ECLI:NL:RBROT:2026:7929

ECLI:NL:RBROT:2026:7929

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 06-07-2026
Zaaknummer ROT 25/3973
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De rechtbank concludeert dat het UWV terecht met toepassing van artikel 13a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) het dagloon van eiser heeft vastgesteld op € 148,50 waarbij is uitgegaan van de referteperiode van 1 maart 2019 tot

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/3973

(gemachtigde: mr. M. Shaaban),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,

(gemachtigde: mr. C. Nobel).

1. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht met toepassing van artikel 13a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) het dagloon van eiser heeft vastgesteld op € 148,50 waarbij is uitgegaan van de referteperiode van 1 maart 2019 tot

1 maart 2020.

Procesverloop

Met het besluit van 10 oktober 2023 (het primaire besluit) heeft het UWV aan eiser een WIA-uitkering toegekend.

Met het besluit van 2 april 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiser gegrond verklaard. Aan eiser is per 16 maart 2020 een IVA-uitkering toegekend.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eiser heeft op 3 december 2025 zijn gronden aangevuld.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

3. In geschil is de referteperiode en de hoogte van het dagloon van de aan eiser toegekende IVA-uitkering.

Eiser voert in beroep aan dat de berekening van zijn uitkering onjuist is, omdat van een onjuist maatmanloon is uitgegaan en de referteperiode en het loon niet overeenkomen. Eiser verwijst naar het arbeidsdeskundig rapport van 6 februari 2025, waarin als referteperiode 23 april 2018 tot 25 maart 2019 is gehanteerd. Eiser meent dat deze periode representatiever is voor de bepaling van het dagloon en meent dat hier niet in zijn nadeel van kan worden afgeweken.

Het UWV heeft in het verweerschrift toegelicht dat met het bestreden besluit toepassing is gegeven aan artikel 13a van de Wet WIA in afwijking op de hoofdregel van artikel 13 en 23 van de Wet WIA, waarbij ook is uitgegaan van een hoger dagloon. Het dagloon waarbij uitgegaan wordt van 7 april 2014 als eerste ziektedag met een referteperiode van 24 maart 2013 tot 23 maart 2014, bedraagt per 16 maart 2020 € 62,66. De hoogte van de IVA-uitkering bedraagt in dat geval per 16 maart 2020 €1.022,14 bruto per maand. Het dagloon waarbij uitgegaan wordt van 16 maart 2020 als eerste ziektedag met een referteperiode van 1 maart 2019 tot 1 maart 2020, bedraagt per 16 maart 2020 € 148,50. De hoogte van de IVA-uitkering bedraagt in dat geval per 16 maart 2020 € 2.422,40 bruto per maand. Het UWV erkent dat een onjuiste maatman is gehanteerd en heeft om die reden een arbeidsdeskundige heroverweging zoals vastgesteld in het rapport van 17 juli 2025 overgelegd. De heroverweging wijzigt de arbeidskundige eindconclusie echter niet, omdat eiser per 16 maart 2020 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt op arbeidskundige gronden blijft.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

Zoals het UWV in het verweerschrift en tijdens de zitting heeft toegelicht is de maatman in beroep heroverwogen. Deze heroverweging van de maatman heeft geen gevolgen voor eiser, omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wordt geacht en aan hem een IVA-uitkering is toegekend. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 17 juli 2025 een heroverweging gemaakt met de juiste maatman, waarbij is uitgegaan van de referteperiode van 1 januari 2014 tot en met 23 maart 2014 voor het vaststellen van de maatmanloon. De stelling van eiser dat de referteperiode van

23 april 2018 tot 25 maart 2019 moet worden gehanteerd, staat daarmee haaks op zijn beroepsgrond dat een onjuiste maatman is gehanteerd. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de Centrale Raad van Beroep (de Raad) meermalen heeft geoordeeld dat de vaststelling van het maatmanloon los staat van de vaststelling van het dagloon, omdat deze begrippen van elkaar verschillen, het gebruik ervan gebaseerd is op verschillende wettelijke bepalingen en zij niet dezelfde doelen dienen.

Daarnaast staat vast dat bij het vaststellen van het dagloon van eiser geen toepassing is gegeven aan de hoofdregel in de artikelen 13 en 23 van de Wet WIA, het UWV heeft juist in het voordeel van eiser toepassing gegeven aan artikel 13a van de Wet WIA. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat voor de toepassing van het eerste lid, in artikel 13, eerste lid, in plaats van ‘voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ziekte, het gebrek, de zwangerschap of de bevalling, die tot volledig en duurzame arbeidsongeschiktheid of gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid heeft geleid, is ingetreden’ wordt gelezen: ‘voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ziekte, het gebrek, de zwangerschap of de bevalling, die tot het ontstaan van een tweede recht op uitkering zou hebben geleid, is ingetreden’. Dat betekent in eisers geval dat de referteperiode van

1 maart 2019 tot 1 maart 2020 loopt. De artikelen 13, 13a en 23 van de Wet WIA zijn dwingendrechtelijke bepalingen, waar het UWV niet van kan afwijken.

Voor toepassing van de periode van 23 april 2018 tot 25 maart 2019 voor het vaststellen van het dagloon van eiser bestaat daarom geen ruimte, omdat deze periode ziet op een onjuiste maatman en het UWV niet kan afwijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van de wet in formele zin, zoals de Wet WIA.

De rechtbank overweegt het volgende met betrekking tot de door eiser in beroep gemaakte verwijzing naar een gepubliceerd onderzoek, waaruit blijkt dat het UWV in andere gevallen fouten heeft gemaakt. Voor zover eiser heeft willen betogen dat hieruit blijkt dat het UWV in dit concrete geval ook fouten zouden hebben gemaakt of onzorgvuldig zou hebben gehandeld, is de rechtbank van oordeel dat die stelling gelet op het ontbreken van enige onderbouwing en de enkele verwijzing naar een algemene informatiebron geen doel treft. Daar komt bij dat namens eiser tijdens de zitting is toegelicht dat dit onderzoek werd ingebracht omdat de motivering van het bestreden besluit hem niet duidelijk was. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd verklaard dat met de tijdens de zitting gegeven toelichting de berekening van de referteperiode alsnog duidelijk is geworden.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Het UWV heeft op juiste wijze het dagloon van eiser vastgesteld. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand