijkt dat voor de verdediging voldoende duidelijk is geweest waartegen zij zich moest verweren.

Tegen die achtergrond wordt het verweer van de verdediging verworpen.

De rechtbank overweegt ambtshalve dat de zinsnede ‘een of meer (nog) onbekend gebleven personen’ in het onder 1 ten laste gelegde – ook bezien in het licht van de inhoud van het dossier – onvoldoende specifiek en feitelijk is, en wel zodanig dat het voor de verdachte niet duidelijk is waartegen hij zich (nog meer) dient te verweren in relatie tot deze zinsnede. Daarmee voldoet dit deel niet aan de eisen die in artikel 261 Sv aan de dagvaarding worden gesteld. De dagvaarding zal daarom partieel nietig worden verklaard, namelijk ten aanzien van de bedoelde zinsnede. Voor het overige voldoet de dagvaarding aan alle wettelijke eisen en is deze dus geldig.

3. Ontvankelijkheid van de officieren van justitie

Standpunt van de verdediging

De officieren van justitie moeten niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging ten aanzien van feit 1, waar het de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7], [slachtoffer 8], [slachtoffer 9], [slachtoffer 10], [slachtoffer 11], [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] betreft. Voor afdreiging geldt een absoluut klachtvereiste. De genoemde slachtoffers hebben geen klacht ingediend en evenmin kan anderszins worden vastgesteld dat die slachtoffers de bedoeling of expliciete wens hadden dat vervolging zou worden ingesteld.

Standpunt van de officieren van justitie

Het betreffen buitenlandse slachtoffers. De procedures in het buitenland wijken af van de procedure in Nederland, met als gevolg dat het Openbaar Ministerie van deze slachtoffers geen klacht heeft ontvangen. Voor de beoordeling van de vraag of de slachtoffers daadwerkelijk vervolging van de verdachte hebben gewenst, moet worden gekeken naar de beschikbare stukken zoals aangiften, slachtofferverklaringen en verzoeken tot schadevergoeding. Uit die stukken volgt dat elk genoemd slachtoffer vervolging heeft gewenst. Met betrekking tot de slachtoffers [slachtoffer 5], [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] hebben de officieren van justitie aangekondigd dat zij niet tot een bewezenverklaring zullen rekwireren.

Oordeel van de rechtbank

De verdachte wordt onder 1 beschuldigd van afdreiging. Op basis van het bepaalde in artikel 318 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt afdreiging niet vervolgd dan op klacht van de persoon tegen wie het feit gepleegd is.

Uit de Memorie van Toelichting bij het Wetboek van Strafrecht blijkt dat de ambtshalve vervolging als regel werd gezien. Afhankelijkheid van de vervolging van de wil van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd, is gezien als een zeldzame uitzondering. De enige grond die de wetgever daarvoor erkent is dat het bijzonder belang (van een individu) groter nadeel lijdt door het instellen van de vervolging dan het openbaar belang door het niet instellen ([naam 1], Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, tweede druk, 1891, eerste deel, p. 493). Dat bijzondere belang is erin gelegen dat ongewenste ruchtbaarheid, die door de door het delict getroffene als pijnlijk wordt ervaren, wordt vermeden. In meer hedendaagse bewoordingen kan worden vooropgesteld dat de regeling van de klacht ten gunste van het slachtoffer dient te gelden. Als er geen klacht is gedaan, kan volgens vaste rechtspraak niettemin het bestaan van een klacht worden aangenomen. Doorslaggevend is of op grond van het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting genoegzaam komt vast te staan dat het ook de uitdrukkelijke wens is van het slachtoffer dat het Openbaar Ministerie vervolging instelt tegen de verdachte.

De ontvankelijkheid van de officieren van justitie met betrekking tot de slachtoffers [slachtoffer 14], [slachtoffer 15], [slachtoffer 16], [slachtoffer 17], [slachtoffer 18], [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] staat niet ter discussie. Ten aanzien van de overige slachtoffers geldt dat zij geen klacht hebben ingediend. Het is aan de rechtbank om te beoordelen of een uitdrukkelijke wens tot vervolging kan worden afgeleid uit hun uitingen. Van belang in dat kader is dat deze slachtoffers allemaal uit het buitenland komen. Van internationale autoriteiten kan niet verwacht worden dat zij slachtoffers uitleg geven en specifiek bevragen over de voor het Nederlands rechtsstelsel geldende regeling van klachtdelicten. De rechtbank neemt in dit kader als uitgangspunt dat slachtoffers die zelf de opsporingsautoriteiten hebben opgezocht, hun medewerking hebben verleend aan het onderzoek door de buitenlandse autoriteiten, dan wel op de hoogte waren van het feit dat vervolging zou plaatsvinden en hiertegen geen bezwaar hebben gemaakt, voor lief hebben genomen dat er ruchtbaarheid zou worden gegeven aan het feit, kennelijk met het doel om ervoor te zorgen dat de dader zou worden vervolgd. Slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 4], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7], [slachtoffer 9], [slachtoffer 10], [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] hebben meegewerkt aan het onderzoek van de buitenlandse autoriteiten. De slachtoffers [slachtoffer 8] en [slachtoffer 13] hebben dat ook gedaan en hebben bovendien formulieren voor een verzoek tot schadevergoeding ingevuld en teruggestuurd. Uit het voorgaande leidt de rechtbank ten aanzien van deze elf slachtoffers de wens tot vervolging af. De officieren van justitie zijn daarom ook ten aanzien van deze slachtoffers ontvankelijk in de vervolging.

Dat is anders voor de slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5]. Uit de stukken van de buitenlandse autoriteiten blijkt dat zij in het geheel niet hebben willen meewerken aan het onderzoek. Nu niet kan worden vastgesteld dat deze slachtoffers de vervolging van de verdachte hebben gewenst, zijn de officieren van justitie ten aanzien van hen niet-ontvankelijk in de vervolging.

Conclusie

De officieren van justitie zijn niet-ontvankelijk in de vervolging van het onder 1 ten laste gelegde met betrekking tot de slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5]. Voor het overige zijn zij ontvankelijk in de vervolging.

4. Bewijs / Partiële vrijspraak

Vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1, 2, 3, 4, en 5. Daarbij is opgemerkt dat de verdachte ten aanzien van het slachtoffer:

[slachtoffer 16] dient te worden vrijgesproken van feit 3;

[slachtoffer 4] dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 2 en 5;

[slachtoffer 5] dient te worden vrijgesproken van de feiten 2 en 5;

[slachtoffer 7] dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 2 en 4;

[slachtoffer 9] dient te worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2;

[slachtoffer 10] dient te worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2.

Het standpunt van de officieren van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van alle slachtoffers – met uitzondering van [slachtoffer 14] – vrijspraak bepleit van feit 1.

Voorts is ten aanzien van:

de slachtoffers [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 7], [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] vrijspraak bepleit van feit 2;

de slachtoffers [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 16] vrijspraak bepleit van feit 3;

het [slachtoffer 7] vrijspraak bepleit van feit 4;

het [slachtoffer 5] vrijspraak bepleit van feit 5.

Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmotivering

De verdachte heeft ten aanzien van alle feitelijkheden die in de beschuldiging zijn verwoord een bekennende verklaring afgelegd. Die bekennende verklaring neemt de rechtbank als uitgangspunt bij de beoordeling van de beschuldiging.

Feit 1

De verdediging heeft – los van de bekennende verklaring van de verdachte – bepleit dat ten aanzien van [slachtoffer 14] wel, maar ten aanzien van de overige negentien in dit feit genoemde slachtoffers niet, bewezen kan worden dat de verdachte ten tijde van het begaan van het ten laste gelegde oogmerk had om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Hij had op het moment van afdwingen niet het doel om zijn economische positie te verbeteren, wat voor een bewezenverklaring op grond van artikel 318 Sr noodzakelijk is.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Voor een bewezenverklaring moet komen vast te staan dat verdachte ten tijde van het plegen het oogmerk had om zich (of een ander) wederrechtelijk te bevoordelen. Elke verbetering van positie valt hieronder, mits het voordeel economische waarde heeft. Uit het dossier blijkt dat de verdachte op verschillende momenten met verschillende personen via sociale media contact had. De verdachte deed zich in veel gevallen voor als een vrouw van dezelfde leeftijd als zijn latere slachtoffers, met het doel hun vertrouwen te winnen. Hij deelde daarbij (naakt)beelden van andere vrouwen en deed het voorkomen alsof hij dat was. Vervolgens vroeg hij de slachtoffers hem ook naaktbeelden te sturen. Als het slachtoffer eenmaal dergelijk materiaal naar de verdachte had gestuurd, deed hij op enig moment uit de doeken welke informatie hij over het slachtoffer had verzameld en begon hij de slachtoffers af te persen met het doel meer en verdergaand materiaal – te weten afbeeldingen van seksuele dan wel vernederende handelingen – van hen te verkrijgen.

Uit het dossier blijkt dat de verdachte het naaktmateriaal, ter verkrijging waarvan hij zijn slachtoffers onder zware druk zette, begeerde. Voor verdachte was dit kennelijk de manier om ten behoeve van zijn eigen gerief aan seksueel getint materiaal te komen. Zijn handelingen waren daarom gericht op de verkrijging van deze afbeeldingen en het daarmee verbeteren van zijn positie. De vraag of hij hiermee ook zijn economische positie heeft verbeterd, beantwoordt de rechtbank bevestigend. Anders dan de verdediging heeft bepleit, vertegenwoordigen de afbeeldingen van de slachtoffers economische waarde en zij zijn daarmee geschikt om zich of een ander economisch te bevoordelen. Hierbij neemt de rechtbank in acht dat bij de term wederrechtelijke bevoordeling gedacht moet worden aan economische waarde in de ruimste zin van het woord. Daarbij geldt dat dergelijk materiaal in het algemeen op geld waardeerbaar is en er is geen enkele aanleiding aan te nemen dat dit hier anders zou zijn. Integendeel; uit het dossier blijkt zelfs dat de verdachte in bepaalde gevallen daadwerkelijk verkregen materiaal heeft verkocht of heeft geruild om toegang te krijgen tot andere exposegroepen, zodat ook hieruit voortvloeit dat de afbeeldingen een waarde vertegenwoordigen. Gelet op het voorgaande had de verdachte ten tijde van het plegen van dit feit het oogmerk van bevoordeling zoals bedoeld in artikel 381 Sr. Het verweer slaagt niet.

De verdediging heeft subsidiair bepleit dat feit 1 ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 4], [slachtoffer 7], [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] niet bewezen kan worden omdat ten aanzien van die slachtoffers in plaats van een voltooide afdreiging hooguit een poging tot afdreiging kan worden bewezen. Omdat een poging niet ten laste is gelegd, dient de verdachte partieel te worden vrijgesproken. De officieren van justitie zijn ten aanzien van die slachtoffers tot dezelfde conclusie gekomen. Dit verweer slaagt. De rechtbank spreekt de verdachte ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 4], [slachtoffer 7], [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] partieel vrij. Gelet op de gelijkluidende standpunten wordt dat niet verder gemotiveerd.

Feit 2:

De beschuldiging is ten aanzien van [slachtoffer 5] en de vier hiervoor genoemde slachtoffers, te weten [slachtoffer 4], [slachtoffer 7], [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10], niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus partieel vrijgesproken. De officieren van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

Feit 3:

De beschuldiging is ten aanzien van [slachtoffer 16] niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus partieel vrijgesproken. Omdat de officieren van justitie en de verdediging tot dezelfde conclusie zijn gekomen, zal de rechtbank dat niet verder motiveren.

Ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] heeft de verdediging vrijspraak bepleit. De verdachte heeft weliswaar een bekennende verklaring afgelegd over de handelingen die hij deze slachtoffers liet uitvoeren (het vaginaal inbrengen van een haarborstel en/of vingers), maar omdat het dossier hiervoor geen ander bewijs biedt wordt het bewijsminimum niet gehaald.

Dit verweer slaagt. Op grond van artikel 341, vierde lid, Sv kan het bewijs dat een verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan niet uitsluitend worden aangenomen op zijn verklaring. De rechtbank kan op basis van het dossier vaststellen dat de verdachte contact heeft gehad met de slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] en dat zij naaktfoto’s naar hem hebben gestuurd. Over penetratie door het inbrengen van een haarborstel en/of vingers in hun vagina kan, anders dan hetgeen de verdachte daarover heeft verklaard, niets worden vastgesteld. Al het voorgaande geldt bovendien voor [slachtoffer 15]. Daardoor wordt het bewijsminimum niet gehaald, zodat de verdachte ten aanzien van deze drie slachtoffers partieel zal worden vrijgesproken.

Feit 4:

De beschuldiging is ten aanzien van [slachtoffer 7] niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus partieel vrijgesproken. Omdat de officieren van justitie en de verdediging tot dezelfde conclusie zijn gekomen, zal de rechtbank dat niet verder motiveren.

De rechtbank spreekt de verdachte ook vrij ten aanzien van [slachtoffer 18]. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte contact heeft gehad met dit slachtoffer en dat zij naaktfoto’s naar hem heeft gestuurd. De verdachte heeft tevens verklaard dat hij haar heeft gedwongen om te masturberen, en dat zij daarbij haar vingers in haar vagina bracht. Echter, los van de verklaring van de verdachte ontbreekt verder bewijs van penetratie. Daardoor wordt ook hier het bewijsminimum niet gehaald.

Feit 5:

De beschuldiging is ten aanzien van [slachtoffer 5] niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus partieel vrijgesproken. Omdat de officieren van justitie en de verdediging tot dezelfde conclusie zijn gekomen, zal de rechtbank dat niet verder motiveren.

De officieren van justitie hebben ten aanzien van [slachtoffer 4] vrijspraak gevorderd. Het slachtoffer is zelf niet gehoord en er bestaat onvoldoende duidelijkheid over de leeftijd van het slachtoffer zoals zij is te zien op haar beeldmateriaal. Daarmee kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank zal de verdachte daarom ook ten aanzien van dit slachtoffer partieel vrijspreken.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4, en 5 heeft gepleegd.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit, anders dan het vrijspraakverweer dat hiervoor in paragraaf 4.3.1. is verworpen (ten aanzien van het oogmerk op wederrechtelijke bevoordeling). Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen in bijlage 2 wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 6 januari 2025 in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met openbaring van een geheim

- [slachtoffer 1] (Georgetown) en

- [slachtoffer 14] (Chinatown) en

- [slachtoffer 15] (Adams Morgan) en

- [slachtoffer 2] (U Street) en

- [slachtoffer 16] (Crooswijk) en

- [slachtoffer 17] (Charlottenburg) en

- [slachtoffer 6] (Mount Pleasant) en

- [slachtoffer 18] (Kreuzberg) en

- [slachtoffer 8] (Londen) en

- [slachtoffer 19] (Cetinje) en

- [slachtoffer 11] (The Mall) en

- [slachtoffer 12] (Deanwood) en

- [slachtoffer 20] (Toronto) en

- [slachtoffer 13] (Vancouver)

heeft gedwongen tot afgifte van enig goed, te weten afbeeldingen van seksuele aard, die aan die personen toebehoorden,

door die personen te berichten dat afbeeldingen van seksuele aard van die personen zouden worden gedeeld met familieleden en/of bekenden van die personen en/of onbekend gebleven derden, online zouden worden gezet wanneer zij die nieuwe afbeeldingen van seksuele aard niet zouden aanleveren;

2.

hij in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 6 januari 2025 in Nederland anderen, te weten,

- [slachtoffer 1] (Georgetown) en

- [slachtoffer 14] (Chinatown) en

- [slachtoffer 15] (Adams Morgan) en

- [slachtoffer 2] (U Street) en

- [slachtoffer 3] (Penn Quarter) en

- [slachtoffer 16] (Crooswijk) en

- [slachtoffer 17] (Charlottenburg) en

- [slachtoffer 6] (Mount Pleasant) en

- [slachtoffer 18] (Kreuzberg) en

- [slachtoffer 8] (Londen) en

- [slachtoffer 19] (Cetinje) en

- [slachtoffer 11] (The Mall) en

- [slachtoffer 12] (Deanwood) en

- [slachtoffer 20] (Toronto) en

- [slachtoffer 13] (Vancouver)

door enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die anderen, die personen wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen door te dreigen met het openbaren van naaktafbeeldingen;

3

hij in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 30 juni 2024 in Nederland door een andere feitelijkheid en/of bedreiging met een andere feitelijkheid, te weten het (dreigen met het) openbaren van naaktafbeeldingen en/of persoonsgegevens,

[slachtoffer 12] en

[slachtoffer 17] en

[slachtoffer 1] en

[slachtoffer 14] en

[slachtoffer 19] en

[slachtoffer 20]

heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten

het zichzelf penetreren met vinger(s) en/of een bus deodorant en/of een haarborstel en/of een verzorgingsproduct en/of een stift, in de vagina en/of de anus en/of de mond, van die [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20];

4.

hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 6 januari 2025 in Nederland met meerdere personen, te weten

[slachtoffer 16] en

[slachtoffer 11]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- die [slachtoffer 16] te dwingen tot penetratie van haar eigen vagina met een lipgloss en

- die [slachtoffer 11] te dwingen tot penetratie van haar eigen vagina en/of haar lichaam, met haar eigen vinger en/of een haarborstel

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 16] en [slachtoffer 11] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door en/of vergezeld van dwang en/of bedreiging, door te dreigen met het verspreiden en/of openbaren van naaktafbeeldingen van die [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 11];

5.

hij in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 6 januari 2025 in Nederland, meermalen, ten aanzien van

- [slachtoffer 20], geboren op [geboortedatum 2] 2005 (Toronto) en

- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2006 (U-street) en

- [slachtoffer 16], geboren op [geboortedatum 4] 2006 (Crooswijk) en

- [slachtoffer 14], geboren op [geboortedatum 5] 2006 (Chinatown) en

- [slachtoffer 12], geboren op [geboortedatum 6] 2007 (Deanwood) en

- [slachtoffer 19], geboren op [geboortedatum 7] 2007 (Cetinje) en

- [slachtoffer 13], geboren op [geboortedatum 8] 2007 (Vancouver) en

- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 9] 2008 (Georgetown) en

- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 10] 2008 (Penn Quarter) en

- [slachtoffer 15], geboren op [geboortedatum 11] 2008 (Adams Morgan) en

- [slachtoffer 17], geboren op [geboortedatum 12] 2008 (Charlottenburg) en

- [slachtoffer 8], geboren op [geboortedatum 13] 2008 (London) en

- [slachtoffer 9], geboren op [geboortedatum 14] 2009 (Wiessendorf) en

- [slachtoffer 10], geboren op [geboortedatum 15] 2004 (Wharf) en

- [slachtoffer 11], geboren op [geboortedatum 16] 2010 (The Mall) en

- [slachtoffer 18], geboren op [geboortedatum 17] 2011 (Kreuzberg)

in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht:

een of meer afbeeldingen en/of – gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten voornoemde personen, waren betrokken

heeft

- verspreid en/of

- aangeboden en/of

- openlijk tentoongesteld en/of

- vervaardigd en/of

- verworven en/of

- in bezit heeft gehad

en/of

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 6 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht:

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten voornoemde personen waren betrokken

heeft

- verspreid en/of

- aangeboden en/of

- openlijk tentoongesteld en/of

- vervaardigd en/of

- verworven en/of

- in bezit heeft gehad

te weten foto’s en/of videobestanden en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen waarop te zien is dat:

het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een met een vinger en/of lipgloss en/of haarborstel door die personen

en/of

die personen het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen en/of de eigen borsten met hun vingers en/of handen en/of voorwerp aanraakt

en/of

die personen in een pose zijn afgebeeld, waarbij

- die personen geheel of gedeeltelijk naakt zijn en/of gekleed zijn en/of opgemaakt zijn en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij hun leeftijd past en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die personen en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die personen in beeld worden gebracht

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt.

5. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

afdreiging, meermalen gepleegd;

Feit 2

een ander door een feitelijkheid en bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd;

Feit 3

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

Feit 4

gekwalificeerde opzetverkrachting, meermalen gepleegd;

Feit 5

een afbeelding en gegevensdragers bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden/aanbieden/openlijk tentoonstellen/vervaardigen/verwerven/in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;

en

een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking,

waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden/aanbieden/openlijk

tentoonstellen/vervaardigen/verwerven/in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

6. Straf en maatregelen

Eis van de officieren van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 – en met inachtneming van het ad informandum gevoegde feit – worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar met aftrek van voorarrest. Daarnaast dienen de maatregelen van terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging van overheidswege en de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr aan de verdachte te worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

Aan de verdachte dient tbs met voorwaarden te worden opgelegd. Als de voorwaarden niet kunnen worden opgesteld aan de hand van voorwaarden die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, dan moet de zaak worden aangehouden, zodat de reclassering daarover kan rapporteren. Subsidiair moet een zo kort mogelijke gevangenisstraf op worden gelegd, in combinatie met tbs met verpleging van overheidswege. De rechtbank wordt in dat geval verzocht gebruik te maken van de bevoegdheid om advies te geven over het tijdstip van aanvang van de tbs-behandeling.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich ruim drie jaar lang schuldig gemaakt aan ‘sextortion’ van jonge, veelal minderjarige, meisjes. Hij begon hiermee toen hij zelf nog net minderjarig was en heeft zich hierbij niet beperkt tot Nederland, maar zijn werkgebied uitgestrekt tot ver buiten Europa. Het merendeel van zijn slachtoffers woont in Amerika, maar er zijn ook vrouwen bij uit Duitsland, Engeland, Montenegro en Canada. Verdachte heeft tijdens zijn jacht op kwetsbare meisjes gebruik gemaakt van de huidige technologische mogelijkheden en zich daarachter verscholen.

Sextortion staat niet als op zichzelf staand strafbaar feit in het Wetboek van Strafrecht. Om die reden is het feitencomplex als verschillende feiten in de tenlastelegging terecht gekomen. Dat maakt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Zo is bewezen dat hij:- veertien meisjes heeft afgedreigd;- bij vijftien meisjes dwang heeft toegepast;- zich ten aanzien van zes meisjes schuldig heeft gemaakt aan aanranding;- zich ten aanzien van twee meisjes schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting; en- een gewoonte heeft gemaakt van het – onder andere – vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.

De verdachte heeft verklaard dat hij na het zien van een nieuwsbericht over meisjes en jonge vrouwen die werden geëxposed in Telegramgroepen, nieuwsgierig is geworden. Hij is in de applicatie Telegram op zoek gegaan naar groepen waarin gegevens en beeldmateriaal van meisjes werden verspreid. De verdachte raakte opgewonden van het materiaal en verkoos dat materiaal vervolgens boven reguliere porno. De verdachte raakte zozeer geïnteresseerd in het materiaal dat hij ging proberen zelf ook materiaal te bemachtigen. Hij zag in de Telegramgroepen dat hierbij veelal gebruik werd gemaakt van de applicatie Snapchat om in contact te komen met slachtoffers, waarna hij die applicatie zelf ook daarvoor is gaan gebruiken. De verdachte kreeg al snel door dat hij meer succes had als hij zichzelf op Snapchat voordeed als vrouw. Hij voegde dan willekeurige slachtoffers toe, begon chatgesprekken met hen waarin hij hun vertrouwen won, stuurde hen dan fotomateriaal van een jonge vrouw (zogenaamd zichzelf) en vroeg foto’s terug. De verdachte deed ondertussen grondig onderzoek naar zijn slachtoffers in openbare bronnen op internet en hij raadpleegde ook standaard een specifiek voor dit doel gecreëerde Telegrambot om te controleren of er informatie over zijn slachtoffers beschikbaar was uit eerdere datalekken. Hij maakte ook gebruik van de informatie die zijn slachtoffers op hun profielen over zichzelf verstrekten, bijvoorbeeld over hun woonplaats, op welke school zij zaten en verdere informatie over vrienden en familie. Verder benaderde hij mensen rondom de slachtoffers om ook bij hen informatie los te peuteren, al dan niet onder dreiging.

Als de verdachte eenmaal beeldmateriaal van zijn slachtoffers had bemachtigd begon hij hen daarna vaak al snel met dat materiaal af te dreigen. Hij droeg hen dan op om hem meer materiaal te sturen en dreigde het eerder verkregen materiaal openbaar te maken als het meisje aan die opdracht niet voldeed. Ook in gevallen waarin slachtoffers wél nieuw beeldmateriaal aan de verdachte verstrekten ging de verdachte vaak alsnog over tot openbaarmaking van verkregen materiaal. De verdachte was erg dwingend in zijn contact en bleef vaak lange tijd doorgaan met het eisen van meer en steeds verdergaand beeldmateriaal. Hij gaf geen enkel blijk van empathie en stopte zelfs niet als de meisjes zeiden dat zij suïcidale gedachten hadden. Voor de verdachte was het ook nooit genoeg. In zijn zoektocht naar bevrediging van zijn seksueel-sadistische driften wilde hij steeds nieuw materiaal ontvangen, ook als hij al (veel) vaker foto’s en video’s van een bepaald slachtoffer had ontvangen. Hij heeft verklaard dat hij door bleef gaan met het zoeken van nieuwe slachtoffers omdat hij altijd op zoek was naar een nog mooier meisje. Lukte het niet om een nieuw slachtoffer te maken, dan probeerde hij het weer opnieuw met een eerder slachtoffer. Sommige slachtoffers hebben jaren in angst onder zijn dwang moeten leven. Uit de latere verhoren met die slachtoffers blijkt dat het contact voor hen verschrikkelijk is geweest en hun situatie uitzichtloos leek.

Uit het dossier komt een beeld naar voren van een verdachte die naaktmateriaal van zijn slachtoffers moest en zou verkrijgen en daarbij meedogenloos te werk ging. Niet alleen liet hij zijn slachtoffers vergaande seksuele handelingen verrichten, ook liet hij zijn slachtoffers vernederende handelingen uitvoeren zoals het kruipen als een hond, het likken van een wc-pot of wc-bril, het dragen van hun onderbroek op hun hoofd, het likken aan schoenen of het proppen van een sok in hun mond. Eén slachtoffer moest het handvat van een haarborstel in haar mond nemen, dat zij net ervoor anaal had moeten inbrengen. Een ander slachtoffer moest een video maken waarin zij deed alsof zij geslachtsgemeenschap had met haar nog jongere zusje. Dit laatste is één van de weinige momenten waarover de verdachte zelf achteraf heeft gezegd dat hij vond dat hij te ver was gegaan. De verdachte heeft verklaard dat hij hen wilde vernederen als hij hen onder meer vroeg om aan de wc te likken. Dat materiaal had ook een seksuele component, maar hij wilde het zichzelf met dat materiaal vooral gemakkelijker maken in de toekomst; hij zou hen met dat materiaal nog eenvoudiger kunnen afdreigen. Om die reden liet hij hen ook in video’s zeggen dat zij een ‘school shooting’ zouden gaan doen of liet hij hen zeggen: “I hate” gevolgd door wat de verdachte aanduidde als “het N-woord”, wetende dat dit een erg gevoelige term is in (onder meer) de Verenigde Staten.

De verdachte heeft ook slachtoffers onder dwang voor hem aan het werk gezet om weer nieuwe slachtoffers te kunnen maken. Hij liet hen voornamelijk profielen op social media aanmaken. Op die manier probeerde hij zelf buiten beeld te blijven, deels omdat soms een legitimatiebewijs nodig was om (nog meer) accounts aan te maken, deels omdat hij zelf als gevolg van zogenaamde ‘bans’ geen nieuwe accounts meer kon aanmaken. Hij gebruikte die accounts als hij zijn slachtoffers ging exposen. Vaak was de afbeelding dan zodanig bewerkt dat voor de andere volgers zichtbaar was dat het om naaktmateriaal ging, maar was dat zodanig gecensureerd met een sticker of balkjes dat het materiaal niet tegen de regels van de desbetreffende applicatie in ging. Met deze afbeelding nodigde hij ook mensen weer uit op zijn kanalen om aldaar de niet gecensureerde foto’s te bekijken.

Als resultaat van al het voorgaande, is bij de verdachte ook een groot aantal kinderpornografische foto’s en video’s aangetroffen die hij van de slachtoffers heeft verkregen en die zij onder zijn dwang hebben gemaakt. Ook is beeldmateriaal van meisjes aangetroffen die niet konden worden geïdentificeerd of die geen aangifte wilden of durfden te doen. Tot op de dag van vandaag zullen er onbekende jonge vrouwen zijn die hebben geleden onder de dwang en vernedering van de verdachte. Ter zitting hebben de officieren van justitie de verwachting uitgesproken dat dit vele meisjes zullen zijn. Zij hebben daarom aangekondigd dat de Nederlandse politie deze zaak om die reden op televisie en via sociale media (internationaal) onder de aandacht zal brengen, met het doel onbekende slachtoffers gerust te stellen dat “[naam 2]” hen geen kwaad meer kan doen. De verdachte had daarnaast ook kinderporno in bezit die hij op andere wijze heeft verkregen, bijvoorbeeld via zogeheten exposegroepen op Telegram of in die Telegramgroepen gedeelde links naar cloudopslag.

Het spreekt voor zich dat dit zeer ernstige feiten zijn. Sextortion heeft een grote impact op het leven van slachtoffers. Vaak is er sprake van voortdurende angst dat de dader beeldmateriaal zal openbaren. Daarnaast zorgt het voor gevoelens van onmacht, schaamte, schuld en onveiligheid. De verdachte is hieraan volledig voorbijgegaan en heeft een forse inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit van de vele slachtoffers. De impact voor de slachtoffers blijkt overduidelijk uit hun verklaringen die in het dossier zijn opgenomen. Een van de slachtoffers zag zich genoodzaakt om te stoppen met haar opleiding omdat zij bang was dat de verdachte haar had geëxposed, meerdere slachtoffers zijn gaan automutileren en zijn gaan denken aan suïcide. De verdachte heeft in sommige gevallen slachtoffers jarenlang onder zware druk gezet. Uit één van de slachtofferverklaringen blijkt dat een minderjarig meisje door de stress die zij heeft ervaren maandenlang niet ongesteld is geworden en dat zij – als tiener – grijze haren kreeg. De verdachte heeft door zijn handelen zijn slachtoffers een onbezorgde jeugd en een normale seksuele ontwikkeling ontnomen. De verdachte heeft verklaard dat hij steeds alleen aan zijn eigen orgasme dacht. Hij heeft zich daarbij niet in het minst bekommerd om het leed dat hij deze meisjes ondertussen aandeed. De rechtbank rekent dat verdachte in ernstige mate aan.

Bij het plegen van de feiten heeft de verdachte uitgebreid gebruik gemaakt van de huidige stand van de technologische ontwikkelingen. Op relatief eenvoudige wijze heeft hij contact kunnen leggen met een grote hoeveelheid meisjes en veel persoonlijke informatie van hen kunnen achterhalen, waarmee hij vervolgens dwang kon uitoefenen. Van achter zijn toetsenbord heeft hij vele levens onherstelbaar beschadigd. Daarbij kan het contrast tussen zijn online alter-ego “[naam 2]” – een seksueel-sadistische, dominante, grofgebekte en dwingende persoonlijkheid – niet groter zijn dan met hoe de verdachte zich in de echte wereld toont: een onzekere, verlegen, eenzame en timide jongen. Uit de beschrijving van de persoon van de verdachte hieronder en het feit dat er in dit dossier geen enkel hands-on delict naar voren is gekomen, lijkt de conclusie te kunnen worden getrokken dat deze zaak mede een gevolg is van de huidige technologische mogelijkheden. Deze lijken in combinatie met de stoornissen van de verdachte een giftige cocktail te hebben veroorzaakt waardoor de hoeveelheid slachtoffers en de ernst van de feiten enorm is. Dit betekent niet dat de verdachte geen of minder blaam treft, maar de rechtbank hecht er waarde aan deze context te benoemen en dit onder de aandacht van de maatschappij te brengen. De huidige technologische ontwikkelingen brengen nieuwe uitdagingen, verantwoordelijkheden en gevaren mee.

Het ad informandum gevoegde strafbare feit 6

De officieren van justitie hebben tevens een feit “ad informandum” gevoegd aan de tenlastelegging. Dat feit ziet op onder andere het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen van zevenendertig minderjarigen.

Een voeging ad informandum betreft een buitenwettelijke afdoening van strafbare feiten waarbij de rechter met die gevoegde feiten rekening mag houden in de strafoplegging zoals ten aanzien van een volgens de normale regels ten laste gelegd en bewezenverklaard strafbaar feit. Volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad staat het de rechter vrij om bij de strafoplegging rekening te houden met een ad informandum gevoegd feit, wanneer op grond van de door de verdachte ter terechtzitting gedane erkenning aannemelijk is geworden dat hij dat feit heeft begaan en wanneer ervan mag worden uitgegaan dat het Openbaar Ministerie geen strafvervolging ter zake van dat feit zal instellen.

In zijn verhoren bij de politie en tijdens de behandeling ter zitting is de verdachte bevraagd over de bij dit feit genoemde personen. Ten aanzien van het merendeel van deze personen heeft de verdachte een bekennende verklaring afgelegd. Van 11 van de 37 personen heeft hij verklaard niet te weten of zij minderjarig waren, te weten: [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3], [minderjarige 4], [minderjarige 5], [minderjarige 6], [minderjarige 7], [minderjarige 8], [minderjarige 9], [minderjarige 10] en [minderjarige 11]. Nu ook de rechtbank niet kan vaststellen of deze personen minderjarig waren, kan niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van kinderpornografische afbeeldingen en daarmee kan de rechtbank ook niet vaststellen dat sprake is van een strafbaar feit. Bij de strafoplegging zullen delen van het feit die zien op deze personen dus niet worden meegewogen. Ten aanzien van de overgebleven 26 personen geldt dat de verdachte dit feit op de terechtzitting heeft erkend en de officieren van justitie ter zitting te kennen hebben gegeven dat dit feit niet afzonderlijk (verder) zal worden vervolgd. Met dit strafbare feit zal bij de strafoplegging rekening worden gehouden.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Leeftijd verdachte

De verdachte was 21 jaar oud toen hij werd aangehouden en is inmiddels 22 jaar oud. Aan het begin van de pleegperiode zoals bewezenverklaard in de feiten 1, 2, 3 en 5, was de verdachte zelf gedurende een zeer beperkte periode (namelijk van nog geen twee maanden) nog minderjarig. De rechtbank ziet gelet op de duur van deze periode, maar tevens in de persoonlijkheid van de verdachte of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan geen gronden om een sanctie op te leggen uit het sanctiestelsel voor jeugdigen.

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapporten van deskundigen en de reclassering en hun verklaringen op de zitting

De rechtbank heeft kennis genomen van de rapporten van [naam 3], psycholoog, en

[naam 4], psychiater, uit mei 2025. Zij hebben op 18 november 2025 een aanvullend

rapport uitgebracht. De psycholoog en psychiater hebben onder meer het volgende gerapporteerd.

De verdachte is een 22-jarige jongeman. Uit het persoonlijkheidsonderzoek komt naar voren dat de verdachte een zeer introverte jongeman is, die met name in sociale situaties ongemak en spanning ervaart en mogelijk ook angst. Hij voelt zich vervreemd van anderen, heeft moeite met (oppervlakkig) contact maken en langdurige, intieme relaties aangaan. Bij de verdachte is sprake van een autismespectrumstoornis en van een seksueel-sadisme

stoornis. Dat was ook zo ten tijde van de ten laste gelegde feiten en die stoornissen beïnvloedden de gedragskeuzes en gedraging van de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde.

Vanuit de autismeproblematiek geeft de verdachte aan geen interesse te hebben in meisjes en vrouwen (hierna: meisjes). Hij is niet in staat om op een adequate manier contact met hen te maken. In het ‘echte leven’ is hij dat uit de weg gegaan en hij besloot om via het internet met meisjes in contact te komen. De verdachte is niet in staat om grenzen voor zichzelf en een ander aan te voelen, waardoor de verdachte grenzeloos opdrachten geeft aan meisjes. Vanuit zijn seksueel-sadismestoornis brengt het de verdachte opwinding en een gevoel van macht, wanneer hij deze meisjes onder druk zet en hen tegen hun zin in zijn seksuele fantasieën laat uitvoeren, waarbij zij lichamelijk en psychisch leed ondergaan.

Vanuit de autismespectrumstoornis is de verdachte oordeel- en kritiekgestoord en in verminderde mate in staat inzicht te hebben in welke gevolgen zijn handelen op dat moment zou kunnen hebben voor anderen. De rechtbank wordt geadviseerd om de ten laste gelegde feiten in een verminderde mate toe te rekenen.

Als de verdachte niet wordt behandeld, wordt het recidiverisico op de korte, middellange en lange termijn als matig-hoog ingeschat. Langdurige intensieve klinische behandeling van de verdachte, gericht op behandeling van de stoornissen, is geïndiceerd, waarbij rekening moet worden gehouden met de beperkingen van de verdachte die samenhangen met de autismespectrumstoornis (zoals het ontbreken van probleembesef en zelfinzicht), de zeer gebrekkige coping en de deviante seksuele voorkeuren die nog beter in kaart moeten worden gebracht. De rigide gedachtenpatronen, behorend bij de autismespectrumstoornis, zijn prognostisch ongunstig om zich voldoende open te kunnen stellen voor behandeling. Er wordt beperkte responsiviteit verwacht als het gaat om inhoudelijke behandeling en gedragsverandering van de verdachte, gezien zijn beperkte leerbaarheid. Voorts is van belang dat binnen een klinische setting de toegang tot communicatiemiddelen wordt beperkt, zeker in het begin van de behandeling.

Een behandeling in het kader van tbs met voorwaarden wordt vanuit gedragsdeskundig oogpunt niet haalbaar geacht. Gezien de ernst van de problematiek van de verdachte, zal hij naar verwachting onvoldoende in staat zijn om zich langdurig te conformeren aan voorwaarden en zal hij overvraagd worden. Vanuit behandeloogpunt is de verwachting dat de verdachte een langdurige en intensieve behandeling nodig zal hebben om voldoende zicht te kunnen krijgen op zijn risicofactoren, een behandelrelatie op te bouwen en intern gemotiveerd te raken voor behandeling. Het is ook van belang om te werken aan beschermende factoren, zodat de verdachte leert hoe hij op een adequate manier sociale contacten en relaties aan kan gaan, inclusief het herkennen en respecteren van grenzen van anderen. Binnen tbs met voorwaarden zal bovendien het externe risicomanagement naar verwachting te snel worden afgeschaald. De verwachting is dat de verdachte een zeer stringent kader nodig heeft met hoge beveiliging en intensieve begeleiding en structuur. Samengevat maken bovenstaande overwegingen dat er geen andere mogelijkheid resteert dan het adviseren van een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege.

Tijdens de zitting hebben de deskundigen de rapportage toegelicht en onder meer het volgende verklaard. Bij tbs met voorwaarden duurt de behandeling in een kliniek een stuk korter, en wordt al sneller gekeken naar mogelijke resocialisatie dan bij tbs met verpleging van overheidswege. De verdachte zou dan vermoedelijk overvraagd worden omdat er minder tijd is en er dus meer druk komt te staan op de behandeling. De verdachte kan zelf geen behandeldoelen formuleren, terwijl het voor tbs met voorwaarden nodig is dat iemand intrinsieke motivatie voor de behandeling heeft. Er bestaat dan ook veel eerder de mogelijkheid van toegang tot communicatiemiddelen, al dan niet via via. Tot slot gaat er veel tijd verloren als een tbs met voorwaarden niet tot het gewenste resultaat leidt en vervolgens omgezet zou moeten worden in een tbs met verpleging van overheidswege.

De verdachte heeft baat bij meer behandeltijd omdat het vanwege zijn problematiek lastig is en dus tijd kost om een behandelrelatie aan te gaan.

Tijdens de zitting heeft ook reclasseringswerker [naam 5] de rapportages van Reclassering Nederland toegelicht. Hij daarbij verklaard dat de reclassering zich aan heeft gesloten bij het advies van de gedragsdeskundigen over de aan de verdachte op te leggen maatregel. Over tbs met voorwaarden is negatief geadviseerd.

Conclusie rechtbank ten aanzien van de toerekening

Op basis van de rapporten van de psycholoog en psychiater, stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van de strafbare feiten beïnvloedde. De feiten worden daarom in verminderde mate aan de verdachte toegerekend. De rechtbank houdt hiermee in strafmatigende zin rekening mee bij de strafbepaling.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 6 januari 2025, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna zeventien maanden verstreken.

Omdat de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, is de redelijke termijn in deze zaak zestien maanden. Dat betekent dat de redelijke termijn in beperkte mate is geschonden.

Er is in deze zaak sprake van bijzondere omstandigheden, omdat het voorbereidend onderzoek ingewikkeld en met het oog op de buitenlandse slachtoffers grotendeels grensoverschrijdend was. Gelet op de bijzondere omstandigheden en de zeer beperkte overschrijding van de redelijke termijn, volstaat de rechtbank met de enkele vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden.

Oplegging straf en maatregelen

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, met de persoon van de verdachte en met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van zeven jaar opgelegd.

Dat de rechtbank een lagere gevangenisstraf oplegt dan de officieren van justitie hebben geëist, is gelegen in het feit dat de rechtbank in strafmatigende zin in aanmerking neemt dat aan de verdachte mede de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd, welke naar verwachting aanzienlijke tijd zal duren. Bovendien zijn de officieren van justitie uitgegaan van meer bewezenverklaarde (onderdelen van) feiten dan waarvoor de verdachte wordt veroordeeld.

Terbeschikkingstelling (tbs)

Naast voorgaande straf moet de verdachte ter beschikking worden gesteld, waarbij hij van overheidswege moet worden verpleegd. Aan de voorwaarden voor oplegging van de maatregel wordt ook voldaan. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Oplegging van deze maatregel is noodzakelijk. De rechtbank stelt vast dat tbs met voorwaarden geen reële kans van slagen heeft. Hierbij slaat de rechtbank acht op de uitgebreide rapportage en ter zitting gegeven toelichting van de deskundigen, die gelet op de ernst van de problematiek van de verdachte en de noodzaak van een langdurige en intensieve behandeling nadrukkelijk adviseren tbs met verpleging van overheidswege, en niet tbs met voorwaarden, op te leggen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen reden om de reclassering te laten onderzoeken onder welke voorwaarden een tbs met voorwaarden opgelegd zou kunnen worden, zodat het voorwaardelijke verzoek hiertoe van de verdediging wordt afgewezen.

Verder stelt de rechtbank vast dat er bij de verdachte tijdens het plegen van de strafbare feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, namelijk een autismespectrumstoornis en een seksueel-sadisme stoornis. Daarnaast zijn de feiten 1, 3, 4, en 5 misdrijven waarop in de wet een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Gelet op de aard en ernst van de feiten en het gevaar voor herhaling eist de algemene veiligheid van personen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en van overheidswege wordt verpleegd.

De rechtbank legt de tbs-maatregel op voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gekwalificeerde opzetverkrachting en kinderpornografie. Dat zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom kan de terbeschikkingstelling langer duren dan vier jaar.

De rechtbank ziet gelet op de opgelegde straf geen aanleiding om gebruik te maken van de bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 37b, tweede lid Sr om te adviseren over het tijdstip van aanvang van de tbs-maatregel. De verdachte heeft al ruim zeventien maanden in detentie doorgebracht, hetgeen in mindering zal worden gebracht op de opgelegde straf. Daarnaast bestaan er tegenwoordig lange wachttijden voor plaatsing in een tbs-kliniek en houdt de rechtbank rekening met de regelgeving inzake de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Alles in samenhang bezien acht de rechtbank een advies over het aanvangstijdstip in deze zaak niet opportuun.

Gedragsbeïnvloedende / vrijheidsbeperkende maatregel (38z Wetboek van Strafrecht)

Om de algemene veiligheid van personen te beschermen, legt de rechtbank een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op. Het is noodzakelijk dat de verdachte langdurig onder toezicht kan worden gesteld, omdat de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte na de gevangenisstraf en de tbs-maatregel nog aanwezig kan of zal zijn. Indien nodig maakt deze maatregel daarna alsnog langdurig toezicht en behandeling mogelijk. Daarbij houdt de rechtbank rekening met het rapport van Reclassering Nederland van 3 april 2026.

Ook aan de overige wettelijke vereisten is voldaan. De verdachte wordt namelijk

ter beschikking gesteld.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7. Vordering van de benadeelde partijen

Vorderingen

[benadeelde partij 1]

heeft als benadeelde partij € 10.000,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde partij 2]

heeft als benadeelde partij £ 6.600,- /€ 7.524,- als vergoeding van materiële schade en € 20.000 tot 45.000,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde partij 3]

heeft als benadeelde partij een schadevergoedingsformulier ingestuurd. In dat formulier is geen bedrag gevorderd.

[benadeelde partij 4]

heeft als benadeelde partij een schadevergoedingsformulier ingestuurd. In dat formulier is geen bedrag gevorderd.

[benadeelde partij 5]

heeft als benadeelde partij € 60.000,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde partij 6]

heeft als benadeelde partij € 8.500,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde partij 7]

heeft als benadeelde partij € 2.200,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officieren van justitie

De benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] moeten niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen omdat zij geen bedragen hebben ingevuld.

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 8.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het meerdere dienen deze benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De vordering van de [benadeelde partij 2] kan worden toegewezen tot een bedrag van

€ 5.000,- voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het meerdere dient deze benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De vordering van de [benadeelde partij 7] kan geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] moeten niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen omdat zij geen bedragen hebben ingevuld.

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 5.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het meerdere dienen deze benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De vordering van de [benadeelde partij 2] kan worden toegewezen tot een bedrag van

€ 2.500,- voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het meerdere dient deze benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 7].

Oordeel van de rechtbank

Niet ingevulde vorderingen

De rechtbank verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in hun vordering, omdat in hun vorderingen geen bedragen zijn ingevuld.

De rechtbank veroordeelt de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vorderingen, omdat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

Vordering [benadeelde partij 2]

De rechtbank verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in haar vordering, omdat de benadeelde partij minderjarig is en zelf een vordering heeft ingediend zonder dat een wettelijk vertegenwoordiger die vordering (mede) heeft ondertekend. De rechtbank verwijst volledigheidshalve naar hetgeen is overwogen bij de hierna te bespreken schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank veroordeelt de [benadeelde partij 2] in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

Immateriële schade

De benadeelde partijen die schade hebben gevorderd hebben allen (ook) immateriële schade gevorderd.

In artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat een limitatieve opsomming van gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen. In het onderhavige geval spitsen de vorderingen zich toe op een ‘aantasting in de persoon op andere wijze’. Van een dergelijke aantasting in de persoon is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In een dergelijk geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit laatste acht de rechtbank – gelijk aan de verdediging en de officier van justitie – in de onderhavige zaak overduidelijk van toepassing, zodat de rechtbank vaststelt dat een grond voor vergoeding aanwezig is.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] hebben aldus rechtstreeks immateriële schade geleden omdat zij op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. De rechtbank heeft bij het begroten van de schade rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank heeft daarbij gebruikgemaakt van de Rotterdamse schaal, een hulpmiddel dat een overzicht biedt van in de praktijk toegewezen smartengeldbedragen in vergelijkbare gevallen. In het bijzonder heeft de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van het te vergoeden bedrag aansluiting gezocht bij sextortion, categorie a ‘meest ernstig’ (paragraaf 15.5). Gelet op de lange duur, frequentie en ernst van de seksuele handelingen en rekening houdend met de aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelden, zal de schade naar maatstaven van billijkheid voor ieder van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] worden begroot op

€ 7.500,-. De vorderingen worden tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partijen worden in het resterende deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van hun vorderingen kunnen zij bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voor de [benadeelde partij 7] geldt dat zij een lager bedrag heeft gevorderd. Alhoewel de rechtbank geen wezenlijk verschil ziet in de gevolgen voor haar in vergelijking met de andere benadeelde partijen, biedt de wet geen mogelijkheid om een hoger bedrag toe te wijzen dan door de benadeelde partij is gevorderd. Haar vordering van € 2.200,- zal geheel worden toegewezen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 6 januari 2025 (de datum waarop de verdachte is aangehouden), nu vaststaat dat de schade op die datum in ieder geval bestond.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van deze benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt ten aanzien van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast. De maximale duur van de gijzeling bedraagt ten aanzien van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] telkens maximaal 62 dagen en ten aanzien van de [benadeelde partij 7] maximaal 22 dagen.

De rechtbank legt ook ten aanzien van de [benadeelde partij 2] de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. De rechtbank heeft [benadeelde partij 2] in haar vordering weliswaar op formele gronden niet-ontvankelijk verklaard, maar ziet reden om haar schade via de route van de schadevergoedingsmaatregel alsnog door de verdachte te doen vergoeden. Ook ten aanzien van [benadeelde partij 2] wordt de aantasting in de persoon aangenomen als gevolg van de handelingen van de verdachte en wordt vastgesteld dat [benadeelde partij 2] immateriële schade heeft geleden. Voor de hoogte van de schadevergoedingsmaatregel wordt in afwijking van wat hiervoor is overwogen aansluiting gezocht bij categorie b ‘ernstig’ van het feitencomplex sextortion in de Rotterdamse Schaal, omdat [benadeelde partij 2] zichzelf – anders dan de andere slachtoffers – niet heeft hoeven te penetreren. Haar schade wordt naar maatstaven van billijkheid begroot op € 4.000,-. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 40 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregelen is gebaseerd op de artikelen 36f, 37a, 37b, 38z, 57, 77b, 240b (oud), 243, 246 (oud), 252, 254, 284 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Voorvragen

verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft de zinsnede ‘een of meer (nog) onbekend gebleven personen’ in feit 1;

verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van feit 1 als het gaat om de slachtoffers [slachtoffer 3] (zaaksdossier Penn Quarter) en [slachtoffer 5] (zaaksdossier Navy Yard);

verklaart de officier van justitie voor het overige ontvankelijk in de vervolging;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 en 5, zoals in hoofdstuk 4 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 5 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregelen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) jaar;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Tbs-maatregel

beveelt dat de verdachte voor de feiten 1, 3, 4 en 5 ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd;

Gedragsbeïnvloedende maatregel (art. 38z Sr)

legt de verdachte voor de feiten 1, 3, 4 en 5 op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;

Vorderingen benadeelde partijen

[benadeelde partij 1]

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feiten 1, 2 en 3), te betalen een bedrag van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro), als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feiten 1, 2, en 3); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 1] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;

[benadeelde partij 2]

verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering (feiten 1 en 2);

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-;

legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat € 4.000,- (vierduizend euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 40 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

[benadeelde partij 3]

verklaart de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vordering (feiten 1, 2);

veroordeelt de [benadeelde partij 3] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-;

[benadeelde partij 4]

verklaart de [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in de vordering (feiten 1 en 2);

veroordeelt de [benadeelde partij 4] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-;

[benadeelde partij 5]

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 5] (feiten 1, 2 en 3), te betalen een bedrag van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro), als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feiten 1, 2 en 3); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 5] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 5] aan de staat € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;

[benadeelde partij 6]

veroordeelt de verdachte, aan de [benadeelde partij 6] (feiten 1, 2 en 4), te betalen een bedrag van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro), als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de [benadeelde partij 6] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feiten 1, 2 en 4); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 6] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 4 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 6] aan de staat € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;

[benadeelde partij 7]

veroordeelt de verdachte, aan de [benadeelde partij 7] (feiten 1, 2 en 3), te betalen een bedrag van € 2.200,- (tweeduizend tweehonderd euro), als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 7] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 7] aan de staat € 2.200,- (tweeduizend tweehonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 22 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. E. Boersma en L. den Teuling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 juni 2026.

Bijlage 1 – volledige tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2021 tot en met 6 januari 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, in elk geval in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim

- [slachtoffer 1] (Georgetown) en/of

- [slachtoffer 14] (Chinatown) en/of

- [slachtoffer 15] (Adams Morgan) en/of

- [slachtoffer 2] (U Street) en/of

- [slachtoffer 3] (Penn Quarter) en/of

- [slachtoffer 16] (Crooswijk) en/of

- [slachtoffer 17] (Charlottenburg) en/of

- [slachtoffer 4] (Greenbelt) en/of

- [slachtoffer 5] (Navy Yard) en/of

- [slachtoffer 6] (Mount Pleasant) en/of

- [slachtoffer 18] (Kreuzberg) en/of

- [slachtoffer 7] (Petworth) en/of

- [slachtoffer 8] (Londen) en/of

- [slachtoffer 9] (Wiessendorf) en/of

- [slachtoffer 10] (Wharf) en/of

- [slachtoffer 19] (Cetinje) en/of

- [slachtoffer 11] (The Mall) en/of

- [slachtoffer 12] (Deanwood) en/of

- [slachtoffer 20] (Toronto) en/of

- [slachtoffer 13] (Vancouver) en

- een of meer (nog) onbekend gebleven personen

heeft gedwongen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer geldbedragen en/of afbeeldingen van seksuele aard, dat geheel of ten dele aan die personen en/of aan een derde toebehoorde,

door die personen en/of onbekend gebleven derden te berichten dat afbeeldingen van seksuele aard van die personen en/of onbekend gebleven derden zouden worden gedeeld met familieleden en/of bekenden van die personen en/of onbekend gebleven derden, online zouden worden gezet wanneer zij die geldbedragen niet zou betalen en/of die nieuwe afbeeldingen van seksuele aard niet zou aanleveren;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2021 tot en met 6 januari 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, in elk geval in Nederland een of meer anderen, te weten,

- [slachtoffer 1] (Georgetown) en/of

- [slachtoffer 14] (Chinatown) en/of

- [slachtoffer 15] (Adams Morgan) en/of

- [slachtoffer 2] (U Street) en/of

- [slachtoffer 3] (Penn Quarter) en/of

- [slachtoffer 16] (Crooswijk) en/of

- [slachtoffer 17] (Charlottenburg) en/of

- [slachtoffer 4] (Greenbelt) en/of

- [slachtoffer 5] (Navy Yard) en/of

- [slachtoffer 6] (Mount Pleasant) en/of

- [slachtoffer 18] (Kreuzberg) en/of

- [slachtoffer 7] (Petworth) en/of

- [slachtoffer 8] (Londen) en/of

- [slachtoffer 9] (Wiessendorf) en/of

- [slachtoffer 10] (Wharf) en/of

- [slachtoffer 19] (Cetinje) en/of

- [slachtoffer 11] (The Mall) en/of

- [slachtoffer 12] (Deanwood) en/of

- [slachtoffer 20] (Toronto) en/of

- [slachtoffer 13] (Vancouver)

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of een of meer derden, te weten die personen wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden door te dreigen met het openbaren van naaktafbeeldingen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2021 tot en met 30 juni 2024 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, in elk geval in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het (dreigen met het) openbaren van naaktafbeeldingen, persoonsgegevens en/of een ander geheim

[slachtoffer 12] en/of

[slachtoffer 17] en/of

[slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 14] en/of

[slachtoffer 16] en/of

[slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 19] en/of

[slachtoffer 20] en/of

[slachtoffer 15] en/of

[slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

te weten het zichzelf penetreren met vinger(s), een bus deodorant, een (haar)borstel, een verzorgingsproduct, een stift en/of een lipgloss, in elk geval met een voorwerp, in de vagina. anus, mond, in elk geval in het lichaam, van die [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 2];

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 6 januari 2025, in elk geval op 5 januari 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, in elk geval in Nederland met meerdere prsonenen/of , te weten

[slachtoffer 18] en/of

[slachtoffer 16] en/of

[slachtoffer 7] en/of

[slachtoffer 11]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- die [slachtoffer 18] te dwingen tot penetratie van haar eigen vagina, in elk geval haar lichaam, met haar eigen vinger en/of

- die [slachtoffer 16] te dwingen tot penetratie van haar eigen vagina, in elk geval haar lichaam, met een lipgloss en/of

- die Amber [slachtoffer 7] te dwingen tot penetratie van haar eigen mond, in elk geval haar lichaam, door haar een blauwe dildo te laten pijpen, en/of

- die [slachtoffer 11] te dwingen tot penetratie van haar eigen vagina, in elk geval haar lichaam, met haar eigen vinger en/of een haarborstel

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 11] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door te dreigen met het verspreiden en/of openbaren van naaktafbeeldingen van die [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 11];

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2021 tot en met 6 januari 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, ten aanzien van

- [slachtoffer 20], geboren op [geboortedatum 2] 2005 (Toronto) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 21 april 2023) en/of

- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2006 (U-street) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 16 februari 2024) en/of

- [slachtoffer 16], geboren op [geboortedatum 4] 2006 (Crooswijk) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 2 maart 2024) en/of

- [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 18] 2006 (Greenbelt), (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 29 augustus 2024) en/of

- [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 19] 2006 (Navy Yard) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 16 september 2024) en/of

- [slachtoffer 14], geboren op [geboortedatum 5] 2006 (Chinatown) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 14 december 2024) en/of

- [slachtoffer 12], geboren op [geboortedatum 6] 2007 (Deanwood) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 19], geboren op [geboortedatum 7] 2007 (Cetinje) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 13], geboren op [geboortedatum 8] 2007 (Vancouver) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 9] 2008 (Georgetown) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 10] 2008 (Penn Quarter) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 15], geboren op [geboortedatum 11] 2008 (Adams Morgan) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 17], geboren op [geboortedatum 12] 2008 (Charlottenburg) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 8], geboren op [geboortedatum 13] 2008 (London) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 9], geboren op [geboortedatum 14] 2009 (Wiessendorf) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 10], geboren op [geboortedatum 15] 2004 (Wharf) (in of omstreeks de periode (1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 11], geboren op [geboortedatum 16] 2010 (The Mall) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025) en/of

- [slachtoffer 18], geboren op [geboortedatum 17] 2011 (Kreuzberg) (in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 januari 2025)

(in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

een of meer afbeeldingen en/of – gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten voornoemde personen, en/of een of meer onbekend gebleven personen was/waren betrokken en/of schijnbaar was/waren betrokken

heeft

- verspreid en/of

- aangeboden en/of

- openlijk tentoongesteld en/of

- vervaardigd en/of

- ingevoerd en/of

- doorgevoerd en/of

- uitgevoerd en/of

- verworven en/of

- in bezit heeft gehad en/of

- zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 6 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten voornoemde personen en/of een of meer onbekend gebleven personen

was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken

heeft

- verspreid en/of

- aangeboden en/of

- openlijk tentoongesteld en/of

- vervaardigd en/of

- ingevoerd en/of

- doorgevoerd en/of

- uitgevoerd en/of

- verworven en/of

- in bezit heeft gehad en/of

- zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten foto’s en of videobestanden en/of gegevensdragers (Apple IPhone 11 en 13, en de Samsung Galaxy) bevattende afbeeldingen waarop te zien is dat:

het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een met een vinger, lipgloss, haarborstel en/of dildo door die personen ([bestand 1])

en/of

die personen het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met hun vingers, handen, voorwerp aanraakt ([bestand 2])

en/of

die personen poserend of in een pose is/zijn afgebeeld, waarbij

- die personen geheel of gedeeltelijk naakt is/zijn en/of gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of

- die personen zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die personen en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die personen in beeld worden gebracht ([bestand 3])

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt

Mededeling ad informandum gevoegde strafbare feiten

Ter terechtzitting zal onderstaand door u bekende strafbare feit ter kennis van de rechter worden gebracht. De rechter kan aldus bij het bepalen van de straf ook met dit feit rekening houden. Doet de rechter dit, dan kunt u dat feit als strafrechtelijk afgedaan beschouwen.

6.

Spijkenisse, althans in Nederland, 1 augustus 2021 tot en met 6 januari 2025,

vervaardigen, verspreiden, aanbieden, invoeren, uitvoeren, verwerven, in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen (ten aanzien van de minderjarigen [minderjarige 12], [minderjarige 13], [minderjarige 1], [minderjarige 14], [minderjarige 15],

[minderjarige 2], [minderjarige 16], [minderjarige 17], [minderjarige 18], [minderjarige 19],

[minderjarige 3], [minderjarige 4], [minderjarige 20], [minderjarige 5], ‘[minderjarige 21]’, ‘[minderjarige 22]’, ‘[minderjarige 23]’,

[minderjarige 24], [minderjarige 25], [minderjarige 26], [minderjarige 27], [minderjarige 28], [minderjarige 29], [minderjarige 30], [minderjarige 6], [minderjarige 7], [minderjarige 8], [minderjarige 31], [minderjarige 9], [minderjarige 10], [minderjarige 32], [minderjarige 33],

[minderjarige 34], [minderjarige 11], [minderjarige 35], [minderjarige 36], [minderjarige 37]).

Bijlage 2 – Bewijsmiddelen .

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, doorzoeking ter inbeslagneming

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

4. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

5. Schriftelijk stuk

6. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

7. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

8. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

9. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

10. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

11. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

12. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

13. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

14. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

15. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

16. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

17. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

18. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

19. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

20. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

21. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

22. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

23. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

24. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

25. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

26. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

27. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

28. Schriftelijk stuk, Nederlandse vertaling van een Duits getuigenverhoor

29. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

30. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [aangeefster]

31. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

32. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

33. Schriftelijk stuk, Nederlandse vertaling van een Duits verhoor

34. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

35. Schriftelijk stuk, Nederlandse vertaling van een Engels verhoor

36. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

37. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

38. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

39. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

40. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

41. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

42. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand