ECLI:NL:RBROT:2026:838

ECLI:NL:RBROT:2026:838

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 10-194128-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Een minderjarige verdachte. Vrijspraak van deelneming aan een terroristische organisatie, veroordeling voor het verspreiden en in voorraad hebben van opruiend materiaal.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10-194128-24

Datum uitspraak: 3 februari 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] ,

raadsman mr. R. Moghni, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 20 januari 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Spaans heeft gevorderd:

4. Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Oordeel van de rechtbank

Aan de verdachte is primair ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan de Islamitische Staat (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties.

Voor deelneming aan een terroristische organisatie is vereist dat de verdachte behoort tot een duurzaam samenwerkingsverband dat het oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven en dat hij verdachte een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van dat oogmerk, dan wel dat de verdachte die gedragingen ondersteunt (vgl. HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5161 en HR 30 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:771). Het lidmaatschap van de organisatie kan expliciet blijken, bijvoorbeeld door het afleggen van de eed van trouw en kan ook worden afgeleid uit het aandeel dat de verdachte heeft gehad in de verwezenlijking van het terroristische oogmerk (vgl. HR 16 oktober 1990, NJ 1991, 442; Mariënburcht). Kan, na een expliciete toetredingshandeling, een enkele hierbedoelde bijdrage al strafbare deelneming aan de terroristische organisatie opleveren, zonder expliciet bewijs van toetreden tot de organisatie zal de bijdrage van een zeker gewicht en van een zekere duurzaamheid dienen te zijn (rechtbank Rotterdam, 12 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13781).

Uit het dossier blijkt dat de verdachte in de ten laste gelegde periode actief is geweest in Telegramgroepen, waarin hij video’s en afbeeldingen van de gewapende jihadstrijd, van martelingen en van executies, alsook ‘nasheeds’ (strijdliederen) deelde. Hij was ook beheerder van meerdere van deze Telegramgroepen. Daarnaast heeft hij via zijn webshop goederen verkocht die associaties opwekken met jihadistische organisaties, waaronder ‘hisbah’ vesten. Via whatsapp heeft hij zich dreigend uitgelaten over joden en ongelovigen, die hij op een dag zou willen onthoofden.

De vraag die als eerste voorligt is of de verdachte deel is gaan uitmaken van IS dan wel van een van de andere hiervoor genoemde groeperingen. Uit het dossier en het onderzoek op de terechtzitting blijkt niet dat de verdachte een eed van trouw heeft afgelegd en evenmin van een ander formeel moment waaruit het toetreden tot de organisatie kan worden afgeleid. Evenmin is gebleken dat de verdachte rechtstreeks contact heeft gehad met leden van deze organisaties. De rechtbank is voorts van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de hiervoor genoemde gedragingen voldoende zwaarwegend zijn om te concluderen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie.

Conclusie

De verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.

5. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het subsidiair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in of omstreeks de periode van 18 december 2023 tot en met 18 juni

2024 te Rotterdam, althans in Nederland,

meerdere, althans een, geschrift(en) en/of afbeelding(en), waarin tot

enig strafbaar feit of tot een gewelddadig optreden tegen het openbaar

gezag wordt opgeruid, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid

terroristische misdrijven dan wel misdrijven ter voorbereiding of

vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt,

heeft verspreid, en/of om te verspreiden, in voorraad heeft gehad,

terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat in

deze geschrift(en) en/of afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,

1.door in een chatgroep op Telegram met de naam ‘ [naam chatgroep]

’ veelvuldig video’s te plaatsen en/of te

delen, op welke video’s, onder meer, beelden van de gewapende

Jihadstrijd en/of martelingen en/of executies zichtbaar zijn en/of

nasheeds (strijdliederen) hoorbaar zijn, waaronder

- een video en/of nasheed (strijdlied) gemaakt door Islamitische Staat

met de titel ‘ [naam titel] ’, in welke video en/of nasheed beelden

zichtbaar zijn van gewelddadige aanslagen en/of executies gepleegd

door Islamitische Staat en/of waarin wordt opgeroepen om

gewelddadige aanslagen in het Westen te plegen en/of iedereen te

doden in naam van Islamitische Staat en/of

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin beelden zijn te zien

van gewelddadige aanslagen in het Westen gepleegd door Islamitische

Staat en met daarin advies over het zoeken naar een geschikte locatie

voor het plegen van een gewelddadige aanslag en/of advies over het

plannen en/of uitvoeren van een gewelddadige aanslag in het Westen

en/of

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin meerdere

Christenen door leden van Islamitische Staat worden geëxecuteerd

met daarbij de tekst ‘ [naam tekst]

’;

2.door op meerdere, althans een, gegevensdrager(s) meerdere, althans

een, video(’s) in voorraad te hebben gehad, op welke video’s, onder

meer, beelden van de gewapende Jihadstrijd en/of martelingen en/of

executies zichtbaar zijn en/of nasheeds (strijdliederen) hoorbaar zijn,

waaronder

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin tientallen

personen om het leven worden gebracht door leden van Islamitische

Staat en/of

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin een Jordaanse

piloot, die is opgesloten in een kooi, levend in brand wordt gestoken,

in welke video’s de gewelddadige Jihadstrijd en/of strijders van deze

strijd en/of een martelaarsdood en/of de terroristische organisatie

Islamitische Staat worden verheerlijkt, en waarin (impliciet) wordt

opgeroepen tot toepassing van geweld tegen tegenstanders van

Islamitische Staat en/of ongelovigen en tot het deelnemen aan de

gewelddadige Jihadstrijd, terwijl het deelnemen aan die strijd het

plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

een geschrift en afbeelding waarin tot enig strafbaar feit en tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreiden en om verspreid te worden in voorraad hebben, terwijl hij weet dat in het geschrift en de afbeelding zodanige opruiing voorkomt en terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter bevordering of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

7. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft op grote schaal tekstberichten, afbeeldingen en video’s gedeeld met anderen en deze in voorraad gehad, alle met een terroristisch-jihadistische inhoud of context. Aldus heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verspreiden van opruiende berichten/teksten, afbeeldingen en video’s.

Terrorisme wordt internationaal gezien als een geheel van zeer ernstige misdrijven. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en/of de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. De verdachte heeft zich hier bij zijn handelen niets aan gelegen laten liggen.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van de verdachte van 20 juni 2024, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 juli 2025. Dit rapport houdt, kort weergegeven en voor zover hier van belang, het volgende in.

Er is sprake van zowel beschermende als risicofactoren die de kans op herhaling van strafbaar gedrag beïnvloeden. Er worden met name binnen de domeinen houding en vaardigheden risicofactoren gevonden. Het tamelijk hoge religieuze kennisniveau van de verdachte en zijn niet-extremistische geloofsoriëntatie hebben hem niet kunnen beschermen om online grenzen op te zoeken en te overschrijden. Het is daarom belangrijk dat de verdachte inzicht krijgt in wat de motieven, mechanismen en drijfveren zijn geweest om dit toch te doen. Het is noodzakelijk om de door de verdachte reeds ingezette gesprekken met het Landelijk Steunpunt Extremisme voort te zetten. Geadviseerd wordt om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, onder meer bestaande uit begeleiding en toezicht door de jeugdreclassering en meewerken aan gesprekken met het Landelijk Steunpunt Extremisme.

Reclassering Nederland heeft een adviesrapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

11 april 2025. Dit rapport houdt, kort weergegeven en voor zover hier van belang, het volgende in.

De onderzochte domeinen met risico-indicatoren (‘overtuiging, opvatting en ideologie’, ‘sociale context en intentie’, ‘historie, actie en capaciteit’ en ‘toewijding en motivatie’ worden beoordeeld als respectievelijk laag, matig-hoog, laag-matig en laag-matig.

Het domein ‘protectieve en risicoverlagende factoren’ wordt beoordeeld als hoog (beschermend).

Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) heeft over de verdachte een rapport op gemaakt, gedateerd 5 september 2024. Er zijn in het onderzoek van het NIVP geen aanwijzingen gezien voor een voorliggende psychiatrische stoornis of psychopathologie anderszins.

Door Nuance door Training & Advies (NTA) is een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 3 december 2024. Dit rapport houdt, kort weergegeven en voor zover hier van belang, het volgende in.

De verdachte heeft zich gedurende een periode verdiept in ideologie en werkwijze van extremistische groeperingen, in het bijzonder Islamitische Staat. Uit de gesprekken met de verdachte blijkt dat hij het extremistische gedachtegoed niet heeft omarmd. Hij staat een niet-extremistische geloofsbeleving voor en heeft, voor iemand van zijn leeftijd, een behoorlijk religieus kennisniveau. Zijn online gedrag in relatie tot extremistische netwerken is echter niet geheel eenduidig. Hij uit zich online niet kritisch. Hij consumeert en deelt propagandamateriaal en maakt deel uit van diverse extremistische onlinegroepen. Mogelijk hebben sensatiezucht, het opzoeken van grenzen of andere jeugdige motieven hierin een rol gespeeld. Het is belangrijk dat de verdachte inzicht krijgt in wat de motieven, mechanismen en drijfveren zijn geweest om dit, ondanks de risico’s, toch te doen. Dit om recidive te voorkomen en zijn ondernemende en leervermogende competenties ten goede in te zetten.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De op te leggen straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd nu de rechtbank vrijspreekt van het primaire feit.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

9. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen Apple iPhone en Dell laptop verbeurd te verklaren en de in beslag genomen vlag en diversen aan administratie te onttrekken aan het verkeer.

Beoordeling

De in beslag genomen Apple iPhone en Dell laptop zullen worden verbeurd verklaard.

Het bewezen feit is met behulp van deze voorwerpen begaan.

De in beslag genomen administratie zal worden onttrokken aan het verkeer. Het betreft verschillende stukken (schriftjes, tekenvellen) met daarop aan IS-gerelateerde teksten en/of afbeeldingen. Deze spullen zijn van de verdachte en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 57, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z,, 77aa en 132 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur 100 (honderd) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte groot 48 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

geeft opdracht aan Reclassering Nederland/Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het bewezen feit:

- verklaart onttrokken aan het verkeer:

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J.L.M. Boek en D.M. Douwes, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 februari 2026.

De jongste rechter is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1. primair

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2023 tot en met 18 juni

2024 in Rotterdam, althans Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, heeft

deelgenomen aan een of meer terroristische organisatie(s), te weten

Islamitische Staat (IS) en/of Jabhat al Nusra (JaN) (later Ha’yat Tahrir

al-Sham (HTS) of Jabhat Fatah Al-Sham), althans (telkens) een aan IS

en/of JaN en/of Al Qaida gelieerde organisatie(s),

welke organisatie(s) tot oogmerk had(den) en/of heeft/hebben het

plegen van terroristische misdrijven, te weten:

A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of

dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157

Wetboek van Strafrecht), begaan met een terroristisch oogmerk (zoals

bedoeld in artikel 176a Wetboek van Strafrecht) en/of

B. doodslag begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in

artikel 288a Wetboek van Strafrecht) en/of

C. moord begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel

289/289a jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of

bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel

176a en/of 289a en/of 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht);

1. subsidiair.

hij in of omstreeks de periode van 18 december 2023 tot en met 18 juni

2024 te Rotterdam, althans in Nederland,

meerdere, althans een, geschrift(en) en/of afbeelding(en), waarin tot

enig strafbaar feit of tot een gewelddadig optreden tegen het openbaar

gezag wordt opgeruid, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid

terroristische misdrijven dan wel misdrijven ter voorbereiding of

vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt,

heeft verspreid, en/of om te verspreiden, in voorraad heeft gehad,

terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat in

deze geschrift(en) en/of afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,

1. door in een chatgroep op Telegram met de naam ‘ [naam chatgroep]

’ veelvuldig video’s te plaatsen en/of te

delen, op welke video’s, onder meer, beelden van de gewapende

Jihadstrijd en/of martelingen en/of executies zichtbaar zijn en/of

nasheeds (strijdliederen) hoorbaar zijn, waaronder

- een video en/of nasheed (strijdlied) gemaakt door Islamitische Staat

met de titel ‘ [naam titel] ’, in welke video en/of nasheed beelden

zichtbaar zijn van gewelddadige aanslagen en/of executies gepleegd

door Islamitische Staat en/of waarin wordt opgeroepen om

gewelddadige aanslagen in het Westen te plegen en/of iedereen te

doden in naam van Islamitische Staat en/of

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin beelden zijn te zien

van gewelddadige aanslagen in het Westen gepleegd door Islamitische

Staat en met daarin advies over het zoeken naar een geschikte locatie

voor het plegen van een gewelddadige aanslag en/of advies over het

plannen en/of uitvoeren van een gewelddadige aanslag in het Westen

en/of

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin meerdere

Christenen door leden van Islamitische Staat worden geëxecuteerd

met daarbij de tekst ‘ [naam tekst]

’;

2. door op meerdere, althans een, gegevensdrager(s) meerdere, althans

een, video(’s) in voorraad te hebben gehad, op welke video’s, onder

meer, beelden van de gewapende Jihadstrijd en/of martelingen en/of

executies zichtbaar zijn en/of nasheeds (strijdliederen) hoorbaar zijn,

waaronder

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin tientallen

personen om het leven worden gebracht door leden van Islamitische

Staat en/of

- een video gemaakt door Islamitische Staat waarin een Jordaanse

piloot, die is opgesloten in een kooi, levend in brand wordt gestoken,

in welke video’s de gewelddadige Jihadstrijd en/of strijders van deze

strijd en/of een martelaarsdood en/of de terroristische organisatie

Islamitische Staat worden verheerlijkt, en waarin (impliciet) wordt

opgeroepen tot toepassing van geweld tegen tegenstanders van

Islamitische Staat en/of ongelovigen en tot het deelnemen aan de

gewelddadige Jihadstrijd, terwijl het deelnemen aan die strijd het

plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?