ECLI:NL:RBROT:2026:6656

ECLI:NL:RBROT:2026:6656

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 10/167180-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 150 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/167180-24

Datum uitspraak: 19 maart 2026

Datum zitting: 5 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres:[adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] ,

Advocaat van de verdachte: mr. K. Kuster

Officier van justitie: mr. S.S.S. Heinerman

Benadeelde partij: [benadeelde]

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 150 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] . De volledige tenlastelegging houdt in dat:

zij op of omstreeks 9 mei 2024 te Rotterdam aan de Zevenkampse Ring in Rotterdam, in elk geval openlijkin vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer] ,welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit- aan haar haren naar de grond trekken van die [slachtoffer] en/of- (meermaals) tegen het hoofd en/of in haar gezicht van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen en/of- (meermaals) tegen het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of- (meermaals) tegen het hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer] trappen en/of schoppen en/of- (meermaals) tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft trappen en/of schoppen;

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het ten laste gelegde feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit wegens een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De verdediging heeft subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging bepleit omdat de verdachte uit noodweer heeft gehandeld.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte.

Ik was in het donker gekleed en ik ben kleiner van stuk. (…) Ik begon in het rond te slaan. Ik maakte maaiende bewegingen met mijn armen.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [slachtoffer]

Op 9 mei 2024 liep ik op de Zevenkampse Ring. Ik hoorde mensen schreeuwen. Ik vroeg of het wel goed ging. Ik zag twee personen bij een voertuig staan. Ik zag dat één van de personen op de bestuurdersstoel zat en de ander naast het voertuig stond. Ik zag dat twee personen op mij af liepen.

Ik werd gelijk aan mijn haar getrokken. Ik voelde dat ik naar beneden werd getrokken. Ik zag dat beide personen dit deden. Ik zag verschillende benen op mij af komen. Ik voelde vervolgens doffe pijn en pijnlijke steken in mijn hoofd. Ik probeerde mijn hoofd te beschermen. Ik deed mijn armen voor mijn hoofd. Ik voelde dat mijn handen en armen weg werden getrokken van mijn hoofd. Ik werd afwisselend gestompt in mijn gezicht en getrapt in mijn gezicht.

Mijn bril is tijdens de mishandeling van mijn hoofd af geslagen. Ik hoorde dat mijn bril kapot werd getrapt want ik hoorde het glas breken. Ik voelde harde knokkels tegen mijn gezicht.

Telkens voelde ik dezelfde doffe pijn en pijnlijke steken. Tijdens het trappen en slaan hoorde ik de personen zeggen dat zij mij dood zouden trappen. In totaal ben ik 17 keer geschopt. Dit was tegen mijn hoofd en tegen mijn rug. Dit is wat ik me ervan herinner want na de 17e trap tegen mijn hoofd ben ik bewusteloos geraakt. Ik voelde dat ik aan het wegvallen was. Ik hoorde weinig en kreeg weinig mee van de situatie. Alleen de pijn. Ik dacht dat ik dood ging. Ik ben bang om naar buiten te gaan, ik zag mijzelf in de spiegel en ben heel erg geschrokken. Ik moest huilen toen ik mijn blauwe plekken en zwelling in mijn gezicht zag. Ik zie eruit als een monster. Ik heb geen bril meer en ik kan geen nieuwe betalen. Ik ben bang dat ik de personen buiten nog een keer tref, ik schaam me heel erg voor hoe ik er nu uit zie.

3. Schriftelijk stuk, FARR-verklaring

Samenvattend is er sprake van een incident op 9-05-2025 waarvoor Mw. [slachtoffer] naar het IJsselland ziekenhuis vervoerd wordt door een ambulance. In het opgevraagde medische dossier van behandeling op 10-05-2024 op de Spoedeisende Hulp (SEH) wordt het volgende beschreven.

Bij lichamelijk onderzoek in het ziekenhuis wordt beschreven:

zwelling van de lip,

pupilverschil (rechts wijder dan links},

meerdere oppervlakkige schaafwonden in het aangezicht en op de behaarde hoofdhuid

zwelling thv oogkas en jukbeen beiderzijds,

Bij aanvullend onderzoek in het ziekenhuis (CT-scan van het hoofd, nek, aangezicht, borstkas, buik, bekken en ruggenwervels) worden geen botbreuken of ander inwendig letsel

geconstateerd. Bij bestudering van de foto’s is sprake van meerdere bloeduitstortingen. Het letsel op het voorhoofd is te duiden als een bloeduitstorting met een patroon. De andere beschreven letsels hebben niet dit patroon. Op de foto’s van 20-05-2024 gemaakt door een hoofdagent, is dit (patroon)letsel niet meer te zien. Verder zijn er, op de foto’s van 10-05-2024, bloeduitstortingen te zien rond beide ogen, op de neusrug, op de knieën beiderzijds, onderbenen beiderzijds, de linker en rechter bovenarm. Op de achterzijde van de linker elleboog is ook sprake van een korst en een schaafwond. Op de huid tussen bovenlip en neus is sprake van een huidonderbreking, vermoedelijk betreft dit een schaafwond. Op de linker wang is sprake van een streepvormige schaafwond en twee kleinere ronde schaafwonden. Op de rechter wang is sprake van roodheid, en vermoedelijk een kras- of

schaafwond. Deze foto's zijn niet van ‘forensische kwaliteit’ en een meetlat ontbreekt.

Op de foto's, gemaakt op 20-05-2024, is er geen letsel meer zichtbaar in het gezicht. Op de

knieën beiderzijds, onderbenen beiderzijds en de bovenarmen beiderzijds is sprake van

bruingeel verkleurde bloeduitstortingen. Overeenkomend met de locaties van de letsels op de foto’s van 10-05-2024.

Wat is de waarschijnlijkheid betreffende het geconstateerde letsel op het voorhoofd bij

weging van de volgende hypotheses?

Om de vraagstelling of het ontstane letsel van betrokkene veroorzaakt is door accidenteel of ten gevolge van een mishandeling te kunnen beantwoorden zijn de volgende twee hypothesen met betrekking tot de toedracht geformuleerd;

Hypothese 1: het letsel als accidenteel letsel,

Hypothese 2: het letsel is toegebracht letsel.

Naar onze mening, als forensisch artsen, kan gezien de bevindingen: de informatie uit de

medische informatie en het gevonden wetenschappelijk onderzoek en het letselonderzoek

gesteld worden dat:

De hypothese 1 (het letsel als accidenteel letsel) minder waarschijnlijk is dan hypothese

2 ( het letsel is toegebracht letsel).

Overwegingen;

Informatie uit de medische correspondentie en het gevonden wetenschappelijk onderzoek.

De locaties van het letsel (m.n. in het aangezicht) passen meer bij toegebracht dan accidenteel letsel.

Patroonletsel, zoals op het voorhoofd, past meer bij toegebracht letsel dan accidenteel letsel.

De waargenomen letsels passen bij de vermelde toedracht; schop(pen) tegen hoofd met geschoeide voet.

Indien het letsel is te duiden als toegebracht letsel, wat is de waarschijnlijkheid betreffende dit letsel bij weging van de volgende hypotheses?

Hypothese 3: het letsel is toegebracht door staan op het hoofd

Hypothese 4: het letsel is toegebracht door schoppen tegen het hoofd

De hypothese 3 (het letsel is toegebracht door staan op het hoofd) is minder

waarschijnlijk dan hypothese 4 (het letsel is toegebracht door schoppen tegen het hoofd).

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de medeverdachte

De vrouw ging met haar handen in het portier staan van het raam. Toen heb ik de vrouw met beiden platte handen geduwd op haar borstkas.

De vrouw viel achteruit op haar kont in de bosjes. Toen de vrouw weer opstond kwam ze naar mij toe en wilde ze mij aanraken en toen duwde ik haar weer met beiden handen waardoor ze weer viel. Ze viel in een zittende houding in de bosjes. Ze zat gelijk.

A: Ik heb haar toen twee keer geduwd. Daarna sloeg ze mij met zwaaiende handen. Toen duwde ik haar harder op haar bovenlijf en gaf ik haar een zet dat ze moest opdonderen. De vrouw kon zichzelf niet goed opvangen en toen viel ze op de weg. Mijn vriendin gaf de vrouw ook een zet. We wilden weggaan maar dat vond de vrouw niet leuk. Ze sprong op de motorkop en voorruit en wilde niet weggaan. Toen had ik de vrouw eraf geduwd. [voornaam verdachte] heeft de vrouw ook meerdere keren van de motorkap gehaald.

Toen heb ik iets wel gedaan. Toen heb ik mijn rechter voet in haar beide ellebogen gezet en heb ik kracht gezet zodat haar grip los zou laten. We wilden wegrijden en de vrouw stond weer op en stond voor de auto. Ze sprong weer op de motorkop en bleef daar liggen. Iedere keer dat we haar eraf duwden viel ze.

Bewijsmotivering

Op 9 mei 2024, aan de Zevenkampse Ring in Rotterdam hebben er op de openbare weg geweldshandelingen tegen de aangeefster plaatsgevonden. Aangeefster verklaart over twee personen die haar duwden en meermaals hebben geslagen en getrapt.

Toen het ambulancepersoneel ter plaatse kwam, constateerde zij – naast verschillende (schaaf)wonden en blauwe plekken – dat er een schoenafdruk te zien was op het voorhoofd van de aangeefster. De agenten hebben ter plaatse foto’s genomen van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] en van hun schoenen.

Uit haar eigen verklaring blijkt dat de verdachte de aangeefster heeft geslagen. Verder blijkt uit de verklaring van een deskundige dat de foto van de schoenzool van de verdachte past bij het letsel van de aangeefster op haar voorhoofd en dat het waarschijnlijker is dat dat letsel is ontstaan door het schoppen tegen het hoofd dan bij het per ongeluk staan op het hoofd.

De rechtbank concludeert daaruit dat de verdachte een voldoende significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat heeft plaatsgevonden. Uit het aanzienlijke letsel dat de aangeefster heeft opgelopen leidt de rechtbank af dat de verdachte en haar medeverdachte fors geweld tegen het slachtoffer hebben uitgeoefend.

Schending ondervragingsrecht

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het ondervragingsrecht is geschonden nu zij de aangeefster niet heeft kunnen ondervragen en dat het gebruik van de aangifte in de bewijsmiddelen een schending van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) zou opleveren. De verdediging heeft daarom verzocht om de aangifte uit te sluiten van het bewijs, wat zou moeten leiden tot een vrijspraak.

Het staat vast dat de verdediging geen mogelijkheid heeft gehad om de aangeefster nader te kunnen ondervragen. Op grond van de ‘post-Keskin’- jurisprudentie geldt dat de rechtbank, voordat zij tot een bewezenverklaring komt die mede gegrond is op de verklaring van een niet-ondervraagde getuige (hier: aangeefster ), moet nagaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.

Bij de beoordeling van die ‘overall fairness’ van de procedure stelt de rechtbank op de eerste plaats vast dat er op zichzelf een gegronde reden was waarom de aangeefster niet kon worden gehoord. Zoals gerelateerd door de rechter-commissaris heeft de aangeefster een medische verklaring van de huisarts overlegd waaruit blijkt dat dat zij kampt met een trauma en een angst-/paniekstoornis. De rechter-commissaris heeft daarom besloten om de getuige niet te horen.

Daarnaast is van belang dat de inhoud van de verklaring van aangeefster op belangrijke punten (gedeeltelijke) steun vindt in andere bewijsmiddelen. Zo past de beschrijving van het letsel in de letselverklaring bij het door de aangeefster beschreven geweld. Met name de beschrijving van het schoppen door de verdachte vindt ondersteuning bij het hoofdletsel van de aangeefster, zoals ook is te zien op enkele letselfoto’s. De lezing van de verdachte dat dit hoofdletsel zou zijn ontstaan omdat zij in de clinch met aangeefster op het hoofd van aangeefster is gestapt, acht de rechtbank onaannemelijk. Verder blijkt uit de verklaring van de verdachte zelf dat zij ruzie had met de aangeefster en dat zij tegen haar geweld heeft gebruikt. Ditzelfde wordt verklaard door getuige/mededader [medeverdachte] . Dit maakt dat er voldoende compenserende factoren zijn en dat de verklaring van de aangeefster niet van dien aard is dat deze kan worden aangemerkt als ‘sole and decisive’ voor het bewijs. Er is dan ook geen schending geweest van verdachtes recht op een eerlijk proces. De verklaring van de getuige zal daarom niet worden uitgesloten van het bewijs.

Voorwaardelijk verzoek horen aangeefster

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de raadsvrouw verzocht om aangeefster alsnog als getuige te horen. De noodzaak van het horen staat voor de rechtbank vast, nu het een belastende getuige betreft. Echter, zoals hiervoor uiteengezet heeft de rechter-commissaris haar eveneens geprobeerd te horen. Vanwege haar gezondheidstoestand is dit niet mogelijk gebleken en de rechtbank acht het onaannemelijk dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen en in staat zal zijn om gehoord te worden. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.

Conclusie

Voor een bewezenverklaring van openlijk in vereniging geweld plegen moet een eigen gedraging van de verdachte komen vast te staan, die een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het gepleegde geweld. Dit is vast komen te staan op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

zij op 9 mei 2024 te Rotterdam aan de Zevenkampse Ring in Rotterdam openlijkin vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] ,welk in vereniging gepleegd geweld bestond uit- (meermaals) tegen het hoofd en in het gezicht van die [slachtoffer] te slaan en - (meermaals) tegen het lichaam van die [slachtoffer] slaan en - tegen het hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer] trappen

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat haar een beroep op noodweer toekomt. De verdachte heeft zich verdedigd op het moment dat de aangever de verdachte aan haar haren trok.

Voor een geslaagd beroep op noodweer moet aannemelijk zijn geworden dat het handelen van de verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van zijn eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding.

Dat sprake is geweest van een dergelijke aanranding waartegen de verdediging van de verdachte gericht is geweest, is de rechtbank – gelet op wat daarover door en namens de verdachte is aangevoerd – niet gebleken. Integendeel, het is de verdachte die de aangever als eerste duwt. Onder deze omstandigheden kunnen de handelingen van de verdachte niet als (noodzakelijke) verdedigingshandelingen worden beschouwd, maar zijn zij als aanvallende handelingen aan te merken. Het noodweerverweer wordt derhalve verworpen.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals die staan opgenomen in het reclasseringsadvies van 10 oktober 2025. De verdachte moet daarnaast worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 140 uren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, of een voorwaardelijke taakstraf, op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich op 9 mei 2024 schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Zonder noemenswaardige aanleiding heeft de verdachte samen met haar mededader het slachtoffer meerdere malen geslagen en geschopt. Het geweld was excessief. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 4 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Reclasseringsrapport

In het rapport van Reclassering Nederland van 10 oktober 2025 staat het volgende.

De reclassering schat het recidiverisico in als laag. De voornaamste risicofactor is gelegen in het psychosociaal functioneren van de verdachte. Ten tijde van het delict leek er sprake te zijn van een gebrekkige agressieregulatie, mogelijk beïnvloed door haar partner. Daarmee ziet de reclassering indirect een delictgerelateerd verband in de relatie van de verdachte. Ondanks dat de reclassering de andere leefgebieden, zoals huisvesting, dagbesteding, financiën en gezin/familie, niet als delictgerelateerd aanmerkt, ziet zij hier veel instabiliteit in terug. Zo is de verdachte lange tijd angstig geweest in haar eigen woning wegens een eerdere woningoverval, ontbreekt het haar aan dagbesteding en structuur, heeft zij geen stabiel inkomen en is er sprake van een conflictueuze relatie met haar ouders, waarin diverse jeugdtrauma’s geworteld lijken.

De reclassering acht het daarom van belang dat het reclasseringstoezicht en de ondersteuning vanuit E25 wordt voortgezet, om de leefgebieden te stabiliseren en meer structuur in het leven van de verdachte te creëren. Gezien het veroorzaakte letsel ziet zij, aanvullend op de algehele behandeling bij E25, voor de verdachte meerwaarde in het volgen van een agressie-regulatietraining waarbij er specifiek aandacht zal zijn voor onderhavig delict. Zij adviseert daarnaast oplegging van de bijzondere voorwaarden meldplicht, ambulante behandeling en schadeherstel.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Alles overziend wordt een taakstraf van 150 uur opgelegd.

Nu de reclassering oplegging van bijzondere voorwaarden adviseert, ziet de rechtbank aanleiding om een deel van de taakstraf, te weten 50 uren, voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het tevens opleggen van de bijzondere voorwaarde schadeherstel.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [slachtoffer]

heeft als benadeelde partij € 572,54 als vergoeding voor materiële schade en € 3.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 963,24, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat vrijspraak wordt bepleit. Subsidiair wordt verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering met betrekking tot de kosten van het eigen risico van € 287,49 en de kosten van de taxirit naar huis van € 25,75 genoegzaam zijn onderbouwd, zullen deze worden toegewezen. Het resterende deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de materiële schade (bril, kleding en fiets) is onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk in haar vordering worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ook is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op een bedrag van € 750,-. De rechtbank heeft hierbij gekeken naar vergelijkbare zaken, maar ook rekening gehouden met de eigen rol van de benadeelde partij in het conflict. De benadeelde partij zal in het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan daarom slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2024. Nu de vordering van de benadeelde partij deels wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend, samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade. Als de mededader de schade (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 150 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 146 uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 73 dagen;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 50 uur van deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. Meldplicht bij reclassering (na afspraak)

De veroordeelde meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.

2. Gedragsinterventie agressiebeheersing

De veroordeelde neemt, als aanvulling op de algehele ambulante behandeling door E25, actief deel aan de gedragsinterventie i-Respect (light versie bestaande uit 6 individuele sessies) die gericht is op agressiebeheersing. De training richt zich op het delictgedrag. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider.

3. Ambulante behandeling

De veroordeelde laat zich behandelen door E25 of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling richt zich op de algehele emotie- en agressieregulatie, traumaverwerking en praktische ondersteuning. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededader aan de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 1.063,24 als vergoeding van materiële en immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 9 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van haar vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan de staat € 1.063,24 te betalen, met de wettelijke rente hierover vanaf 9 mei 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 10 (tien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of haar mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I. Bouter, voorzitter,

en mrs. A.M. van der Leeden en D.M. Douwes, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 maart 2026

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Bouter

Griffier

  • mr. E.P. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand