ECLI:NL:RBROT:2026:6680

ECLI:NL:RBROT:2026:6680

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 10.348781.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor het afpersen van een medewerker van een telefoonwinkel en het plegen van een diefstal vergezeld van bedreiging met geweld in een juwelierswinkel. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan de voorwaardelijke straf worden de algemene en bijzondere voorwaarden gekoppeld zoals geadviseerd door de reclassering zodat de verdachte passende zorg en begeleiding krijgt ten aanzien van zijn terugkeer in de maatschappij.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.348781.25

Datum uitspraak: 26 mei 2026

Datum zitting: 12 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. B.W.J. Krämer

Officier van justitie: mr. E.M. Blanken

Benadeelde partij: [benadeelde]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het afpersen van een medewerker van een telefoonwinkel en het plegen van een diefstal vergezeld van bedreiging met geweld in een juwelierswinkel. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan de voorwaardelijke straf worden de algemene en bijzondere voorwaarden gekoppeld zoals geadviseerd door de reclassering zodat de verdachte passende zorg en begeleiding krijgt ten aanzien van zijn terugkeer in de maatschappij.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – een medewerker van een telefoonwinkel heeft afgeperst en een diefstal met geweld heeft gepleegd in een juwelierswinkel.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij op of omstreeks 26 november 2025 te Rotterdam, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere telefoons, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [naam telefonie winkel] . en/of een derde toebehoorde(n), door

- een of meerdere briefje(s) op de balie neer te leggen met daarop de tekst "Ik heb een zieke dochter in het buitenland", "ik heb geld nodig", "God is Great", "ik heb geen slechte bedoelingen, ik heb geen wapen, ik heb wel een wapen" en/of "blijf calm en werk mee zo raakt er niemand gewond! Ik heb een wapen en als jullie niet meewerken gaat het lelijk mis" en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "werk mee, vul mijn tassen";

2

hij op of omstreeks 6 januari 2026 te Rotterdam, meerdere sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam telefonie winkel] Rotterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met een hamer en/of een moker de vitrines in te slaan, en/of

- ( vervolgens) meerdere sieraden uit de vitrines te pakken, en/of

- ( vervolgens) op die [slachtoffer 2] af te lopen met de hamer in de hand, en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen “doe alsjeblieft de deur open, ik wil je geen pijn doen”.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten met dien verstande dat hij partieel vrijgesproken dient te worden voor het onder 2 ten laste gelegde plegen van geweld tegen [slachtoffer 2] . Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van feit 2 het geweldsaspect jegens [slachtoffer 2] niet bewezen kan worden. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte een medewerker van een telefoonwinkel heeft afgeperst en een diefstal vergezeld van bedreiging met geweld heeft gepleegd in een juwelierswinkel. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 1]

De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

3. Verklaring van de verdachte

Op 6 januari 2026 ben ik in de juwelierswinkel genaamd [naam juwelier] te Rotterdam geweest. Ik heb met een hamer de vitrine kapot geslagen en sieraden meegenomen. Omdat de deur van de juwelier op slot zat ben ik naar de medewerkster toegelopen en heb ik gevraagd of zij alsjeblieft de deur open wilde doen.

4. Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 2]

Ik was op 6 januari 2026 aan het werk in de winkel [naam juwelier] te Rotterdam. Er kwam een man binnen in de winkel. Hij zei dat hij op zoek was naar een cadeau voor zijn vriendin. We begonnen bij de kettingen. Ik liep naar de kelder om een armband te pakken. Ik was in de kelder en hoorde een hele harde klap. Vanuit de kelder heb je zicht op de voordeur waar de vitrine staat. Ik zag het glas op de grond vallen. Ik liep toen naar boven de trap op en zag de man de sieraden uit de vitrine pakken. Toen heb ik geprobeerd om zo snel mogelijk het alarm in te drukken. Ik zag dat hij de sieraden pakte en zag dat de hamer op de grond lag. Ik stond boven aan de trap, vanuit de kelder, weer in de winkel. Toen probeerde de man weg te gaan maar de deur staat automatisch op slot. Hij liep toen richting mij met de sieraden. Ik hoorde dat hij zei ‘doe alsjeblieft de deur open, ik wil je geen pijn doen’. Hierna liep hij terug naar de deur. Ik zei toen ‘oké’ en deed met het kastje de deur open. Ik was op dat moment heel angstig, doordat ik angstig was deed ik de deur open. Bij de eerste keer op het kastje klikken ging de deur niet open. Hij riep toen nog een keer ‘doe de deur open’. Ik zei toen ‘de deur is open’. Hij deed toen de deur open en zag dat hij naar rechts de winkel uit rende.

Bewijsmotivering

De verdachte heeft bekend op 6 januari 2026 sieraden te hebben gestolen bij een juwelier in Rotterdam door een vitrine in te slaan. Ondanks dat de verdachte herhaaldelijk heeft benadrukt dat hij de medewerkster (hierna: aangeefster) niets wilde aandoen, is hetgeen hij feitelijk heeft gedaan bedreigend voor haar geweest. De verdachte heeft, terwijl hij alleen met aangeefster in de winkel aanwezig was, met een hamer hard ingeslagen op een vitrine waardoor deze is gebroken. Aangeefster kwam op dat moment teruglopen vanuit de kelder en zag dit gebeuren. Zij schrok hiervan en werd angstig. De woordkeuze die de verdachte vervolgens heeft gebruikt toen hij de deur van de winkel niet open kreeg - namelijk ‘doe alsjeblieft de deur open, ik wil je geen pijn doen’ - komt naar het oordeel van de rechtbank bedreigend over. Gelet op de dwingende toon, wekte de verdachte de suggestie dat de mogelijkheid bestond dat hij aangeefster pijn zou doen als zij de deur niet opendeed. Door op deze wijze te handelen heeft verdachte minstgenomen de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster zich bedreigd zou voelen. De rechtbank acht daarom diefstal vergezeld van bedreiging met geweld bewezen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij op 26 november 2025 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere telefoons, die geheel aan [naam telefonie winkel] . toebehoorden, door

- meerdere briefjes op de balie neer te leggen met daarop de tekst "Ik heb een zieke dochter in het buitenland", "ik heb geld nodig", "God is Great", "ik heb geen slechte bedoelingen, ik heb geen wapen, ik heb wel een wapen" en "blijf calm en werk mee zo raakt er niemand gewond! Ik heb een wapen en als jullie niet meewerken gaat het lelijk mis" en

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "werk mee, vul mijn tassen";

2

hij op 6 januari 2026 te Rotterdam, meerdere sieraden, die aan [naam telefonie winkel] Rotterdam toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, door

- met een hamer de vitrines in te slaan, en

- vervolgens meerdere sieraden uit de vitrines te pakken, en

- vervolgens op die [slachtoffer 2] af te lopen, en

- vervolgens tegen die [slachtoffer 2] te zeggen “doe alsjeblieft de deur open, ik wil je geen pijn doen”.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

1

afpersing

2

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden de meldplicht, locatieverbod, dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening.

Standpunt van de verdediging

De eis is zeer hoog. Verzocht wordt om een groot deel van de straf voorwaardelijk op te leggen om de verdachte uit de criminaliteit te houden. De verdachte heeft zich tijdens de schorsing gehouden aan de opgelegde voorwaarden en er moet rekening worden gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte heeft op dit moment een baan en heeft zijn leven beter op de rit dan voor de tenlastegelegde feiten.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het de feiten

De verdachte is rond sluitingstijd naar een telefoonwinkel gegaan en heeft een medewerker afgeperst door met briefjes te verzoeken om mee te werken om te bewerkstelligen dat de medewerker telefoons zou afgeven, hetgeen uiteindelijk ook is gelukt. De verdachte heeft op één van de briefjes vermeld dat hij een wapen had. Enkele maanden later is de verdachte een juwelierswinkel binnen gestapt en heeft hij, vergezeld van bedreiging met geweld, meerdere sieraden gestolen. Het behoeft geen betoog dat afpersing en diefstal vergezeld van bedreiging met geweld voor de slachtoffers, de winkelmedewerkers, een vervelende en angstaanjagende ervaring moet zijn geweest. Algemene ervaringsregels leren dan ook dat slachtoffers van delicten zoals is bewezenverklaard nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Daarnaast maken dergelijke feiten een ernstige inbreuk op de rechtsorde en nemen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving hierdoor toe. De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij spijt heeft van de gepleegde delicten en dat hij geen andere uitweg zag. De rechtbank hoopt dat de verdachte begrijpt dat het plegen van dit soort delicten de slachtoffers veel schade berokkent en tegelijkertijd de verdachte verder in de problemen brengt, terwijl de verdachte nu juist heeft gezegd zijn leven te willen beteren.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 30 maart 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.

Reclassering

In het rapport van Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering van 9 februari 2026 staat het volgende:

De volgende schorsingsvoorwaarden worden geadviseerd:

Meldplicht bij reclassering

Locatieverbod (zonder elektronisch toezicht)

Dagbesteding

Aflossing schulden

In de update over de verdachte van Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering van 6 mei 2026 staat het volgende.

De verdachte is met de opstart van het schorsingstoezicht aangemeld bij het FAT. De verdachte heeft te kennen gegeven deze hulp graag te willen hebben. De begeleiding kon snel opgestart worden en aan verschillende doelen, onder andere met betrekking tot inschrijving en inkomen, is gewerkt. Na een succesvolle sollicitatie start de verdachte per 1 mei 2026 met werken als belader. Wanneer er inkomen is kunnen de schulden aangepakt worden. Sinds de start van het traject komt hij zijn afspraken na en stelt hij zich begeleidbaar op. Er zijn geen meldingen ontvangen m.b.t. het overtreden van het locatieverbod.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 12 maanden voorwaardelijk opgelegd zodat de verdachte na zijn detentie passende begeleiding krijgt. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [slachtoffer 2]

heeft als benadeelde partij voor feit 2, € 21,- als vergoeding voor materiële schade (reiskosten) en € 3.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij kan slechts gedeeltelijk worden toegewezen.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft dit deel van de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 21,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 2 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast. Uit de onderbouwing blijkt dat zij ernstige angst- en paniekklachten heeft ontwikkeld en dat zij EMDR-therapie en aanvullende psychologische begeleiding nodig had.

De schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 6 januari 2026.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 15 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel bepaalt dat 12 (twaalf) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2), te betalen een bedrag van € 1.521,- bestaande uit € 21,- als vergoeding van materiële schade en € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 januari 2026 tot de dag van volledige betaling.

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] aan de staat € 1.521,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 15 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. van Vliet, voorzitter,

en mrs. F.P.J. Schoonen en E. Boersma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. van Vliet

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand