ECLI:NL:RBROT:2026:8749

ECLI:NL:RBROT:2026:8749

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-07-2026
Zaaknummer ROT 26/5488
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek om een voorlopige voorziening. Het college heeft verzoeksters aanvraag om maatschappelijke opvang afgewezen, omdat zij vanwege haar verblijfsrechtelijke status niet voldeed aan de voorwaarden voor toelating. Verzoekster heeft na het bestreden besluit een verblijfsvergunning aangevraagd, waardoor haar situatie nu anders is. Het college moet in bezwaar nog nader onderzoek doen naar verzoeksters zelfredzaamheid. Er is op dit moment echter geen aanleiding om verzoekster en haar minderjarige kinderen tijdelijk opvang te verlenen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/5488

(gemachtigde: mr. T. Sleeman),

en

(gemachtigde: mr. D. Gogar).

Het college heeft verzoeksters aanvraag om maatschappelijke opvang afgewezen, omdat zij vanwege haar verblijfsrechtelijke status niet voldeed aan de voorwaarden voor toelating. Verzoekster heeft na het bestreden besluit een verblijfsvergunning aangevraagd, waardoor haar situatie nu anders is. Het college moet in bezwaar nog nader onderzoek doen naar verzoeksters zelfredzaamheid. Er is op dit moment echter geen aanleiding om verzoekster en haar minderjarige kinderen tijdelijk opvang te verlenen tot de gemeentelijke opvang.

Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang voor haarzelf en haar vier minderjarige kinderen. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 mei 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat het in deze zaak om?

Wat is er gebeurd?

4. Verzoekster en haar twee jongste kinderen (uit 2018 en 2020) hebben de Surinaamse nationaliteit. Haar twee oudste kinderen (uit 2012 en 2014) hebben de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster is vanwege huiselijk geweld begin 2026 naar Nederland gekomen. Zij verblijft met haar kinderen bij een vriendin, maar heeft te horen gekregen dat zij daar niet langer kunnen verblijven.

5. Verzoekster heeft op 22 mei 2026 een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang. Het college heeft deze aanvraag afgewezen. Volgens het college voldoet verzoekster vanwege haar verblijfsrechtelijke status niet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang. Verzoekster is het niet eens met dit besluit.

Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat haar tijdelijk gemeentelijke opvang wordt verleend.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

7. Het bestreden besluit dateert van 22 mei 2026. Verzoekster heeft daarna (op 27 mei 2026) een verblijfsvergunning aangevraagd bij de IND, op grond van het Chavez-Vilchez arrest (verblijf bij Nederlandse kinderen). Die aanvraag loopt nog en verzoekster mag de aanvraag in Nederland afwachten. Dit maakt dat op dit moment de situatie anders is dan ten tijde van het bestreden besluit.

8. In bezwaar geldt een volledige heroverweging. Dit betekent dat het college verzoeksters bezwaar beoordeelt aan de hand van de situatie zoals die op dat moment speelt. Waarschijnlijk zal het college zich in bezwaar niet langer op het standpunt stellen dat verzoeksters verblijfsrechtelijke status een probleem vormt voor toelating tot de maatschappelijke opvang. Volgens het college blijkt echter uit de intake dat verzoekster zelfredzaam is en dat zij om die reden niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. Verzoekster betwist dat zij zelfredzaam is.

9. De voorzieningenrechter stelt vast dat er nog geen volledig onderzoek is geweest naar de zelfredzaamheid van verzoekster. Het college kan dit in bezwaar herstellen.

Volgens het college zal verzoeksters zelfredzaamheid nog nader onderzocht worden, maar is nog niet duidelijk wanneer dit onderzoek zal plaatsvinden. Ook is er nog geen datum bekend voor een hoorzitting in bezwaar. Hierdoor komt de vraag op of verzoekster in de tussentijd in aanmerking zou moeten komen voor gemeentelijke opvang.

10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat verzoekster zich niet zou kunnen handhaven in de samenleving. Verzoekster stelt dat zij hulp nodig heeft met het regelen van praktische zaken zoals het aanvragen van een briefadres en een bijstandsuitkering, en het regelen van een ziektekosten-verzekering. Verzoekster kan zich hiervoor wenden tot de Vraagwijzer van de gemeente. Verzoekster heeft een beroep gedaan op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Er heeft een kindintake plaatsgevonden, waarbij aandacht is besteed aan de situatie van de kinderen. Verzoekster heeft toen aangegeven dat er geen zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen, dat ze gezond zijn en dat ze geen opvoedvragen heeft. Er is wel een verhoogd risico op problemen in de ontwikkeling als de leefsituatie van de kinderen niet verbeterd. Op dit moment lijkt daarvan echter nog geen sprake te zijn.

Hoe nu verder?

11. Verzoekster kan zich op korte termijn weer melden bij Centraal Onthaal voor een nieuwe aanvraag. De ervaring is dat er dan diezelfde dag onderzoek plaatsvindt of verzoekster toegelaten dient te worden tot de maatschappelijke opvang. Aangezien de verblijfsstatus van verzoekster is gewijzigd, zal dat onderzoek zich waarschijnlijk wel volledig richten op verzoeksters zelfredzaamheid. Dit onderzoek zal dus sneller verlopen dan wachten op het onderzoek tijdens de bezwaarprocedure.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het college verzoekster en haar kinderen vooralsnog geen opvang hoeft te verlenen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand