ECLI:NL:RBROT:2026:6709

ECLI:NL:RBROT:2026:6709

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer C/10/713118 / FA RK 26-235
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De informele rechtsingang, benoeming bijzondere curator (art 1:250 BW), wijziging ouderlijk gezag zodat ook biologische vader kan meebeslissen, afstamming.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer : C/10/713118 / FA RK 26-235

Beschikking van 8 mei 2026 naar aanleiding van de aanvraag van de minderjarige over het gezag

[minderjarige] , hierna: de minderjarige of [voornaam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats 1] .

In welke zaak de belanghebbenden zijn:

[naam juridische vader] , hierna: de juridische vader,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat mr. C.K. Visser te Oud-Beijerland,

en

[naam moeder] , hierna: de moeder,

wonende te [woonplaats 2] .

Als informant is opgeroepen:

[naam biologische vader] , hierna: de biologische vader,

wonende te [woonplaats 1] .

1. Het procesverloop

[voornaam minderjarige] heeft op 9 januari 2026 een aanvraag aan de kinderrechter voorgelegd over het gezag.

[voornaam minderjarige] heeft op 30 januari 2026 met de kinderrechter gesproken.

Na het gesprek heeft de rechtbank de moeder, de juridische vader en de biologische van [voornaam minderjarige] uitgenodigd voor een mondelinge behandeling.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 2 april 2026. Daarbij zijn verschenen:

de juridische vader, bijgestaan door zijn advocaat;

de moeder;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .

Daarnaast is als informant verschenen:

- de biologische vader.

2. De feiten

[voornaam minderjarige] is geboren uit de moeder op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] .

Ten tijde van de affectieve relatie tussen de moeder en [naam juridische vader] heeft [naam juridische vader] [voornaam minderjarige] erkend en is daarmee haar juridische vader geworden.

Uiteindelijk zijn de moeder en de juridische vader gehuwd. Tijdens dit huwelijk is de halfzus van [voornaam minderjarige] , [naam halfzus] , geboren.

Het huwelijk tussen de moeder en de juridische vader is in 2025 ontbonden.

De moeder en de juridische vader zijn met het gezamenlijk ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] belast.

Na ontbinding van het huwelijk is [voornaam minderjarige] bij haar moeder blijven wonen.

Op 17 december 2025 is [voornaam minderjarige] weggelopen uit de thuissituatie bij de moeder. Vanaf 18 december 2025 verblijft [voornaam minderjarige] bij haar biologische vader met instemming van de moeder en de juridische vader.

3. De beoordeling

[voornaam minderjarige] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter. Zij heeft vervolgens een gesprek gehad met de kinderrechter. Uit de brief en het gesprek blijkt dat zij vraagt om haar biologische vader ook met het gezag te belasten omdat hij de verantwoordelijkheid over haar draagt nu zij bij hem woont en ook bij hem wil blijven wonen. Verder wil [voornaam minderjarige] - op de langere termijn - dat haar biologische vader haar ook kan erkennen.

De informele rechtsingang staat open voor minderjarigen van 12 jaar en ouder en ook voor een jonger kind dat in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. Een informele rechtsingang kan beginnen met een brief, maar ook met een e-mail of een telefonisch contact van de minderjarige met de griffie of een wens geuit in een zogenoemd kindgesprek in een lopende procedure van de ouders. De wens die een kind uit bij de kinderrechter wordt ook wel een aanvraag genoemd.

Een aanvraag van een minderjarige kan op basis van de wet alleen betrekking hebben op de volgende onderwerpen:* Artikel 1:251a lid 4 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW): de rechter kan na ontbinding van het huwelijk ambtshalve bepalen dat het gezag aan één van de ouders toekomt indien hem blijkt dat de minderjarige hierop prijs stelt;* Artikel 1:253a lid 4 jo. 1:377g BW: als sprake is van gezamenlijk gezag kan de rechter, naar aanleiding van een aanvraag van de minderjarige, ambtshalve een beslissing nemen over de zorgregeling of een informatieregeling tussen de ouders onderling en derden;* Artikel 1:377g BW: als sprake is van eenhoofdig gezag kan de rechter, naar aanleiding van een aanvraag van de minderjarige, ambtshalve beslissen over omgang (1:377a en 1:377e BW) en informatie en consultatie (1:377b BW);* Artikel 1:250 BW: de benoeming van een bijzondere curator.

De onder 3.1. vermelde aanvraag van [voornaam minderjarige] ziet niet op de hiervoor opgesomde onderwerpen. De kinderrechter kan dan ook niet via deze informele rechtsingang ambtshalve een beslissing nemen op haar aanvraag. Dat is ook met [voornaam minderjarige] besproken tijdens het voornoemde gesprek. Geen van de juridisch ouders heeft de aanvraag van [voornaam minderjarige] overgenomen, zodat ook niet op een door de wettelijke vertegenwoordigers namens [voornaam minderjarige] ingediend verzoek kan worden beslist.

Een bijzondere curator ex artikel 1:250 BW kan worden benoemd als in aangelegenheden over de verzorging en opvoeding van de minderjarige, dan wel het vermogen van de minderjarige, de belangen van de met het gezag belaste ouders of één van hen, in strijd zijn met die van de minderjarige en de rechter benoeming in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, waarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking wordt genomen. De benoemde bijzondere curator kan de minderjarige zowel binnen als buiten rechte vertegenwoordigen.

In het gesprek met [voornaam minderjarige] heeft de kinderrechter de mogelijkheid van benoeming van een bijzondere curator besproken. Naar aanleiding daarvan heeft [voornaam minderjarige] de kinderrechter gevraagd een bijzondere curator voor haar te benoemen.

De mogelijkheid tot het benoemen van een bijzondere curator is door de kinderrechter ook met de moeder, de juridische vader, de biologische vader en de raad besproken. Alle betrokkenen en de raad staan positief tegenover een dergelijke benoeming.

De rechtbank is voldoende gebleken van een belangenstrijd in de zin van artikel 1:250 BW. De strijd gaat over het gezag over de minderjarige dat nu bij twee volwassenen ligt die al langere tijd niet de dagelijkse zorg uitvoeren. De verhouding tussen [voornaam minderjarige] en haar moeder is al langere tijd ernstig verstoord en met de juridisch vader heeft [voornaam minderjarige] al jarenlang geen contact van betekenis meer. De moeder en de juridische vader zien in dat de biologische vader ook zeggenschap dient te krijgen gelet op de huidige situatie van [voornaam minderjarige] . De moeder ziet echter geen reden om namens [voornaam minderjarige] een procedure te starten om verandering te brengen in de gezagsituatie en de juridische vader begrijpt het dilemma van [voornaam minderjarige] , maar ziet geen kans van slagen in een door hem te starten procedure tot vernietiging van de erkenning. Wat het ouderlijk gezag betreft, vindt hij het geen punt als hier verandering in komt omdat hij feitelijk niet of nauwelijks is betrokken bij gezagsbeslissingen over [voornaam minderjarige] . Gelet op het voorgaande en gelet op de aard van de belangenstrijd acht de rechtbank het in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk dat een onafhankelijke persoon het belang van [voornaam minderjarige] zowel in als buiten rechte gaat vertegenwoordigen.

Mr. R.A.A.H. van Leur, advocaat, is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe ambtshalve door de rechtbank worden benoemd.

De rechtbank zal de bijzondere curator ambtshalve benoemen met als opdracht de belangen van [voornaam minderjarige] te behartigen en in gesprek te gaan met alle betrokkenen: [voornaam minderjarige] , de moeder, de juridische vader (eventueel met bijstand van zijn advocaat) en de biologische vader en met de volwassenen te bespreken wat zij voor [voornaam minderjarige] zouden kunnen betekenen ten aanzien van wat [voornaam minderjarige] de kinderrechter aanvankelijk heeft gevraagd over de gezagspositie van de biologische vader en de gewenste erkenning die daaraan vooraf zou moeten gaan. Het staat de bijzondere curator daarnaast vrij gesprekken te voeren met anderen die informatie over [voornaam minderjarige] kunnen verstrekken. De opdracht strekt zich daarnaast uit tot het doen van verzoeken namens [voornaam minderjarige] in het kader van de belangenstrijd indien de bijzondere curator die in het belang van [voornaam minderjarige] wenselijk of noodzakelijk oordeelt.

Verder verzoekt de rechtbank de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW in acht te nemen.

Het staat de bijzondere curator vrij het onderzoek in te richten zoals haar dat in het belang van [voornaam minderjarige] lijkt. Voor het uitvoeren van de opdracht is het noodzakelijk dat alle betrokkenen meewerken aan het onderzoek van de bijzondere curator.

Indien de bijzondere curator namens [voornaam minderjarige] een of meerdere verzoeken wenst in te dienen, dan zal dat in een afzonderlijke procedure dienen te gebeuren. Deze zaak betreffende de informele rechtsingang van [voornaam minderjarige] wordt afgesloten, behoudens de beslissing over het ontslag van de bijzondere curator na afronding van haar taak in de onderhavige procedure. De bijzondere curator dient met het oog op toekomstig ontslag, de rechtbank in te lichten wanneer zij haar taak heeft afgerond. Voor dit doel zal de rechtbank de zaak pro forma aanhouden.

Terugkoppeling van de beslissing aan de minderjarige

De kinderrechter zal [voornaam minderjarige] , zoals met haar afgesproken, een brief sturen, waarin een en ander als volgt aan de minderjarige wordt uitgelegd:

Beste [voornaam minderjarige] ,

Weet je nog dat wij elkaar spraken op de rechtbank naar aanleiding van een brief die je aan de kinderrechter hebt gestuurd?

Inmiddels heb ik op 2 april 2026 ook je moeder, [naam juridische vader] en [naam biologische vader] gesproken. De raad voor de kinderbescherming was ook bij dit gesprek aanwezig. De raad voor de kinderbescherming is een instantie die de rechtbank adviseert in zaken die over minderjarige kinderen gaan.

Zoals afgesproken heb ik jouw ouders een samenvatting gegeven van wat jij mij had geschreven en van wat wij tijdens ons gesprek hebben besproken. Ik heb hen verteld dat jij mij hebt gevraagd ervoor te zorgen dat [naam biologische vader] ook het gezag over jou krijgt en dat hij jou op den duur kan erkennen. Ik heb, net als ik jou in ons gesprek ook al heb uitgelegd, hen uitgelegd dat dit onderwerpen zijn waarvoor jij niet zelf de kinderrechter om een beslissing kan vragen. Ik kan daarom geen beslissingen nemen naar aanleiding van jouw aanvraag.

Jouw moeder en [naam juridische vader] hebben na deze uitleg om verschillende redenen niet zelf, als jouw wettelijk vertegenwoordigers, aan de rechtbank verzocht om over deze door jou gewenste onderwerpen te beslissen. Voor jou betekent dit dat je nog niet verder bent geholpen met jouw wensen.

In het gesprek dat wij samen hadden, heb jij mij, na uitleg daarover, gevraagd om dan maar een bijzondere curator voor jou te benoemen. Ik heb daar ook met jou ouders over gesproken en zij, [naam biologische vader] en de raad voor de kinderbescherming vinden het een goed idee als ik dat doe. Ik heb hierop besloten om vanwege de belangenstrijd die gaande is tussen jou en jouw ouders over jouw wensen, een bijzondere curator voor jou te benoemen.

De bijzondere curator die ik heb benoemd is mevrouw mr. R.A.A.H. van Leur.

Zij heeft van mij de opdracht gekregen om jouw belangen te behartigen en in gesprek te gaan met jou, je moeder, [naam juridische vader] , [naam biologische vader] en eventueel andere personen die informatie over jou kunnen geven, en dan met de volwassenen te bespreken wat zij voor jou zouden kunnen betekenen ten aanzien van gezag en de gewenste erkenning door [naam biologische vader] . De opdracht omvat ook de mogelijkheid om namens jou verzoeken te doen die te maken hebben met die belangenstrijd als de bijzondere curator die voor jou gewenst of nodig vindt. Als zo’n verzoek wordt ingediend, dan zal dat een aparte procedure worden. De procedure die jij gestart bent met jouw brief, heb ik afgesloten met de benoeming van de bijzondere curator.

Jij zal binnenkort een uitnodiging krijgen van mevrouw Van Leur om in gesprek te gaan. Ik stuur jouw brief niet aan haar door, dus het is aan jou om te beslissen wat jij aan haar kwijt wil over jouw situatie van de afgelopen jaren en van nu.

Ik hoop dat deze uitleg duidelijk is en voor de toekomst wens ik jou verder het allerbeste toe.

Vriendelijke groet,

De kinderrechter

4. De beslissing

De kinderrechter:

beslist dat er geen ambtshalve beslissing op de aanvraag van de minderjarige wordt genomen;

benoemt ambtshalve tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] : mr. R.A.A.H. van Leur, advocaat in Dordrecht en verwijst voor wat de opdracht betreft naar wat is overwogen in rechtsoverwegingen 3.9. tot en met 3.12.;

verzoekt de moeder, de juridische vader en de biologische vader om de bijzondere curator per omgaande hun adres-, e-mail- en/of telefoongegevens en de gegevens van de minderjarige te verstrekken;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de zaak pro forma aan tot 1 augustus 2026 voor de beslissing over de beëindiging van de taak van de bijzondere curator in deze zaak;

verzoekt de bijzondere curator tegen de pro forma datum de rechtbank te berichten of zij haar taak heeft afgerond.

Deze beschikking is gegeven door mr. K. Bakker, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.J. Vrolijk-Kronbichler, griffier, op 8 mei 2026.

Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag:

namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden.

Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J. Vrolijk-Kronbichler

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand