ECLI:NL:RBROT:2026:8064

ECLI:NL:RBROT:2026:8064

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 06-07-2026
Zaaknummer ROT 25/7921
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing om een herbeoordeling van het recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank concludeert dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat er geen sprake is van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/7921

(gemachtigde: mr. drs. M. Molenaar),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,

(gemachtigde: [naam] ).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing om een herbeoordeling van het recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank concludeert dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat er geen sprake is van procesbelang.

Procesverloop

Met het besluit van 6 juni 2025 (het primaire besluit) heeft het UWV het verzoek van eiseres om een herbeoordeling van haar recht op een WIA-uitkering afgewezen, omdat er van eiseres geen ziekmelding of eerdere WIA-toekenning bekend is.

Met het besluit van 5 september 2025 (het bestreden besluit I) op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag om een herbeoordeling gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I.

Het UWV heeft op 20 oktober 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen (het bestreden besluit II). Daarin heeft het UWV het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard en het standpunt gehandhaafd met een wijziging van de grondslag.

Eiseres heeft nadere stukken ingediend.

Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de partner van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

De rechtbank heeft ter zitting het onderzoek geschorst ten behoeve van een mogelijk mediation-traject.

Het UWV heeft met de brief van 19 maart 2026 aan de rechtbank kenbaar gemaakt geen meerwaarde te zien in de inzet van een mediation-traject en verzocht om een uitspraak.

Partijen hebben desgevraagd niet aangegeven een nadere zitting te wensen. De rechtbank heeft daarom bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt vast dat het UWV met het bestreden besluit II het bestreden besluit I heeft gewijzigd. Omdat het UWV met het bestreden besluit II niet tegemoet is gekomen aan de bezwaren van eiseres, heeft het beroep op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van rechtswege mede betrekking op het bestreden besluit II. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit I. In zoverre zal de rechtbank het beroep van eiseres niet-ontvankelijk verklaren.

3. Eiseres heeft op 21 mei 2025 een verzoek om herbeoordeling van haar recht op een WIA-uitkering bij het UWV ingediend. Zij heeft daarbij aangegeven dat sinds 2016 haar medische situatie verslechterd is en heeft daartoe medische stukken ingediend.

4. Het UWV heeft met het bestreden besluit II het verzoek om een herbeoordeling van de WIA-uitkering afgewezen. Aan dit besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres geen lopende WIA-uitkering ontvangt, dat er nooit een WIA-beoordeling heeft plaatsgevonden en dat eiseres in 2016 niet verzekerd was voor de WIA.

5. De rechtbank stelt ambtshalve aan de orde of eiseres procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit II.

Naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (de Raad), is sprake van (voldoende) procesbelang indien het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang.

Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat haar belang ziet op het houden van een hoorzitting. Op een hoorzitting zou zij nader willen toelichten dat zij na 2016 bij [bedrijf] in Dordrecht een arbeidsovereenkomst in feitelijk zin heeft gehad waarbij zij arbeid leverde voor loon en waarvoor premies zijn afgedragen. Vanwege haar medische klachten was verdere voortzetting van de arbeid op enig moment niet meer mogelijk. Op een hoorzitting zou eiseres ook graag medisch beoordeeld willen worden door het UWV. Eiseres heeft eveneens ter zitting laten weten dat zij een nieuwe aanvraag voor een WIA-uitkering heeft ingediend en (onder meer) met de afdeling sociaal medische zaken (SMZ) contact hierover heeft gehad. Het UWV heeft bevestigd dat de afdeling SMZ deze aanvraag zal oppakken.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de omstandigheid dat eiseres op een hoorzitting wenst te worden gehoord over haar verzoek om een herbeoordeling, in dit geval geen procesbelang worden afgeleid. Eiseres heeft immers geen lopende WIA-uitkering of een WIA-beoordeling in de afgelopen vijf jaar gehad, waardoor geen herbeoordeling kan plaatsvinden. Eiseres heeft daarnaast een nieuwe aanvraag om een WIA-uitkering ingediend dat door de afdeling SMZ van het UWV wordt opgepakt. Zoals het UWV op de zitting heeft toegelicht zal daarbij inhoudelijk worden beoordeeld of sprake is geweest van een dienstverband in juridische zin, waarna mogelijk een beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zal plaatsvinden.

6. Nu eiseres geen procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie en gevolgen

Omdat het UWV in beroep het bestreden besluit I heeft gewijzigd met het bestreden besluit II, ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat het UWV aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

De rechtbank ziet ook aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Volgens vaste rechtspraak staat een familierelatie er op zichzelf niet aan in de weg dat de gemachtigde als derde wordt aangemerkt. Die familierelatie staat voorts ook niet aan het beroepsmatige karakter van verleende rechtsbijstand in de weg, met dien verstande dat als rechtsbijstand wordt verleend door een persoon die behoort tot het huishouden van belanghebbende in beginsel moet worden aangenomen dat deze niet op zakelijke basis is verleend en daarom niet kan gelden als beroepsmatig verleend. Niet in geschil is dat gemachtigde de zoon is van eiseres. Eiseres heeft evenwel toegelicht en onderbouwd dat de rechtsbijstand op zakelijke basis is verleend. De proceskosten komen daarom voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,-).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand