ECLI:NL:RBROT:2026:8475

ECLI:NL:RBROT:2026:8475

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 13-07-2026
Zaaknummer ROT 25/3965
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Afwijzing aanvraag om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Er is geen blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het enkele feit dat eiser zorgmijdend is, betekent niet dat zonder meer aanspraak bestaat op zorg op grond van de Wlz. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/3965

(gemachtigde: mr. M.Y. van Oel),

en

(gemachtigde: mr. L.M.R. Kater).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser geen recht heeft op zorg op grond van de Wlz. Eiser heeft geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.

Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 12 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 maart 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn dochter [dochter eiser] , namens de gemachtigde van eiser mr. O. Arslan, en de gemachtigde van verweerder.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiser heeft op 9 mei 2024 een aanvraag ingediend voor zorg in het kader van de Wlz. Er heeft op 12 juni 2024 een huisbezoek plaatsgevonden, waarna verweerder eisers aanvraag met het primaire besluit heeft afgewezen.

4. In het kader van het door eiser ingediende bezwaar tegen het primaire besluit heeft de medisch adviseur van verweerder op 18 februari 2025 een medisch advies opgesteld en heeft op 6 maart 2025 een hoorzitting plaatsgevonden. Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.

5. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat niet kan worden vastgesteld dat de huidige zorgbehoefte van eiser aan 24 per dag zorg in de nabijheid ook blijvend van aard is. Er is daarmee volgens verweerder geen toegang tot zorg op grond van de Wlz.

Beoordeling door de rechtbank

6. De toepasselijke regels uit de Wlz zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

7. Bij eiser zijn de grondslagen somatische aandoening en lichamelijke handicap vastgesteld. Deze grondslagen kunnen toegang geven tot Wlz-zorg als aan de voorwaarden van artikel 3.2.1. van de Wlz is voldaan. Niet in geschil is dat er bij eiser momenteel een noodzaak is tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Beoordeeld dient te worden of eisers zorgbehoefte kan worden beschouwd als blijvend, dat wil zeggen van niet voorbijgaande aard.

8. Eiser voert in beroep – samengevat en voor zover van belang – aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eisers zorgbehoefte niet blijvend is. Volgens eiser hebben betrokken zorgverleners bevestigd dat hij een langdurig patroon van behandelweigering heeft. Eiser stelt daarom dat het niet aannemelijk is dat substantiële functionele verbetering in zijn situatie verwacht kan worden. Verweerder had deze behandelgeschiedenis en realistische prognose volgens eiser moeten wegen en had niet mogen volstaan met een vage verwijzing naar mogelijke toekomstige behandelopties. Verder stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn actuele zorgbehoefte. Uit het medisch advies blijkt dat er sinds 2023 geen nieuw neuropsychologisch of psychiatrisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Zonder actuele diagnosestelling kan verweerder volgens eiser niet met voldoende zekerheid concluderen dat de zorgbehoefte niet blijvend van aard is.

9. Verweerder heeft het medisch advies van 18 februari 2025 aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. De medisch adviseur komt in dit advies tot de conclusie dat eiser afhankelijk is van 24 uur per dag zorg in de nabijheid op basis van psychische problemen waarvoor geen actuele diagnostiek is verricht, cognitieve problemen en somatische problemen. Er bestaat een beperkte motivatie voor behandeling ondanks dat niet gesproken wordt over een verminderd ziekte-inzicht of besef; wel lijken psychiatrische problemen te zorgen voor wantrouwen en non-compliance. Aangezien deze problemen onvoldoende in kaart zijn gebracht en zijn behandeld, geldt dat eisers huidige zorgbehoefte niet als blijvend kan worden beschouwd. De medisch adviseur adviseert de adviezen vanuit de hartfalen polikliniek ten aanzien van het aangaan van klinisch psychologische zorg verder op te volgen en/of via de huisarts psychiatrische diagnostiek en neuropsychologisch onderzoek te ondergaan om de psychische en cognitieve problematiek zoals deze op dit moment bestaat goed in kaart te brengen en waar mogelijk te behandelen. Als resultaat hiervan is het volgens de medisch adviseur mogelijk dat ook op somatisch gebied verbetering ontstaat door afname van angsten en toename van compliantie. Het komt er volgens verweerder op neer dat doordat de problematiek op het gebied van het psychische en cognitieve functioneren onvoldoende in kaart is gebracht, onvoldoende duidelijk is of er mogelijk nog behandelingen kunnen plaatsvinden, waardoor het functioneren van eiser kan verbeteren en zijn zorgbehoefte zou kunnen afnemen.

10. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (bijvoorbeeld de uitspraak van 16 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3266) is een advies van een medisch adviseur van het CIZ een deskundigenadvies en mag het CIZ, indien het advies op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld, bij de besluitvorming in beginsel van dat advies uitgaan, tenzij er concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies.

11. Eisers betoog dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd is omdat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de actuele zorgbehoefte, volgt de rechtbank niet. Hierbij is van belang dat de medisch adviseur dossierstudie heeft verricht en dat de beschikbare medische informatie is meegewogen. Bovendien heeft de medisch adviseur aanvullende informatie opgevraagd bij de huisarts van eiser en de verkregen informatie bij de beoordeling betrokken. Anders dan eiser heeft betoogd, was het niet aan verweerder om neuropsychologisch of psychiatrisch onderzoek te laten verrichten. Eiser doet immers de aanvraag en het ligt daarom op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat hij aan de geldende criteria voldoet (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Nu hij dit niet gedaan heeft, komt de onzekerheid over mogelijke behandelingen voor zijn rekening en risico.

Verweerder heeft zich voor het bestreden besluit daarom mogen baseren op het advies van de medisch adviseur, nu dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Door eiser zijn ook geen (medische) stukken overgelegd op grond waarvan aan de juistheid van het medisch oordeel moet worden getwijfeld. Bovendien kan eiser, zoals verweerder terecht heeft gesteld, een nieuwe aanvraag indienen als er nieuwe medische informatie beschikbaar komt waaruit de blijvendheid van de huidige behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid blijkt. Ter zitting heeft eiser in dit verband gewezen op recente epileptische aanvallen en vergeetachtigheid. Verweerder heeft daar overigens op gewezen dat ook dan de vraag rijst of die leiden tot een blijvende zorgbehoefte.

12. Voor zover eisers gronden zien op het ernstig nadeel en de planbare zorg merkt de rechtbank op dat door verweerder niet wordt miskend dat eiser momenteel behoefte heeft aan 24 uur per dag aan zorg in de nabijheid. Verweerder heeft eisers aanvraag echter afgewezen omdat de blijvendheid van deze noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid volgens verweerder niet kan worden vastgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder op zorgvuldige en toereikende wijze heeft gemotiveerd dat de blijvendheid op dit moment niet kan worden vastgesteld. Dat eiser zorgmijdend is, naar hij stelt, blijkt ook uit de medische stukken die de medisch adviseur van verweerder kenbaar in het advies heeft betrokken. Het enkele feit dat eiser zorgmijdend is, betekent echter niet dat zonder meer aanspraak bestaat op zorg op grond van de Wlz. De medisch adviseur heeft er immers op gewezen dat eisers psychiatrische problematiek en huidige cognitieve functies nader in kaart moeten worden gebracht, zodat duidelijker wordt welke factoren in de levensgeschiedenis en welk onderliggend lijden maakt dat eiser niet therapietrouw is. Als dat duidelijk, kan er gerichte behandeling en ondersteuning op worden ingezet. Verweerder heeft er daarbij, onder verwijzing naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 april 2022 (ECLI:CRVB:2022:1083), op gewezen dat eiser een behandeling mag weigeren maar dat, zolang er nog behandelingen mogelijk zijn, de blijvendheid van de behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet kan worden vastgesteld en er geen toegang bestaat tot de Wlz. Gelet op het voorgaande heeft de medisch adviseur terecht gesteld dat psychische behandeling en het opvolgen van leefstijladviezen en behandeladviezen ertoe kan leiden dat eiser in de toekomst niet meer afhankelijk zal zijn van 24 uur per dag zorg in de nabijheid.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet langdurige zorg

Op grond van artikel 3.2.1, eerste lid, heeft een verzekerde recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:

a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of

b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,

1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of

2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.

In het tweede lid is bepaald dat in het eerste lid wordt verstaan onder:

a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;

b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;

c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:

1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;

2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;

3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;

4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;

d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;

e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand