ECLI:NL:RBROT:2026:8792

ECLI:NL:RBROT:2026:8792

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 17-07-2026
Zaaknummer ROT 24/11187
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Herhaalde aanvraag om een Wajong-uitkering. Geen sprake van nieuwe feiten en omstandigheden. Het UWV heeft terecht met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb het verzoek om herziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

15 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/11187

(gemachtigde: mr. M.B. Ullah),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV, (gemachtigde: [naam] ).

Procesverloop

1. Met het besluit van 16 januari 2024 (het primaire besluit) heeft het UWW de herhaalde aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen jonggehandicapten (Wajong) afgewezen.

Met het besluit van 7 november 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eiser heeft op 29 januari 2025 een aanvullend stuk ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet Wajong heeft afgewezen. Dit doet zij aan de hand van de beroepsgronden.

De aanvraag van eiser is een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het UWV heeft ervoor gekozen om het verzoek van eiser om herziening af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluiten, omdat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Dit betekent dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de bestuursrechter niettemin aan de hand van wat de rechtzoekende heeft aangevoerd tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is.

Onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden worden verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden, als deze bewijsstukken niet eerder konden worden overgelegd.

Geen nieuwe feiten of omstandigheden

3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat ten tijde van de besluitvorming geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van

20 oktober 2024 deugdelijk gemotiveerd dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die de eerder beschreven belastbaarheid van eiser rond zijn achttiende jaar en de vijf jaren erna doen wijzigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het medische dossier bestudeerd en daarbij alle beschikbare medische informatie van de behandelend sector in zijn beoordeling betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd toegelicht dat uit de brief van de neuroloog van 21 februari 2024 blijkt dat er geen andere diagnose is gesteld dan waarmee al rekening was gehouden bij de eerdere Wajong-beoordelingen, namelijk de diagnose ataxie met vitamine E deficiëntie en LRRK2 mutatie, waarbij een ernstige cervicale dystone tremor op de voorgrond staat. De conclusie van de neuroloog dat het eiser niet lukt om te werken, zegt niets over de voor de Wajong relevante periode (voor eiser van 10 februari 2012 tot 10 februari 2017). Er is op basis van de ingebrachte informatie op dit moment weliswaar sprake van een verslechterde gezondheidssituatie, zoals ook in de rapporten van de verzekeringsartsen (bezwaar en beroep) genoemd, maar dit valt buiten de voor eiser verzekerde periode. Om die reden is geen sprake van een Amber-situatie. Het UWV heeft met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb het verzoek om herziening terecht afgewezen.

Geen evident onjuist besluit

4. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat het UWV destijds een evident onjuist besluit heeft genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestreden besluit van

7 november 2024 gebaseerd op een zorgvuldig onderzoek. In tegenstelling tot hetgeen eiser heeft aangevoerd, is bij de beoordeling van 2019 rekening gehouden met het feit dat eiser lijdt aan een progressieve ziekte en welke gevolgen dit mogelijk zal hebben. De eventuele onjuistheid van het oorspronkelijke besluit is dus niet onmiskenbaar en kan niet worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026 door mr. C.A. Hage, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Damen, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand