ECLI:NL:RBROT:2026:6548

ECLI:NL:RBROT:2026:6548

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer NL:TZ:2603557:R-RK - NL:TZ:2603583:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Dwangakkoord toegewezen. Aanbod gewijzigd in de uitkering van een prognosepercentage. Verzoekster start met een leerwerktraject en kan daarna doorstromen naar betaalde arbeid. Wijziging van het aanbod in het voordeel van de schuldeisers.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team insolventie

rekestnummers: [nummer]

uitspraakdatum: 2 april 2026

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres],

[postcode] [plaatsnaam],

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 12 februari 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een vijftal schuldeisers, te weten:

die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

Stedin en VGZ hebben voorafgaand aan de zitting, bij afzonderlijke e-mails van 17 februari 2026, aan schuldhulpverlening te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

Elbuco heeft voorafgaand aan de zitting op 9 maart 2026 een verweerschrift toegezonden en aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

Ter zitting van 26 maart 2026 zijn verschenen en gehoord:

De overige weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Op 31 maart 2026 heeft schuldhulpverlening aanvullende informatie aan de rechtbank toegezonden.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift één preferente schuldeiser met één vordering en 26 concurrente schuldeisers met 31 vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 49.405,06 van verzoekster te vorderen.

Verzoekster heeft bij brieven van 22 juli 2025, 22 mei 2025 en 27 januari 2026 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster is door de uitkeringsinstantie vrijgesteld van de sollicitatieplicht voor de periode van 19 augustus 2025 tot en met 19 februari 2026. Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat zij per april 2026 start met een leerwerktraject. Daarbij zal verzoekster de eerste zes maanden haar inkomen uit een Participatiewet-uitkering behouden. Na deze periode zal verzoekster kunnen doorstromen naar betaalde arbeid. Gezien de afloscapaciteit van verzoekster hierdoor mogelijk zal toenemen, heeft verzoekster ter zitting het aanbod gewijzigd in de uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.

24 schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Elbuco, [schuldeiser] en SportCity stemmen hier niet mee in. Elbuco heeft een vordering van € 3.911,48 op verzoekster, welke 7,9% van de schuldenlast beloopt. [schuldeiser] heeft een vordering van € 367,50 op verzoekster, welke 0,7% van de totale schuldenlast beloopt. SportCity heeft een vordering van € 87,25 op verzoekster, welke 0,2% van de totale schuldenlast beloopt.

3. Het verweer

Elbuco

In haar verweerschrift stelt Elbuco dat verzoekster op 9 november 2023 via LeasiQ.nl een overeenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar voor de huur van een bed. Elbuco verzorgt de financiële administratie voor deze overeenkomst. Vanaf juni 2024 is er een betalingsachterstand ontstaan. Deze achterstand is tot op heden niet ingelopen. Elbuco heeft verzoekster diverse keren verzocht mee te werken aan het laten ophalen van het bed. Hier werd door verzoekster echter geen gehoor aan gegeven. Elbuco stelt zich op het standpunt dat het bed haar eigendom is en blijft. Elbuco is dan ook slechts bereid medewerking te verlenen aan het onderhavige verzoek indien het bed zal worden teruggegeven.

[schuldeiser]

In de contacten met schuldhulpverlening heeft [schuldeiser] te kennen gegeven dat verzoekster op 12 september 2023 diverse spullen heeft meegenomen uit haar tweedehandswinkel. Er werd afgesproken dat verzoekster binnen één week zou betalen. Nadat het geld niet was ontvangen heeft [schuldeiser] verzoekster diverse malen geprobeerd te bereiken. Na meerdere pogingen heeft verzoekster uiteindelijk opgenomen en daarbij verschillende valse toezeggingen gedaan over de betaling van de spullen. [schuldeiser] geeft aan dat er tot op heden niks is betaald en dat verzoekster ook de spullen niet wilde terugbrengen. [schuldeiser] voelt zich in de maling genomen en wenst het volledige bedrag terugbetaald te krijgen.

SportCity

SportCity heeft niet gereageerd op de aangeboden regeling.

4. De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van bij hun weigering vast.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Elbuco, [schuldeiser] en SportCity in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Elbuco, [schuldeiser] en SportCity een aandeel vormen totale schuldenlast van 8,8%.

Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk vierentwintig van de zesentwintig schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.

De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.

Het voorstel is het uiterste waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Het is voldoende aannemelijk dat verzoekster in de periode vanaf aanvang van de schuldregeling tot en met het einde van het leerwerktraject geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan haar inkomen uit een Participatiewet-uitkering. Verzoekster heeft ter zitting het aanbod gewijzigd in de uitkering van een prognosepercentage. Omdat door deze wijziging het uitkeringspercentage aan de schuldeisers mogelijk zal toenemen, is de rechtbank van oordeel dat de wijziging van het aanbod in het voordeel van de schuldeisers is. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen die ervoor moeten zorgen dat verzoekster het maximale ten behoeve van haar schuldeisers zal afdragen, is voldaan. De vaste lasten van verzoekster worden door haar beschermingsbewindvoerder voldaan. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt daarom niet in de rede.

Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de wettelijke schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord zou kunnen worden aangeboden.

Ter zitting heeft de rechtbank aangegeven dat het gehuurde bed eigendom is en blijft van Elbuco. Daarom is de mogelijkheid besproken om het gehuurde bed aan Elbuco terug te geven. De beschermingsbewindvoerder heeft voorgesteld om na de zitting contact op te nemen met het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam en te verzoeken een gift te verstrekken voor de aanschaf van een eigen bed. Na de zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat er een aanvraag is ingediend bij het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam en dat er bijzondere bijstand is aangevraagd. Ook heeft schuldhulpverlening telefonisch contact gehad met Elbuco over het inleveren van het bed. Elbuco heeft aangegeven telefonisch contact op te nemen met verzoekster over het ophalen van het bed. Schuldhulpverlening heeft ter zitting toegezegd dat het gehuurde bed in ieder geval zal worden teruggegeven aan Elbuco.

Op grond van het voorgaande wegen de belangen van verzoekster, die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen, en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod zwaarder dan die van Elbuco, [schuldeiser] en SportCity, die geweigerd hebben in te stemmen.

Het verzoek om Elbuco, [schuldeiser] en SportCity te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.

Elbuco, [schuldeiser] en SportCity zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt Elbuco, [schuldeiser] en SportCity om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;

- veroordeelt Elbuco, [schuldeiser] en SportCity in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;

- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;

- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T.P. Pot

Griffier

  • mr. J.A. Kuijvenhoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand