ECLI:NL:RBROT:2026:6698

ECLI:NL:RBROT:2026:6698

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 83-065994-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van de beschuldiging. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte als (functioneel) dader opzettelijk (ook niet in voorwaardelijke zin) de onder 1 en 2 in de beschuldiging opgenomen gedragingen heeft gepleegd. Dit vonnis is gewezen door de landelijke WED-kamer bestaande uit gespecialiseerde rechter van de rechtbanken Oost-Brabant, Rotterdam en Overijssel. De WED-kamers behandelen strafzaken die vallen onder de Wet Economische Delicten (WED).

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige economische kamer strafzaken

Parketnummer: 83.065994.23

Datum uitspraak: 27 mei 2026

Datum zitting: 13 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1961 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] [postcode] te [woonplaats] .

Advocaten van de verdachte: mrs. M.J van Dam en A. Thissen

Officier van justitie: mr. A.A. de Groot

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van de beschuldiging. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte als (functioneel) dader opzettelijk (ook niet in voorwaardelijke zin) de onder 1 en 2 in de beschuldiging opgenomen gedragingen heeft gepleegd.

1. De strafbeschikking

Aan de verdachte is een strafbeschikking uitgevaardigd. De verdachte is op 13 september 2023 bekend geworden met de laatstelijk gewijzigde strafbeschikking. De verdachte is op 21 september 2023, en dus tijdig, in verzet gegaan.

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - in strijd met artikel 6.2 van de destijds geldende Waterwet heeft gehandeld (feit 1) en dat hij valsheid in geschrift hebben gepleegd (feit 2). De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij, op of omstreeks 14 september 2022 te Rotterdam (Maasvlakte), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een stof, te weten Styreen monomeer, heeft gebracht in de Europahaven, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl daartoe geen strekkende vergunning was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en/of daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en/ of artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was;

2

hij, op of omstreeks 14 september 2022 te Rotterdam (Maasvlakte), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een ADN controlelijst, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door op die controlelijst een 'X' in te vullen bij 'Ja' bij

en (vervolgens) dat document te ondertekenen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

3. Vrijspraak

Inleiding; vaststaande feiten en omstandigheden

Op 14 september 2022 lag het binnenvaartschip [naam schip] (hierna: het schip) afgemeerd bij [medeverdachte rechtspersoon] . (hierna: [medeverdachte rechtspersoon] ) in de Europahaven op de Maasvlakte in Rotterdam. Het schip was daar om de vloeistof styreenmonomeer (hierna: styreen) te laden. Styreen is gevaarlijk voor de gezondheid en het watermilieu. De bemanning van het schip heeft voorafgaand aan het laden een ‘veiligheidsrondje’ aan boord van het schip gedaan. Zij hebben de schipper (verdachte) verteld dat het schip laadbereid was. De schipper heeft de kolom ‘schip’ van de ADN-controlelijst ingevuld, waaronder vragen 7 en 14. De heer [persoon a] heeft namens [medeverdachte rechtspersoon] de kolom ‘walinstallatie’ van die lijst ingevuld, waaronder eveneens vragen 7 en 14. Vervolgens is begonnen met het laden. Via de leiding waar de ontgassingsventilator nog op was aangesloten, lekte er daarna styreen. De bemanning heeft direct het proces stilgelegd en geprobeerd de schade te beperken. Zo’n 150 liter styreen is in het water terechtgekomen. Naderhand is gebleken dat de bemanning van het schip tijdens het veiligheidsrondje over het hoofd heeft gezien dat voornoemde leiding naar de ontgassingsventilator niet was afgeflensd. Hierdoor kon styreen uit de tanks op het schip en het water terechtkomen.

Standpunten van de procespartijen

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 en 2. De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten.

Oordeel van de rechtbank

Feit 1;

Uit het dossier en de verklaring van de verdachte op de zitting blijkt dat de bemanning onder leiding van de ADN-gecertifieerde tweede schipper voorafgaand aan het laden van styreen het veiligheidsrondje heeft uitgevoerd, terwijl de verdachte van boord was gegaan om het papierwerk in orde te gaan maken. De tweede schipper heeft vervolgens tegen de verdachte gezegd dat zij laadbereid waren.

Kan de verdachte strafrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden als (functioneel) dader van de onder feit 1 opgenomen gedraging (het opzettelijk in het oppervlaktewater brengen van styreen)? De rechtbank vindt van niet en zal kort uitleggen waarom.

De verdachte mocht gelet de gegeven omstandigheden vertrouwen op de deskundigheid van de tweede schipper en de bemanning. Het is niet zo dat de eerste schipper zelf het veiligheidsrondje had moeten maken. Dat is een eis die de relevante wet- en regelgeving niet kent. Vastgesteld kan worden dat het lekken van styreen is veroorzaakt doordat tijdens dit veiligheidsrondje over het hoofd is gezien dat de ontgassingsleiding niet was afgesloten.

De verdachte was weliswaar eindverantwoordelijk, maar niet kan worden gezegd dat hij degene is die deze fout tijdens het veiligheidsrondje zelf heeft gemaakt. Er zijn ook geen feiten en omstandigheden vast komen te staan die maken dat deze fout aan de verdachte (als functioneel dader) kan worden toegerekend. Hij mocht immers vertrouwen op de deskundigheid van de tweede schipper en de bemanning en het ging om een zeer uitzonderlijke fout die de verdachte redelijkerwijs niet had kunnen voorzien of voorkomen. De verdachte heeft hierover verklaard dat dit een fout is die hij gedurende zijn 40 jaar als schipper niet eerder heeft meegemaakt. Verder is niet is gebleken dat verdachte niet de nodige zorg heeft betracht, evenmin heeft hij aanvaard dat de tweede schipper een fout zou maken bij de veiligheidscontrole.

Ook is geen sprake van medeplegen. Ten aanzien van het maken van deze fout kan niet worden vastgesteld dat het ging om een gezamenlijke uitvoering of dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.

Dit betekent dat niet is bewezen dat de verdachte als (functioneel) dader de onder 1 in de beschuldiging opgenomen gedragingen heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Feit 2; geen opzet

Gelet op hetgeen onder ‘feit 1’ is overwogen, mocht de verdachte er als eerste schipper op vertrouwen dat alle te controleren punten deugdelijk waren gecontroleerd, nu de tweede schipper had gezegd dat het schip laadbereid was. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte wist van de niet-afgeflensde leiding of dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de leidingen niet goed afgeflensd zouden zijn en dat hij daardoor de controlelijst bewust foutief heeft ingevuld. Dit betekent dat opzet, ook in voorwaardelijke zin, op valsheid niet kan worden bewezen. De verdachte kan dus niet worden aangemerkt als dader van de onder 2 in de beschuldiging opgenomen gedragingen, zodat hij ook daarvan zal worden vrijgesproken.

4. Beslissingen

De rechtbank:

vernietigt de strafbeschikking;

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

5. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Havik, voorzitter,

en mrs. M. Langstraat en R. ter Haar, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 mei 2026

Mrs. Langstraat en Ter Haar zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. Havik

Griffier

  • mr. J. Soeteman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand