ECLI:NL:RBROT:2026:6512

ECLI:NL:RBROT:2026:6512

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 83.223017.24, 83.223028.24, 83.223038.24, 83.223071.24, 83.223077.24, 83.223082.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beoordeling in beslag genomen fysieke stukken op grond van art. 181 Sv jo art. 98 Sv. 1) Correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en degene die zich tot hem heeft gewend betreft geen brief of geschrift als bedoeld in art. 98, eerste lid, Sv. Indien er bij de correspondentie een verschoningsgerechtigde is betrokken kan niet reeds daarom de inhoud daarvan worden aangemerkt als verschoningsgerechtigd. 2) Facturen met specificatie van de door een verschoningsgerechtigde uitgevoerde werkzaamheden worden aangemerkt als verschoningsgerechtigd. Ongespecificeerde facturen raken niet aan het vertrouwelijke karakter van de werkzaamheden van de verschoningsgerechtigde voor een cliënt. Derhalve worden ongespecificeerde facturen niet aangemerkt als verschoningsgerechtigd.

Uitspraak

proces-verbaal van bevindingen

van mr. W. Anker, rechter-commissaris, in de strafzaak tegen de verdachten:

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum 1] 1987, te [geboorteland]

wonende te [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats 1]

[verdachte 2]

geboren op [geboortedatum 2] 1987, te [geboorteland]

wonende te [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats 1]

[verdachte 3]

geboren op [geboortedatum 3] 1944

wonende te [adres 2] , [postcode 3] [woonplaats 3]

[verdachte rechtspersoon 1] .

gevestigd te [vestigingsadres 1] , [postcode 4] ’ [vestigingsplaats 1]

[verdachte rechtspersoon 2] .

gevestigd te [vestigingsadres 2] , [postcode 5] [vestigingsplaats 2]

[verdachte rechtspersoon 3] .

gevestigd te [vestigingsadres 3] , [postcode 6] [vestigingsplaats 3] .

Procedure

Onder leiding van de officier van justitie heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in het kantoorpand aan [vestigingsadres 2] , [postcode 5] te [vestigingsplaats 2] . Daarbij zijn fysieke stukken inbeslaggenomen.

De officier van justitie heeft op grond van artikel 181 van het Wetboek van Strafvordering op 8 december 2025 een vordering ingediend bij de rechter-commissaris om deze stukken te onderzoeken op de aanwezigheid van verschoningsgerechtigde informatie. De griffier van de rechter-commissaris heeft op 12 december 2025 aan de officier van justitie medegedeeld dat de verdediging slechts te kennen heeft gegeven dat zich ergens in het fysieke beslag mogelijk verschoningsgerechtigde informatie bevindt en dat het voor verdachten niet mogelijk is om aan te geven welke beslagnummer(s) het betreft. Gelet hierop heeft de rechter-commissaris de officier van justitie in overweging gegeven om de verdachte en de verdediging uit te nodigen om het fysieke beslag te bekijken en aan de hand daarvan mede te delen in welke goederen zich (mogelijk) verschoningsgerechtigde informatie bevindt.

De officier van justitie heeft op 9 februari 2026 per e-mail kenbaar gemaakt dat de advocaten van verdachten op 21 januari 2026 het fysieke beslag hebben bekeken en de mogelijk verschoningsgerechtigde stukken hebben aangewezen. Deze stukken zijn in drie enveloppen achtergebleven bij de geheimhoudermedewerkers van de FIOD. De officier van justitie heeft de rechter-commissaris verzocht de door de advocaten aangewezen stukken te beoordelen op de aanwezigheid van verschoningsgerechtigde informatie, nu niet vaststaat dat deze stukken zijn aan te merken als object van de bevoegdheid van deze advocaten zelf.

Op 12 maart 2026 heeft de rechter-commissaris de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toegewezen en is hij overgegaan tot filtering van de fysieke stukken met inbeslagnamecodes (hierna: de fysieke stukken):

Beoordeling

Op 2 maart 2025 zijn de fysieke stukken in een afgesloten envelop aan de rechter-commissaris overgedragen door de door de rechter-commissaris aangewezen geheimhoudermedewerker [persoon A] , die vervolgens in een daarvoor bestemde kluis op het kabinet rechter-commissaris is neergelegd. De geheimhoudermedewerker heeft verklaard op geen enkele andere wijze betrokken bij het onderzoek in de strafzaak tegen de verdachten, noch bij het overkoepelende onderzoek of daaraan gelieerde onderzoeken en is gehouden tot strikte geheimhouding.

De rechter-commissaris heeft ten behoeve van de beoordeling kennisgenomen van de fysieke stukken. De rechter-commissaris heeft het volgende aangetroffen:

De rechter-commissaris heeft de stukken als volgt beoordeeld op de aanwezigheid van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal.

[code 1]

In de envelop met inbeslagnamecode [code 1] wordt een brief aangetroffen die afkomstig is van de Rechtbank Den Haag en is gericht aan een advocaat omtrent het beroep van [bedrijf X] . De rechtbank beschrijft in de brief dat zij een of meer stukken aan het dossier heeft toegevoegd en een kopie daarvan zal worden verstrekt aan de advocaat. De stukken die zullen worden toegevoegd betreffen twee brieven van het ministerie van justitie en veiligheid en een gedeelte van een uitspraak van een rechtbank.

De Hoge Raad hanteert in zijn jurisprudentie over het verschoningsrecht als standaardoverweging dat het verschoningsrecht slechts betrekking heeft op de wetenschap die een advocaat in de normale uitoefening van zijn beroep heeft verkregen, dat wil zeggen wat hem is toevertrouwd in het kader van zijn juridische dienstverlening aan een rechtzoekende die zich tot hem heeft gewend vanwege zijn hoedanigheid van advocaat. Hoewel de brief is bestemd voor een verschoningsgerechtigde, betreft correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en degene die zich tot hem heeft gewend, geen brief of geschrift als bedoeld in art. 98, eerste lid, Sv (ECLI:NL:HR:2016:110). Indien er bij de correspondentie een verschoningsgerechtigde is betrokken kan niet reeds daarom de inhoud daarvan worden aangemerkt verschoningsgerechtigd. De rechter-commissaris is van oordeel dat het fysieke stuk met inbeslagnamecode [code 1] niet aan te merken is als verschoningsgerechtigd.

[code 2] , [code 3] , [code 4] & [code 5]

Deze stukken betreffen facturen die afkomstig zijn van personen met een functioneel verschoningsrecht. Alle facturen bevatten een (algemene) beschrijving van de werkzaamheden die deze verschoningsgerechtigden hebben verricht met daarbij soms een urenspecificatie opgegeven.

Gelet op de specificatie van de door een verschoningsgerechtigde uitgevoerde werkzaamheden is de rechter-commissaris van oordeel dat de fysieke stukken met inbeslagnamecodes [code 2] , [code 3] , [code 4] en [code 5]

verschoningsgerechtigd zijn.

[code 6]

Er zijn verschillende stukken met inbeslagnamecode [code 6] aangetroffen.

Ten eerste treft de rechter-commissaris een factuur afkomstig van een verschoningsgerechtigde aan, waarin een beschrijving wordt gegeven over de door de verschoningsgerechtigde uitgevoerde werkzaamheden. Er is geen urenspecificatie opgenomen in de factuur. Gelet op de specificatie van de door een verschoningsgerechtigde uitgevoerde werkzaamheden is de rechter-commissaris van oordeel dat de factuur verschoningsgerechtigd is.

Ten tweede treft de rechter-commissaris facturen aan afkomstig van [bedrijf Y] . De facturen zien op het betalen van verrichte werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen niet worden aangemerkt als rechtstreeks verband houdende met de taakuitoefening van een verschoningsgerechtigde. Daarnaast heeft deze organisatie geen personen in dienst aan wie een wettelijk verschoningsrecht toekomen, terwijl ook de facturen geen aanleiding geven te vermoeden dat de organisatie werkzaamheden heeft gefactureerd die vallen onder het verschoningsrecht. Derhalve is de rechter-commissaris van oordeel dat de facturen niet kunnen worden aangemerkt als verschoningsgerechtigd.

Ten derde treft de rechter-commissaris facturen aan afkomstig van een verschoningsgerechtigde. De facturen bevatten geen urenspecificatie of beschrijving van de (specifieke) door de verschoningsgerechtigde verrichte werkzaamheden. Nu de factuur ongespecificeerd is, raakt deze niet aan het vertrouwelijke karakter van de werkzaamheden van de verschoningsgerechtigde voor zijn cliënt (ECLI:NL:GHAMS:2024:442). Derhalve is de rechter-commissaris van oordeel dat de facturen niet aan te merken zijn als verschoningsgerechtigd.

Tot slot treft de rechter-commissaris een herinnering voor het betalen van een factuur en een drietal facturen afkomstig van een verschoningsgerechtigde aan. Daarin is sprake van een specificatie van de door de verschoningsgerechtigde verrichte werkzaamheden. Derhalve is de rechter-commissaris van oordeel dat deze herinnering voor het betalen van de facturen en de facturen verschoningsgerechtigd zijn.

[code 7]

Er zijn verschillende stukken met inbeslagnamecode [code 7] aangetroffen.

Ten eerste treft de rechter-commissaris een overeenkomst aan afkomstig van een verschoningsgerechtigde, waarin wordt beschreven hetgeen de verschoningsgerechtigde zal verrichten aan werkzaamheden voor de cliënt. De rechter-commissaris merkt de overeenkomst aan als verschoningsgerechtigd.

Ten tweede treft de rechter-commissaris een overeenkomst aan tussen [bedrijf Y] en één van de verdachten omtrent het openen van bankrekeningen. Zoals eerder door de rechter-commissaris geoordeeld, komt aan de organisatie [bedrijf Y] in beginsel geen (afgeleid) verschoningsrecht toe, nu daar geen verschoningsgerechtigden werkzaam zijn. De rechter-commissaris acht de overeenkomst niet verschoningsgerechtigd.

Tot slot treft de rechter-commissaris een overeenkomst afkomstig van een verschoningsgerechtigde, waarin staat beschreven welke juridische werkzaamheden er zullen worden verricht. De rechter-commissaris merkt de overeenkomst aan als verschoningsgerechtigd.

Conclusie

De rechter-commissaris bepaalt dat:

- de stukken die niet zijn aangemerkt als verschoningsgerechtigd zullen worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam;

- de stukken die zijn aangemerkt als verschoningsgerechtigd zullen worden geretourneerd aan de beslagene.

Dit proces-verbaal is op 2 april 2026 door de rechter-commissaris en de griffier vastgesteld en ondertekend.

Y.E. Thämer

griffier

mr. W. Anker

rechter-commissaris

Aan de verdachten wordt een afschrift van dit proces-verbaal verzonden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W. Anker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJFS 2026/212
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand