ECLI:NL:RBROT:2026:6557

ECLI:NL:RBROT:2026:6557

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer FT RK 25/2093
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wsnp verzoek afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen uit de Wsnp zal nakomen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 2 april 2026

[schuldenaar],

wonende te [adres],

[postcode] te [plaatsnaam].

Waar deze zaak over gaat

[schuldenaar] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [schuldenaar] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[schuldenaar] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 26 maart 2026. Op de zitting is [schuldenaar] verschenen.

2. De feiten

[schuldenaar] ontvangt inkomsten uit een WW-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 50.341,86.

3. De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat [schuldenaar] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.

De financiële situatie van [schuldenaar] is niet stabiel. Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting op 26 maart 2026 het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord ingetrokken omdat [schuldenaar] onvoldoende medewerking verleent. Daarnaast is het beschermingsbewind per 19 februari 2026 opgeheven. Uit de overgelegde beschikking tot opheffing is gebleken dat het voor de beschermingsbewindvoerder niet mogelijk is om het dossier van [schuldenaar] stabiel te maken of te behouden. De Ziektewetuitkering van [schuldenaar] is door het UWV stopgezet doordat hij zich agressief heeft gedragen en onvoldoende medewerking gaf. Ook is er door het UWV een algeheel contactverbod ingesteld vanwege verbale en fysieke agressie van [schuldenaar] daar. Uit de overgelegde beschikking tot opheffing van het beschermingsbewind blijkt verder dat [schuldenaar] zonder medeweten van de beschermingsbewindvoerder tijdens het bewind een Revolut-rekening heeft geopend waarop aanzienlijke inkomsten ter hoogte van € 5.564,- zijn ontvangen. Ter zitting heeft [schuldenaar] hierover verklaard dat hij zwart heeft gewerkt en de inkomsten hiervan op een geheime bankrekening heeft ontvangen. Verder heeft [schuldenaar] diverse procedures lopen met zijn verhuurder vanwege betalingsachterstanden en het onderverhuren van de woning.

Zowel de beschermingsbewindvoerder als schuldhulpverlening hebben de hulp aan [schuldenaar] stopgezet, omdat [schuldenaar] onvoldoende meewerkt, hij zijn afspraken niet nakomt en hij met een geheime rekening heeft geprobeerd inkomsten verborgen te houden. Gelet op deze omstandigheden is onvoldoende aannemelijk geworden dat [schuldenaar] de verplichtingen voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling, namelijk de informatieverplichting, de afdrachtverplichting, de inspanningsverplichting en het voorkomen van nieuwe schulden, zal nakomen. Hoewel [schuldenaar] ter zitting heeft erkend dat hij fouten heeft gemaakt en hier berouw over heeft getoond, is dit onvoldoende om te kunnen spreken van een (persoonlijke) ontwikkeling waaruit blijkt dat [schuldenaar] het in de toekomst anders zal aanpakken. Er is geen vertrouwen ontstaan dat [schuldenaar] zal kunnen (blijven) voldoen aan de verplichtingen die gelden in de Wsnp.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T.P. Pot

Griffier

  • mr. J.A. Kuijvenhoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand