RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11940737 CV EXPL 25-23040
datum uitspraak: 27 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam ,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 24 oktober 2025, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek en eisvermindering, met bijlagen;
de reactie van [gedaagde] .
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurt een woning aan het [adres] in [woonplaats] . Omdat [gedaagde] geen leveringsovereenkomst voor elektriciteit en gas had afgesloten, eiste Stedin eerst dat zij de energietoevoer mocht afsluiten. Deze eis is ingetrokken. Zij wil nu alleen nog de incasso- en proceskosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. De eis wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Incassokosten
Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW komen de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor vergoeding in aanmerking. Stedin heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De hoogte van de door Stedin gevorderde vergoeding wordt redelijk geacht gelet op de verrichte werkzaamheden. Deze kosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij pas op 30 oktober 2025, dus nadat de dagvaarding was betekend, een leveringsovereenkomst voor gas heeft afgesloten. Stedin is dan ook terecht de onderhavige procedure gestart.
[gedaagde] stelt nog dat hij geen brieven van Stedin heeft ontvangen, maar gelet op het aantal brieven dat naar hem is gestuurd, had van hem verwacht mogen worden toe te lichten dat en waarom hij vaker problemen heeft met de ontvangst van post. Omdat hij dat niet heeft gedaan, wordt ervan uitgegaan dat de brieven hem bereikt hebben. Daarnaast heeft [gedaagde] niet betwist dat hij op het adres woont waar de brieven naar toe zijn gestuurd. De incassokosten van € 75,00 worden daarom toegewezen.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die hij aan Stedin moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten,
€ 135,00 aan griffierecht, € 86,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 43,00) en
€ 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 363,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stedin dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin te betalen € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin worden begroot op € 363,28;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
48436