ECLI:NL:RBROT:2026:6579

ECLI:NL:RBROT:2026:6579

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer NL:TZ:0000526016:R001
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Omzetting faillissement in Wsnp.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 30 april 2026

[verzoekster] ,

wonende te [adres 1]

[postcode] [plaatsnaam],

verzoekster,

curator: mr. J.M. van der Wulp.

1. De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van haar op 11 maart 2025 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Ter zitting van 23 april 2026 zijn verschenen en gehoord:

Verzoekster heeft het Informatieblad Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) ontvangen en voor instemming ondertekend.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Standpunten

Standpunt curator

De curator adviseert positief ten aanzien van de omzetting. De curator heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoekster zich heeft gehouden aan de verplichtingen en alle medewerking heeft verleend. De curator merkt daarbij op dat verzoekster reeds voor het uitspreken van het faillissement parttime werkte. Verzoekster werkte op basis van een contract van 20 uur per week. Indien mogelijk werkte zij wekelijks meer uren. Verzoekster heeft verklaard niet in staat te zijn meer te werken vanwege medische redenen. De curator merkt voorts op dat er geen reden is om aan te nemen dat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan. Tot slot acht de curator de kans groot dat verzoekster met succes de verplichtingen die voortvloeien uit de wettelijke schuldsaneringsregeling zal nakomen.

Standpunt verzoekster

Verzoekster wenst graag een oplossing voor haar schulden. Verzoekster heeft verklaard dat zij werkt op basis van een contract van 23 uur per week, maar indien mogelijk meer uren werkt. Vanwege haar medische klachten is het niet mogelijk om fulltime te werken.

3. De beoordeling

Ontvankelijkheid verzoek

Voordat de rechtbank het verzoek inhoudelijk kan behandelen, dient de vraag te worden beantwoord of verzoekster een beroep op artikel 15b, eerste lid van de Faillissementswet (hierna: Fw) toekomt. De voorwaarde die de wet in artikel 15b, eerste lid, Fw stelt, is dat, wanneer een verzoeker niet op eigen aangifte maar op rekest failliet is verklaard, wordt vastgesteld dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Fw geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend. Daarnaast stelt de wet als voorwaarde dat geen verificatievergadering is gehouden, noch dat de rechter-commissaris een beschikking als bedoeld in artikel 137a, eerste lid, Fw heeft gegeven.

De rechtbank stelt vast dat het faillissement op eigen aangifte van verzoekster is uitgesproken. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 15b lid 1 Fw. Voorts stelt de rechtbank vast dat geen verificatievergadering is gehouden, noch dat de rechter-commissaris een beschikking als bedoeld in artikel 137a, eerste lid, Fw heeft gegeven.

De curator heeft vastgesteld dat een akkoord binnen het faillissement niet tot de mogelijkheden behoort.

Verzoekster is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

Toelating tot de WSNP

De curator adviseert positief ten aanzien van het omzettingsverzoek. Verzoekster heeft alle medewerking verleend. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat verzoekster de uit de Wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen om aldus in aanmerking te komen voor de schone lei en van haar schulden af te komen.

De rechtbank oordeelt dat er geen, althans onvoldoende, grond is gebleken voor afwijzing van het verzoek tot opheffing van het op 11 maart 2025 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

De ingangsdatum van de WSNP

Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald indien door verzoekster in het voortraject is voldaan aan de verplichtingen zoals deze gedurende de wettelijke schuldsaneringsregeling regeling van toepassing zouden zijn. Als uitgangspunt geldt daarbij dat verzoekster maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op haar schulden en dat zij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster momenteel een contract heeft voor 23 uur per week. Indien mogelijk werkt verzoekster wekelijks meer uren. Verzoekster heeft verklaard dat zij vanwege medische klachten niet in staat is om fulltime te werken. De rechtbank kan op basis van de overgelegde stukken niet vaststellen in hoeverre verzoekster heeft voldaan aan de inspanningsverplichting. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting kan namelijk niet worden vastgesteld of verzoekster gedeeltelijk arbeidsongeschikt is geweest gedurende het minnelijke voortraject.

Omdat de rechtbank op grond van het dossier en dat wat op de zitting is besproken op voorhand niet onaannemelijk acht dat door verzoekster aan de verplichtingen in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject is voldaan, maar de informatie voor de beoordeling hiervan ontbreekt, ziet de rechtbank aanleiding om het oordeel over de nakoming van de verplichtingen in het voortraject over te laten aan de rechter-commissaris. De uitkomst van die beoordeling kan aanleiding zijn om de termijn van de schuldsaneringsregeling (alsnog) te verkorten (artikel 349a lid 2 Fw). In dat kader draagt de rechtbank de bewindvoerder op om in het tweede verslag na toelating (artikel 318 Fw) een standpunt in te nemen over de vraag of verzoekster in het schuldhulpverleningstraject heeft voldaan aan de uit dat traject voortvloeiende verplichtingen en in hoeverre hierdoor een verkorting van de regeling in de rede ligt. De bewindvoerder legt zijn standpunt ook voor aan verzoekster.

De rechtbank komt tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

4. De beslissing

De rechtbank:

- heft het faillissement van verzoekster op;

- stelt het salaris van de curator over de periode 11 maart 2025 tot en met 30 november 2025 definitief vast op € 21.569,63 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- stelt het salaris van de curator over de periode 1 december 2025 tot en met 23 april 2026 definitief vast op € 4.241,91 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- stelt de verschotten over de periode 11 maart 2025 tot en met 30 november 2025 vast op € 862,79 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- stelt de verschotten over de periode 1 december 2025 tot en met 23 april 2026 vast op € 169,68 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],geboren op [geboortedatum]-1967 te [geboorteplaats],wonende te [adres 1], [postcode] [plaatsnaam],handelend onder de naam [naam eetcafe],gevestigd [adres 2];

- benoemt in de schuldsaneringsregeling van schuldenares tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken;

- en stelt aan tot bewindvoerder [naam 2],

postadres: [postadres]

;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens

het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de

boedel toereikend is;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan schuldenares gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. de Jong

Griffier

  • mr. J.A. Kuijvenhoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand