ECLI:NL:RBROT:2026:6702

ECLI:NL:RBROT:2026:6702

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 10.289548.22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor wederrechtelijke vrijheidsberoving. Vanwege het bestaan van een psychische stoornis wordt het feit in verminderde mate aan de verdachte toegerekend. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 450 dagen waarvan 221 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf koppelt de rechtbank algemene en bijzondere voorwaarden zodat de verdachte passende begeleiding en zorg krijgt, met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.289548.22

Datum uitspraak: 26 mei 2026

Datum zitting: 15 februari 2023, 5 april 2023, 22 juni 2023 en 12 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R. van den Boogert

Officier van justitie: mr. J. Spaans

Benadeelde partij: [benadeelde]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. S. Epema

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 450 dagen waarvan 221 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf koppelt de rechtbank algemene en bijzondere voorwaarden zodat de verdachte passende begeleiding en zorg krijgt, met een proeftijd van twee jaar.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – [slachtoffer] (hierna aangever) van 6 november 2022 tot en met 7 november 2022 wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

hij in of omstreeks de periode van 6 november 2022 tot en met 7 november 2022 te Rotterdam, in een woning gelegen aan de [naam locatie] , opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door

- in gezelschap van die [slachtoffer] voornoemde woning te betreden en/of

- ( vervolgens) de voordeur van voornoemde woning van binnenuit, op een of meerdere manieren, op slot te doen (door middel van een sleutel) en/of

- ( vervolgens) op die [slachtoffer] te liggen en/of met zijn gewicht op het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of die [slachtoffer] bij de nek/hals beet te pakken en/of

- ( daarbij) die [slachtoffer] tegen zijn wil handboeien om te doen en/of

- die [slachtoffer] dreigend een ploertendoder, althans een stok/staaf te tonen/voor te houden en/of

- die [slachtoffer] met een ploertendoder, althans een stok/staaf op/tegen de schouder, althans het lichaam te slaan en/of

- die [slachtoffer] te dwingen/gebieden om (geboeid) naar de badkamer te lopen en/of die [slachtoffer] te dwingen een chemische vloeistof op te drinken en/of

- ( daarbij) de fles met bleekmiddel, althans een vloeistof bevattende bleekmiddel, in ieder geval een chemische vloeistof, op/tegen de mond/lippen van die [slachtoffer] te duwen/drukken, als gevolg waarvan die [slachtoffer] moest (blijven) drinken en/of

- die [slachtoffer] de woorden toe te voegen – zakelijk weergegeven -

* dat hij, verdachte, hem op zijn hoofd zou slaan en/of

* dat die [slachtoffer] de voordeur niet open zou (kunnen) krijgen en/of

* dat die [slachtoffer] zijn hoofd kaal moest scheren, omdat dit de huisregels waren, en dat bij weigering hiervan niemand die [slachtoffer] meer zou zien of vinden en/of

* dat hij, verdachte, (wederom) handboeien en/of traangas tegen die [slachtoffer] zou gebruiken,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich op het volgende standpunt gesteld. Er moet rekening worden gehouden met de lange duur van deze zaak. De verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft geslagen met een stok. De foto’s van aangever zijn van een slechte kwaliteit waardoor deze niet kunnen dienen als aanvullend bewijs. Ook uit het geluidsfragment blijkt dat de verdachte niet heeft geslagen met een stok. De voordeur was volgens de verdachte enkel vanuit binnen afgesloten met een schuifslot. De deur was dus niet op slot. De politie heeft de sloten niet onderzocht waardoor niet vastgesteld kan worden hoe de deur op slot is geweest. De verdachte weet niet of hij de handboeien heeft gebruikt.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Op 6 november 2022 heb ik [slachtoffer] een slaapplek aangeboden in mijn woning in Rotterdam.

2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer]

Op 6 november 2022 bood een man mij onderdak aan in zijn woning voor een paar dagen. Hij liet zijn identiteitskaart zien en ik zag dat zijn achternaam [verdachte] was. Omstreeks 18:00 uur, kwamen wij aan bij de [adres] te Rotterdam. De woning betreft een portiekwoning op de derde verdieping.

[verdachte] bleef lang bij de voordeur staan. Ik zag dat de deur met een extra slot op slot was gezet. Dit was een slot met een koortje, voor een kierstandhouder. Om dit slot te openen was een sleutel nodig en deze sleutel had ik niet.

Omstreeks 20.30 uur, zag ik dat [verdachte] opeens trilde en hij zei dat hij vergiftigd zou zijn doordat er op de deurklink van de voordeur zenuwgas zou zitten. [verdachte] zei dat ik mogelijk ook vergiftigd was, omdat ik mogelijk zijn hand of de deurknop had aangeraakt. Hierop zei [verdachte] dat ik mijn handen moest wassen met bleek. [verdachte] ging hier steeds op door en zei dat hij zag dat ik vergiftigd was door zenuwgas. Hij drong steeds meer aan om bleek te drinken. Hij bood zelfs geld aan. Eerst 25,- euro, daarna 50,- euro en daarna 100,- euro. Ik ging hier niet op in. Ik merkte dat [verdachte] boos werd, omdat ik hem niet zou vertrouwen. [verdachte] kwam op mij af en ik probeerde op te staan. [verdachte] ging half op mij liggen en drukte met zijn gewicht op mijn lichaam, zodat ik niet kon opstaan. [verdachte] hield mij met beide handen vast en sloeg één van mijn handen in de handboeien. Toen ik dat voelde deed [verdachte] zijn hand om mijn nek en boeide hij ook mijn andere hand. Ik wist niet wat er gebeurde en dacht dat het neppe handboeien waren die ik los kon maken. Dit lukte mij niet. Hierop werd [verdachte] boos en maakte hij een beweging met zijn hand, waardoor er een stok uitschoof. Hij hield mij in bedwang met de stok en dreigde hiermee. Ik stond op en liep in de richting van de gang. [verdachte] duwde mij in de richting van de badkamer. [verdachte] gaf mij een tik met de stok op mijn rechterschouder. Ik voelde een tik op mijn schouder en was heel bang wat er ging gebeuren. [verdachte] zei dat hij de volgende keer op mijn kop zou slaan. Ikwas bang dat hij mij ging slaan. Op dat moment voelde ik trillingen in mijn lichaam en werd ik heel angstig. Ik dacht dat [verdachte] mij ging vermoorden. Ik vreesde voor mijn leven.

[verdachte] duwde mij naar de douche en dreigde wederom met stokslagen op mijn hoofd. Naast de droger lagen een aantal flessen. Sommige waren leeg, maar er lag ook een blauwe fles. [verdachte] zei dat er bleek in zat. [verdachte] had hier water bijgedaan en schudde ermee. [verdachte] pakte de fles en zei dat ik dit moest drinken. [verdachte] duwde de fles tussen mijn lippen. Ik rook een chemische geur, dat mij deed denken aan een zwembad of toilet. Hij stopte ook niet, dus ik moest blijven drinken. Ik moest de fles helemaal leegdrinken. Hierna haalde hij mijn handboeien los. Mijn polsen deden erg pijn en ik zag de plekken van de handboeien in mijn polsen zitten.

Op 7 november 2022, omstreeks 0.01 uur, keek ik naar de voordeur. [verdachte] zag dit en zei dat het mij niet ging lukken om de deur te openen. Daarna ging ik weer op de bank zitten in de huiskamer.

Omstreeks 07.30 uur, maakte [verdachte] mij wakker en zei dat ik kaal geschoren moest worden. [verdachte] had de tondeuse al in zijn hand. [verdachte] zei dat dit een huisregel van hem was. Ik moest kaalgeschoren worden voor 08.00 uur, zodat de camera's in de woning mij niet meer konden herkennen. Ik zei dat ik dat niet wilde en hierop ging [verdachte] dreigen met handboeien en traangas. [verdachte] zei dat ik sowieso kaal zou worden anders zou niemand mij meer zien of vinden.

3. Proces-verbaal van de politie

Op 7 november 2022, omstreeks 10.00 uur, kregen wij, verbalisanten, de opdracht om naar de [adres] in Rotterdam te gaan. Hier zou melder de woning niet mogen verlaten van hoofdbewoner genaamd [verdachte] . Ter plaatse troffen wij in de woning twee personen aan, [slachtoffer] en [verdachte] . In de woning van [verdachte] troffen wij een paar handboeien en een wapenstok aan.

In het Ikazia ziekenhuis hoorde ik [verdachte] het volgende tegen één van de artsen zeggen: ‘De andere jongen in mijn woning heeft pas echt geleden. Ik drink heel vaak terpentine en benzine. Dat heb ik nodig’.

4. Proces-verbaal van de politie

Wij, verbalisanten, gingen ter plaatse aan de [adres] in Rotterdam. De voordeur werd geopend door [verdachte] . Wij hoorde [verdachte] het volgende verklaren:

"Goed dat jullie er zijn, dan kunnen jullie zien dat het goed gaat met hem en dan kan hij gewoon de woning uit. Kijk, ik heb hem vannacht hier laten slapen en als je hier verblijft dan moet je je simpelweg aan de huisregels houden. De huisregel is hier dat als je hier slaapt dan moet je je hoofd kaalscheren. Dus dat moest die Jari ook doen. Hij wilde dat niet maar als je hier wil blijven dan moet dat gewoon anders moet je weg. Maar dat wilde hij niet dus toen wilde ik hem helpen."

Ik hoorde dat het slachtoffer verklaarde dat hij onder andere geboeid was geweest. Toen het slachtoffer dit zei keek ik direct naar zijn polsen. Ik zag dat er om zowel zijn linker- als rechterpols rode striemen zaten.

Wij vroegen aan [verdachte] wat er was gebeurd en hoorden hem het volgende verklaren:

"Ik heb deze jongen gisteren bij het politiebureau in het Centrum gezien en ik sprak hem daar. Ik hoorde dat hij onder een brug moest slapen en dat vond ik niet kunnen voor zo'n jonge gast. Ik nodigde hem daarom uit om hier bij mij te komen overnachten. We gingen vervolgens samen naar mijn woning toe. Omdat er zenuwgas aan de deurklinken van de woning zat, moesten wij onszelf vervolgens reinigen met chloor. Ik heb alle deurklinken schoongemaakt. Ik zei vervolgens tegen die jongen dat hij dat ook moest drinken omdat het chloor alles neutraal maakt. Hij wilde dit niet dus uiteindelijk heb ik hem geholpen en heb ik heel even handboeien bij hem omgedaan. Ik wilde hem alleen maar helpen en hem beter maken." Tijdens deze verklaring zei [verdachte] nog allerlei andere chemische samenstellingen die schadelijk zouden zijn voor je gezondheid en waarvoor je dan vervolgens chloor in moet nemen.

Wij, verbalisanten, keken verder rond in de woning. Wij zagen dat er meerdere flessen

terpentine en bleek lagen.

Bewijsmotivering

De aangifte van aangever wordt op verschillende punten ondersteund door de overige bewijsmiddelen. Zo heeft de verdachte, toen de verbalisanten ter plaatse waren, verklaard dat hij aangever heeft geboeid met handboeien, heeft gedwongen bleekmiddel te drinken en heeft gedreigd met het afscheren van zijn haar. Daarnaast troffen de verbalisanten in de woning van de verdachte meerdere flessen bleek, een paar handboeien en een wapenstok aan, en zagen zij striemen om de polsen van aangever. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de waarheid van de aangifte en volgt deze dan ook, waardoor alle tenlastegelegde handelingen bewezen kunnen worden.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij van 6 november 2022 tot en met 7 november 2022 te Rotterdam, in een woning gelegen aan de [naam locatie] , opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

- in gezelschap van die [slachtoffer] voornoemde woning te betreden en

- ( vervolgens) de voordeur van voornoemde woning van binnenuit, op een of meerdere manieren, op slot te doen (door middel van een sleutel) en

- ( vervolgens) op die [slachtoffer] te liggen en met zijn gewicht op het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en die [slachtoffer] bij de nek/hals beet te pakken en

- ( daarbij) die [slachtoffer] tegen zijn wil handboeien om te doen en

- die [slachtoffer] dreigend een stok te tonen/voor te houden en

- die [slachtoffer] met een stok tegen de schouder te slaan en

- die [slachtoffer] te dwingen/gebieden om (geboeid) naar de badkamer te lopen en die [slachtoffer] te dwingen een chemische vloeistof op te drinken en

- ( daarbij) de fles met een vloeistof bevattende bleekmiddel, op/tegen de mond/lippen van die [slachtoffer] te duwen/drukken, als gevolg waarvan die [slachtoffer] moest (blijven) drinken en

- die [slachtoffer] de woorden toe te voegen – zakelijk weergegeven-

* dat hij, verdachte, hem op zijn hoofd zou slaan en

* dat die [slachtoffer] de voordeur niet open zou (kunnen) krijgen en

* dat die [slachtoffer] zijn hoofd kaal moest scheren, omdat dit de huisregels waren, en dat bij weigering hiervan niemand die [slachtoffer] meer zou zien of vinden en

* dat hij, verdachte, (wederom) handboeien en/of traangas tegen die [slachtoffer] zou gebruiken.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet veroordeeld worden tot een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. Daarnaast dient een voorwaardelijke tbs-maatregel en GVM-maatregel opgelegd te worden. De tbs-maatregel dient dadelijk uitvoerbaar te zijn.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft zich na het ten laste gelegde feit aan de opgelegde schorsings-voorwaarden gehouden, ondanks dat hij last had van bijwerkingen van de medicatie. Volgens beide deskundigen is sprake van een matig recidiverisico. De huidige voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende maatregel zijn als vangnet voldoende. Verzocht wordt om een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest en aan te sluiten bij het opleggen van bijzondere voorwaarden zoals in de rapportages van 2022 is gerapporteerd.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft aangever gedurende twee dagen van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden in zijn woning in Rotterdam. Tijdens dit incident heeft hij aangever gedwongen om een chemische vloeistof op te drinken door een fles tegen zijn mond te duwen. Hierbij heeft de verdachte fysiek geweld gebruikt, geslagen met een stok, handboeien bij aangever om gedaan en dreigende woorden uitgesproken. Met zijn handelen heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van aangever ernstig geschonden en hem veel angst aangejaagd. Het drinken van chemisch middelen is zeer gevaarlijk en kan (blijvende) schade aanrichten aan het lichaam. Uit de spreekrechtverklaring is gebleken dat aangever na jaren nog steeds veel angst en paniek ervaart door het feit. Dit rekent de rechtbank de verdachte zeer aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 30 maart 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten maar nog niet eerder voor een soortgelijk strafbaar feit.

Rapporten van deskundigen en de reclassering

NIFP rapportage 2023 - dubbel persoonlijkheidsonderzoek

In het rapport van psychiater [persoon A] van 14 april 2023 staat het volgende.

Er is bij de verdachte sprake van een autismespectrumstoornis, een waanstoornis en een stoornis in het gebruik van amfetamines. Dit was ook zo ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde en dit beïnvloede ook zijn gedragskeuzes c.q. gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde.

De verdachte is door zijn autismespectrumstoornis niet goed in staat om anderen te begrijpen en sociaal te communiceren op een adequate manier. Bovendien heeft hij een waanstoornis, waarbij hij de overtuiging heeft dat hij het slachtoffer is van een complot en besmetting met zenuwgas. Hij lijkt deze angst op aangever geprojecteerd te hebben en hem daarom aan zijn zelfbedachte regime te hebben onderworpen. Het is niet duidelijk of het gebruik van speed een rol heeft gespeeld in het ten laste gelegde. Er is wel een relatie met zijn autismespectrumstoornis en waanstoornis, waardoor hij minder dan een gemiddeld persoon in staat is om zich op een redelijke manier te gedragen ten opzichte van andere mensen. Geadviseerd wordt om het ten laste gelegde in een verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen

De verdachte heeft een hoog risico op recidive van gewelddadig of grensoverschrijdend gedrag. Geadviseerd wordt om een ambulante behandeling bij Fivoor (waar de verdachte al meer dan tien jaar ambulant wordt begeleid) als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. De verdachte is gemotiveerd om zich aan voorwaarden te houden (het blijven gebruiken van anti psychotische medicatie, abstinentie en controle van speedgebruik en een structurele daginvulling). De verdachte zal deze bijzondere voorwaarden ook accepteren, zo heeft hij aangegeven. Reclassering zou toezicht op de uitvoering kunnen houden van de bijzondere voorwaarden.

In het rapport van GZ-psycholoog [persoon B] van 6 mei 2023 staat het volgende.

Bij de verdachte is sprake van een autismespectrumstoornis, een waanstoornis en een stoornis in het gebruik van een amfetamine. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde was dit ook zo en dit beïnvloede deels zijn gedragskeuzes en gedragingen destijds.

Door de abstracte en rigide ideeën van de verdachte, voortkomend vanuit de genoemde waanstoornis in combinatie met zijn tekortschietende copingvaardigheden en de door autisme versterkend naar voren komende starre overtuigingen, was er vermoedelijk sprake van enige bewustzijnsvernauwing en was zijn gedrag deels waangestuurd. De verdachte was angstig om bepaalde ziektes of infecties te krijgen en kan anderen in zijn gedachten en waanideeën betrekken. Gezien zijn autismespectrumstoornis kan hij eveneens onvoldoende inschatten dat anderen niet dezelfde ideeën hebben als die hij zelf heeft en heeft hij moeite met het inschatten van de gevoelens van een ander. Of de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde onder invloed van middelen was, is niet duidelijk geworden. Zodoende kan de rol van het gebruik van speed niet worden ingeschat. De genoemde waanstoornis heeft naar mening van onderzoeker echter niet geleid tot een volledige bewustzijnsvernauwing en verlies van controle. Dit alles overziend en wegend, is er vermoedelijk sprake (geweest) van enige doorwerking van de waanstoornis en de autismespectrumstoornis in het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt om de verdachte het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen.

Bij een afweging van risico en beschermende factoren wordt het risico bij een onbehandelde terugkeer in de maatschappij als matig tot hoog geduid. Vanuit zorgoogpunt wordt de inschatting gedaan dat de verdachte zorg behoeft in de vorm van behandeling en begeleiding in een strakker kader om zijn vaardigheden en zelfstandigheid te ontwikkelen. Verwacht wordt dat de verdachte het beste functioneert als er duidelijkheid, structuur en vaste regels gelden (gezien zijn autismespectrumstoornis). De inschatting is dat hij baat heeft bij behandeling in een ambulante setting. Het wordt noodzakelijk geacht dat er een duidelijk kader met bijzondere voorwaarden is, met een lik-op-stuk beleid. De verdachte heeft nog nooit toezicht van de reclassering gehad en de verwachting is dat hij hierdoor meer (hetzij extrinsiek) gemotiveerd voor behandeling zal zijn. De behandeling staat of valt met de motivatie voor behandeling van de verdachte zelf. Dit maakt het lastig omdat de verdachte hier onvoldoende voor openstaat en aangezien hij het ‘nut’ ervan niet lijkt in te zien; volgens de verdachte is hij niet ‘gek’ en behoeft hij geen behandeling. Desondanks staat hij wel open voor continuering van zijn behandeling bij Fivoor. Voorts dient er te worden gekeken naar verdere medicamenteuze behandeling. Bekend is dat een waanstoornis hardnekkig te behandelen is en vooral een langere behandelperiode nodig heeft en resistent is tegen een behandeling met medicatie alleen. Behandeling zou plaats kunnen vinden in de vorm van een ambulante behandeling (bijvoorbeeld bij Fivoor) in het kader van bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel met reclasseringstoezicht.

NIFP rapportage 2024 – eerste aanvulling

In het verzoek voordracht deskundigen van 4 maart 2024, luidt de vraagstelling van de officier van justitie: “Eerst werd door het NIFP TBS (met voorwaarden) niet geadviseerd, maar hoe kijken jullie daar nu tegenaan, gelet op de ambivalente houding van verdachte en het feit dat hij zich niet aan de schoringsvoorwaarden houdt.

In het rapport van psychiater [persoon A] van 26 mei 2024 wordt als volgt gereageerd.

Het afgelopen jaar heeft de verdachte onder ambulante behandeling gestaan bij de polikliniek Fivoor met onder meer een depot antipsychoticum en abstinentie van amfetamines (en andere drugs). De verdachte heeft in toenemende mate weerstand tegen dit depot. Zijn behandelaren achten het onverstandig om de verdachte alleen met een voorwaardelijk strafdeel te behandelen. Het kost dan veel tijd en moeite om in te grijpen als de verdachte stopt met zijn medicatie en/of de behandeling. Zij willen graag als “stok achter de deur” een tbs-maatregel met voorwaarden.

Geadviseerd wordt om de huidige ambulante behandeling bij Fivoor op te leggen in het kader van een tbs-maatregel met voorwaarden. Alleen het kader verandert dan, zodat er (als dat nodig is) snel kan worden ingegrepen als de verdachte zich aan behandeling onttrekt. Reclassering zou toezicht op de uitvoering kunnen blijven houden van deze tbs-maatregel met voorwaarden.

In het rapport van GZ-psycholoog [persoon B] van 30 mei 2024 wordt als volgt gereageerd.

Genoemde behandeling zou plaats kunnen vinden in de vorm van het voortzetten van zijn ambulante behandeling bij Fivoor. Aangezien de behandelmotivatie van de verdachte laag is gebleken en de betrokken behandelaren en toezichthouder graag snel willen kunnen schakelen bij psychotische ontregeling naar een opname in een forensische kliniek, is een tbs-maatregel met voorwaarden het meest passende kader. Mocht de ambulante behandeling stageneren omdat de verdachte zich hieraan onttrekt, dan zou de verdachte snel geplaatst kunnen worden in een forensische kliniek in plaats van dat hij in detentie terecht zou komen bij het schenden van bijzondere voorwaarden in geval van een voorwaardelijk strafdeel. Dit laatste is niet wenselijk.

NIFP rapportage 2026 – tweede aanvulling

In het rapport van psychiater [persoon A] van 26 februari 2026 staat het volgende.

De ambulante behandeling van de verdachte verloopt prima. Sinds hij is ingesteld op een depot antipsychoticum, is de verdachte een stuk minder achterdochtig en hij heeft geen last meer van een waanstoornis. Ook gunstig is dat de verdachte geen amfetamines meer gebruikt. Risicofactoren zijn dat de verdachte weinig ziektebesef of -inzicht heeft, waardoor hij ook enige weerstand heeft tegen het depot antipsychoticum. Als de verdachte zou stoppen met het depot antipsychoticum, zou dat het risico op recidive aanmerkelijk verhogen. Geadviseerd wordt om de verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen zodat de huidige ambulante behandeling bij Fivoor en het toezicht bij reclassering kan worden gecontinueerd.

In het rapport van GZ-psycholoog [persoon B] van 3 mei 2026 staat het volgende.

Hoewel de verdachte momenteel goed is ingebed in de ambulante behandeling en zich aan afspraken en afgesproken depotmedicatie houdt, blijft er sprake van weerstand tegen het depot antipsychoticum. De verdachte is zich bewust van het geldende behandelkader en de consequenties van het niet naleven van voorwaarden. Deze consequenties zijn binnen een tbs-maatregel met voorwaarden zwaarder dan binnen een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden. In dat laatste geval zou overtreding kunnen leiden tot detentie zonder voortzetting van behandeling, waardoor het recidiverisico onverminderd hoog blijft. Continuering van het depot antipsychoticum in een ambulant kader wordt als essentieel gezien. De verdachte toont zich voldoende bereid zich aan voorwaarden te conformeren. Geadviseerd wordt daarom een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen, aangezien dit kader noodzakelijk wordt geacht om de (medicamenteuze) behandeling te borgen en recidive te voorkomen.

Reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 11 mei 2026 staat het volgende.

De verdachte heeft een andere kijk op de werkelijkheid voortkomend uit de gestelde diagnoses autismespectrumstoornis en een waanstoornis. Dit uit zich door het vasthouden aan rigide denkpatronen en extreem gedrag. Daarnaast beschikt de verdachte over beperkt ziekte inzicht- en besef. Daarnaast heeft de verdachte jarenlang vrijwillig hulp gezocht en gekregen van ambulant centrum Fivoor te Rotterdam vanwege onverklaarbare gezochtheidsklachten. Hij kent een lange voorgeschiedenis wat betreft het ervaren van wanen, hetgeen hij anders ziet en lijkt de verdachte dit te somatiseren. Zo meent hij dat de aangegeven gezondheidsklachten voort kwamen uit gevaarlijke stoffen en zenuwgassen waar hij aan werd blootgesteld. Op het moment dat de verdachte binnen een gedwongen kader diende mee te werken aan behandeling en daarmee dwangmedicatie, is hij het vertrouwen in de instelling verloren en werkt hij enkel mee omdat dit aan hem is opgelegd en ziet de noodzaak van behandeling niet in. Om deze reden is zijn de pro Justitia rapporteurs opnieuw met de verdachte in gesprek gegaan en is het advies om de verdachte een voorwaardelijke veroordeling op te leggen bijgesteld, en komt uit het recente onderzoek naar voren dat een tbs-maatregel met voorwaardelijk kader het meest passend is, gezien de verhoging van de risico’s die toegenomen lijken te zijn het afgelopen jaar. Naast beperkt ziekte-inzicht en besef, het ontkennen van het delict en het ontbreken van intrinsieke motivatie voor behandeling en begeleiding, heeft de verdachte weinig beschermende factoren. Bij de verdachte ontbreekt zinvolle dagbesteding, een sociaal vangnet en structuur. De verdachte wenst de huidige situatie te behouden en staat beperkt open voor verandering. Dit past dan ook bij het ziektebeeld, omschreven door de gedragsdeskundigen. Wel geeft de verdachte aan bereid te zijn om mee te willen werken aan een tbs-maatregel met een voorwaardelijk kader. De reclassering zet daarbij wel de kritische noot dat de verdachte de indruk wekt beperkt open te staan voor behandeling en gedragsverandering, daar intrinsieke motivatie ontbreekt bij de verdachte.

Toerekenbaarheid

Op basis van de rapporten van de psychiater en de GZ-psycholoog stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van het strafbare feit beïnvloedde. Het feit wordt daarom in verminderde mate aan de verdachte toegerekend.

Oplegging straf en maatregel

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank overweegt dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is aangevangen met de aanhouding van verdachte op 7 november 2022. Daarmee is de redelijke termijn met tweeënhalf jaar overschreden. Daar is ook rekening mee gehouden. Er wordt een gevangenisstraf van 450 dagen opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 221 dagen voorwaardelijk opgelegd, zodat de verdachte passende zorg en begeleiding kan behouden in de vorm van bijzondere voorwaarden. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn:

Meewerken aan reclasseringstoezicht;

Meewerken aan een time-out;

Niet naar het buitenland gaan zonder toestemming;

Verbod verdovende middelen;

Alcoholverbod;

Ambulante behandeling.

Gelet op de rapportages van de deskundigen en het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

Géén tbs-maatregel

De rechtbank zal geen tbs-maatregel met voorwaarden opleggen zoals geëist door de officier van justitie. De verdachte loopt al geruime tijd - bijna drie jaar - in een schorsing met daaraan gekoppeld schorsingsvoorwaarden. In deze schorsingsperiode (juni 2023 tot en met heden) is de verdachte niet meer met justitie in aanraking gekomen en heeft de verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden gehouden. Het is onduidelijk gebleven op basis waarvan het Openbaar Ministerie in de vraagstelling aan de deskundigen (in maart 2024) stelde dat de verdachte zijn schorsingsvoorwaarden had geschonden. Ook op de zitting is hierover geen duidelijkheid gekomen, ondanks vragen van de rechtbank. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen reden om een strikter kader op te leggen in de vorm van een tbs-maatregel met voorwaarden.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z Wetboek van Strafrecht)

Om de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen te beschermen, legt de rechtbank een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking op. Het is noodzakelijk dat de verdachte langdurig onder toezicht kan worden gesteld. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de bovenstaande rapportages van de deskundigen en de reclassering. Ook aan de overige wettelijke vereisten is voldaan. De verdachte wordt namelijk veroordeeld tot een (gedeeltelijk voorwaardelijke) gevangenisstraf voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een personen. Ook is op het plegen van dit misdrijf een gevangenisstraf van vier jaar of meer gesteld.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp aan de verdachte wordt teruggegeven.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen voorwerp (1 STK jas) aan de verdachte.

6. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 23 juni 2023 geschorst.

De rechtbank heft op het geschorste bevel van voorlopige hechtenis.

7. Vordering van de benadeelde partij

Vordering

[slachtoffer] heeft als benadeelde partij voor het feit € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in zijn persoon aangetast, zoals blijkt uit de onderbouwing van de vordering. De benadeelde partij heeft tot op de dag van vandaag last van de gevolgen en behandeling door een psychiater is geïndiceerd.

De schade wordt naar billijkheid begroot op € 3.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 3.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 6 november 2022.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 30 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalings-verplichting niet op.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38z en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 450 (vierhonderdvijftig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 221 (tweehonderdeenentwintig) dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:

- de verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.

- de verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van de verdachte vast te stellen.

- de verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden.

- de verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.

- de verdachte werkt mee aan huisbezoeken.

- de verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.

- de verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.

- verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;

2. als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;

3. de verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;

4. de verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;

5. de verdachte gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;

6. de verdachte laat zich behandelen door ambulant centrum Fivoor te Rotterdam, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Gedragsbeïnvloedende maatregel (art. 38z Sr)

legt de verdachte voor het feit op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;

In beslag genomen voorwerpen

- beveelt de teruggave van 1 STK Jas, omschrijving: opdruk FBI (voorwerpnummer: [goednummer] ) aan de verdachte;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Vordering benadeelde partij [slachtoffer]

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 3.000, als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 november 2022 tot de dag van volledige betaling.

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan de staat € 3.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 november 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 30 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,

en mrs. E. Boersma en E. van Vliet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.P.J. Schoonen

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand