RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12114390 VZ VERZ 26-650
datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,
gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen,
tegen
1. [verweerder 1] ,
2. [verweerder 2] , vennoot van [verweerder 1] ,
3. [verweerder 3] , vennoot van [verweerder 1] ,
allen zaakdoende te Ridderkerk,
verweersters, verzoeksters in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,
vertegenwoordigd door: [verweerder 3] .
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerder 1] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift tevens incidenteel verzoek ex artikel 223 Rv van [verzoeker] , met bijlagen;
het verweerschrift van [verweerder 1] met (voorwaardelijk) tegenverzoek, met bijlagen.
Op 25 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting met de gemachtigde van [verzoeker] en [verweerder 3] namens [verweerder 1] besproken.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[verzoeker] werkte sinds 26 november 2025 bij [verweerder 1] als masseur. Hij is op 12 januari 2026 op staande voet ontslagen wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag naar klanten. [verzoeker] wil dat deze opzegging wordt vernietigd en dat [verweerder 1] het salaris doorbetaalt. [verweerder 1] vindt dat alle verzoeken van [verzoeker] moeten worden afgewezen en dat [verzoeker] wordt veroordeeld om aan [verweerder 1] de geleden imago- en omzetschade, nader op te maken bij staat, te vergoeden en de volledig gemaakte proceskosten te betalen. Als de opzegging wordt vernietigd, verzoekt [verweerder 1] de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens verwijtbaar handelen danwel een verstoorde arbeidsverhouding. [verzoeker] is het daar niet mee eens. Als de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, wil hij een transitievergoeding en een billijke vergoeding.
[verzoeker] krijgt ongelijk: het ontslag blijft in stand. [verzoeker] krijgt geen transitievergoeding. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is.
Het ontslag is geldig
De opzegging wordt niet vernietigd. Dat kan namelijk alleen als het ontslag niet geldig is (artikel 7:681 lid 1 onder a BW). Daar is in dit geval geen sprake van, want er is voldaan aan de voorwaarden voor een ontslag op staande voet. Dat zijn kort gezegd 1) een dringende reden, 2) onverwijld opzeggen en 3) onverwijld mededelen van de reden (artikel 7:671 lid 1 onder c BW en artikel 7:677 BW).
Er is een dringende reden
Er is een dringende reden voor ontslag op staande voet. Met een dringende reden wordt bedoeld één of meer eigenschappen en/of gedragingen van de werknemer die het voor de werkgever onmogelijk maken om door te gaan met het dienstverband (artikel 7:678 lid 1 BW). Of er een dringende reden is, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden. Hierna wordt uitgelegd waarom hier sprake is van een dringende reden.
Op 11 januari 2026 ontving [verweerder 1] via WhatsApp een klacht van mevrouw A. Zij schreef dat zij op 10 januari 2026 een massagebehandeling van [verzoeker] heeft gehad en dat zij zijn gedrag tijdens die behandeling als ernstig grensoverschrijdend had ervaren. Volgens haar heeft [verzoeker] haar tijdens de massage seksueel aangeraakt zonder haar toestemming. Zij heeft aangifte van verkrachting gedaan bij de politie. Diezelfde dag ontving [verweerder 1] per e-mail ook een klacht van mevrouw B. Ook zij is op 10 januari 2026 door [verzoeker] gemasseerd. Mevrouw B heeft verklaard dat [verzoeker] haar tijdens de massage zonder haar toestemming heeft aangeraakt op intieme delen van haar lichaam.
Deze twee meldingen waren voor [verweerder 1] aanleiding om direct onderzoek te doen. [verweerder 1] heeft [verzoeker] geïnformeerd over de inhoud van de klachten en hem de gelegenheid gegeven daarop te reageren. [verzoeker] heeft ontkend dat hij zich grensoverschrijdend heeft gedragen. Daarna heeft [verweerder 1] de twee klaagsters gesproken. Pas uit de verklaring van mevrouw A bleek dat het ging om zeer ernstige gedragingen. Mevrouw A heeft verklaard dat [verzoeker] haar tijdens de behandeling op meerdere intieme plekken heeft aangeraakt en dat hij met zijn vingers in haar mond en vagina minutenlang is binnengedrongen. Ook heeft zij verklaard dat [verzoeker] zijn hand op haar mond heeft gelegd, waardoor zij niet kon spreken en ook bijna niet kon ademen. Volgens mevrouw A bevroor zij tijdens de behandeling en kon zij daardoor niet op de juiste manier reageren. [verweerder 1] heeft daarna ook andere medewerkers gehoord, maar geen van hen heeft de door de klaagsters beschreven gebeurtenissen gezien. Na het onderzoek zag [verweerder 1] zich geen andere keuze dan [verzoeker] op staande voet te ontslaan.
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is gebleken dat [verzoeker] zich tijdens de behandelingen van mevrouw A en mevrouw B seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen. Daarbij is van belang dat beide vrouwen onafhankelijk van elkaar een klacht hebben ingediend over vergelijkbaar ongewenst en ontoelaatbaar gedrag tijdens een massage door [verzoeker] . Niet weersproken is dat de twee klaagsters elkaar niet kennen en dat zij op verschillende tijdstippen op 10 januari 2026 door [verzoeker] zijn behandeld. Hun verklaringen sluiten dus op belangrijke punten op elkaar aan, zonder dat er aanwijzingen zijn dat zij hun verhaal op elkaar hebben afgestemd. Van belang daarbij is ook dat beide klaagsters vaste klanten waren van [verweerder 1] en regelmatig massages ondergingen. Zij waren dus bekend met de aard van een massagebehandeling en met het feit dat daarbij fysiek contact plaatsvindt. Van hen kan dan ook worden verwacht dat zij konden onderscheiden welke aanrakingen passen binnen een normale en professionele massagebehandeling en welke aanrakingen grenzen overschrijden.
Daarbij weegt ook mee dat er geen aanwijzingen zijn dat de klaagsters een ander doel hadden met hun klacht. Zij hebben geen (schade)vergoeding gevraagd, wilden juist anoniem blijven en hebben hun klachten alleen gedeeld met [verweerder 1] en met de politie. Er zijn geen aanwijzingen dat zij [verzoeker] en/of [verweerder 1] wilden schaden of er zelf voordeel uit wilden halen. Dat maakt hun klachten geloofwaardig. Dat de klaagsters tijdens of direct na de massage niet tegen [verzoeker] hebben gezegd dat zij zijn gedrag als grensoverschrijdend ervoeren, maakt dit niet anders. Dat iemand niet meteen reageert, betekent niet dat er niets is gebeurd. Mevrouw A heeft verklaard dat zij tijdens de behandeling bevroor. Het is goed voorstelbaar dat iemand pas achteraf kan plaatsen wat er is gebeurd of zich schaamt om daar direct iets van te zeggen. Het enkele feit dat een klaagster na afloop mogelijk nog beleefd heeft gereageerd of [verzoeker] zelfs heeft bedankt, zoals [verzoeker] heeft aangevoerd, is daarom onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de klachten.
Daar komt bij dat zich enkele maanden na het ontslag nog twee andere vrouwen bij [verweerder 1] hebben gemeld met klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag door [verzoeker] . Ook zij hebben aangifte gedaan bij de politie. [verweerder 1] weet niet precies wat er in die gevallen is gebeurd, omdat deze vrouwen anoniem wilden blijven en alleen tegenover de politie hebben verklaard. Hoewel deze latere klachten niet alsnog als zelfstandige reden voor het ontslag kunnen worden gebruikt, omdat voor de beoordeling van het ontslag beslissend is wat [verweerder 1] op het moment van het ontslag wist en in de ontslagbrief heeft opgenomen, wegen die klachten wel mee voor zover zij steun geven aan het beeld dat al uit de eerdere klachten naar voren kwam. Dat is hier het geval. Ook deze meldingen passen namelijk in hetzelfde patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag, te weten betastingen in de schaamstreek, tijdens behandelingen.
Verder vindt de kantonrechter van belang dat de aangiftes van de vier vrouwen aanleiding zijn geweest voor de aanhouding van [verzoeker] en zijn voorlopige hechtenis. Dat betekent niet dat in deze procedure vaststaat dat [verzoeker] zich ook strafrechtelijk schuldig heeft gemaakt aan de verweten feiten. De uitkomst van een strafzaak is voor deze zaak ook niet beslissend. Wel laat dit zien dat de meldingen voldoende ernstig en concreet waren om strafrechtelijk onderzoek en voorlopige hechtenis te rechtvaardigen.
Daar staat tegenover dat [verzoeker] de klachten alleen in algemene zin heeft ontkend. Hij heeft geen concrete verklaring gegeven voor het feit dat meerdere vrouwen, onafhankelijk van elkaar, over vergelijkbare ervaringen hebben verklaard. Alles bij elkaar genomen is de kantonrechter daarom van oordeel dat voldoende is gebleken is dat de verweten gedragingen hebben plaatsgevonden.
De gedragingen van [verzoeker] leveren naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op voor ontslag op staande voet. Juist in de functie van masseur zijn integriteit, professionaliteit en respect voor de (lichamelijke) grenzen van cliënten van wezenlijk belang. Tijdens een massage bevindt een cliënt zich in een kwetsbare positie: het lichaam is grotendeels ontbloot, er is sprake van fysiek contact en de cliënt moet erop kunnen vertrouwen dat de masseur zorgvuldig en respectvol met die situatie omgaat. Van een masseur mag daarom in het bijzonder worden verwacht dat hij de grenzen van een cliënt bewaakt en iedere vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag vermijdt.
Het gedrag dat [verzoeker] wordt verweten raakt direct aan de kern van zijn werkzaamheden. Juist van iemand die cliënten behandelt in een situatie waarin zij zich lichamelijk kwetsbaar opstellen, mag worden verwacht dat hij dat vertrouwen niet schendt. Als een masseur zich in die context seksueel grensoverschrijdend gedraagt, is dat een zeer ernstige schending van de normen die voor de uitoefening van die functie gelden. Daar komt bij dat [verzoeker] geen beginnend masseur was. Hij had al jarenlang ervaring als masseur en is bovendien zelfs als massage-instructeur werkzaam geweest. Van hem mocht daarom in versterkte mate worden verwacht dat hij zich bewust was van de professionele grenzen die in het contact met cliënten moeten worden gerespecteerd en van het grote belang van integriteit binnen dit vak.
De kantonrechter volgt [verzoeker] ook niet in zijn standpunt dat [verweerder 1] had moeten volstaan met een minder vergaande maatregel, zoals een schorsing of non-actiefstelling. Gelet op de ernst van de gedragingen en het feit dat deze gedragingen direct raken aan de kern van het werk van [verzoeker] , kon van [verweerder 1] niet worden verlangd dat zij hem nog langer in dienst hield. Daarbij weegt mee dat [verweerder 1] als werkgever ook verantwoordelijkheid draagt tegenover haar cliënten en duidelijk moet kunnen maken dat zij seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen haar onderneming niet accepteert. Van [verweerder 1] kon daarom redelijkerwijs niet worden verlangd dat zij de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] nog liet voortduren.
Ook het standpunt van [verzoeker] dat [verweerder 1] te weinig onderzoek heeft gedaan en te snel tot ontslag is overgegaan, volgt de kantonrechter niet. [verweerder 1] heeft, nadat de klachten waren binnengekomen, [verzoeker] geïnformeerd over de meldingen en hem in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Daarnaast heeft [verweerder 1] de klachten nader besproken met de betrokken klaagsters en ook navraag gedaan bij andere werknemers. Daarmee heeft [verweerder 1] voldoende onderzoek gedaan naar de meldingen. Meer kon in de gegeven omstandigheden niet van haar worden verlangd. Vervolgens heeft [verweerder 1] , nadat zij zich een beeld had gevormd van wat er was gebeurd, voortvarend gehandeld door [verzoeker] op 12 januari 2026 direct op staande voet te ontslaan onder gelijktijdige mededeling van de reden voor het ontslag. Daarmee is – voor zover dat wordt betwist – voldaan aan het vereiste dat het ontslag onverwijld moet worden gegeven en moet worden medegedeeld.
Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter aan de incidentele vordering van [verzoeker] tot loondoorbetaling niet toekomt.
[verweerder 1] hoeft geen transitievergoeding te betalen
[verweerder 1] hoeft geen transitievergoeding aan [verzoeker] te betalen, omdat het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] (artikel 7:673 lid 7 BW). [verzoeker] heeft door zijn handelen de grenzen van cliënten op ernstige wijze overschreden en het vertrouwen dat [verweerder 1] en haar cliënten in hem moesten kunnen stellen ernstig geschonden. Dat gedrag valt hem ernstig te verwijten.
[verzoeker] is aansprakelijk voor imago- en omzetschade van [verweerder 1]
[verweerder 1] verzoekt een vergoeding van de door haar geleden en nog te lijden imago- en omzetschade, op te maken bij staat. Volgens [verweerder 1] heeft het handelen van [verzoeker] de reputatie van haar wellness- en massagesalon als veilige en integere onderneming ernstig geschaad. Zij stelt dat vaste klanten zijn afgehaakt, negatieve online recensies zijn verschenen en het aantal boekingen en de omzet sinds 12 januari 2026 zijn gedaald. Daarnaast verwacht [verweerder 1] dat de schade verder zal toenemen zodra de strafzaak tegen [verzoeker] inhoudelijk wordt behandeld en daarover publiciteit ontstaat.
[verweerder 1] baseert haar vordering op artikel 6:74 BW in samenhang met artikel 7:611 BW. Zij stelt dat [verzoeker] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst door zich niet als een goed werknemer te gedragen. De kantonrechter volgt [verweerder 1] daarin. Zoals hiervoor is overwogen, heeft [verzoeker] zich tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag tegenover cliënten. Daarmee heeft hij niet alleen gehandeld in strijd met de normen die voor een goed werknemer gelden, maar ook met de verplichtingen die voor hem uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiden, waaronder de verplichting zijn werkzaamheden als masseur zorgvuldig en professioneel uit te voeren. Gesteld noch gebleken is dat deze tekortkoming [verzoeker] niet kan worden toegerekend. [verzoeker] is daarom in beginsel aansprakelijk voor de schade die [verweerder 1] als gevolg van zijn handelen lijdt of nog zal lijden.
De vraag is vervolgens of voldoende aannemelijk is dat [verweerder 1] schade heeft geleden of nog zal lijden. [verweerder 1] heeft gesteld dat haar omzet sinds het ontslag is teruggelopen, maar de omvang van die schade is op dit moment nog niet vast te stellen. Dat staat echter niet aan een verwijzing naar de schadestaatprocedure in de weg. Voor een dergelijke verwijzing is niet vereist dat de schade al vaststaat. Voldoende is dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is (vgl. HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:428). Daaraan is voldaan. Het is aannemelijk dat een werkgever schade kan lijden wanneer bekend wordt dat een masseur zich tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden schuldig heeft gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dergelijk gedrag raakt direct aan het vertrouwen dat cliënten in een wellness- en massagesalon moeten kunnen hebben. Het ligt daarom voor de hand dat dit kan leiden tot reputatieschade, het afhaken van bestaande klanten en een afname van het aantal nieuwe boekingen, met omzetschade als mogelijk gevolg. De kantonrechter zal het verzoek daarom toewijzen en de zaak voor de begroting van de schade verwijzen naar de schadestaatprocedure.
[verzoeker] hoeft geen vergoeding voor kosten van rechtsbijstand te betalen
De vergoeding van kosten van rechtsbijstand wordt afgewezen, omdat niet (voldoende) is gebleken welke werkzaamheden door de juridisch gemachtigde van [verweerder 1] zijn verricht en daarom onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW.
[verzoeker] moet de proceskosten betalen
[verzoeker] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. [verweerder 1] heeft verzocht [verzoeker] te veroordelen in de werkelijke proceskosten. Daarvoor bestaat echter geen grond. Een veroordeling in de werkelijke proceskosten is slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk, bijvoorbeeld wanneer sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. Daarvan is in deze zaak geen sprake. Dat de kantonrechter de standpunten van [verzoeker] niet volgt, betekent nog niet dat hij een evident kansloze procedure heeft gevoerd of anderszins misbruik van procesrecht heeft gemaakt. De kantonrechter zal de proceskosten daarom begroten aan de hand van het toepasselijke liquidatietarief.
De kantonrechter begroot de kosten die [verzoeker] aan [verweerder 1] moet betalen op € 50,- aan reis-, verblijf- en verletkosten, omdat [verweerder 1] zonder professionele gemachtigde procedeert.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek van [verzoeker] af;
veroordeelt [verzoeker] tot vergoeding aan [verweerder 1] van de door haar geleden imago- en omzetschade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerder 1] tot vandaag worden vastgesteld op € 50,-;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
37555