RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 januari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], uit Klaaswaal, verzoekster
de burgemeester van de Hoeksche Waard, de burgemeester
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/10227
(gemachtigde: mr. E.G.S. Roethof),
en
(gemachtigden: S. Kool-Nijssen en F.M. van Jaarsveld-Mooij).
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de woning van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 11 december 2025 heeft de burgemeester de woning van verzoekster gesloten. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 december 2025 op zitting behandeld, gelijktijdig – maar niet gevoegd – met het verzoek om een voorlopige voorziening met zaaknummer ROT 25/10411 (van [naam], partner van verzoekster en verzoeker in deze zaak). Hieraan hebben deelgenomen: mr. Y.K. Bank (waarnemer voor de gemachtigde van verzoekster), [naam] en de gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?
4. In een bestuurlijke rapportage van 12 november 2025 komt het volgende naar voren. Vanwege het aantreffen van een XTC productielocatie in Rotterdam is een strafrechtelijk onderzoek gestart. Volgens de politie is verzoekster bij deze locatie veelvuldig aanwezig geweest. In het kader van dit onderzoek is onder meer de woning van verzoekster, aan de [adres], doorzocht. In totaal is daar in die woning in een tas 12.283,5 gram MDMA, 919,1 gram amfetamine, 89,8 gram 2C-B, 36 gram bk-DMBDP en 6,7 gram cellulose aangetroffen.
5. Verzoekster is eigenaar van de koopwoning en staat op het adres van de woning ingeschreven in de Basisregistratie personen (Brp).
Waar gaat het in deze zaak om?
6. De burgemeester heeft op grond van deze bestuurlijke rapportage verzoekster op 19 november 2025 in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te brengen. Dit heeft verzoekster gedaan op 3 december 2025. Vervolgens heeft de burgemeester het bestreden besluit genomen en besloten de woning te sluiten voor de duur van twaalf maanden. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorzieningen bereiken dat de woning open blijft, totdat is beslist op haar bezwaarschrift.
Spoedeisend belang
7. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift.
De voorzieningenrechter dient eerst te beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
8. De voorzieningenrechter vindt dat het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Hoewel verzoekster met de sluiting geen toegang tot haar woning heeft, kan zij ook fysiek niet naar haar woning toe omdat zij momenteel in detentie zit.
In het verzoekschrift heeft verzoekster aangegeven dat zij dient te beschikken over woonruimte waar zij na haar vrijlating of schorsing uit detentie kan verblijven. De woning is een haar eigen koopwoning en zij kan niet bij andere familie terecht. Verder kan zij geen dubbele lasten dragen als zij elders zou moeten huren. Voorafgaand aan en op de zitting heeft de gemachtigde toegelicht dat zij op de pro forma zitting van 30 januari 2026 (of mogelijk eerder al op 27 januari 2026) een verzoek zal doen tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verzoekster en dat verzoekster vanaf dat moment toegang tot de woning wil hebben. Dit betekent dat verzoekster (in ieder geval) tot eind januari gedetineerd zit en dat op dit moment nog onduidelijk is of en wanneer verzoekster in vrijheid zal worden gesteld.
9. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd dat sprake is van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Nu verzoekster geen spoedeisend belang heeft, kan de door haar gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het besluit van de burgemeester evident onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter ziet in wat verzoekster heeft aangevoerd geen grond voor dat oordeel. Op zitting heeft verzoekster niet langer betwist dat de burgemeester bevoegd was de woning te sluiten. De burgemeester heeft haar besluit om de woning voor twaalf maanden te sluiten gemotiveerd met een verwijzing naar wat is aangetroffen in de woning op 28 oktober 2025 en de bevindingen in een bestuurlijke rapportage van 12 november 2025. Deze motivering is niet evident onrechtmatig, ontoereikend of onjuist.
Conclusie en gevolgen
10. De voorzieningenrechter ziet, gelet op het voorgaande, geen aanleiding om nu een voorlopige voorziening te treffen.
11. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: