RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 3] , uit [woonplaats] , verzoekers
de burgemeester van Rotterdam
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/5790
(gemachtigde: mr. Z. Badrane),
en
(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).
De woning van verzoekers is op 27 juni 2026 met spoed gesloten vanwege een aanslag met een explosief. De burgemeester heeft de sluiting nu met twee weken verlengd. Er is nieuwe informatie van de politie, maar die is vrij summier. Dit is echter de vijfde aanslag op de woning en er lijkt sprake te zijn van een conflict in het criminele circuit. De burgemeester heeft daarom het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat zwaarder mogen laten wegen. De leefsituatie voor verzoekster en haar dochter is echter niet langer houdbaar. De burgemeester dient daarom voor hen passende opvang te regelen. Het verzoek wordt gedeeltelijk toegewezen.
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 9 juli 2026 heeft de burgemeester sluiting van verzoekers’ woning met twee weken verlengd. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster [verzoeker 1] (hierna: verzoekster), de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigde van de burgemeester en [naam] .
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?
3. Verzoekers wonen op het adres [straatnaam] in [locatie] . Verzoekster is de eigenaar van de woning en verzoekers [verzoeker 2] zijn haar kinderen. Op het adres staat ook verzoeksters zoon [naam zoon] ingeschreven, maar volgens verzoekers woont hij daar niet. Er staat ook een vijfde persoon ingeschreven op het adres. Volgens verzoekster is dit haar neef, die op dit moment in het buitenland op vakantie is.
4. Op 6 januari 2024, 8 januari 2024, 21 juli 2025 en 13 maart 2026 zijn er explosies geweest bij de woning van verzoekers. De woning is in januari 2024, juli 2025 en maart 2026 met spoed gesloten geweest. In maart 2026 was dat voor een periode van twee weken.
5. Op 27 juni 2026 heeft de politie naar aanleiding van een melding geconstateerd dat er bij de woning van verzoekers een explosief is afgegaan, waardoor de brievenbus in de voordeur en diverse ramen waren opgeblazen. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van 27 juni 2026. De burgemeester heeft vervolgens de woning met spoed gesloten voor twee weken (tot 11 juli 2026).
6. De politie heeft de burgemeester in een aanvullende bestuurlijke rapportage van 3 juli 2026 gevraagd om de sluiting te verlengen.
Waar gaat het in deze zaak om?
7. De burgemeester heeft besloten om de woningsluiting te verlengen met twee weken (tot 25 juli 2026). Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij willen met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zij weer toegang krijgen tot hun woning.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek gedeeltelijk toe
8. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek gedeeltelijk toe.
Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
9. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift.
De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
10. Verzoekers hebben tijdelijk onderdak gevonden bij de ex-man van verzoekster. Volgens verzoekster slapen zij en haar dochter op een matras op de grond en haar zoon slaapt op de bank. Verzoekster heeft rugklachten en dit wordt verergerd door deze situatie. Verzoekster heeft twee banen in de zorg en draait nachtdiensten, waardoor zij overdag slaapt. Haar dochter werkt ook in de zorg en volgt een opleiding tot verpleegkundige. Volgens verzoekster heeft haar dochter slapeloze nachten en kan zij zich hierdoor niet concentreren op haar werk. Ook zit zij in de examenperiode voor haar opleiding.
De voorzieningenrechter ziet in deze omstandigheden een voldoende spoedeisend belang voor een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Waarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek (gedeeltelijk) toe?
11. De verlenging van de spoedsluiting is gebaseerd op de politierapportages van 27 juni 2026 en 3 juli 2026. Hieruit komt naar voren dat dit de vijfde keer is dat er een explosief is geplaatst bij de woning van verzoekers en dat er aanwijzingen zijn dat de aanslagen te maken hebben met een conflict in het criminele circuit. In de laatste politierapportage staat dat het rechercheonderzoek nog loopt en dat er nog geen verdachten zijn aangehouden. Verder is er een camera voor de woning geplaatst en is er sprake van verscherpt rijdend toezicht op de woning vanuit de politie, ter voorkoming van nieuwe aanslagen. De politie verwacht dat deze maatregelen op zichzelf echter niet voldoende zijn om nieuwe aanslagen te voorkomen en adviseert daarom om de woningsluiting te verlengen.
12. Verzoekers voeren aan dat niet is gebleken van een concrete, actuele en voldoende onderbouwde dreiging die een verdere sluiting van de woning noodzakelijk maakt. Verzoekers willen graag naar hun woning terugkeren en dan bij voorkeur met behoud van het cameratoezicht en het verscherpt rijdend toezicht door de politie.
13. De voorzieningenrechter is het met verzoekers eens dat de meest recente informatie van de politie vrij summier is. Er zijn sinds 27 juni 2026 geen nieuwe aanslagen gepleegd of bedreigingen geuit. Aan de andere kant kan de voorzieningenrechter niet voorbijgaan aan het feit dat dit al de vijfde aanslag is op de woning, en de tweede aanslag van dit jaar. Hierdoor is het voorstelbaar dat de burgemeester op advies van de politie wil overgaan tot een langere sluitingsduur dan ten tijde van de woningsluiting in maart 2026 het geval was. Toen is de woning voor de duur van 14 dagen gesloten geweest. Dit ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de buurt.
14. De voorzieningenrechter heeft echter ook oog voor de belangen van verzoekers. Voordat de burgemeester het bestreden besluit heeft genomen, zijn verzoekers in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Verzoekster heeft in haar zienswijze melding gemaakt van de omstandigheden waarin zij nu leven (zie overweging 10) en heeft de burgemeester gesmeekt om de sluiting niet te verlengen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester hier niet zonder meer aan voorbij had mogen gaan. Dit geldt helemaal nu verzoekers slachtoffer zijn van de aanslagen en zelf niets met het conflict in het criminele circuit te maken lijken te hebben. Uit de beschikbare informatie lijkt namelijk naar voren te komen dat het conflict verband houdt met de uitwonende zoon [naam zoon] . Daarnaast hebben verzoekers altijd hun medewerking verleend door aangifte te doen van de aanslagen en melding te maken bij de politie van de dreigementen die zij zelf hebben ontvangen. Verzoekers hebben weliswaar onderdak bij de ex-man van verzoekster, maar deze situatie is met name voor verzoekster en haar dochter niet langer houdbaar. Verder is niet gebleken dat zij andere overnachtingsopties hebben in deze regio (dit vanwege hun woon-werkverkeer). De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Conclusie en gevolgen
15. De voorzieningenrechter wijst het verzoek gedeeltelijk toe. De burgemeester
moet zorgdragen voor passende opvang voor (in ieder geval) verzoekster en haar dochter, met ingang van de dag waarop deze uitspraak is ontvangen. Onder passende opvang moet in ieder geval worden verstaan een vaste plek in Rotterdam dan wel in de buurt van hun werk, met eigen voorzieningen (douche en toilet) waar verzoekster en haar dochter samen kunnen verblijven, voor zolang de sluiting duurt.
16. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht aan verzoekers vergoeden.
Daarnaast krijgen verzoekers ook een vergoeding van hun proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat de burgemeester passende opvang aan verzoekster en haar dochter moet aanbieden, met ingang van de dag waarop deze uitspraak is ontvangen en voor zolang de sluiting duurt;
- wijst het verzoek voor het overige af;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoekers moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: