ECLI:NL:RBROT:2026:6616

ECLI:NL:RBROT:2026:6616

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 10.043071.26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor het belagen en bedreigen van aangeefster en het vernielen van haar autobanden. De rechtbank legt een taakstraf op van 200 uur met aftrek van het voorarrest. Daarnaast wordt één maand gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd met daaraan gekoppeld de algemene en bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaar. Ook zal een vrijheidsbeperkende maatregel aan de verdachte worden opgelegd, die inhoudt een contactverbod met de aangeefster en een gebiedsverbod.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.043071.26

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Datum zitting: 26 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. T.S. Kessel

Officier van justitie: mr. B.M. van Heemst

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het belagen en bedreigen van [aangeefster] (hierna: aangeefster) en het vernielen van haar autobanden. De rechtbank legt een taakstraf op van 200 uur met aftrek van het voorarrest. Daarnaast wordt één maand gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd met daaraan gekoppeld de algemene en bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaar, met onder andere als doel nieuwe strafbare feiten te voorkomen en iedere vorm van contact met aangeefster te verbieden. Ook zal een vrijheidsbeperkende maatregel aan de verdachte worden opgelegd, die inhoudt een contactverbod met de aangeefster en een gebiedsverbod.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – aangeefster heeft belaagd, haar heeft bedreigd en haar autobanden heeft vernield.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

primair

hij in de periode van 15 januari 2026 tot en met 6 februari 2026 te Dordrecht en/of Zwijndrecht, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door:

- die [slachtoffer] achterna te rijden en/of te achtervolgen en/of zich te bevinden waar die [slachtoffer] zich bevindt en/of

- het afsnijden en/of klem rijden van die [slachtoffer] en/of

- ( dreigende) berichten naar die [slachtoffer] en/of de vriend van die [slachtoffer] te sturen en/of

- zich in de buurt van de woning van de vriend van die [slachtoffer] te bevinden,

met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

subsidiair

hij in de periode van 15 januari 2026 tot en met 6 februari 2026 te Dordrecht en/of

Zwijndrecht, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten dat die [slachtoffer] met hem, verdachte, contact onderhoudt en/of dat hij, verdachte,

zich in de buurt van die [slachtoffer] bevindt, door:

- die [slachtoffer] achterna te rijden en/of te achtervolgen en/of zich te bevinden waar die [slachtoffer] zich bevindt en/of

- het afsnijden en/of klem rijden van die [slachtoffer] en/of

- ( dreigende) berichten naar die [slachtoffer] en/of de vriend van die [slachtoffer] te sturen en/of

- zich in de buurt van de woning van de vriend van die [slachtoffer] te bevinden;

2

hij in de periode van 28 oktober 2025 tot en met 30 januari 2026 te Dordrecht en/of

Zwijndrecht, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:

- " het maakt mij niet uit of ik op word gepakt of wat dan ook sta na drie dagen toch

weer buiten" en/of

- “ Vrolijk kerstfeest Piew piew piew piew piew hahahaha als die nodig mij wil schieten dan zal tie snel moeten wezen want ik ben eerder” en/of

- “ hou je oogjes maar open van het weekend” en/of

- “ de word er eentje geklapt binnekort, goed kom jullie heen kijken deze dagen” en/of

- “ ik maak jullie kapot” en/of

- “ ik kom je tegen als je een keer bij hem in de auto zit”,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3

hij op of omstreeks 25 oktober 2025 te Dordrecht, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk autobanden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer], toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt van de verdediging

De officier van justitie dient niet-ontvankelijk verklaard te worden in de vervolging van de verdachte voor feit 1 primair. In het dossier is geen klacht opgenomen ten aanzien van de vermeende belaging, terwijl dit een klachtdelict betreft. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken van een contra-indicatie voor de wens tot vervolging. Aangeefster verklaarde namelijk dat zij niet had verwacht dat een strafrechtelijk traject als het onderhavige zou volgen na haar aangifte. Hieruit kan worden afgeleid dat vervolging van de verdachte niet haar bedoeling was.

Standpunt van de officier van justitie

Per abuis is geen klacht opgenomen in het dossier. Uit de aangifte in combinatie met de toelichting van aangeefster op de terechtzitting blijkt duidelijk dat zij strafvervolging wenst.

Oordeel van de rechtbank

Vervolging van belaging vindt niet plaats dan op klacht van het slachtoffer. Deze eis wordt gesteld omdat het persoonlijk belang van het slachtoffer om niet te worden geconfronteerd met eventuele negatieve gevolgen van een strafvervolging, in beginsel voorrang heeft boven het algemeen belang van strafvervolging. Dit wordt anders als het slachtoffer wil dat strafvervolging tegen een verdachte wordt ingesteld. Uit de aangifte van aangeefster en haar toelichting op de terechtzitting is gebleken dat haar bedoeling was dat vervolging tegen de verdachte werd ingesteld. Zij heeft op zitting verklaard dat zij haar privacy ondergeschikt vond aan haar veiligheid en dat zij wenste dat door haar aangifte actie zou worden ondernomen waardoor de verdachte zou stoppen met zijn gedrag. Aan het klachtvereiste is voldaan. De officier van justitie is daarom ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van feit 1, primair.

3. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 primair, 2 en 3.

Conclusie van de verdediging

De verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 primair en subsidiair. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte aangeefster heeft belaagd, bedreigd en haar autobanden heeft vernield. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 2 en 3 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster]

De bewezenverklaring van feit 1 primair is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

3. Verklaring van de verdachte

Het klopt dat ik vanaf 13 oktober 2025 meerdere berichten heb gestuurd naar [aangeefster]. Ook heb ik berichten gestuurd naar haar nieuwe vriend.

Aangeefster en haar nieuwe vriend stonden op 3 februari 2026 naast mij bij het stoplicht. Ik ben toen achter hen aangereden. Hij stapte uit de auto. Toen ik uitstapte ging hij rennen.

Ik heb mijn auto op 3 februari 2026 bij het paardenlandje geparkeerd.

Ik heb mijn auto op 5 februari 2026 neergezet in de buurt van de woning van de vriend van aangeefster.

4. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster]

Ik, [aangeefster], wil aangifte doen van stalking, waarbij ook sprake is van

vernieling en bedreiging door mijn ex-partner [verdachte] te Zwijndrecht en Dordrecht.

Op 15 januari 2026 sloeg het gedrag van [verdachte] opeens helemaal om. Hij verstuurde een bericht met de tekst: ‘hou je ogen open’. Op 25 januari 2026 kreeg ik een bericht van [verdachte] waarin hij stuurde: ‘binnenkort wordt er een geklapt, goed om jullie heen kijken deze dagen’. Ik zei toen weer in een bericht terug dat ik wilde dat hij mij met rust moest laten.

Op 26 januari 2026 kreeg ik berichten met verschillende inhoud. Hierin zei hij onder andere dat we weer naar huis konden lopen. Ik dacht dat hij mijn banden weer ging leksteken. Hij zei ook dat het geen goed jaar werd voor mij en de man met wie ik nu ben. Hij zou ons allemaal stuk voor stuk neuken met zijn vuist in onze kont. Hij zei ook dat wanneer ik aangifte zou doen, dat ik mijn gezicht niet meer bij de paarden kan laten zien. Verder zei hij: ‘start dag 1, ik ga tellen voordat ik jullie vat’. Er zou ook een mooi verjaardagscadeau voor mij onderweg zijn.

Op 27 januari 2026 stuurt hij dat het dag 2 is. Daarnaast begon hij over de man met wie ik nu ben. [verdachte] kent deze man en weet inmiddels waar hij woont. Hij zei verder nog op 27 januari 2026 dat hij zijn grammetje wel komt halen bij ons en dat hij gek in zijn kop is geworden en dat hij van het padje is geraakt. Hij gaf mij daar telkens de schuld van.

Op 29 januari 2026 zit ik met een vriendin in de bedrijfsbus van mijn vriendin. [verdachte] kent deze bus. In de middag sneed [verdachte] ons met zijn eigen auto af. Ik herkende een deel van zijn kenteken.

Op 30 januari 2026 had [verdachte] mijn nieuwe vriend berichten gestuurd via Facebook-Messenger. Hierin uit hij ook bedreigingen naar mijn nieuwe vriend. Hij stuurde mij ook berichten. Met daarin dat hij ons kapot zou maken en dat wij geen goed jaar zouden krijgen. Hij zou op de loer liggen. Het was dat ik die morgen nog thuis was, anders was ik er geweest. Telkens als ik zei dat ik aangifte zou gaan doen, dan zou het alleen maar erger worden. Hij zou ons het leven zuur gaan maken, dag in dag uit. Hij zou mij ook tegenkomen wanneer ik bij mijn nieuwe vriend in de auto zou zitten. Er zou veel meer onderweg zijn. Morgenochtend zou hij een nieuwe poging doen. Hij zou me wel weer zien als ik de paarden ging voeren. Hij wist te vertellen dat ik de dag ervoor om 20.30 uur bij mijn paarden was geweest, dus hij hield mij in de gaten. Ik had weer gezegd dat ik wilde dat hij mij met rust zou laten, maar dat werkte zo niet volgens hem. Hij zou niet loslaten. Die avond stuurde hij ook een bericht dat ik wegging bij de paarden, toen ik wegreed bij de paarden. Hij wist dus waar ik was en hoe laat.

Op 1 februari 2026 kreeg ik een bericht dat er wat aan het hek zou hangen bij de paarden, maar ik zag niks op de camera. Hij zei ook dat dit de volgende keer bij de flat zou hangen en dat hij een mes in mijn rug zou hangen.

Op 3 februari 2026 reed [verdachte] mij en mijn vriend klem. Later bleek dat hij in de auto al twee uur lang tegenover de paarden stond. Ik weet dat [verdachte] in de auto zat, omdat hij namelijk uit de auto sprong en achter mijn vriend aanrende. Ik belde meteen de politie. Dit hoorde [verdachte] en rende toen op mij af. Ik zag dat hij met zijn linkvuist uithaalde richting mijn hoofd, maar ik bukte.

Op 6 februari 2026 keek mijn vriend naar beneden om te kijken of zijn auto nog heel was. Toen hij keek, zag hij de auto van [verdachte] naast de flat geparkeerd staan. Dit maakt mij erg bang, omdat ik nu weet dat hij weet waar mijn nieuwe vriend woont.

Bewijsmotivering

De verdachte heeft aangeefster in de tenlastegelegde periode meerdere dreigende en intimiderende berichten gestuurd en meerdere keren fysiek opgezocht. Die combinatie van gedragingen maakt dat de verdachte aangeefster heeft belaagd omdat hij haar, door zo te handelen, steeds heeft gedwongen deze contacten met de verdachte te ondergaan, terwijl aangeefster herhaaldelijk de verdachte heeft verzocht daarmee te stoppen. Ook is geen redelijke andere uitleg mogelijk dan dat de verdachte haar met zijn gedragingen vrees heeft willen aanjagen. De rechtbank acht de uitleg van de verdachte voor de – volgens hem toevallige - aanwezigheid van hem zelf in de buurt van aangeefster en zijn auto bij de woning van de partner van aangeefster ongeloofwaardig in het licht van alle gedragingen en uitingen die de verdachte richting aangeefster heeft gedaan.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

primair

hij in de periode van 15 januari 2026 tot en met 6 februari 2026 te Dordrecht en/of Zwijndrecht, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door:

- die [slachtoffer] achterna te rijden en te achtervolgen en zich te bevinden waar die [slachtoffer] zich bevindt en

- het afsnijden en klem rijden van die [slachtoffer] en

- ( dreigende) berichten naar die [slachtoffer] en de vriend van die [slachtoffer] te sturen en

- zich in de buurt van de woning van de vriend van die [slachtoffer] te bevinden,

met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen;

2

hij in de periode van 28 oktober 2025 tot en met 30 januari 2026 te Dordrecht en/of

Zwijndrecht, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:

- “ Vrolijk kerstfeest Piew piew piew piew piew hahahaha als die nodig mij wil schieten dan zal tie snel moeten wezen want ik ben eerder” en

- “ hou je oogjes maar open van het weekend” en

- “ de word er eentje geklapt binnekort, goed kom jullie heen kijken deze dagen” en

- “ ik maak jullie kapot”;

3

hij op 25 oktober 2025 te Dordrecht, opzettelijk en wederrechtelijk autobanden, in elk geval enig goed, die geheel aan een ander, te weten aan [slachtoffer], toebehoorde heeft vernield.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

1, primair

belaging;

2

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

3

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen;

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar met oplegging van de algemene en bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast moet aan de verdachte de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr op worden gelegd voor de duur van drie jaar, met een hechtenis van twee weken per overtreding van de maatregel, tot een maximum van zes maanden. De bijzondere voorwaarden en de 38v-maatregel moeten dadelijk uitvoerbaar zijn.

Standpunt van de verdediging

Aan de verdachte dient een geheel voorwaardelijke straf te worden opgelegd. Indien een onvoorwaardelijke straf wordt opgelegd, dan dient deze gelijk te zijn aan het voorarrest. Het gebied van het locatieverbod moet worden beperkt en de voorwaarde van elektronische monitoring moet achterwege worden gelaten.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft aangeefster gedurende ruim drie weken belaagd door haar en haar vriend dreigende en intimiderende berichten te sturen, haar achterna te rijden en haar op te zoeken op verschillende locaties, zoals het weiland waar haar paarden zijn gestald en bij de woning van haar vriend. Tevens heeft hij aangeefster meerdere keren bedreigd en haar autobanden lek gestoken. Uit de slachtofferverklaring van aangeefster is gebleken dat zij door deze feiten angstig is geworden en veel stress heeft ondervonden. Zij heeft daarom verzocht dat aan de verdachte een locatie- en een contactverbod wordt opgelegd.

Dat de verdachte aangeefster dreigende berichten bleef sturen en haar ook fysiek bleef opzoeken terwijl zij de verdachte had gezegd hier niet van gediend te zijn, acht de rechtbank zeer kwalijk. Hij heeft hierbij alleen gedacht aan zijn eigen behoefte om zijn boosheid en frustraties te uiten.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 13 april 2026 blijkt dat de verdachte niet recent onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 13 mei 2026 staat het volgende.

De verdachte erkent dat hij fout zat. De aangeefster is een vrouw die hij al ruim twintig jaar kent. In oktober 2025 is er een breuk tussen hen ontstaan, wat de verdachte moeilijk kon verdragen. Het delictgedrag is voortgekomen uit frustratie over de situatie, boosheid over haar weigering tot contact en ontremming door het gebruik van alcohol. Een risicofactor is dat de verdachte cognitief op beperkt niveau functioneert en hierdoor impulsief en ondoordacht kan handelen. Hij wekt de indruk dat het lastig voor hem is om zich in te leven in de aangeefster en om de consequenties van zijn gedragingen te overzien. Het strikte kader van reclasseringstoezicht met een enkelband, waar hij nu mee in een schorsingstoezicht loopt, lijkt hem hierbij wel te helpen. De verdachte ontkent dat er in overmatige zin sprake is van alcoholgebruik, maar de bedreigingen zijn veelal onder invloed van alcohol gepleegd. Wij schatten de kans op recidive richting de aangeefster als gemiddeld in als er geen interventies plaatsvinden. Beschermende factoren zijn dat de verdachte zijn leven in praktische zin op orde heeft. Hij heeft een huurwoning en met de hulp van budgetbeheer van de gemeente is hij financieel stabiel. Ook het gegeven dat hij meewerkt met hulpverlenende instanties is positief te noemen. De verdachte lijkt ontvankelijk voor hulp, steun en sturing. De steun die hij van zijn ouders en partner krijgt, zijn ook positieve factoren.

Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, ambulante begeleiding, contactverbod (met elektronisch toezicht), locatieverbod (met elektronisch toezicht) en beheersing middelengebruik.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 200 uur opgelegd met aftrek van het voorarrest.

Daarnaast zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen van één maand voorwaardelijk. Deze voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf ook bijzondere voorwaarden zodat de verdachte passende zorg en begeleiding krijgt en ieder contact met aangeefster wordt verboden.

Bij het op te leggen contact- en locatieverbod wordt bepaald dat daarop voor een periode van maximaal één jaar door middel van elektronische monitoring toezicht kan worden gehouden. De verdediging heeft terecht betoogd dat elektronische monitoring voor de duur van de gehele proeftijd buiten proportioneel zou zijn.

Het locatieverbod zal worden bepaald voor vier locaties (zie dictum en bijlages I, II en III voor de exacte locaties), waar de verdachte zich niet mag bevinden gedurende de proeftijd. Bij het bepalen van de omvang van de verboden gebieden is rekening gehouden met het betoog van de verdediging dat de verdachte niet onnodig beperkt mag worden in zijn mogelijkheden van ziekenhuisbezoek en bezoek aan familie. De door de verdediging in dit bestek genoemde locaties vallen buiten de verboden gebieden.

Gelet op het beperkte cognitieve niveau van de verdachte en het strikte voorwaardelijke kader dat noodzakelijk lijkt te zijn, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van drie jaar. Deze maatregel houdt in:

- een contactverbod met [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum 2] 1990;

- een gebiedsverbod ten aanzien van vier locaties waar [slachtoffer] regelmatig verblijft (zie dictum en bijlages I, II en III voor nadere specificatie);

Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van twee weken, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich belastend zal gedragen ten aanzien van [slachtoffer]. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 38v, 57, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Voorvragen

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair, 2 en 3, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 134 (honderdvierendertig) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 (zevenenzestig) dagen;

Voorwaardelijke gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden:

- het gebied in Zwijndrecht dat valt binnen de Christiaan Huygensstraat, de W. Snelliusweg, de Burgemeester Doumanweg en de A16 (Bijlage I);

- het gebied in Zwijndrecht dat valt binnen de Plantageweg, De Lus en de (afslag van de) A16. (Bijlage I);

- het gebied in Dordrecht dat valt tussen Wieldrechtseweg, de A16, de N217 en de Dordtsche Kil (Bijlage II);

- het gebied in Dordrecht dat valt tussen Baanhoekweg, Rivierplein, Generaal S.H. Spoorstraat en Adjudant Kosterstraat (Bijlage III). De verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatieverbod, voor een periode van één jaar of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. De reclassering controleert het locatieverbod mede door het inzien van de GPS-gegevens;

6. de verdachte verlaat gedurende de duur van het elektronisch toezicht, Nederland niet zonder toestemming van de reclassering;

7. de verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en, indien gebruik wordt aangetoond, harddrugs. Deze controles bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor de feiten op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 (drie) jaar, inhoudende dat de verdachte:

1. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 1990, gedurende drie jaar na de datum van dit vonnis;

2. zich niet bevindt in:

- het gebied in Zwijndrecht dat valt binnen de Christiaan Huygensstraat, de W. Snelliusweg, de Burgemeester Doumanweg en de A16 (Bijlage I);

- het gebied in Zwijndrecht dat valt binnen de Plantageweg, De Lus en de (afslag van de) A16. Dit is rondom het werkadres van de aangeefster (Bijlage I);

- het gebied in Dordrecht dat valt tussen Wieldrechtseweg, de A16, de N217 en de Dordtsche Kil (Bijlage II);

- het gebied in Dordrecht dat valt tussen Baanhoekweg, Rivierplein, Generaal S.H. Spoorstraat en Adjudant Kosterstraat (Bijlage III);

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. de Veld, voorzitter,

en mrs. M.J.C. Spoormaker en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 juni 2026.

De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage III

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.J. de Veld

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand